woensdag 31 oktober 2018

Gerard Bilders -- 1 november 1862

Gerard Bilders (1838-1865) was een Nederlandse schilder. Zijn brieven en dagboek zijn te lezen bij de dbnl.

November.
- Ik heb gezegd, dat ik meer vreesde dan hoopte. Ik geloof echter niet, dat het waar is. Een juist evenwigt tusschen hoop en vrees bestaat ook niet en ik meen zelfs, dat de eerste steeds sterker is en de laatste doet zwijgen. Indien het omgekeerd ware, zou het leven mij veel ondragelijker zijn. In wat duistere verschieten ik mij verbeeld te turen, altijd breekt de zon der hoop door en schenkt de overwinning aan het licht op de schaduw. De hoop is de drijfveer mijner meeste handelingen; de gedachte aan welslagen zit voor bij alles wat ik onderneem. Ware dit niet het geval, dan handelde ik niet. De vrees staat tusschen de hoop en de zekerheid; zij is het negatieve, het doodende beginsel. Een gestadig vreezen zou alles stremmen, alles in den mensch doen stilstaan. De hoop daarentegen is met het leven één; het gansche leven is hopen en falen, hopen en slagen. Door de vrees wordt de hoop een teugel aangelegd; gene is heilzaam, omdat ze de verwachtingen in hare te snelle vaart matigt, deze, omdat zij de slagen des tegenspoeds en der teleurstelling minder zwaar doet treffen. Als vernietigend beginsel is de vrees een noodig gif, dat te sterken bloei belet, de schaduw, die den zonnegloed tempert. Die echter te veel in die schaduw zat, zou nimmer rijpen. Daarom is mistrouwen op de toekomst een ziekelijke toestand, eene zwakheid, eene lafhartigheid, geen bewijs van levenswijsheid. Het is ook meer een rouwkleed, dat men omgehangen heeft, dan ware smart, die in het hart zetelt. Dat mistrouwen praat men zich voor het grootste gedeelte aan en is het gevolg van verkeerde redenering. Hoop en vertrouwen bestaan altijd van zelf, komen ongeroepen, zijn de goede engelen, die ons van nature ter zijde staan. Men kan twijfelen, ontmoedigd zijn, vreezen, maar eindelijk komt de hoop in al haren glans en hare liefelijkheid, en verdrijft de duisternis; bij haar vriendelijk licht vangt men op nieuw aan te handelen, en met de veerkracht komen ook de lust en de moed weder boven.

dinsdag 30 oktober 2018

Arthur Lehning -- 31 oktober 1936

Arthur Lehning (1899-2000) was een Nederlandse anarchist, publicist en vertaler. Toen in 1936 de Spaanse burgeroorlog begon, sloot hij zich aan bij de Catalaanse anarchisten. Hij hield over die tijd een dagboek bij.

31 oktober Zaterdagmorgen 7 uur ■ Een heerlijke dag, over Barcelona ligt een waas, met scherpe zon. Veel geslapen heb ik niet... Het is vreemd helemaal niet te weten wat er aan de hand is nu ...

Zaterdag 31-X-36 ■ Dit was een dolle en wat verschrikkelijke nacht - ik dacht werkelijk je niet meer terug te zien. Wij waren allen wat in een paniekstemming. In enkele uren was deze stad op voet van oorlog en de Confederación te wapen. De kust ten zuiden van Port-Bou was gebombardeerd, en men vermoedde hier, dat troepen geland waren (en ik dacht: Italiaanse). In een enkel uur was heel Barcelona in oorlogstoestand en duizenden op weg naar de kust. Het was bijna een tweede 19de Juli. Maar daar wij een bombardement verwachtten was het weinig amusant... Ik denk ± Woensdag hier te vertrekken. Ik kom snel van Parijs naar Amsterdam. Ik wil alleen Alexander en Nikolajewski zien.

maandag 29 oktober 2018

Peter R. de Vries -- 30 oktober 2005

• Peter R. de Vries (1956) is een Nederlandse misdaadverslaggever. In 2005, toen hij kortstondig lijsttrekker was van een door hem opgerichte politieke partij, hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij.

Zondag
Normaal duik ik altijd op zondagochtend, maar nu ben ik vroeg uit de veren om Jac en Royce op Schiphol af te halen. Heerlijk dat ze weer thuiskomen. Ik heb in hun afwezigheid hard en lang kunnen werken, maar een week lang krentenbollen en ontbijtkoek gaat vervelen. De vriezer ligt vol met lekker eten, maar als ik alleen ben, kies ik altijd voor de makkelijkste weg, met de minste hoeveelheid afwas. De liefde gaat niet door de maag bij mij. Jac en ik zijn 23 jaar of is het 24? getrouwd en er is nog steeds sprake van een brandend olieplatform in plaats van een waakvlammetje, als ik onze relatie zo mag kenschetsten. Er is niemand die mij beter kent dan zij.
Heel veel tijd om bij te praten is er niet. Met Jan Nagel, Klaas Wilting en de staf hebben we een laatste vergadering, gevolgd door een rollenspelletje waarbij we wat lastige vragen oefenen. Jan verloochent zijn Rooie Haan-afkomst niet met een aantal prikkelende en zuigende vragen.

zondag 28 oktober 2018

Jan Terlouw -- 29 oktober 1982

• Voormalig politicus Jan Terlouw (1931) hield in 1981/1982 een politiek dagboek bij dat is gepubliceerd als Naar zeventien zetels en terug.

Vrijdag 29 october
De laatste vergadering van de ministerraad. Dries [van Agt] eindigt met een toespraakje waarin hij het interimkabinet [Van Agt III], in de rij van kabinetten die hij heeft meegemaakt, kenschetst als ‘een hele goeie’. Zijn slotzin is heel waarderend en hartelijk over mij. Ik word er blij door verrast. Ik zeg een paar aardige dingen terug. De hamer valt, als een guillotine.

Zaterdag 30 october
Als tegen een berg zag ik op tegen ons partijcongres, dat vandaag in de Flint is gehouden. Ik was bang geprezen te worden voor de verkeerde dingen, ik was bang onpasselijk te worden van applaus, ik was bang het congres te zullen verlaten met een definitieve vervreemding van de partij. Maar de mens lijdt dikwijls 't meest door 't lijden dat hij vreest. Ik heb in de wandelgangen veel echte hartelijkheid ontmoet. In de zaal heeft Maarten [Engwirda] me geprezen voor het enige waarvoor ik geprezen wil worden, namelijk voor mijn beleid als minister van Economische Zaken. Er is veel op me aan te merken geweest, vanuit de partij, als partijpoliticus. Er is heel wat te zeggen over het gebrek aan goede communicatie. Maar mijn beleid was goed. Ik ben Maarten dankbaar voor zijn fijngevoeligheid. En het applaus van de zaal, nog één keer, deed me toch wat. Ik geloof dat het echt was. Zoals de tranen aan het graf van iemand die negentig geworden is, echt kunnen zijn.

E.J. Potgieter -- 28 oktober 1830

E.J. Potgieter (1808-1875) was een Nederlandse schrijver, oprichter van De Gids. Hij woonde van 1827-1830 in Antwerpen. Op 27 oktober 1830 werd Antwerpen beschoten vanaf de Schelde door de kanonneerboten van de Nederlandse generaal Chassé. Deze dag en de turbulente weken erna zijn door Potgieter beschreven in een aantal dagboekbladen.

