donderdag 29 februari 2024

Gerard Reve • 1 maart 1996

Gerard Reve (1923-2006) was een Nederlandse schrijver. In 1996 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Vrijdag 1 maart

Het mag een wonder heten dat wij thuisgekomen zijn. Wij stonden op in dat hotel, begaven ons per taxi naar Station Hollands Spoor, en daar bleek ons dat er in België door de staking geen treinverkeer was.* Matroos kocht kaartjes naar Roosendaal. Al daar zouden wij zien hoe wij verder konden komen, want er bestonden misschien lijndiensten van autobussen. In de trein naar Roosendaal riep een stem uit de luidspreker dat een stoptrein naar Antwerpen op onze trein aansloot, en dat bleek inderdaad het geval te zijn.

Antwerpen is een stad met sociale problemen en tegenstellingen, maar het Centraal Station* is en blijft een droom van schoonheid. Ik dacht als het moet dan blijven wij hier gewoon zitten, drinken en eten iets want er zijn volop comfortabele banken. Er liepen geen treinen meer, maar frieten en ballen gehakt met brood en zuur waren zonder rantsoenbon of knipkaart in de vrije verkoop, en de krantenkiosk was open en stond vol met binnen- en buitenlandse periodieken en boeken. Met een mooi boek vliegt de tijd om, dat weet iedereen.

Het was precies 12 uur a.m., en om 10 uur p.m., reeds tien uur later dus, zouden de treinen wederom gaan rijden. Buiten regende het nog steeds maar in een station, net als in een huis, regent het nooit. Matroos echter maakte zich zorgen over de Vier Dieren, onze vier katten dus, die wij thuis hadden moeten achterlaten, wel met voldoende eten en drinken, maar misschien zoude de lange eenzaamheid hen overstuur maken. Het waren en zijn onze lievelingen. De oudste is groot en waardig, zwart met wit, en heet Majesteit, al noemt Matroos haar Willy. De kleinere zwart-wit poes heet Kroonprins, door Matroos Cor genoemd. De witte kat heet volgens mij Sneeuwwitje, maar Matroos zegt Marc. De vierde en kleinste poes, cypers met veel oker, heet Broertje, terwijl Matroos Leentje zegt. O, welk een liefde en begrip ontvangen wij van deze vier montere trippelaars op onhoorbare voetjes! Hoewel het U eigenlijk niet aangaat vertel ik U dat Majesteit en Kroonprins, No. 1 en No. 2 dus, beiden niet katholiek zijn: zij zeggen wij willen liever een open opinie behouden. Nu, dat kan. Sneeuwwitje en Broertje zijn beiden zeer katholiek, waarschijnlijk omdat zij nog zeer jong waren toen ze bij ons kwamen wonen. Hier geldt jong geleerd oud gedaan, al zijn zij nog niet oud. Een verdere bizonderheid is dat de witte kat (Sneeuwwitje) ogen van verschillende kleur heeft: het ene oog is lichtblauw, het andere lichtoranje. Een witte kat met twee kleuren van ogen is altijd doof, dat is een natuurwet, al is in dit geval de doofheid niet totaal: een stoel die omvalt die hoort hij, maar zang en spraak ontgaan hem, zodat hij zelf zonder geluid mauwt. Maar wel door en door gezond, en zeer stoeigraag, echt een deugniet van een robbedoes.

