zaterdag 26 november 2022

George Sand • 28 november 1834

• De Franse schrijfster George Sand (1804-1876) en de Franse schrijver Alfred de Musset (1810-1857) hadden korte tijd een veelbewogen relatie met elkaar. Het fragment is afkomstig uit Sands dagboek. Uit: Een moeilijke liefde. De correspondentie tussen George Sand en Alfred de Musset en een keuze uit het dagboek van George Sand (vertaald door W. Scheltens).

Vrijdag 28 november 1834
Liszt zei vanavond tegen me dat alleen God verdiende bemind te worden. Dat is mogelijk, maar wanneer je van een man gehouden hebt, dan is het heel moeilijk om van God te houden, dat is zo anders. Het is waar dat Liszt eraan toevoegde dat hij in zijn leven alleen levendige sympathie heeft gevoeld voor meneer de Lamennais en dat een aardse liefde zich nooit van hem zou meester maken. Hij is heel gelukkig, die kleine christen. Vanochtend heb ik Heine gezien, hij zei dat men alleen met zijn hoofd en met zijn zinnen liefhad en dat het hart maar weinig te zoeken had in de liefde. Ik heb mevrouw Allart om twee uur gezien, zij zei datje listig moest zijn bij de mannen, en datje moest doen alsof je boos was om ze weer terug te krijgen. Alleen Sainte-Beuve heeft me geen pijn gedaan en geen onzin tegen me gezegd. Ik heb hem gevraagd wat liefde was en hij antwoordde: 'Dat zijn de tranen, u huilt, dus u hebt lief.'
Oh ja, mijn arme vriend, ik heb lief. Ik roep tevergeefs de hulp in van de woede, ik heb lief, ik zal eraan doodgaan, of God zal voor mij een wonder verrichten, hij zal ervoor zorgen dat ik literaire ambitie krijg of devoot word, ik moet zuster Martha opzoeken.

Jan Wolkers • 27 november 1972

Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver en kunstenaar. De dagboeken die hij in de jaren '70 bijhield zijn vrijwel allemaal uitgegeven.

MAANDAG 27 NOVEMBER 1972
Begin met tweemaal lomudal. Ervoor steeds driemaal lomudal sinds ik met celestone ben opgehouden.
Schrijf'De Venus van de Huishoudschool' af en tik het uit. Heb nu zestig dik beschreven vellen.
Breng Maria en Karina naar Engels. Ze hoeven maar tot negen uur vanavond. Als ik ze kom halen blijkt dat de leraar toch komt voor dat laatste uur, maar de hele klas is weggeslopen als spijbelende schoolkinderen. Onderweg smalend gelach over die zeikerd van een Stephen Dedalus. Maria gaat even mee naar huis want ik heb jonge kapucijners voor ze met spek. Terwijl ik het klaarmaak kijken zij naar het laatste stuk van 'Shanghai Express' met Mariene Dietrich. Maria zegt later van die kapucijners: 'Dat is beter dan Stephen Dedalus.'

DINSDAG 28 NOVEMBER 1972
Tweemaal lomudal.
Naar de stad voor sinterklaasinkopen. Eerst plakkaatverf, dan naar de Salty Dog. De Chinese jongen die er helpt is in Shanghai geboren. Zijn ouders zijn naar Mozambique gegaan. We kopen een Japanse kimono voor Jeroen. Voor mij weer een stuk of wat truitjes. Dan gaan we naar de Bijenkorf voor lakens, een grill voor Eric en nog wat kleine dingen. Bij De Lange kopen we een boek over het grafische werk van de impressionisten. Filmboeken overOrson Welles, de filmmusical. Daarna gaan we eten bij de Chinees. Lekker veel. Erna rode pilletjes.
Thuis aan het werk. Heb erge slaap. Val gewoon, terwijl ik de laatste stukken van mijn werk aan het lezen ben, in slaap. Een uurtje. Ga dan achter mijn schrijfmachine zitten. Voel me beroerd. Heb enorme behoefte aan iets zoets. Ga naar de nachtwinkel en koop een pakje stroopwafels en bonbons. Niet lekker. Trek me dan maar af. Denk erbij aan Karina en Anna. Erg opwindend.

WOENSDAG 29 NOVEMBER 1972
Tweemaal lomudal.
Stemmen om elf uur even op Marcus Bakker. Een oud vrouwtje vraagt zeurderig of iemand haar de lijst van de vvd kan aanwijzen, want ze is haar bril vergeten.
Kijken de hele avond naar de verkiezingsuitslagen op de televisie. Links wint, maar lang niet genoeg.