Donderdag 28 Oct. 30.
Een nieuwe onrust verspreidde zich door de stad. Men zeide dat het bombardement om acht uren zoude hervat worden. Een schrikkelijk getal menschen begaf zich de poort uit. Ik ging naar de Roode bezocht er een mijner vrienden die bereids was vertrokken en hoorde aan de poort zelf van een mijner kennissen dat men vrijelijk uit kon gaan. Naar huis teruggekeerd, ontmoette ik de mijnen ook gereed om te gaan doch de Procl. van den gen. Mellinet weldra beneden die van den Baron V.D.L. aangeplakt zijnde stelde de gemoederen wat gerust. Schipm(u)l. Ik ging omstreeks 12 uren met een mijner kennissen uit en zag de schrikkelijke verwoesting!! De groote Markt zag er deerlijk uit vooral het Stadhuis waarop zoo als mij een lid der Regeering verhaalde een groot gedeelte van den sted. raad gedurende het bombardement was bijeengeweest. Vandaar gingen wij naar de Suikerruij waar de uitgang naar de schelde door de Barr. versperd bewaakt werd en niemand door mogt gaan. Het kanon lag nog daar. Vandaar gingen wij langs de Hoogstraat naar den O(ev)er waar ook een bom in een klein huis was gevallen beneven op het pakhuis de Munt. Het uitgebrande hooipakhuis rookte nog - ik meende het ijsselijkste gezien te hebben. Groote god ons toefde een ander schouwspel in de kloosterstraat. De linkerzijde had geen huis dat niet zwaar beschadigd was maar de regter van nagenoeg den ingang af tot aan t kasteel toe de schrikkelijkste brand die immer menschenoogen gezien hebben. De muren van 't Correctiehuis getuigden dat daar eene gevangenis was geweest. De verdere huizen nog rookende waarin vroeger mijne kennissen woonden - en het Entr. dat men rekende 25 millioen te bevatten nog altijd rookende en brandende. Verderop het arsenaal op de muren na vernield en de huizen aan de andere zijde in vlammen of smeulende of bezig om omver te halen. Hier lag een half afgeschoten burgersoldaat - als in het midden doorgekapt. Verder een man in het hoofd doorschoten in de vlammen opgekrompen. Ginds eene razende moeder die hare drie kinderen in den brand verloor. Afgrijsselijke oorlog! de tranen sprongen mij in de oogen ik kon langs dien weg niet terug gaan. Wij repten ons door de Lepelstraat en wilden uit die langs de Esplanade omwandelen maar een daar staande schildwacht belette ons dit. Langs schrikkelijk aantal kruidwagens en verder op kanonnen door twee schildwachten bewaakt. Van de beide uiterste stukken woei de Brabandsche vlag. Algemeen bleef men ongerust daar er nog geene regeering bekend was. Op den middag van dien dag ging ik naar de Rouaensche kaaij om iemand wien ik noodzakelijk spreeken moest. Deze was reeds vertrokken. Zijn huis was ook zeer beschadigd. Van daar langs de Schelde terugkeerende was alles rustig. 's Avonds om 7 uren hoorden wij van een vriend (fransch) dat zijne pas bevallene vrouw den volgenden morgen naar Merxem zoude vertrekken. Ook mijne Tante wilde gaan en een kennis vertelde ons dat s ochtends eene Dilig. zoude rijden. Voor haar eene plaats genomen hebbende sliep ik van elf tot 4 uren en ging toen nogmaals hooren maar de Diligence mogt niet rijden. Om half zeven nogmaals gegaan zijnde was alles even rustig als te voren.

Monique van de Ven -- 27 oktober 1982

Monique van de Ven (1952) is een Nederlandse actrice. In 1982 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij, ter gelegenheid van de première van haar film Ademloos.

Woensdag 27 oktober
Laat, met haast en een beker thee, schuif ik om negen uur 's morgens op de achterbank van een groene Volvo, die mij vervolgens met producent en regisseuse van 'Ademloos' naar Hilversum rijdt. Op de voorbank verruimen en vernauwen twee mensen zich met woorden. Door de voorruit zie ik bomen, water, koeien, een wazig landschap. We arriveren bij Vara, en laten Mady daar achter. Een hoek verder de NOS-studio, waar ik een radio-interview heb. Een nieuwe regeling maakt dat er hier slagbomen met penningen zijn (die wij natuurlijk niet hebben). Deuren die met interessante drukknoppen en inspreekbare doosjes, na wat uitleg opengaan.
Het interview, kopje koffie, muziek... Met veel nagepraat terug paar Amsterdam, eigen auto gehaald, geluncht met M. en R. en W., die snel een VN en HP haalden waar we in staan. Altijd spannend.
Veel telefoontjes, afspraken geregeld. De tijd vliegt en heb nog lang niet iedereen gezien of gesproken. Verwen mezelf door naar Bert Coiffures te gaan, waar ik de humor van de Amsterdamse dames en één heer, de heer B. dus, heerlijk op me in laat werken. Krijg weer allerlei flessen cadeau, die allemaal een keer op m'n haren gesmeerd moeten worden. Ik rijd naar afspraak in Gooi, waar ik de kinderen van vriendin J. bewonder, die net van veemarkt komen.
Om toch geconcentreerd over de dingen des levens te kunnen praten besluiten we om de kinderen aan oppas IJ. over te laten, en bij P. de la P. in een heerlijk menu te duiken. We worden getracteerd door R.T. van P. de la P. op champagne, en genieten volop. We hebben heel wat in te halen, niet alleen wat tijd, maar ook wat emoties en gebeurtenissen betreft. We raken in een filosofisch gesprek waar we beiden behoefte aan hebben. Na een glaasje tonic bij haar thuis uiten we ons respect voor elkaar. Kleine voetstapjes op de trap, een kus, en terug naar Amsterdam. Kijk naar wegenbouwers in de nacht, vind thuis allerlei notities van mensen die gebeld willen worden. Ik aai Rupert de poes van Paul, bij wie ik logeer. Hij, de poes, is klein en heeft veel aandacht nodig. Na badkamerverplichtingen duik ik met haast m'n bed in om deze eerste dag te beschrijven. Rupertje kijkt geduldig toe. Welterusten.

donderdag 25 oktober 2018

Siet Zuyderland -- 26 oktober 1975

Siet Zuyderland (1942) is een Nederlandse kunstenaar. Dagboekfragmenten van hem zijn gepubliceerd in De Revisor. (Foto Peter H. Toxopeus).

N.Y.C. Zondagnacht 26 okt. '75
Regen, sinds gisteren alles in een dichte grijze nevel gehuld.
Vanmiddag naar de zondagmarkt in de East-village geweest, daarna thuis t.v. gekeken, véél blikken pils (Budweiser, Miller), broodjes met haringsalade gekocht.
Mark kwam om 10 uur thuis van Fire Island. Samen naar een toneelstuk op de t.v. gekeken.
Om 11 uur klopte Ingrid (?) op de deur, Mark's benedenbuurvrouw, een duitse actrice, sinds 4 maanden in New York, verdient haar geld met het inhijgen van amerikaanse export pornofilms voor de duitse markt.
Gekleed in kimono, wou duidelijk geneukt worden, had niet op mijn aanwezigheid gerekend.
Ik kan die meid niet uitstaan!
Mark voelde zich wat verlegen met de situatie, mijn laatste avond in New York, morgen naar huis, hij wou toch nog de gastheer zijn. Ik stelde hem voor om met haar naar beneden te gaan, maar dat wees hij af.
Ben toen maar om 12 uur nog even alleen een wandeling gaan maken, een soort afscheids-blokje om.
Nog steeds regen.
Eerst naar Spring St. bar, doodstil, zondagavonden en nachten zijn in N.Y. wat betreft het café-wezen even slecht als in de rest van de wereld. Ik had wat honger. Een roastbeef sandwich gekocht in een nieuwe nachtzaak op W. Broadway. Lopend eten, zo'n bruine papieren zak in je hand om één uur 's nachts, vééls te veel beleg. Eén helft naar binnen kunnen krijgen, de andere wou ik bewaren voor het ontbijt.
Wel idioot, loopje op de Bowery op weg naar Tin palace met een halve sandwich in je hand die je niet opkan. Hoe vaak heb ik al niet die gasten om een bite horen vragen? Ik had het toch kunnen weggeven?
Toch liep ik gewoon vastberaden mijn ontbijt te beschermen. Zag wel een fantastisch beeld op de Bowery.
In een ‘brandewijn’-café, neonlicht, deur open, zaten drie klanten, alledrie in een rolstoel voor de tapkast, verder niemand te zien.
Ik kan er niks mee doen, maar toch...
In Tin-palace was levende muziek, ook weinig mensen, de muziek wel goed, ik klapte maar flink mee na ieder nummer, lijkt het wat minder stil Zak met sandwich naast mijn pils. Om 3 uur weer thuis, voorzichtig binnen komen, maar Mark sliep al, en alléén, die duitse was na een ruzie weer vertrokken: wou hem voor zichzelf hebben en houden, zijn manier van leven veranderen.
Nog wat dagboeknotities gemaakt en de sandwich maar weggegooid.

woensdag 24 oktober 2018

Nico Keuning -- 25 oktober 2004

• Neerlandicus en biograaf Nico Keuning (1952) hield een dagboek bij toen hij schreef aan de biografie van Bob den Uyl. Fragmenten daaruit zijn gepubliceerd in Biografie Bulletin.

Maandag 25 oktober
Vannacht heb ik van Den Uyl gedroomd, met alle indrukken van de laatste dagen/weken die daarbij horen (nieuw huis gekocht, keukens kijken in deprimerende showrooms). Ik was bij hem in Rotterdam op bezoek. Van het huis kan ik mij niets herinneren. Wel dat het ijs tussen ons brak toen ik hem vertelde over mijn tocht door het doolhof van een showroom van moderne keukens. Hoe ik het spoor bijster raakte tussen metershoge grijs stalen kasten. Hij grijnsde en schoot zelfs in de lach. Meer kan ik me van de droom niet herinneren. Maar de hele dag bleef een sterk gevoel hangen van een goede verstandhouding met de schrijver alsof ik hem in werkelijkheid heb ontmoet en wij - ondanks zijn zwijgzaamheid - on speaking terms zijn.

dinsdag 23 oktober 2018

Paul Léautaud -- 24 oktober 1901

• De Franse schrijver Paul Léautaud (1872-1956) werd als baby van drie dagen door zijn moeder bij zijn vader achtergelaten; hij ziet haar daarna slechts sporadisch. Pas in 1901, als zijn tante Fanny overlijdt, komt het tot een soort hereniging – maar hun relatie zal voor Léautaud tot het eind toe onbevredigend blijven. Uit: Brieven aan mijn moeder (vertaald door Mels de Jong).

