donderdag 17 oktober 2019

Josep Pla • 18 oktober 1918

• De journalen van de Catalaanse schrijver Josep Pla i Casadevall (1897-1981) omvatten zo’n 30.000 bladzijden vol dagboekaantekeningen, reisimpressies, invallen en literaire portretten. Het grijze schrift (vertaald door Adri Boon) bestrijkt de jaren 1918-1920, voordat de jonge Pla als dagbladcorrespondent naar Parijs vertrok.

18 oktober 1918
De [Spaanse] griep houdt vreselijk huis. Onze familie heeft zich moeten opsplitsen om alle begrafenissen te kunnen bijwonen. In Bisbal is Maria de Linares ten grave gedragen. In Palafrugell een dochter van achttien jaar (een beeld van een meisje) van de familie S. Ik ben naar Bisbal geweest. Vanaf de straat hoorde je de jammerklachten al. Jammerklachten in huis en op de trap. Een indrukwekkende vertoning die sterk contrasteert met de zondagse aanblik van de mensen – een aanblik die bij het horen van de jammerklachten automatisch ineenschrompelt, verwelkt en wegzinkt. De uitingen van smart kleuren alles anders en zelfs het landschap lijkt anders. Wanneer men gejammer hoort krijgt men iets van een goed mens over zich – van een oneindige goedheid. Een man die aldoor stijf, onbeweeglijk, met droge ogen op zijn stoel zat, maakt op een gegeven ogenblik een nerveuze beweging en plotseling stromen hem de tranen over het gezicht. Wat is verkieslijker: zich opsluiten in een kille, noodlotszwangere onverschilligheid of zich overgeven aan het delirium van luidruchtige uitingen van smart? Wanneer men huilt, lijdt men dan? En zij die niet huilen, lijden zij minder?
De begrafenis van senyor Maria Linares vond plaats in diepe treurnis.

woensdag 16 oktober 2019

An Rutgers van der Loeff-Basenau • 17 oktober 1974

An Rutgers van der Loeff-Basenau (1910-1990) was een Nederlandse kinderboekenschrijfster. In 1974 hield zij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Donderdag
Vandaag moet een artikel over tienerboeken klaar. Ik zit te mopperen. Ten eerste zie ik er geen gat in en ten tweede moeten mijn dahlia's uit de grond. Ik zit achter mijn bureau en wil de tuin in. De zon lokt. Het natte rieten dak vlak onder mijn raam dampt, hele wolken komen er af. En de kleuren buiten zijn meer dan verleidelijk. Soms voel ik me zo twee verschillende kanten uit getrokken, dat ik ontsnappen moet en de fiets pak. Zo uit ons achterhekje beginnen de paadjes door het kreupelhout en even verder ligt de hei. Ja hoor, het wordt een vlucht voor de tienerboeken en de dahliaknollen. Een onverwacht tuinhulpje heeft de knollen er voor me uitgehaald. Gefietst over de Leemzeulderhei naar Laren, samen met kleinzoon Rolf die in de speelgoedwinkel een vliegtuigmodel mocht uitkiezen om in elkaar te zetten. Nu ligt de huiskamertafel vol plastic afvalstukjes. En ik moet wel grinniken als ik nalees wat ik over tienerboeken heb geschreven.
    Ergens zeg ik fel dat een behoorlijk percentage tieners eens lees-bereid was (zo omstreeks de acht jaar), maar dat het merendeel van de begeleidende volwassenen toen verstek heeft laten gaan. En nu? Voor de poort van het leven staan ze in onafzienbare rijen, met weinig geestelijke bagage; wel strekt zich achter hen uit een spoor van verfrommelde patatzakjes, ijsbekertjes, afgekloven lollystokjes en ontelbare overblijfselen van plastic speelgoed, (sic!) Weinigen daarentegen zijn zo gelukkig herinneringen te hebben aan Niels Holgerson, Afke's Tiental, Robinson Crusoë of aan De Tweelingbroers, Padu is gek, Boris, Verstekeling in de Sinaï of de schitterende Tuinen van Dorr.
Hoe kunnen we nog verbaasd staan over de ongeïnteresseerdheid van veel jongeren? Zo veel is een gesloten boek voor hen gebleven. Als je nooit hebt kunnen snuffelen, telkens weer aan fijne dingen - en als je niet de kans hebt gekregen in alle rust te proeven en nog eens te proeven, dan ga je behoren tot de zeer uitgebreide familie WATIKNIETKENDATLUSTIKNIET. De smaak is verschraald en het 'genot' is beperkt tot een prak en een opgeklopt puddinkie toe.

dinsdag 15 oktober 2019

Hugo Brems • 16 oktober 1982

Hugo Brems (1944) is emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de KU Leuven. In 1983 publiceerde hij Onze armoede is doorzichtig als glas Fragmenten uit een Pools dagboek, Warschau 14 tot 28 november 1982.