Dorothee Sölle • 26 november 1985

Dorothee Sölle (1929-2003) was een Duitse politiek georiënteerde theologe, die vele boeken schreef. Tijdens een verblijf van twee maanden in New York in 1985 hield ze aan dagboek bij dat (door Ineke van der Worp) in het Nederlands is vertaald als Newyorks dagboek.

26-11
Muziek. Ik probeer een spaans lied te beluisteren en de tekst op te schrijven. Het is niet erg makkelijk — ik heb altijd nog gemengde gevoelens ten aanzien van het plan in het voorjaar naar Nicaragua te gaan. De angst komt vaak na het spaans leren naar boven. Is deze angst algemeen - voor deze vaak flagrante macho-cultuur, is het mijn onzekerheid — wat betreft de taal of de mensen? Alle wanhopige nachten, toen ik van het geval met C. niet wist en niet begreep, schieten me weer te binnen. Mijn vertrouwen in vrouwen daar, ook het spontane bij Nora Astorga, die ik hier bij het bezoek van Daniël Ortega ontmoette — vormt een soort houvast.
's Avonds ga ik meer dan vier uur naar Shoah (vernietiging). Een sterke film. Ik was bang om er alleen heen te gaan, belde tevergeefs een paar mensen op; sinds vele jaren ben ik niet meer alleen naar de bioscoop geweest. Na het eerste deel was ik zo uitgeput, dat ik een jonge vrouw om een sigaret vroeg. Ik dacht, iedereen ziet dat ik iemand uit Duitsland ben... en deze verschrikkelijke Duitse in de 'Warthe-gau', haar mechanische 'treurig, heel treurig, alles is treurig'. Op de vraag waarom ze (uit Münster) daarheen ging, kwam 'zin in avontuur'. Geen verwijzing naar de nazi's. Ze was een vrouw van de leraar die in Chelmno de gaswagens gezien had! De mengeling van landschap, interview (weinig historisch materiaal, geen gruwelijke foto's) - de taalwirwar van Pools, Jiddisch, Frans, Engels, Duits. We komen, ik wist dat al dertig jaar geleden, er nooit mee klaar. - Op deze avond heb ik heimwee naar mi compañero.

donderdag 24 november 2022

Klaus Mann • 25 november 1939

Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).

[New York] 23 november 1939
Weer over morfine gedroomd (in E's aanwezigheid onder haar treurige blik, genomen). Vreemd: dat verlangen... En het is meer dan 1 1/2 jaar geleden dat ik volledig ben gestopt...

Thanksgivingday en Medi's trouwdag (Borgese hield vast aan die zinnige combinatie).

[New York] 25 november 1939
Eergisteren in Princeton: het huwelijksfeest, heel snoezig en leuk verlopen. Medi [Manns zus Elisabeth] lijkt behoorlijk gelukkig: de overrijpe bruidegom is het in ieder geval, ondanks alle trotse gevoeligheid... 's Ochtends de korte, sobere plechtigheid in de kerk met Roger Sessions en Hermann Broch als getuigen. Turkey-lunch bij de Sessions (de vrouw een heel Hollands type, de kleine jongen, brave mensen), 's Avonds party: Auden (die zijn bruilofts-Carmen meebrengt en nog tijdens het dinner moet vertrekken om vanwege immigratie naar Canada af te reizen), Gumpert, madame Kahler, de Sessions en de Shenstones. Champage en lichte ontroering. Nieuwsgierigheid van de pers (telefoon van Times, Tribune, enz.).
Mijn ouders nu zo alleen in het grote huis. No children around.

Gisteren met Gumpert hierheen gereisd. Veel werkzaamheden, correspondentie (bijv. brief aan E), telefoontjes, enz. Weer een 'verklaring' moeten opstellen dat ik geen communist ben, ditmaal in het Engels, voor de Committee for Cultural Freedom...

woensdag 23 november 2022

Johanna van Woude • 24 november 1895

Johanna van Woude (1853-1904) was een bekende Nederlandse schrijfster. In 1895 werd ze door haar echtgenoot beschuldigd van een poging tot vergiftiging, en werd ze in voorlopige hechtenis genomen en verhoord. Ze hield in die dagen een dagboek bij.

