donderdag 30 augustus 2012

Arnoldus Buchelius -- 31 augustus 1624

Circa finem augusti, styli novi. Is hier in’t lant gearriveert een jacht van advys uuyt West-Indiën, inhoudende, hoedat Jaques Willekens met sijne vloet, den admiral Dort van hem verdwaelt sijnde, heeft de Baye todos los Santos in Brasilia ingeseylt, ende de stadt San Salvador met de omleggende forten verovert. Versocht subsidie om die plaetse te seconderen ende te behouden. De baye ende stadt is bij Hessel Gerrits ende Vischer uuytgegeven met de bescrijvinge, sulcx dat daervan de gelegentheyden genoch sijn te sien.

In fine augusti. Is uuyt Oost-Indiën van Suratti gecomen het schip Heusden, inhebbende:
628 packen indigo Sirchees
346 packen indigo Bayan
15 packen indigo Jambousser
28 packen matasys cleden voor Guinea
24 packen Guinees linnen
5 packen catoene garen
11 packen bastas, dat sijn witte ende blauwe catoene doecken
1 kist aluewe (alvelbe?) succatorum
2 kisten segellac
1 canaster root corael ende merckstenen voor Guinea
5 leggers ongeraffineerde salpeter
8 kisten ende 9 sacken geraffineerde salpeter
1 pack servetwerck
2 packen borax
8 packen spicanardy
2 packen sal armoniac
2 lb. 14 oncen ambregrijs
2 packen catoen tot monster
1 pack seildoeck tot monster


Arnoldus Buchelius (1565-1641) was een Nederlandse oudheidkundige. Het bovenstaande is afkomstig uit VOC-dagboek 1619-1639. Aantekeningen van Arnoldus Buchelius over zijn bewindhebberschap van de kamer Amsterdam van de VOC (1619-1621) en over de WIC.

woensdag 29 augustus 2012

A.B. Goldenveizer -- 30 augustus 1902

Yasnaya Polyana, August 30th. I have been here now for three days, Tolstoi talked with Ilya Lvovich and some one else about farming and about the new machine called "The Planet."
Tolstoi said: "It is surprising how few technical inventions and improvements have been made in agriculture, compared with what has been done in industry." Afterwards Tolstoi said: "Ruskin says how much more valuable human lives are than any improvements and mechanical progress."
Then Tolstoi added: "It is difficult to argue with Ruskin : he by himself has more understanding than the whole House of Commons."
Tolstoi went for a walk, and I fetched him his overcoat. I met him on the road. We walked home together and walked through the fields. Tolstoi looked at the bad harvest and said : "My farmer's eye is exasperated : God alone knows how they sowed!"
When we reached the boundary of the Yasnaya Polyana forest, we heard the loud voices of children, and soon we saw a motley crowd of village boys discussing something. They noticed Tolstoi and began urging one another to go up to him—then they felt shy and hid themselves. Tolstoi became interested in them and beckoned to them. They began to approach, at first timidly and one by one, but gradually all came together. I particularly remember one of them dressed in grey calico striped trousers, in a ragged cap and shirt, with huge heavy boots, probably belonging to his father.
Tolstoi showed them his camp stool, which was a great success. He asked them what they were doing there. It appeared they had been picking pears and the watchman ran after them. Tolstoi walked with them. On the way he enquired about their parents. One boy turned out to be the son of Taras Fokanich.
Tolstoi said to me: "He was one of my very best pupils. What a happy time that was I How I loved that work ! And, above all, there was nobody in my way. Now my fame is always in my way: whatever I do, it is all talked about. But at that time nobody knew or interfered, neither strangers nor my family—though, there was no family then."
When we reached the spot Tolstoi told the children to gather the pears. They climbed the trees, some knocking down the pears, others shaking them down, others again picking them up. There was a hubbub, a happy noise of children ; and the figure of the good old Tolstoi lovingly protecting the children from the attack of the watchman moved one to tears. Then two or three peasants came to ask his advice on some legal point.

Tolstoi, Nikitin, and I talked of Dostoevsky. Tolstoi said: "Certain characters of his are, if you like, decadent, but how significant it all is!"
Tolstoi mentioned Kirilov in The Possessed, and said: "Dostoevsky was seeking for a belief, and, when he described profoundly sceptical characters, he described his own unbelief."
Of Dostoevsky's attitude to Liberalism Tolstoi observed: "Dostoevsky, who suffered in person from the Government, was revolted by the banality of Liberalism."
Tolstoi said: "During the sixty years of my conscious life a great change has come over us in Russia — I am speaking of the so-called educated society — with regard to religious questions: religious convictions were differentiated; it is a bad word, but I don't know how to express it differently. In my youth there were three, or rather four, categories into which society in this respect could be divided. The first was a very small group of very religious people, who had been freemasons previously, or sometimes monks. The second, about 70 per cent of the whole, consisted of people who from habit observed church rituals, but in their souls were perfectly indifferent to religious problems. The third group consisted of unbelievers who observed the conventions in cases of necessity; and, finally, there were the Voltairians, unbelievers who openly and courageously expressed their unbelief. The latter were few in number — about 2 or 3 per cent. Now one has no idea whom one is going to meet. One finds the most contrary convictions existing side by side. Recently there have appeared the latest decadents of orthodoxy, the orthodox churchmen like Merezhkovsky and Rosanov.
"Many people were attracted to orthodoxy through Khomyakov's definition of the Orthodox Church, as a congregation of people united by love. What could be better than that? But the point is that it is merely the arbitrary substitution of one conception for another. Why is the Orthodox Church such a congregation of loveunited people ? It is the contrary rather."