woensdag 28 februari 2024

Gerard Reve • 29 februari 1996

Gerard Reve (1923-2006) ) was een Nederlandse schrijver. In 1996 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Donderdag 29 februari 1996
Wij zitten nu in een hotel in Den Haag waar het doodstil is. Doodop maar voldaan. Ook Matroos is zeer tevreden. Wederom opgetreden voor een volle zaal. Twee hoofdstukken voorgelezen uit mijn nieuwe boek dat vandaag verschenen is: vóór de pauze Hoofdstuk Tien, over mijn verblijf in de ontwenningskliniek, wegens een delirium, en na de pauze Hoofdstuk Zestien: het verhaal over de asthmatische jongen in het ziekententje. Beide hoofdstukken zijn treuriger dan iemand anders het bedenken kan, maar de zaalvloer dreunde van het lachen. En het boek zelf was er, dus dat kocht men. Het was net verschenen. Ook beantwoordde ik schriftelijke vragen, die tijdens de pauze waren ingediend. Eén ervan had betrekking op het natuurlijk schaamtegevoel, waarvan ik wel eens gewag heb gemaakt. De vrager of vraagster wilde graag weten of er volgens mij ook in de Natuur schaamte bestond. Ik gaf van die natuurlijke schaamte een duidelijk voorbeeld, namelijk dat van de twee honden die het aan de openbare weg met elkaar doen: de ene hond kijkt naar rechts en de andere hond naar links, elk dus een andere kant uit, om te zien of er politie aankomt. Een zichtbaar voorbeeld is altijd beter dan een theoretisch betoog.

dinsdag 27 februari 2024

Gerard Reve • 28 februari 1996

Gerard Reve (1923-2006) ) was een Nederlandse schrijver. In 1996 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Woensdag 28 februari
Zoals u weet klaag ik nooit, zelfs als er geen reden voor is. Ik ging naar de winkel, en welk een prachtig weder was het rondom! Het werd een geweldige dag, dat kon niet anders. Op de terugweg naar mijn woning keek ik omhoog, en ziet: er stond een groot wit kruis aan de hemel. Ik vertelde het aan Matroos Vosch, en die zeide het komt gewoon van de vliegtuigen. Het is wat men gewoon noemt: hebt U ooit een vliegtuig een kruis zien slaan? Ik niet.

Men hoort van alles. Na de Mis van jongstleden zondag maakte ik een praatje met onze pastoor. "Gerard", vroeg hij mij, "denkt gij dat er een voortbestaan is na de dood?" Ik zeide: "Daar vraagt ge mij wat! Ik zal er over nadenken, en ik wil kijken of ik het ergens kan opzoeken. Er is literatuur over."

Vandaag was het helemaal een goede dag. Nergens pijn, en mijzelf voelde ik ook goed. Ik wilde echt een man zijn die de strijd niet uit de weg gaat.

Gisteren in de lunchpauze een voordracht gehouden in de grote stad Gent. Een volle zaal, met veel jonge mensen die gezamenlijk wilden bouwen aan een nieuwe en rechtvaardiger maatschappij. Daarna signeerde ik boeken. Een jongen viel mij wenend om de hals en kuste mij. Zijn tranen bevochtigden mijn gelaat. Ik kuste ook hem, en kon slechts enkele woorden uitspreken: "Lieve jongen..." Matroos kan het bevestigen, als een of andere persmuskiet mocht beweren dat het niet waar is. Neen, het is waar gebeurd, en niet door verdienste maar door Genade.

maandag 26 februari 2024

J.H. Leopold • 27 februari 1890

• De dichter J.H. Leopold hield een reisdagboek bij toen hij in 1890 in Italië was.


27 Februari.
De overgang van Frankrijk in Italië is niet plotseling voor hem, die langs de Corniche reist. Het departement der Alpes Maritimes was niet al te lang geleden nog Italiaansch en heeft zijne vroegere nationaliteit nog niet verloochend. Het landschap neemt te Cannes, te Nice al het karakter aan, dat het in Italië zal blijven behouden; de huizen der oude stadswijken zijn er even hoog en kris en kras door elkaar gebouwd, de straten even nauw en donker en kil, en de bewoners spreken er zooal geen Italiaansch dan toch evenmin Fransch. Zoodat men alleen aan de uithangborden en de taal der gegoede voorbijgangers bemerkt, dat men nu toch Italië is binnengekomen.