Dinsdag 16
Na de les, om 1 u., ga ik met Z. naar de mensa van de universiteit. Zij verzekert mij dat het eten er heel redelijk is, beter dan in de mensa van Gent. Zonder veel enthousiasme verdedig ik het eten van de Leuvense Alma. Er staat een rij, maar het gaat vlug. Ze heeft bonnetjes, ook voor mij. Ze opent een portefeuille propvol bonnetjes, ticketjes, biljetjes in alle vormen, kleuren en maten: voor de tram, de bus, het vlees, de koffie, de boter, de thee, voor sigaretten of wijn, koffie of vodka (moeilijke keuze in veel gezinnen!), voor het eten in de mensa, voor theater, voor benzine (15 liter per maand voor een kleine auto), voor schoenen (1 paar deze winter). Bonnetjes voor de mensa kan je pas krijgen als je andere vleesbonnetjes teruggeeft.

Er is groentesoep, een gehaktbal met puree, geraspte wortelen en zuurkool, en als dessert appelsnippers in rode appelgelei. Er is geen drank te krijgen, zelfs geen water. Het eten is inderdaad eetbaar, al smaakt de gehaktbal naar karton dat twee dagen in de regen gelegen heeft.

Daarna, in een ‘kawiarnia’, praten we bij een koffie over geld en de prijs der dingen. De prijzen zijn sinds vorig jaar erg gestegen, tot 500% voor sommige produkten. De zloty is gedevalueerd en de lonen zijn iets omhooggegaan. Tegen vorig jaar is de gemiddelde levensstandaard met ongeveer 30% gedaald. Het gemiddelde inkomen is ongeveer 11000 zl., een hoogleraar verdient ca. 16000 zl. De hoogste lonen worden uitbetaald aan mijnwerkers: tot 50000 zl. Zij zijn onmisbaar, want de uitvoer van steenkool is de belangrijkste bron van inkomsten voor het land. Over wonen: dat is erg ingewikkeld. In ieder geval is het duidelijk dat je op een wachtlijst komt, waar je tot 10 à 15 jaar moet wachten voor je een woning krijgt. Ouders (Vooruitziende Socialistische Vrouwen! zetten hun pasgeboren kinderen alvast op zo'n lijst.

Om drie uur zal ik opnieuw les geven. Er moeten dia's getoond worden. En inderdaad, na wat geharrewar komt er een dia-apparaat te voorschijn. Een scherm is er niet bij. Door enkele affiches van de muur te halen komt er een voldoend grote plek op de muur vrij: het werkt! Bij gebruik tijdens de les wordt duidelijk dat het mechanisme om vooruit te gaan defect is, enkel achteruit: zo gaat het hier tegenwoordig. Met welgemikte klopjes tegen de lader kan ik het telkens enkele dia's vooruit doen schieten. Dan weer achteruit om op de juiste plaats te belanden. Ik ontwikkel daarin een verfijnde techniek. Ik word Pool met de Polen.

Om halfacht zullen we naar het theater gaan. Van eten is geen sprake. Overigens is het zo dat hier erg onregelmatig gegeten wordt. Zo is er ook voor de studenten in geen middagpauze voorzien: er wordt gegeten tussen 1 en 5 u., als het uitkomt.