Calais, 24 oktober 1901
Mijn moeder is ongeveer een uur geleden aangekomen, zonder dat wij haar verwachtten. Omdat ik haar mijn bed moest afstaan, heb ik, vanzelfsprekend op kosten van mijn grootmoeder, een kamer in een naburig hotel genomen. Mijn moeder heeft me niet herkend – na twintig jaar is dat niet verbazingwekkend –, zij weet ook niet wie ik ben; ik ga bij haar door voor een vriend... Zo-even sprak ze tegenover mij over haar kinderen, met een tederheid en een zachtheid... Goed. Zij heeft haar verontschuldigingen aangeboden, omdat ik door haar naar een hotel moest; ik heb haar gezegd dat dat niet nodig was, dat dat heel normaal was, enz. Zij is nauwelijks veranderd, mager, nog steeds heel bleek en met bruine haren, en langer dan ik dacht. Te bedenken dat we daar met z’n tweeën zijn, een moeder en een zoon, en doen alsof er niets aan de hand is, zij die niet weet wie ik ben, en ik die de rol speel van een vreemde. Zo-even hielp ik mijn grootmoeder in de keuken; mijn moeder zei toen over mij: ‘Het is een echte huisvrouw, die jongeman.’ [...] Ik heb op het punt gestaan terug te gaan naar Parijs, zo bespottelijk is deze situatie. Maar Fanny ligt op sterven, men heeft mij nodig, en dus blijf ik, op verzoek van mijn grootmoeder.

maandag 22 oktober 2018

Stendhal -- 23 oktober 1840

Stendhal (Marie-Henri Beyle, 1783-1842) was een Franse schrijver. Het onderstaande fragment komt uit een brief aan de grote Franse schrijver Honoré de Balzac. Opgenomen in Brieven. Een keuze uit de correspondance (vertaald door Joyce & Co).

17-28 oktober 1840
Ik geloof dat wij er in onze tijd net zo aan toe zijn als de eeuw van Claudianus en ik lees weinig van onze boeken. Met uitzondering van mevrouw de Mortsauf en de werken van haar auteur, van enige romans van George Sand en van de korte verhalen die door Soulié in de krant worden geschreven, heb ik niets gelezen van wat er gedrukt wordt.
Om mijn toon te vinden las ik onder het schrijven van la Chartreuse af en toe een paar bladzijden van het wetboek.
Mijn Homerus, die ik vaak herlees, is de Mémoires van de maarschalk Saint-Cyr; mijn schrijver van iedere dag is Ariosto.
Ik heb nooit, zelfs in 1802 niet (ik was toen officier bij de dragonders in Piemonte, op drie mijl van Marengo) – ik heb nooit twintig bladzijden van Chateaubriand kunnen lezen; ik had bijna een duel omdat ik de spot dreef met de eindeloze kruin der wouden. Ik heb nooit la Chaumière indienne gelezen; de Maistre kan ik niet uitstaan. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik slecht schrijf; uit overdreven liefde voor de logica.
De enige auteurs die mij het idee geven dat ze goed schrijven zijn Fénelon, les Dialogues des morts, en Montesquieu. Nog geen twee weken geleden heb ik gehuild toen ik Aristonoüs ou l’esclave d’Alcine weer las.

zondag 21 oktober 2018

Jacob Bicker Raye -- 22 oktober 1751

• Amsterdammer Jacob Bicker Raye (1707-1777) hield gedurende 40 jaar een stadskroniek van Amsterdam bij.

22 October, 's middags om twee uur, was hier de droevige en onaangename tijding uit den Haag gekomen, dat in den afgeloopen nacht om twee uur, Zijn Doorluchtige Hoogheid Willem Karel Hendrik Friso, Prinse van Oranje en Nassau, onzen Erfstadhouder, na een ziekte van zes à zeven dagen, van hoofd- en keelpijn, vergezeld van koortsen en ijlhoofdigheid, dit tijdelijke voor het Eeuwige verwisseld had.
Wij krijgen nog eenige bijzonderheden. Zijnde voort een deputatie uit Haar Edl. Groot Mogende Vergadering, de Staten van Holland, ‘gedepieseert’ om Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouwe de Prinsesse te condoleeren. Nadat de weduwe van den Prins den eed als gouvernante en voogdesse van den jongen Prins had afgelegd, gingen de heeren weer heen. Maar om zeven uur was de Prinses wederom verplicht een plechtige deputatie te ontvangen; ditmaal was het er een uit het midden van de Hoog Mogenden, die met hetzelfde doel kwam. Aan deze heeren had Hare Koninklijke Hoogheid den eed als gouvernante van de Unie afgelegd.
‘Denzelfden dag werd het lichaam van Zijne Hoogvorstelijke Doorlugtighyt geopent en gebalsemt; men had seer weynig ontsteking of verderfinge in de ingewanden bevonden, hoewel de herssenen zeer geinflameert waren. Door een benauwthijt en een inflamatie was den Vorst verstikt en versmoort’.

Over dat droevige sterfgeval moesten de klokken in alle steden en dorpen acht dagen na elkander geluid worden en verder nog drie dagen voor de begrafenis en op dien dag. Driemaal daags gedurende een uur.

Hanny Michaelis -- 21 oktober 1942

Hanny Michaelis (1922-2007) was een Joodse Nederlandse schrijfster. Haar oorlogsdagboek is onlangs in twee delen verschenen bij Van Oorschot (bezorgd door Nop Maas).

Woensdag 21 october '42 ± 5 uur 's middags
Ik zit heerlijk op een stoel voor de haard die bijna vuur spuwt, ik voel me helemaal ro/.ig en dromerig worden. In de voorkamer speelt mijn gastvrouw Sinterklaasliedjes voor Dieuws en Hans, die met devote gezichten meezingen. Dit is weer een van de zeldzame momenten waarop Dieuws wordt wat ze hoort te zijn: een kind. Nu kan ik haar ook aardig vinden zoals ze daar staat en me vertederen over haar aandachtig gezichtje. Mijn gastheer zit erbij te lezen en Ko'tje galmt in de keuken onder het vleesbraden. Het wordt al een beetje schemerig buiten en er hangt een soort feestelijke Sinterklaasstemming, die me aan vroeger en thuis herinnert zonder dat ik er somber van word.

Gisteravond naar Theo geweest met mijn gastheer. Ko'tje die naar dansles moest, ging met ons mee en het gekke was, dat mijn gastheer me nu zijn arm niet aanbood, waaruit ik opmaakte, dat hij het toch niet zo heel gewoon scheen te vinden, of het voor Ko niet wilde weten. Bij Theo was het heel wat leuker dan verleden keer: ten eerste hoefde er geen kroon op de kies, wat me zowel om de kwaliteit van mijn gebit verheugde als om het verschil in prijs. De zenuw kon erin blijven omdat hij niet rot was (ik ben er trots op, dat mijn kiezen, al mankeert er iets aan, nooit rot worden of zwart gaan zien - soms zijn ze al zover heen dat er stukken afbreken, maar ze blijven altijd wit), en de kies hoeft alleen maar gevuld te worden. Het uitboren deed geen pijn meer al verbeeldde ik me af en toe iets te voelen: zó suggestief is de vrees voor pijn, dat je dikwijls huilt: voor je geslagen wordt. Theo was weer erg aardig. Ik heb nog een tijd met zijn moeder zitten praten toen mijn gastheer werd geholpen. We hebben het o.a. over het Jodenprobleem gehad. Ze heeft er een rare, nogal dom-egoïstische kijk op ('de Joden hebben het er ook wel een beetje naar gemaakt, want in cafés dringen ze zich zo op de voorgrond'!). Bovendien is ze een beetje temerig en sentimenteel aangelegd, en ik verdenk haar van huichelarij. Hoe zo'n vrouw aan zo'n zoon komt, begrijp ik niet. Later kwamen Theo en mijn gastheer er ook bij. Het was erg gezellig. Over politiek geboomd (Theo leest Machten van onze tijd van Romein en vindt het 'verdomd goed') en over zwarte handel problemen. Ga Theo steeds aardiger vinden, en zie tegelijkertijd steeds duidelijker in, dat zijn wereld niet de mijne zou kunnen zijn: 1° omdat hij me niet 'ziet', 2° omdat we te essentieel verschillen. Voor verliefdheid hoef ik nu dus niet meer bang te zijn, maar het gekke is, dat ik de laatste dagen ook weer minder aan B. denk. Ik voel me weer 'open' staan voor de grote onbekende, ik begin weer te wachten op iemand die de toekomst me zal brengen.

