dinsdag 7 juli 2020

Bertolt Brecht • 8 juli 1920

Bertolt Brecht (1898-1956) was een Duitse schrijver. Uit: Dagboeken (vertaald door Hans Hom).

Donderdag, 8 juli 1920
Ik lees geboeid de brieven van Van Gogh aan Theo. Schokkende documenten van armoede en fanatiek werken zijn dat. In plaats van te eten schildert hij, en hij rekent uit hoeveel verf de tering hem oplevert! Hij heeft geen succes en werkt als een paard en ziet de toekomst haast altijd donkerder in dan het heden, dat al donker genoeg is. Daar kun je een hoop van leren, niet alleen op het menselijke vlak. Misschien zou het heel goed voor me zijn als ik zo werkte, verbeten en hardnekkig, zonder veel waarde te hechten aan inspiratie en te zinnen op indrukwekkende effecten. Maar dat breng je alleen maar tot stand in de beschrijving, je moet veel weten, het een en ander meegemaakt hebben en een bepaalde stijl hebben, die je overal bij kunt ‘aanwenden’. In ieder geval moet je een scherp oog hebben voor de ‘geest’, voor de krenten, het smaakvolle arrangement en het gepolijste. Doorslaggevend is het grootse raamwerk, de duistere, opgeworpen massa, het geagiteerde licht boven alles en de onverschrokkenheid van het menselijke hart, dat de dingen laat zien zoals ze zijn, en ze zo liefheeft.


In zijn allerlaatste, onafgemaakte toneelstuk Turandot voerde Brecht een personage Gogher Gogh op, maar of hij daarbij aan de schilder Van Gogh gedacht heeft ...

maandag 6 juli 2020

Friedrich Nietzsche • 7 juli 1862

• Je staat er niet zo bij stil, maar ook Friedrich Nietszsche (1844-1900) was ooit jong. Deze brief schreef hij op 17-jarige leeftijd aan zijn zus Elisabeth. Uit: Afgemat als een eendagsvlieg bij avond. Een selectie uit de brieven 1858-1879 (vertaald door Hans Driessen).

Gorenzen, 7 juli 1862
Met mij gaat het trouwens, net als met jou mag ik hopen, buitengewoon goed. Ik heb de eerste drie dagen van mijn vakantie in Naumburg doorgebracht, ben in het circus Hinné geweest, ben dan vrijdag naar Gorenzen doorgereisd en heb daar heel prettige dagen gehad. Gisteren ben ik naar een feest op slot Rammelsburg geweest. In de slotzaal werd een concert gegeven; de freule zong heel aardig, een gouvernante piepte heel jammerlijk door de genade-aria heen; over het geheel genomen echt dilettantisch. Het werd half zeven; er stonden zwarte wolken aan de hemel. In een fabrieksgebouw waarin we toevlucht hadden gezocht, werden we verrast door een geweldig onweer, met bliksem, onweer en bakken regen; toen dit voorbij was gingen we (mama en ik) weer op weg en baggerden door een vreselijke modder en verveelden ons, totdat we plotseling door een nieuw onweer werden overvallen en arm in arm, door de felste bliksem belicht, door en door nat werden. We zagen er echt belachelijk uit; de hele geschiedenis was trouwens niet van alle levensgevaar gespeend, hetgeen me toch weer goede zin gaf. Mama zal je de rest wel vertellen. [...]

zondag 5 juli 2020

Gustave Flaubert • 6 juli 1852

• De Franse schrijver Gustave Flaubert (1821-1880) aan zijn minnares, de Franse dichteres Louise Colet (1810-1876). Hij spreekt zich uit over haar ontluikende affaire met de flamboyante dichter Alfred de Musset. Uit: De kluizenaar en zijn muze. Brieven aan Louise Colet [vertaald door Edu Borger].