's Middags heb ik een wandeling gemaakt, eerst naar de havenpier om een overzicht over de ligging der stad te krijgen. Achter mij de zee helder, zooals een Hollandsch oog niet gewoon is, dat zich dan ook telkens bedriegt in het peilen der diepte, op den bodem wier en bruine rotsen, waar het dieper is, wordt het water licht groen, dat naar den horizont toe donkerder wordt tot blauw en indigo toe. Een bekorend en nimmer vermoeiend gezicht deze deining en het op en neer gaan van het gladde en doorzichtige water. Water? al het afschrikwekkende, de gedachte aan koude, en vochtigheid verdwijnt en overblijft de lust en lokkend verlangen te liggen in deze doorschijnende vloeistof, die blinkt en flikkert van zonneschijn.

Voor mij het overzicht van de stad. Langs den grooten weg aan de kust villa's, het nieuwere gedeelte op de vooruitspringende, lagere heuvel tusschen het groen, daarachter stijgt een hoogere heuvel, geheel bebouwd door de oude stad, grijs en onoogelijk, zoodat de geheele heuvel den indruk maakt van een groote hoop puin. Op de top verheft zich fier en tartend een witte kerk met twee puntige torens. En achter de stad loopt een groote ring bergen, van zee tot zee, met de hoogste top achter de stad. Gedeeltelijk zijn zij met olijven begroeid, hoogerop naakte bruin-vale rotsen, en men moet denken aan de havelooze kleeding der land bewoners, zoo is een versleten kleed van vaal verschoten groen om de bergen geplooid, dat op vele plaatsen de naakte rotsen doorlaat.

Vreemd, zooals in den vreemde, te midden van al het nooit tevoren geziene en gehoorde, de herinnering aan het vaderland den sterksten indruk blijft maken. Want terwijl er wolkjes trokken over de bruine bergtoppen en hunne schaduwen donker over de bruine spitsen gingen, werd ik herinnerd aan de heide en de schaduwen die er over heen schuiven, en lang waren mijn gedachten in het vaderland en ik had een zoet verlang naar de lente daar en de lichte wolkjes over de heide.







Toen ben ik voor de tweede maal langs een anderen weg in de oude stad gegaan. En wat van uit de verte aan een puinhoop deed denken, bleek het dichtbij ook werkelijk te zijn; ik kwam door een wijk, die geheel was ingevallen; geen daken waren op de huizen, de muren waren gedeeltelijk verbrokkeld, alles onbewoond en verlaten. Er kwam een oud vrouwtje. Quando sono cadute queste case, brabbelde ik. Terra mota was het klassieke antwoord. En dan nog beweren dat het Latijn een doode taal is!





Deze oude stad heeft groote aantrekkelijkheid, want zij heeft een schat van schilderachtige straten, lichteffecten en bruine huisjes in de vele winkels van calzolai etc. En het leven van het volk. Op de steilste gangen komt u de houthakker tegen achter zijn beladen muilezel, vrouwen met vaatjes landwijn op het hoofd, die ik op een plaatsje vullen zag door een matrone met verroesten blikken nap uit een groot vat. Alle vrouwen hebben doeken op het hoofd en ook de mannen zijn veelkleurig gekleed; het is het echte Italië van de plaatjes en oleografieën.



's Avonds ben ik nog uitgegaan en heb in een café een concert gehoord van vier Napolitaansche meistreelen, waarvan twee met levendige en koddige gebaren en dans-liedjes voordroegen. Een vooral was de aandacht waard, zijn dikke buik in een nauwe broek gesjord en met een kleurige sjerp bedwongen, een vette gladgeschoren kin en wangen, blinkend van zweet, toegenepen slimme oogjes, een borstelige opgestreken knevel, een vroolijk en slim gezicht, een vroolijkheid, die op uw duiten berekend was.

Ik kwam weer langs de zee terug, die flauw door de telkens bewolkte maan werd beschenen, verderop verdween zij in de grijze nevels, aan de kust schoot gril de witte branding voort, als de donkere strepen der golven braken aan de rotsen. En ik dacht aan Ilion, waar dezelfde zee aan het strand had geslagen en aan den vertoornden Achilles, in den nacht aan de zee zittende.

zondag 25 februari 2024

Leo Vroman • 26 februari 2003

Leo Vroman (1915-2014) was bioloog, dichter en schrijver. In 2006 verscheen zijn Misschien tot morgen. Dagboek 2003-2006.