Om de tijd vóór het theater door te brengen wandelen we naar de oude stad. Naast een kerk vindt een vreemde manifestatie plaats. Er is een groot bloemenkruis neergelegd, met daaronder het teken ‘V’ van Victorie. Daarbij tientallen brandende kaarsen, en errond een snel aangroeiende groep mensen. Ze zingen. Eerst een lied voor de zwarte madonna van Czestochowa, een religieus lied met sterke politieke implicaties. Dan zet een forse vrouw, met twee krukken, een nieuw lied in: het Poolse volkslied met een aangepaste tekst. Ik begrijp enkel de woorden Walesa en Solidarnosc Polska. Ik verneem dat het erom draait dat Solidariteit pas zal verdwijnen met de dood van de laatste Pool. Het is een opwindend, opruiend, ontroerend, indrukwekkend gebeuren. In de koude avondwind, bij het schijnsel van de kaarsepotjes: jonge en oude mensen, mannen en vrouwen met de eeuwige platte boodschappentassen, zingend uit volle borst, een bijna eindeloze reeks strofen, voorgezongen door de krukkenvrouw.

We wandelen verder de oude stad in en praten over de staat van beleg en de invloed daarvan op het dagelijks leven. Iedereen kan zonder waarschuwing opgepakt worden en voor een militaire rechtbank gebracht, telefoongesprekken worden afgeluisterd, brieven geopend: de mensen worden angstig, achterdochtig. Maar, daar is iedereen het over eens: deze dictatuur is uiteindelijk nog milder dan het ‘gewone’ leven in bijv. de DDR of de Sowjetunie.

Theater Polski speelt een stuk van Mroźek. De zaal loopt stampvol. Ik versta geen woord. Er wordt veel en spontaan geapplaudisseerd. Het blijkt dat het stuk direct op hedendaagse Poolse situaties toepasbaar is. Het is gesitueerd in de 18de eeuw, in de voordagen van de Franse revolutie, en het gaat over o.m. vrijheid en rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid wordt allegorisch voorgesteld als een meisje, geboren uit het hoofd van een filosoof. Zij wordt door iedereen gezocht, er wordt met haar geleurd, zij wordt vereerd, maar in feite geprostitueerd, verkracht, verkocht. Na afloop wordt er eindeloos gejuicht. Commentaar van Z.: ze hebben de waarheid gehoord.

maandag 14 oktober 2019

George Orwell • 15 oktober 1940

George Orwell (1903-1950) was een Britse schrijver en journalist. Van 1941-1943 werkte hij voor de op India gerichte Eastern Service van de BBC, waardoor hij de politieke en militaire ontwikkelingen op het vasteland op de voet volgde. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd als Diaries. gedeeltes eruit zijn hier te lezen. De Nederlandse vertaling (van Nelleke van Maaren) is gepubliceerd in de reeks Privé Domein.

15.10.40
Writing this at Wallington, having been more or less ill for about a fortnight with a poisoned arm. Not much news – i.e only events of worldwide importance; nothing that has much affected me personally.

There are now 11 evacuee children in Wallington (12 arrived, but one ran away and had to be sent home). They come from the East End. One little girl, from Stepney, said that her grand-father had been bombed out seven times. They seem nice children and to be settling down quite well. Nevertheless there are the usual complaints against them in some quarters. E.g. of the little boy who is with Mrs. —–, aged seven: “He’s a dirty little devil, he is. He wets his bed and dirties his breeches. I’d rub his nose in it if I had charge of him, the dirty, little devil.”

Some murmurings about the number of Jews in Baldock. —– declares that Jews greatly predominate among the people sheltering in the Tubes. Must try and verify this.

Potato crop very good this year, in spite of the dry weather, which is just as well.

zondag 13 oktober 2019

Gerrit de Veer • 14 oktober 1596

Gerrit de Veer (ca. 1570 - na 1598) was een bemanningslid van de expeditie onder leiding van Jacob van Heemskerk en Willem Barentsz, die vastraakte in het poolijs en moest overwinteren op Nova Zembla. Zij reisjournalen werden gepubliceerd als Waerachtighe beschryvinghe van drie seylagien, ter werelt noyt soo vreemt ghehoort (1598). Het verslag is in hedendaags Nederlands hertaald door Vibeke Roeper en Diederick Wildeman, en gepubliceerd als Nova Zembla. Het ware verhaal.

11 oktober
De wind was zuid en het was stil en minder koud. We brachten onze wijn en andere voorraden aan land. Toen we daarmee bezig waren kwam er een beer naar ons toe. We hadden hem wel zien liggen, maar hadden hem eerst voor een ijsschots aangezien. Waarschijnlijk hebben we hem met ons geschreeuw gewekt. We schoten op hem, maar hij liep weg en wij gingen weer aan het werk.