[...]

Hans Warren -- 20 oktober 1947

Hans Warren (1921-2001) was een Nederlandse schrijver. Zijn dagboeken zijn in vele delen gepubliceerd als 'Geheim dagboek'.
20 oktober was zijn verjaardag.

20 okt. - 13.10 u. - Moet de hele dag werken, stralend weer. Koud, maar een puur blauwe hemel, prikkelend helle zon en kraaienzwermen die als zwarte vlokjes luid kakelend en krassend naar het Zuiden trekken.
Op het bureau dacht niemand aan mijn verjaardag behalve Mina'tje Minderhout. Ze had op de kleuterschool een leeslegger voor me gemaakt van lichtgroen papier, daar franje aangeknipt en er groene, paarse en oranje figuurtjes opgeplakt. Ik heb haar en haar broertje Cor toen mijn hele stempelvoorraad plus -kussen en vellen papier gegeven om lekker te knoeien, ze hadden de dag van hun leven.
Toen ik over het dorpsplein liep zongen de kinderen op school keihard: 'Er is er een jarig vandaag' en ik werd uitgeleid door 'Hij leve lang hoera!'. Dat stemde me goed, al was het niet voor mij bestemd.
Nachtvogels is af, ik heb het vanmorgen gepost. Of ik de f 1500,— ooit krijg? Ik zit volkomen op zwart sperma.
Ik heb een maximum aan feiten en gegevens in het korte boek verwerkt, en alles verteld in een, hoop ik, niet al te hinderlijke praatvaarstijl die 'men' graag aantreft in dat soort populariserende natuurgeschriften.
Oma is gekomen voor mijn verjaardag, ik kreeg van haar Le Malentendu en Caligula van Camus. Snel doorgevlogen, eerste indruk: L.M. wat topzwaar, Claudel-achtig; C. subliem, met Sartre-trekken. C. lijkt me een meesterwerk, L.M. een interessante mislukking.

donderdag 18 oktober 2018

William Byrd -- 19 oktober 1710

William Byrd II (1674-1744) was een Amerikaanse schrijver, politicus en plantagebezitter. Fragmenten uit zijn dagboeken staan hier online.

Rumors of an invasion by the French spread through the colony [Virginia, toen nog een Britse kolonie] in the summer of 1710. The invasion threat never materialized but the Tuscarora Indians attacked settlements in North Carolina and threatened the same in Virginia. In response, a local militia was raised with Byrd as its commander. Byrd describes an expedition in October that was intended as a show of force calculated to intimidate the Tuscaroa's into submission.

[wat voorafging]

Oct. 19
I rose about 6 o'clock and found it cold. We drank chocolate with the Governor and about 9 o'clock got on our horses and waited on the Governor to see him put the foot in order.

...About 3 o'clock the Tuscarora Indians came with their guard and Mr. Poythress with them. He told the Governor that the Baron was alive and would be released but that Mr. Lawson was killed because he had been so foolish as to threaten the Indian that had taken him.

About 6 o'clock we went to dinner and I ate some mutton. At night some of my troop went with me into town to see the girls and kissed them without proceeding any further, and we had like to be kept out by the captain of the guard. However, at last they let us in and we went to bed about 2 o'clock in the morning.

Oct. 20
I rose about 6 o'clock and drank tea with the Governor, who made use of this opportunity to make the Indians send some of their great men to the College, and the Nansemonds sent two, the Nottoways two, and the Meherrins two. He also demanded one from every town belonging to the Tuscaroras.

...Then we went and saw the Indian boys shoot and the Indian girls run for a prize. We had likewise a war dance by the men and a love dance by the women, which sports lasted till it grew dark. Then we went to supper and I ate chicken with a good stomach.

We sat with the Governor until about 11 o'clock and then we went to Major Harrison's to supper again... Jenny, an Indian girl, had got drunk and made us good sport. I neglected to say my prayers and had good health, good thoughts, good humor, thank God Almighty.

Oct 21
We drank chocolate with the Governor and about 10 o'clock we took leave of the Nottoway town and the Indian boys went away with us that were designed for the College. The Governor made three proposals to the Tuscaroras: that they would join with the English to pursue those Indians who had killed the people of Carolina, that they should have 40 shillings for every head they brought in of those guilty Indians and be paid the price of a slave for all they brought in alive, and that they should send one of the chief men's sons out of every town to the College.

About 4 we dined and I ate some boiled beef. My man's horse was lame for which we drew blood. At night I asked a negro girl to kiss me, and when I went to bed I was very cold because I pulled off my clothes after lying in them so long."

woensdag 17 oktober 2018

Simon Vinkenoog -- 18 oktober 1963

Simon Vinkenoog (1928-2009) was dichter en schrijver. In 1963/'64 hield hij een dagboek bij dat is gepubliceerd als Liefde. Zeventig dagen op ooghoogte.

vrijdag 18 oktober 1963
De eerste woorden in 'n nieuw huis, na de opening van Constant gisteren geschreven en uitgesproken. Vanaf de intrede swingde het als de pest**, al werd ik om halfacht smorgens uit vier uur alleenslapen - na (op m'n werkkamer boven, na hevige ruzie met Elize, inclusief twee klappen & enige hoge woorden) gewekt door de verhuizers. Drie mannen, wier hulp voor de dag op ƒ90. - komt te staan. Alles wordt vanzelfsprekend, de vrienden die komen binnenlopen om te helpen, en bij ieder die dodelijk vermoeid afgaat, voel ik mij niet in staat in voldoende mate m'n erkentelijkheid voor hun hulp uit te drukken.

Ik dank ze bij name: als eersten smorgens Larry en Karel, daarna Nikolaas en Huub, zelfs Drs. T.B. en Darky, die nu thee-zet nadat hij eerst het boek van John Cage, Silence, dat hij hier ziet liggen, tot geweldig heeft uitgeroepen.

Op de inderhaast aangelegde grammofoon zet Robert Jasper Olé op; bloemen worden binnengebracht. Afzender: Felix en Wilson. Wie zijn zij? Robert J. heeft zijn oude funktie van glazenwasser weer opgenomen, lapte alle ramen en poetst nu de spiegel op, die Leen - te laat om linoleum te leggen - op mijn verzoek naast de deur heeft gehangen. Twee kamers beneden, keuken achter, twee kamers boven, daarboven zolder, waarin één kamer kan worden gemaakt. Etc. Barry brengt foto's op de luidspreker aan, een van de vele kollages waarmee wij leven, en de t.v. is door Dicky in orde gemaakt. Ook hier werkt de kamerantenne.

Iedereen helpt. Vanochtend wekte Nikolaas me met pervetine, ik heb een behangzaak bezocht, in alle kamers heerst vrede, Alexander slaapt de slaap der onschuldigen (rechtvaardigen), ik heb hier een ruimte geschapen die ik niet liet dikteren door binnenhuisarchitectuur, biedermeier, Goed Wonen, Hip-beatpad-zucht, maar waarin - hoop ik - velen zich thuisvoelen. De wonden aan m'n hand zijn over (welke wonden, mei '64?), de gestolen scooter is weer terug, kwam een politieagent melden, en naar Lucia's verdwenen of gestolen fiets kan ik altijd nog in de Bloemgracht dreggen.


**
swingen - in overeenstemming zijn; zonder storingen functioneren.
Drs. B.H.: ‘Tussen links en rechts doorkomen.’
Wat is links, wat is rechts?
‘Links is aan de ene kant, rechts is aan de andere kant. Links stoot je je, rechts stoot je je ook. Ik ben noch links noch rechts. Ik swing. Als je er tussendoor komt, swing je.’
Olivier (‘mijn definitie is zo ontstellend goed, er is geen speld tussen te krijgen’:) (er is maar één taal: de square.) Ook hij zoekt het s.g. van de g.g.d., denk ik en luister mee:
‘Nou, moet je horen. 't Universum is beweging. Dus God is beweging. Beweging is primair ritme. Ieder heeft z'n eigen ritme. Swingen is het ritme van de optimale mens. God swingt als de pest!’
We zijn terug bij de oorsprong van de uitdrukking, zoals die voorkomt in het gedicht van Remco Campert, dat voorin Hoogseizoen staat: ‘de wereld swingt als de pest/en de rest is gemompel van bedelaars.’ [mei 1964]

dinsdag 16 oktober 2018

Jean Cocteau -- 17 oktober 1942

Jean Cocteau (1889–1963) was een Frans dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker. Een selectie uit de dagboeken die hij tussen 1942 en 1954 bijhield zijn in het Nederlands verschenen onder de titel Dagboek van een duizendkunstenaar (vertaald door Joop van Helmond).