A.B. Goldenveizer (1875-1961) was een Russische componist. Van zijn gesprekken met schrijver Leo Tolstoi deed hij verslag in Talks with Tolstoi.

dinsdag 28 augustus 2012

Anonieme Tilburger -- 29 augustus 1831

1831 - 29 augustus heeft Z.M. revue gehouden of inspectie bij Eindhoven over de aldaar in de omstreken gekantonneerde troepen en op den 30 dito, op de kampplaats bij Rijen over de troepen, die in die streken gekan-tonneerd zijn. Des avonds was voor den Koning alles zeer mooi geïllumineerd, omdat de geheele Koninklijke familie hier was. Des anderen daags is de Koning, de Koningin, de kleine Prinsen en H.H. de Prinses van Pruissen, naar 's-Hage vertrokken, 2 september Prins Albert en 11 september Willem en Frederik.
Intusschen ziet men in de courant, dat er door de Conferenten een wapen-stilstand is bepaald tot den 10 october. Zij zeggen, dat die tijd lang genoeg is om tot een minnelijke schikking te komen, doch het had alles geen gevolg. In het begin van september zijn de Groninger en Utrechtsche studenten naar hunne haardsteden teruggekeerd. De wapenstilstand is door de groote mogendheden tot op den 25 october verlengd.


Uit het Dagboek van een Tilburger 1774-1851.

maandag 27 augustus 2012

Allen Ginsberg -- 28 augustus 1962

Aug. 28
To be or not to Be Speech: Hamlet, if you take up action you'Il get killed in it, if not, you'll get killed anyway, surrounded by the hosts of Rheumatism & Cancer and pleuresy & stroke. Either way go into the mouth of Krishna as the armies on the Field of Krushekta (?) — Baghavad Gita. It's a laugh, either way, to be flung into the mouth of life.
***
The Zen man hanging by his teeth with no other answer.


Allen Ginsberg (1926-1997) was een Amerikaanse dichter en schrijver. In zijn Indian Journals doet hij verslag van zijn verblijf in India in '62/'63.

zondag 26 augustus 2012

John Alcock -- 27 augustus 1888

MONDAY 27th AUGUST 1888
To Alton Towers Flower Show with Bert in Frank Tipper's trap? Cost about 7 shillings for the day's outing and a most miserable afternoon - rain without ceasing. Nowhere to get out of the rain at the Towers so went and sat at the Shrewsbury Arms till coach started. Bert and I went up to see Jessie Shirley but found the old man very ill.


John Alcock (1853-1926).

James Boswell -- 26 augustus 1773

26 augustus
We hebben een nieuw rijtuig gekregen, een uitstekend exemplaar, met goede paarden. We ontbeten in Cullen. We kregen thee met gedroogde schelvis. Ik at er wat van, maar Dr. Johnson vond dat de vis er onsmakelijk uitzag en liet hem van tafel halen. Cullen maakt een aangename indruk, hoewel het een heel klein stadje met nogal armzalige woningen is.
Mr. Robertson stuurde een bediende met ons mee om de weg te wijzen door het bos van Lord Finlater. Zodoende sneden we een flink stuk af en konden we een deel van het landgoed bezichtigen, dat inderdaad erg mooi is. Dr. Johnson had geen behoefte aan een wandeling. Hij zegt dat hij niet voor de mooie bouwwerken naar Schotland is gekomen — die zijn er genoeg in Engeland — maar voor de natuur: bergen, watervallen, eigenaardige gebruiken, kortom dingen die hij nog niet kent. Volgens mij heeft hij weinig oog voor natuurschoon — even weinig als ik.
We dineerden in Elgin, waar we de ruïne van de kathedraal bewonderden. Hoewel het hard regende, nam Dr. Johnson de tijd om alles goed te bekijken. Elgin heeft wat in Engeland piazza's worden genoemd (overdekte voetpaden, red.). Het moet vroeger welvarender zijn geweest. Ik vind het een mooie voorziening, vooral bij regen. Dr. Johnson is het niet met me eens, 'want', zei hij, 'de woningen krijgen er weinig licht door, wat het nadeel groter maakt dan het voordeel, als je nagaat hoe weinig dagen per jaar het regent en hoe weinig mensen er dan op straat zijn — van wie er velen net zo goed thuis hadden kunnen blijven.'
We troffen het slecht met onze herberg. Dr. Johnson zei dat dit zijn eerste oneetbare maaltijd in Schotland was.
's Middags reden we over de hei waar Macbeth volgens de overlevering de heksen ontmoette. Dr. Johnson droeg plechtig de regels voor: 'What are these, so wither'd, and so wild in their attire? That look not like the inhabitants o' the earth, and yet are on it?' Hij droeg nog veel meer uit Macbeth voor. Zijn woorden klonken groots en aangrijpend, met niet meer nadruk dan nodig, wat ze des te indrukwekkender maakte.