12 oktober
De wind was eerst noord en later west. Met acht man gingen we naar het huis en sliepen er die nacht voor het eerst. Het was vreselijk koud want we hadden nog geen slaapplaatsen getimmerd en er waren bijna geen dekens. We konden het vuur ook niet de hele nacht laten branden want de schoorsteen was nog niet klaar en we stikten bijna van de rook in huis.

13 oktober
De wind was noord en n.w. We gingen met ons drieën naar het schip om een slee vol bier te halen. Het begon steeds harder te waaien en toen we naar het huis terugliepen stormde het plotseling zo hard dat we gedwongen waren naar het schip terug te keren en de slee te laten staan. Binnen in het schip was het ook heel koud.

14 oktober
Het vat dat 's nachts buiten had gestaan was kapotgevroren, maar het bier dat eruit lekte, was meteen bevroren. We namen het vat mee naar het huis en schepten het bier dat niet bevroren was eruit. Het leek wel alsof alle kracht van het bier in dat kleine beetje vloeibare bier zat; het was veel te sterk om te drinken. We ontdooiden het bevroren bier, maar dat smaakte naar water, en toen we het mengden met het sterke bier werd het helemaal krachteloos en smakeloos.


Originele tekst:

Den 11. October wasset stille, ende de wint was z. ende warmachtich weder. Doen brachten wy onse wijn aent landt, ende ander victualie. Ende als wy doende waren om die wynen uytet schip te hysen, soo isser een Beyr die daer achter een schots ys lach, (als oft hy deur ons roepen wacker gheworden was) naet schip toe ghecomen, wy hadden hem wel sien legghen, maer meenden dattet een schots ys was die daer lach. Als hy nu tot ons aen quam, schoten wy nae hem, maer hy liep wech, ende wy ghinghen met ons werck voort.

Den 12. October was de windt n. ende altemet wel soo w. ende doen begaven wy ons met de helft vant volck int huijs, ende sliepen doen de eerstemael daer in, maer leden doen groote coude deur datter noch gheen koyen ghemaeckt waren, ende niet te veel decksels hadden, ende conden gheen vier houden vermidts de schoorsteen noch niet ghemaeckt was, daer deurt seer bitter roockte.

Den 13. October was de windt n. ende n.w. ende beginde wederom seer hardt te wayen, ende wy gingen met ons drien naet schip, ende laden een slede met bier, maer als wy die gheladen hadden, meenende daer mede naet huys te gaen slepen, soo ontstacker soo onversiens een gheweldighen windt, onweer ende coude, dat wy ons wederom int schip mosten begheven, vermidts dat wyt buyten niet harden mochten, ende conden oock het bier niet wederom int schip cryghen, maer mostent buyten op de slede laen legghen. Int schip leden wy seer groote coude, om dat wy daer mede weynich decksel hadden.

Den 14.October als wy uytet schip quamen, so vonden wy de tonne biers die buyten op de slede was blyven staen, (zijnde een iopen vat) aenden bodem stucken ghevroren, maer deur de groote coude, vroort bier datter uyt liep, soo vast aenden bodem dicht toe, al oft met eenich vasthoudende lijm beclijmt hadde gheweest. Ende wy sleepten de voornoemde slede mettet bier naet huys toe, ende settede de tonne op zijn bodem, ende dronckense eerst leech, maer mostent bier eerst smelten, want daer was naulijcks eenich onbevroren bier int vat, dan inde selvighe vochticheyt was de cracht vant gantsche bier, alsoo dattet veel te sterck was te drincken, ende tghene dat bevroren was dat smaeckte als water, daer over alst ghesmolten was, soo menghden wyt onder malcanderen ende dronckent alsoo, maer twas gantsch crachteloos ende smaeckeloos.

zaterdag 12 oktober 2019

Salvador Dali • 13 oktober 1920

Salvador Dali was een Spaanse schilder (1904-1989). Na zijn dood werden zijn dagboeken uit 1919-1920 gepubliceerd.