Croisset, dinsdag 6 juli 1852 
Ik heb in mijn eentje en op mijn gemak je laatste lange brief met het verhaal van je uitstapje in de maneschijn herlezen. [...] Je zou me verkeerd begrijpen als je meende dat ik je iets verweet. – Je kunt je daden meester zijn, maar je gevoelens nooit. Ik vind alleen dat je er verkeerd aan gedaan hebt nog een keer met hem uit rijden te gaan. Je hebt dat in alle onschuld gedaan, dat wil ik best geloven. Maar als ik in zijn schoenen stond, zou ik het je niet vergeven. Hij zou je voor een flirt kunnen aanzien. – Het is nu eenmaal een conventie dat je niet met een man een ritje in een rijtuig maakt om de maan te bewonderen. En het heerschap Musset is allemachtig conventioneel. – Zijn ijdelheid is van burgerlijke komaf. Ik denk niet (wat jij denkt) dat hij vooral gevoel voor kunst had. – Hij had het meeste gevoel voor zijn eigen hartstochten. Musset is meer dichter dan kunstenaar, en op dit moment meer mens dan dichter – en een armzalig mens. Musset heeft de kunst nooit gescheiden van de sensaties waarvan zij het complement vormt. Muziek is naar zijn idee geschapen voor serenades, de schilderkunst voor het portret en de poëzie om de harten te vertroosten. Wanneer je zo de zon in je broek wilt stoppen, verbrand je je broek en pis je op de zon. En dat is hem overkomen. 

William Townsend • 5 juli 1937

William Townsend (1909-1973) was een (sociaal bewogen) Britse kunstenaar. Uit: The Townsend Journals

BLACKSHIRTS IN KENT

5 July 1937
Canterbury had its dose of fascism today. [Oswald] Mosley at the Forrester's Hall. The Keables and all our Peacemaker group except David, with a few reinforcements from Wye College and from Sandwich, went down as an opposition body; but three quarters of the audience was [in] opposition. This led to a few scuffles with the gangster stewards, grimacing at every interrupter as if they were all dictators already, to a couple of ejections and a blow on the head from a baton for one young fellow.
Mosley's speech was a very clever one indeed; in fact, beautifully twisted, but when he had got his agricultural policy put across he was clearly out to provoke bad feeling and make excuses for abuse and shouting and whipping up his own followers' enthusiasm. He never hesitated to call an interrupter a bone-head, a village idiot, a puppet who was preventing 'this large and intelligent audience' from listening to him. Two-thirds must have been bone-heads, as they clearly did not like him.
Trickiness is Mosley's greatest virtue; he is not a magnetic personality - even striding down Canterbury's peaceful high street with his bodyguards.

Noël Coward • 4 juli 1943


Noël Coward (1899-1973) was een Britse toneel- en musicalschrijver. Uit The Noël Coward Diaries.

Sunday 4 July 1943
At twelve o'clock the Prime Ministerial car fetched me and drove me to Chequers. Found Mrs Churchill alone and played a little croquet with her. The PM was very amiable and charming. I played 'Don't Let's Be Beastly to the Germans' over and over again, and he was mad about it.
After tea I had a long talk with him about [Wendell] Willkie and de Gaulle (whom he doesn't like and suspects of being a potential little French Fuehrer). Sarah Churchill [dochter en actrice] appeared on leave. A little more general conversation, then an hour closeted with the PM. during which we played six-pack [bezique] and I took ten shillings off him. At dinner he was very gay and sang old-world Cockney songs with teddy bear gestures. In the course of the day, he admitted that he had been mistaken over the abdication. Mrs Churchill added later that his mistake had been providential because it had kept him out of office at a moment when it would have been compromising. After dinner we saw a news-reel and I played the piano for hours and then left.

donderdag 2 juli 2020

Ruth Andreas-Friedrich • 3 juli 1945

Ruth Andreas-Friedrich (1901-1977) zat in de Tweede Wereldoorlog in het Duitse verzet. Haar dagboek uit die tijd is vertaald (door B. Mackenzie) als Berlijns dagboek 1938-1948.