Woensdag 25 februari
4:11 a.m. Er moest blijkbaar een oude vrouw vermoord maar ik wou toch niet meedoen met al die mensen in het donker, gelukkig volgde een Javaans feest, warm en met kleine lichtjes en in de verte wat een gamelan had moet zijn. Soedah, buiten regent het nog steeds maar de Trinity wil niet overstromen, tenminste niet in het donker, en het ijzige Pier One wil niet smelten. Vandaag T's geheugentest, als ik het hare had was ik een knappert. Even een spelletje Shanghai en dan naar bed.

6:16 p.m. T had haar psychologische check-up. We moesten een uur wachten, en de psychologe was vergeten of ze mij of T moest ondervragen en testen. 8 dagen geleden had T haar sonogram, en we hebben nog niets over het resultaat gehoord, het ligt waarschijnlijk ergens in het dikke boek over haar waar nooit een dokter naar kijkt tot we bellen.

Donderdag 26 februari
2:36 a.m. Die psychologe vroeg wat mijn gebied was, ik zei bloed aan oppervlakken, er is een effct naar mij genoemd, en ze riep: Ben jij dat? Of bent U dat, zoiets weet je in het Engels natuurlijk niet.

INHOUD EN OPPERVLAK

Een steen hoewel nog kerngezond
wou weten waar ze uit bestond,

dacht zó hard Meer dan oppervlak
dat zij heus heus in tweeën brak,

dus kregen haar twee oppervlakken
de splijtzucht werkelijk te pakken

en spoedig was zij talloos vele
maar toch nog net geklede delen

Toen zij puur krachten en quraken [?] was
besefte zij haar inhoud pas:

zij was niets dan van die of die
het bijgeloof of de theorie

MORAAL:
Hoop dat het kalfsvlees op jouw bord
jouw theorie of inhoud wordt.

Verder kan ik niet gaan, denk ik. Nog een Klondike of drie en dan naar bed.


Jules en Edmond de Goncourt • 25 februari 1860

Edmond de Goncourt(1822-1896) en Jules de Goncourt (1830-1870) waren Franse schrijvers en critici, en initiatiefnemers van de zeer prestigieuze Prix Goncourt. Ze hielden samen een (inmiddels zeer beroemd) dagboek bij, dat Edmond na de dood van Jules in zijn eentje voortzette.

Zaterdag 25 februari
Bezoek van Flaubert. Als bewijs van zijn provinciale vasthoudendheid, van zijn verbeten ijver, vertelde hij ons over de fantastische dingen, die hij drie jaar lang in Rouen heeft geschreven. Hij droeg stukken voor van een treurspel waar hij met Bouilhet aan was begonnen, over de ontdekking van de koepokstof, volgens de meest zuivere beginselen van Marmontel – waarin alles, tot aan ‘pokdalig als een schuimspaan’, in metaforen van wel acht regels was gevat –, wat het koppige doorzettingsvermogen van de man laat zien, zelfs als het grappen betreft die goed zijn voor een kwartier amusement.
Sinds hij van school is, heeft hij veel geschreven, maar nooit iets gepubliceerd, behalve twee kleine artikeltjes in een Rouaanse krant. Hij betreurt het dat hij een roman van ongeveer honderdvijftig bladzijden, die hij geschreven heeft toen hij van school kwam, niet kan publiceren: hij beschrijft daarin het bezoek aan een prostituée van een jonge man die zich verveelt, een psychologische roman die te veel persoonlijke zaken bevat.
Als het erop aankomt, ontbreekt het deze rondborstige, oprechte, openhartige en uitermate vrolijke man aan van die kleine haakvormige elementjes, die van een kennis een vriend kunnen maken. Het was dezelfde tijd van de dag als waarop wij hem voor het eerst hebben ontmoet, en toen wij hem voorstelden eens bij ons te komen eten, zei hij dat het hem speet, maar dat hij alleen ’s avonds kon werken. Ach! Wat is het toch een vermakelijk misverstand! Die mensen – van wie de burgers denken dat zij altijd aan feesten en orgieën bezig zijn en twee keer zoveel meemaken als de anderen –, die mensen hebben geen avond vrij voor vriendschap en gezelligheid. Het zijn eenzame, teruggetrokken werkers, die ver van het normale leven afstaan, met een eigen gedachtenwereld en een opus.