Woensdag 13 oktober
Het dagelijkse liedje; de wereld nog min of meer hetzelfde. Het lijkt erop dat ik een atelier kan huren (het werd tijd!). Een onbewolkte dag... zonnig... Vandaag, terugkomend van Gallego, ontmoette ik een oom van Sala, een schorre, zwaarlijvige man met een volle baard en snor, rood in het gezicht en een groot liefhebber van schilderkunst en alcohol. Hij hield een ellenlange verhandeling over schilderkunst tegen me. Ze kwamen er allemaal in voor: El Greco, Velazquez, Zurbaran, tot aan Sorolla aan toe. Het was een indrukwekkend geouwehoer. Zo nu en dan bleef hij midden op het trottoir staan. Je moet eens letten op het perspectiefvan Las Meninasl .. Toen we ten slotte dan voor het casino Sport stonden, nam hij afscheid. Nou goed, tot ziens, we praten een andere keer nog wel eens verder over kunst. Dat krijg je nu van het gerucht dat de ronde doet dat ik verstand van schilderkunst heb en zelf ook schilder. Alles heeft zo zijn nadelen. Terwijl ik worstelde met de dij van Venus, brak er een vreselijk onweer los, bliksem, donder en een kolossale hoosbui... Ik moest me hard hollend naar huis spoeden. En daar wachtte mijn vader op me om samen met mij psychologie door te nemen, wat vooralsnog niet meer behelst dan nutteloos gezwam, net.als zoveel.andere dingen die je moet leren!

Donderdag 14 oktober
Dag van zon en gewoel, de straten vol mensen en drukte, rode mutsen, groene petten, blauwe blouses en kuddes zwarte en roze varkens, paarden en stieren die door de straat lopen waar het wemelt van de boeren. Op school niets nieuws, en bij Gallego hetzelfde als altijd. Wanneer het donker is, ga ik als elke dag naar de Rambla totdat het tijd is om naar tekenles te gaan.

Arthur Lehning • 12 oktober 1936

Arthur Lehning (1899-2000) was een Nederlandse anarchist, publicist en vertaler. Toen in 1936 de Spaanse burgeroorlog begon, sloot hij zich aan bij de Catalaanse anarchisten. Hij hield over die tijd een dagboek bij.

12 oktober
Maandagavond 12.10 ■ Ik lig in bed. Het regent de hele dag. Ik heb nu een Schwitz-bad genomen en ben weer gaan slapen. Was even bij Carbó. Dat leverde niet veel op. Überhaupt heb ik vandaag niet veel meer gedaan als heen en weer lopen.
Vandaag hebben voor het eerst veel autobussen voorop zwart-rode vlaggen. Alle cinemas hebben aan de gevel CNT [Confederación Nacional del Trabajo]. De eerste dagen was het nog erger. Toen groette de politie alleen met 'Vale Faï!; alle kerken, met inhoud, zijn verbrand. Vanwaar Helmut Rüdiger nu woont was het alsof de hele stad in brand stond. De ingangen van alle kerken zijn nu dichtgemetseld! Ook de doorgang van de kloostertuin waardoor we van Plaza Cataluna wel naar de Layetana gingen is dicht en uitgebrand.
Was bij de Franse sectie vandaag en sprak over reorganisatie, propaganda en samenwerking met iaa. Maar dat wordt door Souchy niet zeer bevorderd. Hij zou trouwens weer naar Madrid gaan voor propaganda. Ook Emma wil naar Madrid, maar ik weet niet of ze gaat...
Hier in de stad is alles normaal. Veel van de grote zaken op de Paseo zijn open. Het verkeer is iets minder. Particuliere auto's zie je weinig. Vrijwel iedere auto heeft CNT-FAT insigne - vandaag zag ik er een: CNT-AIT! Een enkele heeft een zwarte vlag voorop; alle anderen (van de comité's van ons) de zwart/rode. Sommige een vlag van een meter! Het zijn deze auto's, van alle partijen en comités die door de stad racen en de grote plakkaten over de voorgevels van de huizen met de naam van de organisatie of het syndicaat, die het 'stadsbeeld' wat veranderen. En geen politie! Men ziet weinig gewapenden, ofschoon natuurlijk allen met revolvers gewapend zijn. Buitenlandse kranten zijn er niet, met uitzondering van enkele Franse. Maar ik lees op het CR bij de propaganda-afdeling de Temps.
Maar in het algemeen voel ik me niet thuis in deze stad. Niet meer. Of nog niet? Ik weet het niet. Het hangt misschien ook met een en ander samen, de verhoudingen hier, (je kent die). Ik weet het niet. - Ook mogelijk, dat ik wat verdoofd ben van de verkouwenis.
Ik zag vandaag een zwaard, dat op de Arabieren veroverd was! Niet voor de poes. -