Dinsdag, 3 juli 1945
De Amerikanen zijn er! Frank heeft ze met eigen ogen gezien. Tenminste een van hen. In de buurt van de Schloszstrasse. Ze zijn dus toch gekomen. De overwinnaars uit het westen, op wie we sinds begin april gewacht hebben. Het gerucht ging al lang door de stad. Zeven dagen al verwelken aan de lantarens van de westelijke invalswegen de denneslingers en begroetingsversieringen. Tot we ophielden, erin te geloven. Nu is het sprookje werkelijkheid. Over de kaart van de stad gebogen, bepalen we in het ene stadsdeel na het andere de grens van de bezettingszones. Russisch, Frans, Engels, en Amerikaans. Vier overwinnende naties - vier bezettingszones. Merkwaardig, denk ik, dat de wereldverzoening begint met het vierendelen van Berlijn.
[...]
's Middags fietsen we naar het omroepgebouw. In een gesloten peloton, want fietsen zijn nog altijd zeer schaars. Wie alleen op weg gaat, loopt gevaar er zijn vervoermiddel bij in te schieten. In het omroepgebouw wordt het 'Cultuurverbond voor democratische vernieuwing van Duitsland' opgericht. Andrik dirigeert de Philharmoniker.
De zaal is tot de nok gevuld. Men wil zich democratisch vernieuwen. Men heeft de eerlijke wil tot opbouwen en verantwoorde prestaties leveren. Als ze alleen maar niet zoveel praatten. Frank, die naast me zit, gluurt al voor de derde maal vertwijfeld op zijn horloge. Al twee en een half uur lang volgt de ene feestrede op de andere. 'Wij mannen van de kunst, wij mannen van de wetenschap... wij mannen van het nieuwe Duitsland.' Bijna niemand van de acht prominenten, die hier met het verleden afrekenen en zich inspannen voor de sanering van ons culturele leven, schijnt in de gaten te hebben, hoe weinig geslaagd tot nu toe de sanering van zijn eigen spreekstijl is. Nog altijd gaat het hun om Het Hoogste en Uiterste, om het Geweldigste en Verhevenste. Over scholing, inzet, plannen ontwerpen, doelstelling en marsrichting spreken ze met een kinderlijke onbevangenheid. En waar blijven de vrouwen?
Een beetje teleurgesteld verzamelen we ons in de solistenkamer om naar huis te rijden. Op de een of andere manier had elk van ons zich de start in de democratische vernieuwing anders voorgesteld.

woensdag 1 juli 2020

Connie Palmen • 2 juli 2010

Connie Palmen (1955) is een Nederlandse schrijfster. Haar partner Hans van Mierlo overleed in 2010. Haar dagboekaantekeningen uit het jaar na zijn overlijden publiceerde ze als Logboek van een onbarmhartig jaar.

2 juli 2010
Al dagenlang te neerslachtig en lusteloos om aantekeningen te maken. Wat wel lukt is in de bestaande tekst ingrijpen, het werk doen van de romanschrijver, die ene zin als opening kiezen voor dit boek. Ingrijpen, veranderen, structuur aanbrengen, de dictatuur van de dag verlaten, aan de tirannie van de tegenwoordige tijd ontsnappen.
Schrijven is altijd een vorm van verraad. Was ooit bedoeld als de eerste zin van Judas. Verraad is een thema, het verraad van de schrijver. Meer nog dan de roman is het dagboek het genre van het verraad. Jaren geleden, toen Hans me voor het eerst een fragment uit zijn dagboek voorlas, raakte ik daarvan in de war en werd boos. Hij begreep er niets van. Terwijl hij me had willen bekoren met zijn woorden, zat ik te tieren. 'Het was anders, het is alsof we niet hetzelfde hebben meegemaakt,' herhaalde ik steeds. Mijn herinnering aan wat hij beschreef, strookte niet met de zijne. Hij probeerde mijn boosheid te begrijpen. Hij zei dat ik er natuurlijk niet aan gewend was om beschreven te worden. Ik heb dat tegengesproken. Ik heb hem pas later daarin gelijk gegeven, en toen ook begrepen dat ik niet kwaad was, maar bang.

4 juli 2010
Ik ga steeds meer terug in de tekst, om er iets van te maken. Het is verraad, bedrog, een schending van de belofte van het genre. Hoe kun je dit nog een logboek noemen? Zouden alle dagboekschrijvers de dictatuur van de dag verlaten, de wetten van het genre schenden, verfraaien, verdiepen, invoegen, aanvullen?