17 oktober 1942
De gebeurtenis van de maand was de toetreding van Picasso tot de communistische partij, de dag voor de Herfstsalon. L’Humanité wijdt de hele voorpagina aan hem. De oorlog kwam pas daarna. Artikel van Cachin [directeur L'Humanité], ingegeven door Aragon, over het genoegen waarmee de communistische familie haar armen heeft uitgestrekt naar de grootste schilder ter wereld. Daarmee is het eerste antirevolutionaire gebaar van Picasso een feit. De eerste adhesie van een trust (want is Picasso dat eigenlijk niet in zijn eentje?) aan de communistische partij. Zeshonderd miljoen (zijn rijkdom op het ogenblik) en zijn werk, waarover hij verklaart dat het geen schilderkunst is, maar dat het gewelddaden zijn (aanslagen op anderen, op zichzelf, op het doek, op de kleuren, op de oude en moderne schilderkunst, op de kunst, op de menselijke gestalte, op het leven, op de dood). Zeshonderd miljoen, zei ik, en dat prikkeldraad zodat iedereen er zijn nek over breekt, doen via een triomfboog hun intrede in een nederige familie waar men alleen houdt van burgerlijke schilderijen. Het communisme is geen religie. Het is een therapie. Het volk dat het werk van Marx heel slecht kent, maar zijn krant als de bijbel beschouwt, ontdekt het bestaan van Picasso. Cachin bericht dat de grootste schilder ter wereld op de Herfstsalon tentoon wordt gesteld en dat hij deel uitmaakt van de familie. Wat doet het volk? Het stroomt en masse naar het palais de Tokyo.Tot aan de place de l’Alma staan ze zwijgend in de rij.

maandag 15 oktober 2018

Ursula von Kardorff -- 16 oktober 1944

Ursula von Kardorff (1911-1988) was een Duits schrijfster en journaliste. Gedurende de oorlog was ze werkzaam als journaliste bij de Deutsche Allgemeine Zeitung. In haar dagboek beschrijft ze het alledaagse leven van een Berlijner in de oorlogsjaren. Het dagboek is in het Nederlands vertaald (door Tinke Davids) als Gebombardeerd dagboek.

16 oktober 1944
Vanmiddag mevrouw Leber op de redactie. Ik ontdekte haar op de gang en trok haar snel mijn kamer binnen. Ze was net uit de gevangenis ontslagen, wist niets van haar man. Hij was al dood, hadden ze haar bij de Gestapo gezegd. Ik hoorde, nog terwijl ze er was, via graaf Douglas dat het proces tegen Leber nog niet eens is geweest, en dat hij dus nog in leven is. Eén keer dus eens gunstiger nieuws uit mijn mond. Zij wilde meteen een pak wasgoed gaan afgeven, als haar man dan haar handschrift ziet, weet hij dat ze vrij is. De twee kinderen, vijftien en dertien jaar oud, heeft ze ook weer thuis. Een man van de Gestapo in Dessau, die haar eigenlijk naar een concentratiekamp had moeten brengen, heeft haar tegen de orders in achtergehouden. Zijn vrouw had allervriendelijkst voor de kinderen gezorgd. Mevrouw Leber is buitengewoon beheerst. Juist in de gelukkigste huwelijken, in de goede gezinnen, is de 20ste juli* ingeslagen als een bliksemschicht. Rommel is dood. Ze hebben tot een staatsbegrafenis besloten.


* Op 20 juli 1944 had een aanslag op Hitler plaatsgevonden.

zondag 14 oktober 2018

George Orwell -- 15 oktober 1942

George Orwell (1903-1950) was een Britse schrijver en journalist. Van 1941-1943 werkte hij voor de op India gerichte Eastern Service van de BBC, waardoor hij de politieke en militaire ontwikkelingen op het vasteland op de voet volgde. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd als Diaries. gedeeltes eruit zijn hier te lezen. De Nederlandse vertaling (van Nelleke van Maaren) is gepubliceerd in de reeks Privé Domein.

15 oktober 1942
Een klein stukje India is naar Engeland verplaatst. Een paar weken lang werden onze nieuwsbrieven in het Marathi vertaald en uitgezonden door een klein mannetje genaamd Kothari die bolrond was, maar heel intelligent en, voor zover ik kon beoordelen, oprecht anti-fascistisch gezind. Plotseling kwam een van de mysterieuze instanties, die de werving voor de BBC controleren (in dit geval MI5, vermoed ik), erachter dat Kothari een communist was of was geweest, actief in de studentenbeweging, en in de gevangenis had gezeten, dus kwam het bevel hem te lozen. In zijn plaats werd een jongeman aangesteld die Jatha heette, in India House werkte en in politiek opzicht oké was. Vertalers in die taal zijn moeilijk te vinden en Indiërs die het als hun moedertaal spreken schijnen het vaak te vergeten als ze in Engeland zijn. Na een paar weken kwam mijn assistente miss Chitale met een geheimzinnige uitdrukking op haar gezicht bij me en vertrouwde me toe dat de nieuwsbrieven in feite nog steeds door Kothari werden geschreven, Hoewel Jatha de taal nog kon lezen, was hij niet langer in staat erin te schrijven en Kothari was zijn ghostwriter. Ongetwijfeld deelden ze het honorarium. We kunnen geen andere competente vertaler vinden, dus Kothari moet doorgaan, en officieel weten we van niets. Waar maar Indiërs te vinden zijn, gebeuren dit soort dingen.

Frits Bolkestein -- 14 oktober 1999

Frits Bolkesetein is een Nederlandse politicus. Zijn dagboekfragmenten uit de periode 1999-2004 zijn gepubliceerd als Grensverkenningen. Dagboek van een Eurocommissaris.

Donderdag 14 en vrijdag 15 oktober
We zijn gisteravond om 20.15 uur in Rome aangekomen en wilden om 21.00 uur aanzitten aan een diner in dit schitterende hotel in Fiuggi, zo'n zestig km ten zuiden van Rome. Dat heeft tot een dodenrit geleid. Een auto van de Guarda de Finanzas, een militair korps van 60.000 man, met zwaailicht en sirene vóór ons, heeft alle verkeer opzij gedrukt en wij reden daar als gekken achteraan. Ik heb maar opzij gekeken. Gelukkig was Femke [Bolkesteins echtgenote] er niet bij - die had doodsangsten uitgestaan. Later hoorde ik van Dirk Witteveen (DG Belastingen in Den Haag) dat de douaneautoriteiten in China een klein leger vormen. Daar rijden de auto's even hard, maar dan midden op de weg. Zo zijn onze communistische manieren. Hoe dan ook, we zijn veilig aangekomen en aan het einde van het diner waren zelfs onze koffers er, die we zeer tegen onze zin in Fiumicino hadden moeten achterlaten.

We hebben hier twee dagen gepraat over schadelijke belastingconcurrentie. Heb wat sociale contacten gelegd met Oostenrijker, Italiaan, Fransman, Belg en natuurlijk de Britse voorzitter Dawn Primarolo, die dat goed deed. Verder met Barbara Hendricks, de Duitse staatssecretaris Belastingen, die uit Kleef komt en aardig Nederlands spreekt. Het hotel was schitterend. Begin van deze eeuw. Heb in het dorp twee aardige borden gekocht. Omgeving ook mooi.

Lord Byron -- 13 oktober 1811

George Gordon Byron (1788–1824), beter bekend als Lord Byron, was een Engels schrijver en dichter. Byrons reputatie berust niet alleen op zijn geschriften, maar ook op zijn leven vol aristocratische excessen, enorme schulden en talrijke liefdesaffaires. Lady Caroline Lamb noemde hem "mad, bad, and dangerous to know". Zijn brieven en dagboeken zijn integraal gepubliceerd.  De Nederlandse vertaling verscheen in Brieven en dagboeken (vertaald door Joop van Helmond). Het fragment hieronder komt uit een brief die hij schreef aan zijn vriend Francis Hodgson.

13 oktober 1811
Wanneer ben je in Cambridge? Ik meen dat je tussen neus en lippen zei dat je vriend Bland uit Holland terug is. Ik heb altijd groot respect gehad voor zijn gaven, en voor alles wat ik heb vernomen over zijn karakter; maar van mij weet hij geloof ik niets, behalve dat hij tien maanden achter elkaar mijn zesdeklasrepetities heeft aangehoord, met een gemiddelde van twee regels per ochtend, en nooit foutloos. Ik moest aan hem en zijn 'Slaven' denken toen ik tussen Kaap Matapan en St.Angelo en zijn Eiland Kithira voer en betreurde voortdurend de ontstentenis van de Anthology. Ik neem aan dat hij nu Vondel, de Nederlandse Shakespeare, en 'Gysbert van Amstel' zal vertalen dat zich gemakkelijk op ons toneel voegt zoals het er nu voor staat; en ik neem aan dat hij het Nederlandse gedicht heeft gelezen, waarin de liefde van Pyramus en Thisbe wordt vergeleken met het lijdensverhaal van Christus; en tevens de liefde van Lucifer voor Eva, en andere soorten van literatuur uit de Lage Landen. Je zult me wel voor gek verslijten dat ik deze dingen aanroer, maar het staat zwart op wit en hoog aangeschreven op de oevers van alle grachten van Amsterdam tot Alkmaar.

donderdag 11 oktober 2018

Samuel Pepys -- 12 oktober 1666

• De Engelsman Samuel Pepys (1633-1703) hield negen jaar (in geheimschrift) een dagboek bij, waarin hij op ongedwongen toon noteerde wat hij zoal meemaakte, van zijn moeilijkheden met de stoelgang en zijn amoureuze escapades tot allerlei zaken van landsbelang. Een selectie is in vertaling (van Heleen ten Holt) verschenen als Geheim dagboek van een puritein.

Pepys [spreek uit 'pieps'] had bij de Grote brand van Londen van begin september zijn familie zijn goud laten begraven in de tuin (alsmede zijn parmezaanse kaas), maar toen hij het op 10 oktober weer wilde opgraven, kostte het grote moeite alle munten weer terug te vinden. Op 11 oktober zocht hij verder.

11 oktober 1666
Zodra het licht werd op. Will Hewer en ik zijn meteen met emmers en een zeef de tuin in gegaan; we hebben alle aarde uit de kuil verzameld en naar een van de priëlen gebracht; daar hebben we de emmers met aarde gezeefd, net als ze in andere delen van de wereld doen om diamanten te zoeken. Tot onze grote tevredenheid zijn er (nadat we al verscheidene emmers geleegd hadden zonder iets te vinden) ten slotte met veel moeite nog vierendertig munten bijgekomen, zodat er nu nog maar twintig ontbreken. Mijn vader heeft beloofd dat hij ook nog eens zal zoeken; hij vond het allemaal heel erg, de arme man, maar ik heb hem verzekerd dat ik best tevreden ben en dat is ook zo. Het gaf me zelfs een zeker plezier te bedenken dat het bijna evenveel moeite kost je geld te bewaren als het te verdienen.

12 oktober 1666
Vanmiddag om vijf uur waren we weer thuis. Heb het goud gelukkig veilig hierheen gekregen. Toen ik thuiskwam, hoorde ik dat vandaag de begrafenis van sir William Batten was. Hij is van hieruit met zowat tweehonderd volgkoetsen naar Walthamstow gebracht en daar begraven.

Paul Léautaud -- 11 oktober 1919

Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Hij hield een 'literair dagboek' bij, over alles behalve zijn verhoudingen met verschillende vrouwen, en een 'particulier dagboek', dat juist daarover ging. Dit fragment komt uit Particulier dagboek 1917-1924 (vertaald door Pieter Beek).

Vrijdag 10 oktober.- Nog iets grappigs: Mijnheer... wilde tijdens het middageten met alle geweld weten wie toch eigenlijk de vrouw met de volmaakte borsten uit mijn laatste artikel is. Ik had zin om hem te antwoorden: 'Je zou gek opkijken als ik je dat zou zeggen.' Ik heb echter genoegen genomen met de mededeling, dat ik op dat punt niet uit de school wil klappen. Ik vraag me af wat Madame P..., die al verscheidene maanden in huis is, van dit alles denkt. Ze heeft er heel zeker met Madame H... over gesproken en misschien heeft ze al het nodige in de gaten. Vrouwelijke intuïtie!

Zaterdag 11 oktober. - Nog steeds geen antwoord van Madame... Misschien heeft ze mijn brief vanochtend pas gekregen. Ik heb haar zo-even geschreven en haar mijn plannen voorgelegd - om twee reizen te maken, waardoor ik vier dagen en twee halve dagen bij haar zou kunnen zijn, met de opmerking dat ik er vast op reken dat ze ja zal zeggen. Wanneer ik me zo eens bekijk op dit ogenblik, nu ik bijna achtenveertig levensjaren achter de rug heb, dan ben ik nog even gek en even opgewonden bij het idee dat ik haar daarginds ga opzoeken, als drie jaar geleden, in 1915. Ik ben geneigd om over dit alles te zeggen: helaas! want eigenlijk is het helemaal niet komisch dat zoveel vernederingen, zoveel onenigheden en zoveel desillusies niets van mijn vuur gedoofd hebben. Wat zal me daarginds nu weer te wachten staan? Misschien de meest vervelende dingen, zodat de weinige prettige ogenblikken me duur te staan zullen komen? Welk teken van haar liefde geeft ze me eigenlijk buiten het liefdesspel? Tijdens haar jaarlijkse afwezigheid is ze nog geen enkele keer op het idee gekomen om me eens iets hartelijks te schrijven, al was dat nog zo banaal, zoiets als het volgende; mijn liefste, wees maar niet bedroefd, langzaam maar zeker verstrijken de dagen... Niets van dit alles! En dan te bedenken dat ik op het ogenblik, bij het idee dat ik haar daarginds zal gaan opzoeken, niet alleen tril van verlangen, maar ook van emotie.

dinsdag 9 oktober 2018

Wim Hazeu -- 10 oktober 2006

• Wim Hazeu is een Nederlandse schrijver en biograaf. In het tijdschrift Liter publiceerde hij Een jaar voorafgaande aan de Lucebertbiografie Fragmenten uit een dagboek.

10 oktober 2006
- Vanmorgen (pas) kwam de definitieve brief van de Stichting Marten Toonder binnen met de bevestiging dat ik nu van start kan gaan met de Toonderbiografie. Ik weet dat er nog veel problemen zullen komen - zo is de nalatenschap nog niet verdeeld en moet met behulp van een notaris een gebruiksovereenkomst gemaakt worden die mij zonder voorwaarden toegang verschaft tot de documenten die in het Letterkundig Museum gestald zijn. Maar vanaf nu kan ik zonder échte onzekerheden te werk gaan. Zetten we op een rij: de pro-testamentaire opdracht van Jan de Hartog voor zijn biografie; het verzoek van Fenna de Vries en Co Westerik voor de biografie van Westerik; de Büchafspraak met de Arbeiderspers; de nog niet door mij getekende overeenkomst met De Bezige Bij voor de Lucebertbiografie en de Marten Toonderbiografie. Als ik om mij heen vraag: welke biografie eerst, Toonder of Lucebert, dan is het antwoord niet eensluidend. Toonder en Lucebert hebben beiden een hoge houdbaarheidsfactor, zoals dat onbeleefd wordt genoemd, in tegenstelling met bijvoorbeeld Reve en Claus, zo wordt hier en daar geschreven (wat ik zelf onrechtvaardig en onbegrijpelijk vind).

maandag 8 oktober 2018

Elizabeth Morgan -- 9 oktober 1822

• De Amerikaanse Elizabeth Morgan (1795-18??) maakte niet veel mee, maar beschreef de dagelijkse dingen in een reeks dagboeken.

One day in 1822, instead of logging the day's activities, Elizabeth Morgan made this list of her belongings.

October 9th 1822
1 black bonnet, 1 green bonnet, 1 leghorn bonnet, 1 great coat, 3 pair moroco shoes, 1 pair lether shoes, 8 pair cotton & linnen stockings, 2 pair worsested, 8 pair woollen stockings, 2 silk gowns, 2 bombazets, 3 woollen gowns, 1 gimham, 1 stamp cambrick, 3 callico gowns, 2 linnen gowns, 2 dimotry [i.e., dimity] petticoats, 1 linnen petticoat, 1 [illeg.] petticoat, 4 flannel petticoats, 3 woolen aprons, 5 linnen aprons, 2 cotton aprons, 1 callico apron, 3 cotton shirts, 1 cambrick shirt, 7 linnen shirts – 1 flannel shall, 1 imitation shall, 1 bassalone handkerchief, 1 half handkerchief, 1 cambrick vandike, 1 muslin vandike , 1 linnen pocket handkerchief, 2 spoted cotton pocket handkerchief, 2 white pocket handkerchief, 1 velvet workpocket, 1 black silk workpocket, 2 callico workpockets, 1 pair silk gloves, 2 pair leather gloves, 1 pair black silk gloves, 1 black fan, 1 green fan, 1 nightgown, 5 nightcaps, 1 callico longshort, 1 white gown, 1 pair mittens, 7 ruffles, 1 bible, 1 testament, 1 pair sissors, 1 silver thimble, 1 singing book, 1 dictionary – 1 psalm book

zondag 7 oktober 2018

William Byrd -- 8 oktober 1710

William Byrd II (1674-1744) was een Amerikaanse schrijver, politicus en plantagebezitter. Fragmenten uit zijn dagboeken staan hier online.

