dinsdag 30 oktober 2012

Matthieu Galey -- 31 oktober 1985

31 oktober
Vanavond heb ik de macht over twee tenen van mijn linkervoet verloren. Alsof je het dagboek van een lepralijder leest ...

Sinds ongeveer zes maanden droom ik niet meer. Geen angst meer. Hoe komt dat? Misschien (oppert Jeanne) dat mijn lichaam hem helemaal absorbeert en hem stiekem omzet in verlamming en zo mijn geest vrijwaart. Of anders is mijn onderbewustzijn ook ziek. Het functioneert al net zo slecht als de rest.
Het is te eenvoudig om te zeggen dat als je de nachtmerrie aan den lijve ondervindt, je hem niet meer hoeft te dromen, want dat is niet waar. Mijn dagen worden onstoffelijk, dat is alles. De tijd ontglipt me. Ik ben een potplant die het contact met de natuur heeft verloren - lijdt een kamerplant? Als ik de deur uitga - of beter gezegd als men me lucht - heb ik het gevoel een gevangene te zijn die men van een strafinrichting naar de andere verplaatst. De voorbijgangers behoren tot een andere wereld, waarin ik geen plaats meer heb. Voor hen ben ik doorzichtig, bijna onzichtbaar en als mijn blik hen volgt, de hunne kruist, ontwaar ik bij hen als een verraste opwelling: 'Goh, het leeft!'
Het is mogelijk dat cellen een vorm van intelligentie bezitten en een geheimzinnige kwade wil. Sinds ik (moet ik zeggen wij) weet hebben van het bestaan van Cronassial, de laatste hoop om de hand te redden die ik nog over heb, is het een rit tegen de tijd. Ik heb het gevoel dat het kwaad in de arm, de handpalm aan het werk is. In aller ijl, om vóór maandag (het is nu donderdag) mijn vingers te bereiken vóór mijn eerste transfusie. Het virus maakt doodleuk 'overuren'. Het werkt zelfs op zaterdag: de dag van de doden ...


Matthieu Galey (1934-1986) was een Franse schrijver. Zijn na zijn dood (hij overleed aan ALS) verschenen Dagboek wordt als een literair meesterwerk beschouwd.

Vertaling: Joop van Helmond

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen