maandag 15 juli 2019

Marie Bashkirtseff • 16 juli 1879

Marie Bashkirtseff (1858-1884) was een Oekraïense schilderes, die na haar dood — ze overleed aan tbc — vooral bekend is geworden door haar dagboek, dat als Waarom zou ik liegen in het Nederlands vertaald is (door Marianne Kaas).

Woensdag 16 juli. – Ik ben verontrustend futloos; ze zeggen dat tyfoïde koorts zo begint. Ik heb nare dromen. Als ik eens doodging? En het verwondert me hogelijk dat sterven me geen angst aanjaagt. Als er een ander leven is, zal het zeker beter zijn dan het leven dat ik hier op aarde leid. En als er eens niets was na de dood...? Dan is er des te meer reden niets te vrezen en te wensen dat er een einde kwam aan zorgen zonder luister en kwellingen zonder roem. Ik moet mijn testament maken. Om acht uur ’s morgens ga ik aan het werk, en om vijf uur ben ik zo vermoeid dat ik niets meer aan mijn avond heb; ik moet toch mijn testament schrijven.

zondag 14 juli 2019

Hanny Michaelis • 15 juli 1940

Hanny Michaelis (1922-2007) was een Joodse Nederlandse schrijfster. Haar oorlogsdagboek is onlangs in twee delen verschenen bij Van Oorschot (bezorgd door Nop Maas).

Maandag 15 juli '40 ± 10 uur 's avonds
Ik heb vandaag mijn gedichten weer eens doorgelezen en ik ben daarbij tot de conclusie gekomen, dat ik er precies 20 in 't geheel aan jou heb gewijd. En het leuke is, dat ze een afgerond geheel vormen. Het begint met een klein gedichtje 'Door jou', dat ik in october '38 schreef en dat een vage voorspelling van alles wat er op volgt inhield. En het eindigt met 'Herinnering', dat ik van de winter heb geschreven en waarin ik me bewust maakte, dat ik niet meer verliefd op je was.
Twaalf gedichten heb ik aan Eldert gewijd, drie van de laatste tijd en de rest uit de derde en het begin van de vierde klas. Maai' ik denk, dat er nog heel wat bij zullen komen.
Fritz Loewenberg kan maar aanspraak maken op vijf gedichten en last not least (??) heb ik er nog twee geschreven, die op Thijs waren geïnspireerd. Want je zal het niet geloven (ikzelf geloof het amper!), maar inderdaad, in de periode tijdens en onmiddellijk na het Pinksterkamp waar de 'idylle' begon, was ik wérkelijk verliefd op hem. Later, toen ik hem al beter leerde kennen en zelf ook wat kritischer begon te worden, was de aardigheid er voor mij al heel gauw af.

August Muls • 14 juli 1917

August Muls (1878-1958) beheerde samen met zijn broer Henri een mangaanmijn in Georgië, toen hij in 1917 opeens klem kwam te zitten tussen de oprukkende Russische revolutie en de Duitse bezetters. Hij hield in die tijd een dagboek bij.

Zaterdag 14 juli
Mimi komt een dag bij ons doorbrengen. Ze is groot en struis geworden en is reeds een juffrouwtje. Pieter is ze op de weg van Tsjiatoeri gaan afhalen en brengt haar ook tegen de avond terug. Ze is heel lief en vriendelijk.
Ik ga 's namiddags naar Tsjiatoeri om eens Nicolas Avgherino en andere kennissen te bezoeken. Manolopoelo vind ik niet thuis, wel Manuelides, eindelijk Nicolas Avgherino waar ik goed onthaald word, blijf avondmalen en zelfs moet blijven slapen.
Pieter die Mimi naar huis terugbracht, zou me bij Nicolas moeten komen afhalen, maar hij komt niet en later komt het uit dat hij in de afwezigheid van Taburiaux in dezes huis is blijven slapen. Hoe onvoorzichtig! Ook doe ik het hem opmerken.

Zondag 15 juli
Bezoek van vaders graf. Er ligt een bloemtuil die zeker door onze gebuurvrouw gebracht is. Daarna doen we een wandeling rond het dorp. Nicolas gaat regelmatig 's zondags naar Satsjkeri om aankopen te doen, maar buiten een stuk meestal slecht vlees brengt hij weinig aan. Ik doe opmerken dat het mij toeschijnt dat Tsjiatoeri een betere plaats voor aankopen moet zijn dan Satsjkeri: het is veel belangrijker en als centrum moeten er veel meer waren aangebracht worden dan in Satsjkeri. Pieter beweert dat hij vroeger naar Tsjiatoeri ging en nog minder aanbracht. Ik denk dat Pieter zich van alles door de knecht laat wijsmaken, die een bijzonder persoonlijke reden moet hebben om naar Satsjkeri te willen gaan. Ik vind dat hij veel te veel vrijheid en onafhankelijkheid geniet en Pieter hem al eens moest vergezellen, al ware het slechts om een controle op de prijzen te hebben, want die jonge kerel rekent wat hij wil voor zijn aankopen.

Stijn Streuvels • 13 juli 1917

Stijn Streuvels (1871–1969) was een Vlaamse schrijver. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield hij een dagboek bij. [Schilderij van Modest Huys].

9 juli 1917
We worden verwittigd dat er morgen om 6 en half controle is voor alle manspersonen van 16 jaar tot 45! Grote angst en onrust bij de mensen die van alles verwachten; meestal wordt er geloofd dat men al het volk dat zich aanbiedt, zal mede nemen en als arbeiders wegvoeren. Er wordt overal besproken wat men best doen zou: gaan of thuisblijven en de meningen zweven tussen die twee uitersten. Er is nog iets bijgekomen, namelijk dat het uitgelekt is: dat de burgemeester zelf (op bevel van de kommandant) de lijst van de 30 opgeëisten heeft opgesteld en geleverd; anderen noemen de schepen, de secretaris en zelfs de veldwachter; vandaar grote ontevredenheid bij de betrokkenen, waaronder de zoon van de schepen en enige boerenzonen! Haat en wraaklust lopen onder het volk.

[...]

12 juli 1917
De opgeëisten die voortvluchtig zijn worden achternagezeten als de wolven en effenaan [telkens] er één uitgehaald wordt of zich aangeeft, leidt men hem in de poort van 't gemeentehuis die voorlopig dient als gevangenis. In die poort gaat het er anders lustig toe; de kerels zitten er te zingen en zottigheid te verrichten en de inwoners brengen hen te eten.
Vandaag worden er bijgebracht van de omliggende gemeenten en daar zoëven gingen er een bende van in de twintig voorbij uit Waarmaarde, tussen vier soldaten, en zij zingen de Vlaamse Leeuw. Een ellendige manier om het Guldensporenfeest te vieren.
En de grote wraakroep blijft gericht tegen de burgemeesters; - in de poort van 't gemeentehuis is men een lied aan 't dichten waaruit ik een reek1 verstaan heb die luidt: We zijn verkocht door een Judas.

13 juli 1917
Om 6 uur komen in bende, zingend de Vlaamse Leeuw, de opgeëiste jongens van Tiegem en trekken hier voorbij naar Otegem.
Hier in 't gemeentehuis gaat de poort open van de peerden-stal en de gevangenen komen op straat. Ze worden in rijen van vier geplaatst en uitgeleid door enige soldaten, trekken zij ook op naar Otegem. Een lange schreeuw, met armgezwaai, is hun afscheidsgroet aan de gemeente. Een boerenwagen is volgeladen met hun pakken. Zusters en lieven doen de jongens uitgeleide, moeders en magen [verwanten] blijven alleen met hun verdriet, staan wenen. En die er minst van al in weten [om geven] zijn de opgeëisten zelf.
Een nieuw drama is afgespeeld en nieuwe slachtoffers van de oorlog wachten hun lot af.

donderdag 11 juli 2019

Lodewijk van Deyssel • 12 juli 1891

Lodewijk van Deyssel (1864-1952) was een Nederlandse schrijver. Hij hield verschillende dagboeken bij, onder meer over zijn dwangmatige neiging tot onanie.

• Portret: Jan Veth.

Zondag 12 Juli 1891, 12u. 45 middag.
Het is nu het geschikte seizoen om de bestrijding der onanie weêr met kracht te beginnen. Geestelijk om dat ik in een zeldzame periode van wil-werking ben, stoffelijk om dat de slaapkamer ’s zomers een geriefelijker werkplaats voor de mechanische bestrijding is dan ’s winters èn om dat ik er nu eenig geld voor beschikbaar heb indien dit noodig mocht zijn (voor instrumenten, dwang-buizen, enz.)
Kom, laat ik nu eens maken dat met 1[e] november de onanie zoo goed als overwonnen is. […] Trouwens, het door-zetten van goed-opstaan moge niet zóó moeilijk zijn, - het komt in moeilijkheid de overwinning der onanie zéér nabij. In het eerste lijk ik eenigszins te slagen, - waarom zoû dat met het laatste óok niet het geval kunnen zijn. Te meer daar ik tegen de onanie nog sterker mechanische maatregelen kan nemen dan tegen het opstaan. Want de houten met spijkers beslagen handomhulsels, die mij de onanie mechanisch beletten, staan gelijk met een mekanieke matras, die mij, op het uur dat het wekkertje afloopt, uit het bed zoû smijten.

Friedrich Hölderlin • 11 juli 1794

• Het geijkte beeld van de Duitse dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843) is dat van een tragische, wereldvreemde en geesteszieke dromer. De brieven in Onder een ijzeren hemel (vertaald door Kester Freriks) corrigeren dit beeld ingrijpend. Hölderlin treedt hierin naar voren als een openhartige, strijdvaardige en scherp analyserende correspondent die ook graag de stormen van zijn hart prijsgeeft. Hij voerde een intensieve correspondentie met zijn vriend, de schrijver en theoloog (en dus blijkbaar ook vertaler) Ludwig Neuffer.

Tussen 10 en 15 juli 1794
Je vertaling van ‘Catilina’ [een werk van de Romeinse geschiedschrijver Sallustius] interesseert me des te meer daar ik de geschiedenis vorig jaar heb gelezen en ze me nog helder voor de geest staat. Het is echt een bezigheid voor het juiste moment. Je hebt gelijk: vertalen is een heilzame gymnastiek voor de taal. Ze wordt fraai en lenig als zij zich op die wijze naar een haar vreemde schoonheid en grootheid, en ook vaak naar vreemde grillen, moet schikken. Maar hoezeer ik je ook bewonder dat je je met zoveel hardnekkigheid oefent in de middelen teneinde je doel te bereiken, toch moet je erop rekenen van mij een brandbrief te ontvangen wanneer je na voltooiing van beide werken die je op het ogenblik onder handen hebt een nieuwe vertaling begint. De taal is orgaan van ons hoofd, ons hart, teken van onze fantasieën, onze ideeën; ons moet zij gehoorzamen. Heeft ze echter te lang in vreemde dienst geleefd dan valt, dunkt me, te vrezen dat ze nooit meer ten volle de vrije, zuivere, door niets anders dan het innerlijk, uitsluitend door het innerlijk gevormde uitdrukking van onze geest wordt.

dinsdag 9 juli 2019

Jean Cocteau • 10 juli 1953

Jean Cocteau (1889–1963) was een Frans dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker. Een selectie uit de dagboeken die hij tussen 1942 en 1954 bijhield zijn in het Nederlands verschenen onder de titel Dagboek van een duizendkunstenaar (vertaald door Joop van Helmond).

10 juli
Manolete zelf werd soms uitgefloten en toch was hij een god van het stierengevecht, zoals Nijinski een god van de dans was. Hij werd in triomf op de schouders naar zijn hotel gedragen. (Het Oriente-hotel op de Rambla.) De dood van Manolete dompelde het hele land in rouw. Hij werd gedood in de arena van een dorpje. In een stad hadden ze hem kunnen redden. Maar zo is het misschien beter. Ze hadden ongetwijfeld zijn been moeten afzetten. In de kleinste herbergen vind je allegorische afbeeldingen van hem.

In Spanje verbiedt de kerkelijke censuur alles. Toneelstukken kunnen één keer worden opgevoerd (door het kamertheater) als de kerk daarvoor tenminste toestemming heeft gegeven. Grote acteurs zijn bereid één avond te spelen omdat ze geen andere klassieke of moderne rollen kunnen spelen. Het gevolg van deze kerkelijke censuur is het tegenovergestelde van waar de kerk op uit is. Dit gewelddadige volk dat tuk is op gewelddadige vertoningen, zoekt ze, omdat ze ze niet in het theater vindt, op in het leven en in de politiek. De kerk staat de corrida's toe omdat ze het publiek ervan weerhouden na te denken. Verhinderen te denken, zoals de kardinaal in Bacchus zegt, daar is de kerk alleen maar op uit.

Dali had in Barcelona een mis willen organiseren, decoreren en aankleden voor het zielenheil van Picasso, om hem terug te brengen naar de katholieke kerk. De regering stemde ermee in. De kerk verzette zich ertegen.

De corrida van Dali, waarin de dode stier per helikopter de lucht in werd getild. Dominguin [beroemde torero] was ervoor (hij schuwde enige publiciteit niet). Er werd veel over deze corrida gesproken. Ze heeft nooit plaatsgevonden.

Na de revolutie heeft de kerk geprobeerd zich gevreesd te maken. Ze heeft zich alleen gehaat gemaakt. Het Spaanse volk is bijgelovig, maar heeft een afkeer van priesters. Daarom werd hun bij de eerste opstand de hals afgesneden.

Tennessee Williams is vanochtend aangekomen. We hebben samen de flamencodansers gezien. William altijd wat stijf, staat altijd wat af van wat niet seksueel is.