James Boswell (1740-1795) was een Schotse advocaat en schrijver, bekend vanwege zijn The Life of Samuel Johnson, maar zeker ook vanwege zijn dagboeken, waaronder het London Journal 1762-1763.

zaterdag 25 augustus 2012

John Lanting -- 25 augustus 1982

Woensdag
Gisteravond openden we in het Rotterdamse Hofpleintheater. Dit unieke theatertje willen ze gaan sluiten. Onze serie voorstellingen zijn dan ook in het kader van een laatste poging om dat te verhinderen. Foto's gemaakt met de directeur op de schouders. Veel bloemen en telegrammen. En een schitterend feest na. D'r klonk ook een feestlied, maar op aandringen van mijn collega's zong ik niet mee want op het stukje bladmuziek, dat iedereen kreeg, stonden te veel mollen, zeiden ze. Vandaag is het de laatste dag van mijn schrijven. En wat heb ik gedaan? Tikken! Ik hoorde opeens dat het uitgetikt ingeleverd moets worden. Omdat ik onze machine haast nooit gebruik vertoonde hij diverse kuren. Ik heb het dus zeer slordig opgestuurd en ben heel benieuwd hoe het een en ander zal overkomen.


John Lanting (1930) is een Nederlandse acteur. In 1982 hield hij voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

vrijdag 24 augustus 2012

J.J. van Heyst -- 24 augustus 1939

24 Augustus 1939. Donderdag.
Om 18 uur een radiobericht van het Algemeen Nederlandsch Persbureau opgevangen, dat de regeering de voormobilisatie had gelast. Op dat oogenblik bevond ik mij te Noordwijk. Ik begaf mij onmiddellijk naar 's-Gravenhage en, na mij thuis verkleed te hebben, ben ik om 21 uur per auto naar Delft gegaan. Aldaar om plm. 21.30 uur aangekomen in de mobilisatiekazerne, de Elout van Soeterwoudeschool, Spoorsingel 8, trof ik daar aan den 2en luitenant Arriëns, die in het bezit was van de administratiekist der compagnie.
Kort na mijn aankomst meldden zich daar de dienstplichtige sergeant-majoor-administrateur Krul en de dienstplichtige sergeant-fourier v.d. Staay. Ik heb daarna de mobilisatiekazerne laten sluiten en mij begeven naar het Bataljonsbureau, Molslaan 139. De bataljonscommandant had zich nog niet gemeld, zoodat ik - ingevolge de mobilisatie-instructie - het bevel van het bataljon op mij nam en mij terstond meldde bij den regimentscommandant in de Dr. Bavinckschool aan de Maarten Trompstraat.
Vervolgens begaf ik mij ter ruste, in hotel "Het Scheepje", aan den Burgwal.


J.J. van Heyst, reserve-kapitein der Jagers, hield vanaf zijn mobilisatie in 1939 tot aan de Duitse inval in 1940 een dagboek bij.

woensdag 22 augustus 2012

Thomas Mann -- 23 augustus 1936

Zondag 23 augustus 1936 [Küsnacht]
[...] Hedenmorgen sloot ik Joseph in Ägyptenaf - een gedenkwaardige datum wanneer ik bedenk dat het werk aan dit deel al deze drie jaren en ten naaste bij zes maanden, sinds wij München verlieten, heeft vergezeld. Ik begon er weer aan in Bandol, dat ik op de aanstaande reis wel zal terugzien. De 'Don Quixote' en het opstel over Freud waren de twee belangrijkste dingen die daartussendoor zijn volbracht. Aan afleidende gebeurtenissen en langdurige onderbrekingen geen gebrek: de beide reizen naar Amerika en de opgegeven poging om met een politiek verklaring te komen waren wel de voornaamste. Vooropgesteld dat de gezondheid meewerkt, zou het vierde en laatste deel - ook wat omvang betreft ongveer gelijk aan deel twee - vlugger tot stand moeten kunnen komen. [...]