24 November. 
Het is Zondag. Kerkgezang komt tot mij door de stille winterlucht. De ramen van de kerk kan ik zien uit mijn venster. — Zooals de juffrouw mij verteld heeft, kan door een kleine verandering de preekstoel spoedig in een altaar worden omgetooverd, zoodat zoowel Roomschen als Protestanten kunnen worden bevredigd. Iedere bezoeker draagt buiten zijne cel een kap, en iedere zitplaats is zóó ingericht, dat niemand zijn buurman kan zien. Nooit ziet de eene veroordeelde den anderen in het gelaat. Dit is een kiesche maatregel.

De predikant heeft mij willen bezoeken, maar ik heb deze beleefdheid afgewezen. - Ik behoefde ook niet naar de kerk. Ik heb een paar bouquetten buiten het raam gezet en het raam hoog opgeschoven. Wat is het een vriendelijk gezicht!

Wat een saaie dag! Dit is de eerste dag geweest die me lang viel.

Geen Rechter-Commissaris gezien, geen Officier van Justitie, geen Directeur, — alleen de juffrouw maar, die zich evenzeer verveelde als ik, en als zij mij mijne maaltjes bracht er blijkbaar naar hunkerde dat ik haar zou uitnoodigen te gaan zitten en wat te praten.

Zoo heeft zij mij vandaag nogal eens gezelschap gehouden.

Arme ziel! Wat een leven, altijd achter die gesloten deuren! Ze is nog zoo jong!

Haar eenige kameraad is haar poes, een wonderlijk zenuwachtig beest, dat nooit buiten de vrouwenafdeeling komt en doodelijk ontstelt als het een man ziet. Dan vliegt het de lange gang op en neer als in razernij, zoodat de matten rechts en links vliegen.

Die poes is haar liefste onderwerp van gesprek. Eens, zoo vertelt zij mij, is hij dagenlang weg geweest. In een onbewaakt oogenblik heeft hij de vrouwenafdeeling weten te verlaten, en toen, overal mannen ziende en de terugtocht afgesloten vindend, heeft hij zich onder een kast verscholen, zonder den moed te hebben die schuilplaats weer te verlaten, tot zijne wanhopige meesteres, die zelfs de dakgoten had doorzocht, hem vond.

Zij moet tegenwoordig zijn bij ieder bezoek dat ik ontvang, zelfs van directeur of dokter.

‘Waarom toch?’ vraag ik haar verwonderd. Zij vertelt mij hoe onaangenaam zij het zelf vindt, maar het voorschrift luidt nu eenmaal zoo; en de reden is dat een beschuldigde langzamerhand de sympathie zou kunnen wekken en iemand overhalen tot het medenemen van brieven of tot het verrichten van andere diensten. Juist geen compliment aan de bezoekers, dunkt mij.

Vandaag zou een bezoek mij welkom zijn geweest maar tot dusver heb ik nog alle bezoeken afgeslagen. Het wordt mij overigens gemakkelijk genoeg gemaakt, want ik mag bezoek in het bureau van den directeur ontvangen.

Maar waartoe die onnoodige aandoeningen! Ik schreef heden daarover het volgende aan een lieve, oude vriendin:
‘Neen, het is beter dat u niet komt. Ieder bezoek doet mij aan. In zoo vreeselijke omstandigheden blijft men niet normaal en is men zeer gevoelig, zoowel voor iedere verdenking, waarmede de rechterlijke macht ons pijnigt, als voor ieder bewijs van liefde en gehechtheid. Die laatsten doen goed, als wij in eenzaamheid de ons bestormende gedachten kunnen in bedwang houden, maar hen, die ik liefheb, te zien en te spreken, het zou mij maar een hartstochtelijke tranenvloed kosten en wat daaraan annex is: hoofdpijn en zenuwachtigheid en zwaarmoedigheid. Daarom spreek ik maar liever niemand en blijf dan het kalmst, en dat is zeer noodig. Mijne zelfbeheersching wordt al zwaar genoeg op de proef gesteld. Want terwijl men zelf meent volkomen oprecht te mogen spreken en ook vertrouwd te zullen worden, bemerkt men dat ieder woord tegen ons wordt uitgelegd en dat - ook zonder bewijzen - aan onze schuld reeds vast wordt geloofd. Dat zegt men mij tenminste, maar ik kan het nog altijd niet gelooven. Er is toch een wet in ieder menschenhart, die verre staat boven menschenwetten. En terwijl de menschenwet hun gebiedt in alles schuld te vinden, zal die andere goddelijke wet, welke Menschenliefde heet, hen zich doen afvragen: ‘Dwalen wij niet?’
Er zijn vele bloemen om mij; hooge, weelderige planten chrysantemums, bouquetten van reseda, rozen en anjelieren. En de brieven stroomen....