Rumors of an invasion by the French spread through the colony [Virginia, toen nog een Britse kolonie] in the summer of 1710. The invasion threat never materialized but the Tuscarora Indians attacked settlements in North Carolina and threatened the same in Virginia. In response, a local militia was raised with Byrd as its commander. Byrd describes an expedition in October that was intended as a show of force calculated to intimidate the Tuscaroa's into submission.

Oct 4.
I rose at 7 o'clock and my wife shaved me with a dull razor...About 11 o'clock we went to the militia court... We fined all the Quakers and several others [for their refusal to take up arms]... I spoke gently to the Quakers which gave them a good opinion of me and several of them seemed doubtful whether they would be arrested or not for the future. I told them they would certainly be fined five times in a year if they did not do as their fellow subjects did.

Oct. 8
I rose about 7 o'clock and read nothing because I prepared myself to ride to Major Harrison's...About 10 o'clock I got over the river and proceeded on my journey but went a little out of my way. However I got there about one o'clock and found the Governor, Colonel Harrison, and Colonel Ludwell, which last had been sick...

About 2 o'clock we went to dinner and I ate boiled beef for my part. After dinner we sat in council concerning the Indians and some of the Tributaries came before us who promised to be very faithful to us. It was agreed to send Peter Poythress to the Tuscaroras to treat them and to demand the Baron Graffenriedt who was prisoner among the Indians.

Arthur Lehning -- 7 oktober 1936

Arthur Lehning (1899-2000) was een Nederlandse anarchist, publicist en vertaler. Toen in 1936 de Spaanse burgeroorlog begon, sloot hij zich aan bij de Catalaanse anarchisten. Hij hield over die tijd een dagboek bij.

7 oktober 1936, Port-Bou ■ Ik schrijf dit op de gare van Port-Bou, vanuit het Cataluna anarchica van de Confederación! Er stapten maar weinig mensen uit, ± 15. Er waren weinig gewapende lieden, zoals vroeger, maar een strenge pascontrole. Er was bericht, zodat ik nu een pas heb van de milice. Ik heb ook mijn pas niet laten stempelen. Alles is hier FAI, dus niet meer van de POUM!

Ik ben al in functie getreden voor de ondervraging van een Amerikaanse, Lydia Morris, uit Philadelphia, voor de Quakers, om te zien of ze kinderen helpen kan. Maar daar niemand hier Engels kent, begrepen ze het niet. Ik heb haar een en ander geëxpliceerd en zal haar naar het CNT-comité brengen. Het is van belang, dat ze geld inzamelt, ook voor de aanschaf van ambulances enz. Ze had een brief van Picard. Ze was blij dat ze me zag. Maar ze schrok, toen ik zei dat haar compratiote Emma Goldman ook in Barcelona. was. Ze was geen anarchiste of zoiets! Ik heb haar gerustgesteld, dat ik de Quakers kende.

Er lopen hier verschillende milices met insigne UGT, CNT enz. rond. Ook de bootverhuur had een CNT insigne! De vroegere pascontroleur is er ook nog; maar heeft niets te vertellen.

Ik moest wel al mijn kranten afgeven, de Temps enz. Toen ik de eerste keer hier in Port-Bou kwam, was ik trots 'ons' dagblad te zien liggen en ik heb altijd op dit ogenblik gehoopt. Een reisbiljet voor Barcelona geeft men mij hier ook. Overigens waren de twee mensen van de politieke controle beide Italianen!

Barcelona. Hotel Continental. Ramblas ■ Mijn intocht in het Cataluna anarchica begon goed, wat me in twee jaren niet gebeurd is, vond plaats: ik werd gearresteerd. Eerst in de trein om zo te zeggen, dan aan het station van Barcelona door de paspolitie. Die was niet tevreden met het bewijs van het comité, wilde m'n pas zien, waar geen stempel in stond! en nam me toen mee naar de politie. Maar intussen hadden Alexander Schapiro en Helmut Rüdiger en andere Duitsers me begeleid. Daar moesten we wachten op de chef. De vent maakte een protokol, beweerde dat ik geen Spaans visum had enz. Eindelijk kwam de chef die me mee wilde nemen naar de hoofdpost!!
Intussen had Helmut met de auto iemand van het Comité Regional (cr) gehaald - onze politie! - en Alexander verklaarde dat we niet zouden vertrekken naar een andere plaats, alleen naar de CNT. Dat hielp. Toen de gedelegeerden van het CR kwamen was het natuurlijk uit met de grap, en gingen we weg. Men was van mening, die lieden moesten onschadelijk worden gemaakt.
Maar de Amerikaanse heb ik in de steek moeten laten, idem een Zwitserse ambulance-troep, die ik de weg had zullen wijzen. Met Helmut dan nog wat gepraat. Later met Alexander naar het hotel, kamer & bad. Heel goedkoop. Prachtig hotel. In handen van de CNT. Emma Goldman is hier ook. Ik heb met haar gegeten. Het oude chique personeel is nog intact; enigen kijken wat vreemd bij de aanblik van dit publiek, in alle mogelijke uniformen & met revolvers.

Emma is enthousiast over de collectivisatie, maar ziet met angst de politieke ontwikkeling tegemoet.
Na het eten met een auto naar ... café Tranquilidad, dat weer open is. Daar koffie gedronken. Alle trams hebben het teken CNT (trouwens driekwart van de auto's ook, de onze ook, met de zwart-rode vlag voorop), maar bij de trams en de metro (die uitsluitend CNT zijn) betekent het collectivisatie; de omnibus is CNT + UGT. Van de stad zelf heb ik nog niet veel kunnen zien. Het was ook donker toen ik aankwam. Ook Grete Michaelis is hier! Ik heb meerdere Duitsers gezien, maar weet niet meer wie allemaal.

Ook Alexander is pessimistisch over het verloop. Ook over de politieke ontwikkeling; men maakt teveel domheden.
Je begrijpt, het is moeilijk - ik ben pas een paar uur hier - dit allemaal te verwerken. Ik hoop gelegenheid te hebben alles nog nauwkeuriger te bestudeeren. Alexander blijft nog tot zondag. Ik ben onder de indruk als altijd van zijn nuchterheid, zakelijkheid, bescheidenheid - terwijl hij zeer veel overziet en doorziet. Van de oude rivaliteiten tegen ons is niets te bespeuren. Nu ga ik slapen; ik probeer het althans, want ik ben over alle slaap heen.

Henk Kortekaas -- 6 oktober 1944

• Vogelliefhebber Henk Kortekaas (1924-2005) hield tijdens de oorlog een dagboek bij, waarin hij zowel waarnemingen van vogels noteerde, als zaken die de voortgang van de oorlog beschreven. Het dagboek is gepubliceerd als Geheim vogeldagboek.

Donderdag 5 t/m Woensdag 11 October
Donderdag; 4 ganzen zien trekken. Doordat het goed vliegweer was, de hele dag luchtactiviteit met jagers. Op de Leidscheweg ter hoogte van Den Deijl lag een doodgeschoten paard. Ook veel gaten van kogels in de weg. De voerman van de wagen, waarvan het paard doodgeschoten was, had zich onder de bomen in veiligheid gebracht.
Vrijdag; slechtvalk (vlugge vleugelslag, geen lange staart) boven de tuinen van het Vredespaleis.
Zaterdag; V1 (uit het Westland). Veel bommenwerpers en jagers vlogen over in Oostelijke richting. Geteld: 452 bommenwerpers, maar toen we begonnen met tellen waren er al minstens 100 overgekomen. Ook 36 jagers geteld.
Maandag; V1. Eten uit de Centrale Keuken vanaf vandaag.
Woensdag; uit Centrale Keuken 3/4 liter eten. Laatste dag gas vandaag. Electriciteit tot 21.00 uur officieel, maar in verschillende stadswijken nog langer. Bij ons ook de hele nacht.

Donderdag 12 October
V1 (Loosduinen). Geen Gas Meer. Uit Centrale Keuken van nu af maar 1/2 liter eten. Kolen zoeken langs spoorlijn met behulp van zeef.

Dinsdag 17 October
V1. Eerste bonte kraai

donderdag 4 oktober 2018

Hidde Dirks Kat -- 5 oktober 1777

Hidde Dirks Kat (1747-1824) was een Nederlandse walvisvaarder die in 1777 schipbreuk leed bij Groenland. Zijn ervaringen tijdens deze schipbreuk en de vele ontberingen die hij moest doorstaan tijdens de hierop volgende overlevingstocht, heeft Kat opgetekend in een dagboek.



[5 October 1777]
In den ochtendstond van den 5 October bedaarde het weêr, en de zee werd hand over hand kalmer. Nu maakten wij onze drie sloepen gereed, om er gebruik van te kunnen maken, als de gelegenheid ons voorkwam, en besloten, om zoo lang op onze kleine ijsschots van 100 voeten vierkant, (waarop God ons tot hiertoe zoo wonderbaar bewaard had) te blijven, tot dat wij genoodzaakt zouden zijn, om dezelve te verlaten. Het kwam ons voor, als of die schots voor ons bestemd was. – Ons voedsel was zeer gering. Van onze 5 scheepsbeschuiten hadden wij niet veel meer overig. Den dorst leschten wij met aan een stuk uitgevroren ijs te zuigen. Des namiddags legde ik mij, bij mooi weêr, in eene der sloepen neder, om een weinig te rusten. Ik was naauwelijks een weinig ingesluimerd, toen het volk, (hetwelk in hoopen van 17 man, voor ieder der drie sloepen één, verdeeld was) met groote verbaasdheid in de sloepen viel, en mij, met een luidruchtig geschreeuw, bekend maakte, dat de zee over onze ijsschots heen liep, waardoor dezelve dreigde te zinken. Hierop opende zich boven verwachting het ijs, zoo dat wij ons zeer schielijk op de vrije zee bevonden. Wij zetten toen onze zeiltjes bij met eenen gunstigen Noord-oosten wind en stevenden op Statenhoek aan. Wij hadden een kompas, konden het land zien en zeilden des nachts langs het wit blinkend ijs.



Onze schipbreuk was zeer verschrikkelijk, vergezeld van de smartelijkste gevolgen tot den 5 dezer, maar onze ijsbreuk en het verlies van de schots was niet minder schrikbarende.

Hidde Dirks Kat -- 4 oktober 1777

Hidde Dirks Kat (1747-1824) was een Nederlandse walvisvaarder die in 1777 schipbreuk leed bij Groenland. Zijn ervaringen tijdens deze schipbreuk en de vele ontberingen die hij moest doorstaan tijdens de hierop volgende overlevingstocht, heeft Kat opgetekend in een dagboek.

[4 October 1777] In den ochtend van den 4 October (No 15.) bevonden wij ons op dezelfde ijsschots, die nu op de helft van 200 tot 100 voeten in het vierkant verkleind was, op eenen afstand van 10 mijlen dwars van het land af. Het weêr was nu goed. Ook hadden wij geene deining of verheffing van zee, zijnde aan alle kanten ingesloten door drijfijs, dat, naar ons bedunken, aan het land vast lag. Nu besloten wij onze drie sloepen te verlaten en, zoo mogelijk, te voet op het land aantegaan, weshalve wij onzen overgeschoten leeftogt onder malkander verdeelden, bestaande eeniglijk in brood, waarvan ieder man omtrent vijf scheepsbeschuiten met een weinigje boter ontving.

Bij nader inzien begrepen ik en Kommandeur ALBERT JANS, om onze drie sloepen op onze kleiner ijsschots, waarop God ons, tot op heden, zoo wonderbaar bewaard had, voor als nog, niet te verlaten. Hiertoe besloten nog 49 andere, terwijl de overige 27 man een zeer aandoenlijk afscheid van ons namen en over ijs naar land gingen. Of deze aan land zijn gekomen, is mij onbekend.

In dezen nacht veroorzaakte eene hooggaande zee met weinig wind, zulk eene zware deining in het ijs, dat de schotsen om ons heen de een tegen de ander opstegen, zoo dat wij ieder oogenblik den dood te gemoet zagen. Doch God was ons genadig. Het speet ons toen zeer, dat wij met de 27 man niet naar land waren gegaan. Deze nacht vertoonde aan ons oog akelige gedaanten. De zee woedde aan de buitenzijde tegen het ijs. De baren verhieven zich als torens in de lucht, makende in den langen donkeren nacht eene verschrikkelijke vertooning, terwijl het zoute water vurige stralen uitschoot. Onze kleine ijsschots van 100 voeten in het vierkant was als met eene borstwering van kleine ijsschotsen omgeven. Deze schoven zoodanig op elkander, dat wij ons naauwelijks konden bergen. Doch wij bleven dezen nacht met onze 3 sloepen nog onbeschadigd.

woensdag 3 oktober 2018

Nic van Bruggen -- 3 oktober 1974

• Nic van Bruggen (1938-1991) was een Belgische dichter. Het fragment is afkomstig uit zijn Uit het Dagboek van een Pink Poet.

Op donderdag 3 oktober 1974, in het befaamde restaurant De Rooden Hoed (we hadden drie dagen eerder Marnix Gijsen als Pink Poet geïnaugureerd in het vertrouwde La Rade) spreek ik na de kreeftensoep en de saumon doux de p.p. installatie-toespraak tot Paul de Vree en Albert Szukalski. Daags tevoren had men mij verteld dat ene Obbels, die zich gevoeglijkerwijze liefst Hannelore laat noemen en wiens geschriften er al even goed uitzien als zijn pakken, in zekere Grobbendonksche brieven (de universaliteit van de titel alleen al) mijn vriend P.C en mezelf aanduidt als 'het meest dégoutante verschijnsel in onze literatuur... dat eraan houdt in dure restaurants elkaar op te hemelen'. Of zoiets in die vriendelijke zin.
Om het kreunen des heren Obbels meteen in het gelijk te stellen besluit ik mijn toespraak met deze zin: "Glorieuze Vrienden, Prachtige Paul, Luisterrijke Albert, vrij vergeefs heb ik deze namiddag in mijn bad bij het beluisteren van renaissance muziek in een lucht zwaar van Calèche geuren, gezocht naar een sakraal, inaugererend, kronend woord om Paul en Albert hier aan onze harten te drukken, als kunstenaar en als Pink... ik heb niets beters gevonden dan een zin van Oscar Wilde, het verhaal van het tijdeloze Pinke: We can forgive a man for making a useful thïng as long as he does not admire it, the only excuse for making a useless thing is to admire it intensely." Dan is de schaapsragout er.

maandag 1 oktober 2018

Salvador Dali -- 2 oktober 1920

Salvador Dali was een Spaanse schilder (1904-1989). Na zijn dood werden zijn dagboeken uit 1919-1920 gepubliceerd.

OKTOBER
(Na de zomer)
Dagen zijn verstreken, allemaal eender, ik denk aan niets anders dan aan Cadaqués... Ik heb zelfs geen 'impressies' geschreven... Nu ben ik weer in Figueres, vallen de bladeren al, verkoopt Manciana alweer kastanjes, heb ik weer mijn oude vriendinnen en vrienden gezien. Alles is voorbij, de zomer, de vreugde, en ook de kunst! Opnieuw de winter voor de deur, en wie winter zegt, zegt school, en wie school ; zegt, zegt leraren, hartkloppingen. Maar je moet overal om lachen. De winter heeft ook zijn leuke kanten. De kwestie is je er zo goed mogelijk doorheen slaan en vaak Voltaire lezen!

We zijn in de herfst aanbeland en alles maakt weemoedig en ik ga mijn 'impressies' van de zomer opschrijven, die talrijk zijn. Vele zal ik altijd in mijn hart blijven meedragen. Ik zal weer genieten als ik in de schaduw van het kleine stadje terugdenk aan de uren van licht en blauwe dronkenschap doorgebracht met naast me het eeuwige lied van de Middellandse Zee. God sta me bij!

En toen kwam de gelukkige dag, het was een blauwe dag, alles was klaar voor de reis en we vertrokken. Ik zag opnieuw de zee. Wat een hoop dingen zegt de zee me! Ik holde door de straten, die ik stuk voor stuk ken, de kreken waar je de golven hoort zingen. Alles was zoals ieder jaar, ijd mooi. Een of andere rijke patser had midden in het dorp een wanstaltig huis laten bouwen, dat maakt me razend,het is toch misdadig zon prachtig plaatsje te verpesten...

En daar in dat dorp van witte huizen en kalme dagen wijdde ik al mijn vermogens aan de kunst, aan het schilderen, en leefde ik als een dwaas, onophoudelijk schilderend en lerend, in verrukking over de natuur, die ook kunst is. kijkend naar hoe de ondergaande zon zich neervlijt op het natte zand van het strand, me bezattend aan de poëzie van het blauw en de lange schemeringen, sluimerend in de zoete wereld van de groenige golven, met de sterren die zich spiegelen in het rustige water, de bleke maannachten, een paar prachtige vrouwenogen, met een vonk van misschien wel liefde erin, en de blauwe ochtenden, zonovergoten, en dan baden in het groene water van een kreek... wat een genot en wat een leven!