Molière is de opkomst van de bourgeoisie, een krachtige uitdrukking van de geest van de derde stand. Het is het begin van het gezonde verstand en de nuchtere rede, het einde van die zich overal manifesterende ridderlijkheid en poëzie. Vrouwen, liefde en al die edele, galante hartstochten worden er teruggebracht tot de beperkte maat van het huishouden en de bruidsschat. Er wordt tegen ieder elan en iedere spontaneïteit waarschuwend en corrigerend opgetreden. Corneille is de laatste heraut van de adel; Molière is de eerste dichter van de burgerstand.

J. Henry Hallam • 24 februari 1945

• De Brit J. Henry Hallam zat in 1944 en 1945 als krijgsgevangene in Stalag VIII-B in wat nu Polen is. Hij hield in die tijd een dagboek bij.

Februari 23 1945 Friday.
A cold sleep last night. Have slice of bread and salt for breakfast. The cart goes after dinner for rations. Dick has worked the oracle, he has been out, and brought a kit bag full of spuds [aardappelen] in, also a pound of meat, and a good piece of Jerry sausage [moffenworst]. The Gods must be smiling on us. Midday soup was good, also “bukshees” [extra porties]. Made a stew of the meat, and a few spuds for tea. Dick says he feels full, I do too. What a marvellous feeling. Tom gets some apples off the old Frau: today seems to be our lucky day.

Februari 24 1945 Saturday.
Sleep fairly warm. Drizzling with rain. Tom warms a few boiled spuds up for breakfast, have a slice of dried bread with them, and one apple to finish off. The rations are due today. Wonder what the news is. Boil up more spuds, afraid we’ll all look like spuds soon. Rumour we might move on Monday.The rations come up! We get a loaf per man to last us for four days say the Jerry, also a little cheese. Dick does a bit of wood chopping. Tom is out on patrol. Also get a little of Jerry synthetic honey with our rations. Have cold spuds, little cheese and coffee for supper. Weather gets much colder I’m sure, our barn is cold.

Februari 25 1945 Sunday.
Sleep warm. Had coffee and three baked spuds for breakfast and a slice of bread and white cheese with salt to taste, and one apple as desert. Dick gets two more loafs of bread. Soup, tasty. Dick and I take a little exercise in the yard: just like “pukka” convicts. We get a treat today; they cook up some porridge in the cookhouse, we got “bukshees” too. Have drink of weak tea, and a slice of bread and honey for supper. Allied Forces rumoured fighting in the Rhur Valley.

Februari 26 1945 Monday.
Wonders will never cease, we were awakened about three o’clock this morning by Sgt. Humphreys with a lorry load of Red Cross Parcels. Everyone is happy again. I too feel a little elated. Have coffee with milk and sugar in it, what a treat. The parcels are American the first I have seen; each parcel has one hundred cigs inside. I have given my cigs to Tom and Dick. I shall start smoking when smokes get more plentiful. Dick goes milking cows, gets a little milk. Tom makes a stew for supper. It is raining outside, we get in bed early again. Humphreys has reported the case of the man getting shot to Stalag IVA

Februari 27 1945 Tuesday
Slept well last night. Dick has gone milking cows again! So we shall get milk in the coffee again. Have bread and American marg for breakfast with a little piece of Jerry sausage and apple. I have washed my vest this morning. We have our last brew of tea today. Ration cart does not go till tomorrow. Today the Jerry puts a smart one over us; we all pack up to move all for nothing. We had complained about guards stealing Red Cross Milk cows --- rumoured foot and mouth disease, no more milk. Rumours of going to Stalag at Pilsen.