Thomas Mann (1875-1955) was een Duitse schrijver. Hij hield zijn leven lang een dagboek bij. Gedeeltes daaruit zijn in het Nederlands vertaald in Dagboeken 1918-1939.

dinsdag 21 augustus 2012

Ella Vogelaar & Onno Bosma -- 22 augustus 2008

Vrijdag 22 augustus 2008 - Wouter in topvorm
Wouter heeft een knappe prestatie geleverd: het kabinet besloot vandaag zowel tot uitstel van de btw-verhoging als tot verlaging van de ww-premie. Voorwaarde voor de ww-maatregel is de bereidheid bij de vakbeweging tot loonmatiging. De financiële ruimte voor het pakket wordt gevonden in meevallers en wat zaken vooruitschuiven, maar zonder bezuinigingen. Met deze maatregel is een flink deel van de koopkrachtproblemen opgelost. Bos en Balkenende hebben echt samen opgetrokken in het besef dat het cruciaal is voor het kabinet om hier goed uit te komen. Je bent tevreden en verwacht dat de besluiten het beeld van het kabinet ten goede zullen komen.


Ella Vogelaar (1949) was van 2007-2008 minister voor Wonen, Wijken en Integratie. Over die periode hield haar partner Onno Bosma een dagboek bij, dat begin 2009 werd gepubliceerd onder de titel Twintig maanden knettergek.

maandag 20 augustus 2012

Adriaan Morriën -- 21 augustus 1943

21 augustus. Ik vraag mij nu en dan met verbazing af hoe het komt dat het mij zo lang heeft ontbroken aan bewuste kennis van de tegenstrijdigheden in mijn karakter. Vroeger dacht ik, misschien toch vooral door mijn ziekte, aan een rustig leven dat met lesgeven, studie, lectuur en literaire journalistiek zou zijn gevuld. Wanneer ik nu aan een dergelijk bestaan denk en er ook naar verlang, verlang ik tegelijk naar een leven dat niet alleen het tegenovergestelde maar vrijwel de ontkenning van dat alles is. Evenzo is het gesteld met mijn verlangen naar een gelukkig huwelijksleven en het bezielende bezit van kinderen, die ik mij vaak al als levend en spelend voorstel. Ook dat verlangen gaat nooit zonder zijn tegenstelling, zijn volslagen ontkenning gepaard: lust om alles op te geven, uit de band te springen, met een hoer te leven, kinderhaat. Vergeefs zoek ik naar een verklaring voor de tegengestelde neigingen die mij teisteren, mijn geestkracht verlammen. Soms denk ik aan erfelijke invloeden. Ik bedenk dan hoe sterk ik in het vage, onbeheerste op mijn vader lijk, zoals ook mijn broers dat doen, terwijl mijn gevoel, of beter: mijn gevoeligheid, mijn vatbaarheid voor indrukken van mijn moeder afkomstig schijnen te zijn. Ik heb, goddank, een duidelijk vrouwelijke trek.

Ik zie mijn jeugdliefde voor J. K., die onder de meest hopeloze omstandigheden van mijn zestiende tot mijn achttiende jaar duurde, als een moeizame bevrijding van de invloed van mijn christelijke opvoeding, een bevrijding die met pijn en zelfkwelling ging gepaard. Mijn trouw aan J. K. als een verplaatste trouw die ik allengs en hoe langer hoe meer aan mijn naaste omgeving onthield. Maar het lag misschien ook aan de onontwikkeldheid van mijn karakter, mijn onervarenheid wat Liefde en erotiek betreft, dat ik ermee begon haar trouw te zijn hoewel zij mij niet de minste gunst toestond en bij voorkomende gelegenheden heel duidelijk liet blijken niet van mijn onhandige attenties gediend te zijn. Maar afgezien van dat alles was zij toch ook mijn Muze, een vrouwelijk droombeeld dat mij inspireerde en, zelfs zonder de minste toenadering van haar kant, een belangrijke rol vervulde in de ontwikkeling en verfijning van mijn gevoel, mijn voorstellingsvermogen. Tenslotte was mijn trouw niet onbeperkt. Ik dacht zelden of, als ik het al deed, met een gevoel van schaamte aan een toekomstige vereniging, aan bepaalde al te lichamelijke handelingen, aan een huwelijk, aan haar ouders, haar jongere broertje. Hoewel mijn liefde heel zinnelijk was, had zij tegelijk een idealiserende kant. ik voelde vooral een behoefte haar te bewonderen. Met afschuw dacht ik aan bepaalde dingen, zekere vernederende lichaamsfuncties, sommige beschamende gebruiksvoorwerpen. Ik herinner mij dat ik haar eens geld uit haar portemonnee zag nemen om het aan een ander meisje te geven, waarschijnlijk een contributie. Het was alsof ik iets zag wat ik niet zou mogen zien, alsof ik haar betrapte en verraad pleegde. Ik had een gevoel van weerzin en ontlediging, waarvan tegelijk een overweldigende seksuele verleidelijkheid uitging. Wanneer ik gelovig was geweest zou ik dat gevoel als zondig en onrein hebben omschreven. De opwinding was er niet minder om.

Ik heb vandaag mijn kamer gedaan alsof ik een ordelijk mens ben.

Nu en dan, wanneer ik aan Guus denk, een gevoel van ontroering, vertedering, anders dan in de eerste tijd van onze omgang, met een warmte waartoe ik al te zelden in staat ben. Ook medelijden.


Adriaan Morriën (1912-2002) was een Nederlandse schrijver. In Ik heb nu weer de tijd zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.

zondag 19 augustus 2012

Grete Lainer (?) -- 20 augustus 19??

August 20th. Last night Ada really did walk in her sleep, probably we should never have noticed it, but she began to recite Joan of Arc's speech from The Maid of Orleans, and Dora recognised it at once and said: "I say, Rita, Ada really is walking in her sleep." We did not stir, and she went into the dining-room, but the dining-room door was locked and the key taken away, for it opens directly into the passage, and then she knocked up against Mother's sofa and that woke her up. It was horrible. And then she lost her way and came into our room instead of going into her own; but she was already awake and begged our pardon and said she'd been looking for the W. Then she went back to her own room. Dora said we had better pretend that we had not noticed it, for otherwise we should upset Ada. Not a bit of it, after breakfast she said: "I suppose I gave you an awful fright last night; don't be vexed with me, I often get up and walk about at night, I simply can't stay in bed. Mother says I always recite when I am walking like that; do I? Did I say anything?" "Yes," I said, "you recited Joan of Arc's speech." "Did I really," said she, "that is because they won't let me go on the stage; I'm certain I shall go off my head; if I do, you will know the real reason at any rate." This sleep-walking is certainly very interesting, but it makes me feel a little creepy towards Ada, and it's perfectly true what Dora has always said: One never knows what Ada is really looking at. It would be awful if she were really to go off her head. I've just remembered that her mother was once in an asylum. I do hope she won't go mad while she is staying here.


Afkomstig uit het anonieme A Young Girl's Diary, dat in 1919 (met een voorwoord van Sigmund Freud) werd uitgegeven.

Oek de Jong -- 19 augustus 1997

19 augustus - Ik reed met Willem Jan Otten naar Warnsveld om Ida Gerhardt de laatste eer te bewijzen. Het was een warme dag. Er werd een uitvaartdienst gehouden in de dorpskerk: laatgotisch, wit gepleisterde gewelven, zuilen en muren, een orgel op een balkon - toonbeeld van een protestants kerkje. Er waren een paar honderd mensen, deels dorpelingen, deels liefhebbers van haar poëzie, en slechts enkele schrijvers - in ons land is het nu eenmaal niet de gewoonte onder literatoren om aanwezig te zijn bij de begrafenis van een groot dichter of schrijver.
Tijdens een gebed zag ik een vlinder door de kerk dartelen. Ik dacht meteen aan de versregel van Gerhardt waarin zij, lerares klassieke talen, aan haar leerlingen vertelt dat het Griekse woord 'psyche' zowel 'ziel' als 'vlinder' betekent. De vlinder kwam naar me toe, vanuit het middenschip naar de zijbeuk, waar het zonlicht door de hoge vensters naar binnen viel. Hij streek neer op de rug van de man die recht voor me zat, op zijn witte overhemd, zat daar even en fladderde toen omhoog naar de vensterbank van een raam. Daar bleef hij lange tijd roerloos zitten, met gesloten vleugels. Terloops keek ik naar het overhemd van de man voor me en ik zag toen dat er in de stof ter hoogte van zijn schouderbladen een merknaam was geweven: 'votum' stond er, 'gelofte'. Toen ik weer omhoogkeek naar het raam, was de vlinder verdwenen.


Oek de Jong (1952) is een Nederlandse schrijver. In De wonderen van de heilbot. Dagboek 1997-2002 registreerde hij "de wonderlijke ontstaansgeschiedenis" van zijn roman Hokwerda's kind.

Jacob Bicker-Raye -- 18 augustus 1764

Op 23 Juli kan gemeld worden, dat de justitie erin geslaagd was tien kerels wegens sodomie in de Boeyen te zetten. Er zouden zich nog over de honderd met de vlucht gesauveerd hebben, waarvan de namen allen bij den Heer Hoofdofficier bekend waren. Verscheidene, die om de een of andere reden - gebrek aan de noodige contanten waarschijnlijk - niet hadden kunnen vluchten, hadden zich zelf van kant geholpen, ‘so verhangen, verdronken als de keel afgesneeden.’

[18 Augustus] Toen er op 18 Augustus justitie gedaan werd, werden vier van de tien personen, die wegens sodomie in de Boeyen gezet waren, gewurgd. Met een gewicht aan hun lichaam werden ze in het Y geworpen. Behalve den reeds genoemde vogelkooper, trof ook een koornverschieter, een paruykenmaker en een waterhaalder dit lot.


Amsterdammer Jacob Bicker Raye (1707-1777) hield gedurende 40 jaar een stadskroniek van Amsterdam bij.

vrijdag 17 augustus 2012

Jack Kerouac -- 17 augustus 1948

TUESDAY AUG. 17 - Babe Ruth died yesterday, and I ask myself: "Where's the foundling's father hidden?** - Where is Babe Ruth's father?" Who was it who spawned this Bunyan? - what man, where, what thoughts did he have? Nobody knows. And this is an American mystery, the foundling becomes the king, and the foundling's father is hidden ... and there's greatness in America that this does always happen. - Called Barbara and she's giving the manuscript to MacMillan's, James Putnam, next Tuesday. Meanwhile I'll do the sea-chapter and the last chapter. - And all ye world's minor minds will make symbols of a man's words - ye minds, a pound of knowledge, not an ounce of wit, of sympathy, or human signification. What is the ball of red sun on the horizon? - say ye, the illusion of refraction and facts? ... I say, it is the verse of the soul's signification. Just thoughts - Did 10 pages of sea-chapter.

[** The search for Babe Ruth's father notion was later used, to great effect, in On the Road, the search for Dean Moriarty's (Neal Cassady's) father.]


Jack Kerouac (1922-1969) was een Amerikaanse schrijver. Zijn 'Journals 1947-1954' zijn gepubliceerd als Windblown World.

woensdag 15 augustus 2012

Laura Ingalls Wilder -- 16 augustus 1894

August 16
On our way at 7:25. Fido is quite friendly this morning, he still seems sad but he has stopped trembling and seems content to sit in my lap and look at the country we are passing. The wheat crop is bountiful here and the corn crop is pretty good. There is a coal bank where men mine the coal and sell all they dig for $ 1.25 a ton.
At 5 in the afternoon we came through Ottawa. There is a North and a South Ottawa, separated by the Maradegene River. They are the county seat of Franklin County. The men of Ottawa stole the county seat in the night, from another town, and for some time they had to guard it withe the militia, to keep it. The court house is quite an imposing building.
The Santa Fe Railroad hospital is in the north edge of North Ottawa, a large brick building. It looks very clean. In South Ottawa there is a handsome college building made of native stone. In all the towns now there are many colored people.
We camped on the bank of the Rock Creek in the auburbs of South Ottawa. Two men coming by stopped and looked at Prince for some time and as they went on the elderly said to the other, "That is the nicest colt I have seen for years." The hens are laying yet.


Laura Ingalls Wilder (1867-1957) was een Anmerikaanse schrijfster (van Little House on the Prairie). On the Way Home is "The diary of a Trip from South Dakota to Mansfield, Missouri, in 1994".