Hoe kon ik mij ongelukkig voelen met zooveel liefde, komende tot mij uit alle oorden des lands, zelfs van uit het buitenland.

Neen, als soms wel eens tranen in mijn oogen komen, zijn zij gemengd met tranen van dankbaarheid....
O, hoe vreeselijk, hoe ondragelijk zou het zijn, als ik door de uitspraak der Rechtbank ook maar één van hen teleurstelde! Reeds jarenlang was het juist dat geloof, die trouw, welke mij aanspoorde te wijken, noch ter rechter, noch ter linker....

Wat zal het einde zijn!

dinsdag 22 november 2022

Roald Dahl • 23 november 1944

Roald Dahl (1916-1990) schreef zijn hele leven brieven aan zijn moeder. Een selectie is gepubliceerd als Liefs van Boy (vertaald door Auke Leistra). 

23 november Washington

Lieve Mama,
Vandaag is het Thanksgiving Day, en er is hier niemand aan het werk behalve wij. De straten liggen er verlaten bij, maar het is heerlijk weer, redelijk warm met een gele zon. Zaterdagavond heb ik gedineerd met president Roosevelt en Mrs R. Vreselijk gelachen. Er waren maar een stuk of zes mensen. De pres. werd naar binnen gereden toen wij een cocktail achteroversloegen in de Rode Kamer, en zijn beroemde aberdeenterriër Fala sprong voor hem uit. De pres. zag er gezond en stevig uit en voelde zich duidelijk prima na zijn verkiezingsoverwinning.
Aan tafel zat ik één stoel van hem af, en heb ik veel met hem gepraat. Aan tafel ontspant hij zich, dan vertelt hij moppen en haalt hij herinneringen op aan zijn voorlopers. Eén keer toen hij een goeie had verteld, keek hij me aan en zei: 'Die heb ik ook aan de koning verteld.' 'O,' zei ik.
Hoe dan ook, we tapten allemaal moppen en we moesten allemaal lachen, en eenieder heeft zich kostelijk vermaakt. Maar de president is op dieet. Hij at alleen wat heldere soep. En verder een heel klein stukje geroosterde eend, en een lepel waterijs. Meer niet. 'Jij ziet er heel goed uit vandaag,' zei hij tegen mij. 'Ik voel me anders heel beroerd,' zei ik.
[...]

Veel liefs voor allen
Roald

maandag 21 november 2022

Jan Terlouw • 22 november 2004

Jan Terlouw (1931) is een Nederlandse schrijver en voormalig politicus. In het najaar van 2004 hield hij op verzoek van uitgeverij De Prom een 'herfstdagboek' bij, dat is gepubliceerd als Achter de barricaden.

Maandag 22 november
Alweer een Welsumer kriel dood. Geen reden voor paniek, het is niet de vogelpest of een verwante kwaal. Ouderdom. Kippen kunnen best negen jaar worden, maar deze van zes jaar oud had ook al de leeftijd van de redelijk sterken bereikt.
Ik moet weer eens naar de Randstad, vergadering van het hoofdbestuur van Schuttevaer in Rotterdam. Netjes gepland in de middag, zodat ik niet voor dag en dauw weg hoef. Randstedelingen plegen voor vergaderingen in het westen het aanvangsuur op negen uur te stellen, is de bijeenkomst in het oosten of het noorden van het land dan vinden ze elf uur al vroeg. Eigenaardig genoeg berusten wij daar meestal in. Zou je dat willen, dan kun je als perifere provincies best een vuist maken. Toen ik nog commissaris der koningin was in Gelderland, pleitte ik er binnenskamers wel eens voor om ons als Brabant, Gelderland en Limburg, aaneen te sluiten. Bij elkaar vijf miljoen inwoners. Daar kun je wat mee. Maar ach... denken wij van het platteland dan, waarom zou je je opwinden.
Een deze keer slecht bezochte vergadering van het Schuttevaerbestuur. En dus ook te veel taartjes. Kees Wubbeling en ik zijn deze maand jarig geweest. Ik was het vergeten, Kees heeft voor ons beiden de taartjes besteld. Ik ben natuurlijk vergeten mijn financiële deel bij te dragen en Kees prakkiseert er niet over me daaraan te herinneren. Daar is zo'n dagboek dan weer goed voor. Nu ik het heb opgeschreven zal ik er ooit aan denken.
We hebben besloten dat er een brief gaat naar de afdelingen waarin ik mijn aftreden bekendmaak. Het dagelijks bestuur is gemandateerd om een opvolger te zoeken. Maar alle leden mogen suggesties doen. Beetje weemoedig toch.