dinsdag 14 augustus 2012

Bart Vos -- 15 augustus 1982

Zondag, 15 augustus 1982. 19.00 uur
De tenten staan naast de ruïnes van een verlaten klooster. Buiten sneeuwt het licht. Voor het eerst!
De komende twee maanden zal alles tot een hoogte van 7000 meter ‘Rongbuk-’ heten: Rongbukklooster, -gletsjer, -dal, en -rivier. De Tibetaanse naam voor de laatste is ‘Dsjakar Tsju’, maar de Chinezen noemen haar voor het gemak Rongbukrivier.
Vandaag vond de eerste slachting onder de expeditieleden plaats. Meer dan de helft heeft blessures, is kapot door de inspanning of heeft door de hoogte vreselijke hoofdpijn. Sommigen reden daarom met de vrachtwagen mee. Xander liep wel het hele stuk (ongeveer 25 kilometer, 700 meter langzaam stijgend langs de rivier), maar ziet er nu uit als de Dood van Pierlala. Tien dagen geleden lag hij in Peking nog op bed. Spit! Het zag er even naar uit dat voor hem de expeditie vroegtijdig was beëindigd, maar Chinese artsen hielpen hem met acupunctuur weer op de been. Het lijkt erop dat hij ondanks jaren ervaring met het maken van trektochten zijn krachten niet weet te doseren.
We vertrokken om 8.45 uur. Willem ten Barge weer als eerste. Willem, voormalig commando, is sportinstructeur bij de Nijmeegse politie. Hij ergert zich aan ons losse wandeltempo. Hij vertrekt als eerste, komt overal als eerste aan. Willem lijkt een wielrenner die te vroeg demarreert. Vandaag zaten Rob en ik hem op de hielen en passeerden hem rond het middaguur. Later ging ik alleen vooruit. Terwijl ik me had voorgenomen niet mee te doen aan die zinloze wedstrijdjes, me in te houden; om langzaam en ontspannen aan de hoogte te wennen en te genieten van het nauwe Rongbukdal.
Vlak voor het klooster werd het dal wijder. Voor me de ruïnes, in het zuiden een grauwe wolkensluier. Terwijl ik aan de rivier op de anderen wachtte, werden de wolken weggeblazen en toonde de Everest zich weer. Nog ver weg, maar ik zag dat hij echt heel hoog was. De berg was gehuld in witte moessonsneeuw. Een paar minuten was het zicht op de Everest voor mij alleen en daarmee was alle nodeloze inspanning gerechtvaardigd.
De twee Karakorumtoppen K2 en Nanga Parbat zagen we vanuit het vliegtuig. Dat was een sensationeel gezicht. Net als de Mont Blanc toen ik die tien jaar geleden voor het eerst hoog boven Chamonix zag uitrijzen. Een hoge en onbereikbare wereld.
Vandaag probeerde ik de Everest indrukwekkend te vinden. Het lukte niet. Hij was niet meer dan een uitvergroting van de vele foto's die ik de afgelopen twee jaar heb bestudeerd.
Het eerste ‘klim’-boek dat ik ooit las was Ik stond op de Everest van Edmund Hillary. Dat was in 1977 tijdens een vakantie in Clambin, een bergdorpje in het Franstalige gedeelte van Zwitserland. Jet had het boek in de boekenkast ontdekt. Op kinderlijke wijze beschrijft Hillary de expeditie van 1953. Het was een goed voorbereide en groot opgezette onderneming, geleid door een heuse kolonel. Hillary en de Sherpa Tensing bereikten als eersten de top. ‘Na een zwaar maar edel gevecht met tegenstander Everest.’
Dagenlang praatten Jet en ik Hillary-taal: ‘Ik stiet de geduldige Tensing aan, mompelde iets over de primus en trok me nog dieper in de slaapzak terug. Diep en luidruchtig ademend rekte Tensing zich uit en ging aan het werk met de primus, die langzaam op stoot kwam.’
‘Tensing, met gekruiste benen op de grond zittend, bezette het laatste vrije plaatsje en staarde met een ondoorgrondelijk gezicht naar de metershoge vlam van de petroleum-vergasser, die tussen zijn knieën stond. (Geen Sherpa was ooit aan het verstand te brengen, dat zo'n toestel eerst met spiritus moet worden voorverhit.)’
Jet en ik wandelden veel. Steeds hoger, maar waar de sneeuw begon hield het voor ons op. Tijdens een trektocht ontmoetten we een Nederlands echtpaar op Col Ferret, een pas ten zuiden van de Mont Blanc. De vrouw maakte zich zorgen over haar klimmende zoon, die het jaar ervoor door een val een been had gebroken. De man vertelde trots over de prestaties van zijn kinderen en van zichzelf. Hij vertelde dat er in Nederland drie verenigingen waren waarbinnen men zich met de bergsport bezighield. Die verzuiling bij een sport die in Nederland niet eens beoefend kan worden, verraste me.
Om voortaan ook over gletsjers te kunnen trekken volgde ik in 1978 een bergsportcursus en ik merkte dat ik plezier had in het klimmen. Niet zozeer het bereiken van een top, maar de inspanning, de berekening en het gefriemel met touwen vond ik leuk. In het najaar ben ik met een vriend die ik tijdens de cursus had leren kennen zelfstandig gaan klimmen. Daarna is het snel gegaan.
Nadat we vanmiddag de tenten hadden opgezet heb ik Gert Reijmerink, de avro-cameraman geholpen met het filmen. Het lopen was voor hem al de eerste dagen te zwaar. Hij heeft nu een ontstoken achillespees en schuifelt op pantoffels rond in het kamp. Ook vandaag heeft hij het hele stuk liggend en zittend achterin de vrachtwagen afgelegd.
20.45 uur. Terwijl ik schreef merkte ik opeens dat het buiten stiller was, geen lawaai van de anderen. Ik kroop uit de tent. Iedereen was aan het eten. Het was bijna op; niemand had eraan gedacht me te roepen.


Bart Vos (1951) is een Nederlandse bergbeklimmer. Zijn Himalaya-dagboek bevat dagboeken van drie beklimmingen in de Himalaya.

maandag 13 augustus 2012

Willem de Clerq -- 14 augustus 1821

Dingsdag avond. Genoegelijk bij Da Costa. Hij was vrolijk en recht hartelijk en vriendschappelijk. Wij spraken meest over letterkundige onderwerpen. Belangrijk waren vooral de vele kleine vertellingen uit het huiselijk leven van Bilderdijk, waaruit blijkt, dat deze de bullebak niet is, dien men van hem heeft willen maken. Hoe belangrijk zal het mij zijn, dien man te leeren kennen. Hij is toch de reus onzer letterkunde, waarbij al de krassende pygmeën verdwijnen.


Willem de Clercq (1795-1844) was bankier, dichter en voorman van het protestantse Réveil in Nederland. Zijn dagboeken vormden de basis voor Naar zijn dagboek.

zondag 12 augustus 2012

Alexander Ver Huell -- 13 augustus 1865

13 Augustus.
- Vrijdag ben ik met Jan van Outeren en zijn oudste zoontje naar Doornenburg geweest. Ik kocht er weder een bloktinnen bord met het wapen van Amstel en Schenck. - Het oude Huis was nog bouwvalliger, de schoone (Arazzi!) tapijten hingen nog ten prooi van stof en mot, doch waren toch afgeborsteld. - In het Dorp lieten wij een onweder overwaayen en waren tegen 5 ure te huis. 'Smorgens hadden wij te Huissen het Dominikaner-klooster bezocht (van de familie Fabricius gekocht, vroeger eigendom van Rooyaards.) Nu reeds waren er 40 broeders in opgenomen. De pater (en gewezen muzykmeester uit Deventer de H.r Haafkes) die ons rondleidde had een schilderachtige kop met zijn blond, krullend haar, onder het zwarte kapje, gehuld in zijn geheel witte pij. - Hij deed mij denken aan Liszt, doch had grover trekken. - Overal nieuwe kloosters! en overal groeit er de monniken-bevolking in aan! -
Van Hornberger (de beeldhouwer) kreeg ik een brief uit Duitschland. Hij begint met deze woorden ‘Wie ein heiterer Lichtstrahl eins trübener Himmel, werden mir immer die mit Ihnen genossen Stunden auf dem ... Wegen meiner Künstlerlaufbahn hervorläuchten.’ Half heb ik de brief echter nog maar kunnen ontcijferen en niemand vond ik nog die er toe in staat was. -
Onderscheiden bezoeken kreeg ik van oude vrienden. Heden (Zondag) voor 8 dagen H. van Lelyveld met zijn broeder en hun echtgenooten, v.d. Elst Vrijdag avond, eergisteren Verweij uit den Haag, van morgen Constant Hanegraaff die voor zijn gezondheid hier is. - Van de famille Ziepprecht kreeg ik brieven uit Spä en Pyrmont - en schreef hun heden aldaar.


Alexander Ver Huell (1822-1897) was een Nederlandse tekenaar. Zijn dagboek 1860-1865 staat bij de dbnl.

zaterdag 11 augustus 2012

Ernst Heldring -- 12 Augustus 1930

12 Augustus 1930.
Het suikerwetje is aangenomen. Hadden de liberalen tegengestemd, dan was het verworpen. Zij zijn echter opportunist geweest. Bennink wil dat wij onze houding tegenover de partij herzien. Ik kan hem geen ongelijk geven, maar ik heb hem geschreven, dat wij onze inzichten kenbaar hadden moeten maken voordat het ontwerp in de Tweede Kamer kwam. Rutgers4 valt den lamlendigen bij. Er is dus alle reden, voor de toekomst onze gedragslijn vast te stellen en het aan het partijbestuur te laten weten.
Intusschen ga ik eerst met een maand vacantie, waaraan ik groote behoefte heb.
In de Internationale Kamer van Koophandel heb ik mijn positie van Voorzitter van het Comité voor de Handelspolitiek neergelegd, omdat men - ik zie Pirelli er achter - de voornaamste taak van het Comité: te adviseeren inzake tariefverlaging, zonder mij te consulteeren naar het Comité Europe heeft overgebracht, waar de industrieelen den boventoon voeren en men niets van tariefverlaging, des te meer van cartels hebben moet.


Ernst Heldring (1871-1954) was een Nederlandse reder, bankier en politicus. Zijn dagboeken publiceerde hij in Herinneringen en dagboek.

Anna Dostojevskaja -- 11 augustus 1867

11 augustus
Fedja zei, dat hij niet alleen de 40 frank had verspeeld (in het casino, red.), maar ook nog zijn ring bij Moppert in pand had gegeven. Daarna was hij ook dat bedrag kwijtgeraakt. Dat wil zeggen: hij won het geld eerst terug en ten slotte zelfs nog iets meer, om uiteindelijk alles te verliezen. Dat was voor mij de druppel. Hoe kon hij zo lichtzinnig zijn om voor 20 frank zijn ring naar de lommerd te brengen, dus 20 frank te verliezen, terwijl hij weet dat ik nog maar 140 frank heb en alleen onze reis al 100 frank kost! Ik had veel zin om hem uit te schelden, maar hij zonk op zijn knieën voor me neer en bad om vergiffenis. Hij zei dat hij een schurk was die zwaar gestraft verdiende te worden, maar ik moest het hem alsjeblieft vergeven.
Hoe pijnlijk ik het verlies ook vond, er zat niets anders op - ik moest hem nog eens 20 frank geven om de ring uit de lommerd te halen. Toen we alles nog eens narekenden, ontdekten we dat we niet eens genoeg geld voor de reis naar Genève hadden. We zouden mijn oorringen niet zoals we eerst dachten in Genève, maar al in Basel naar het pandjeshuis moeten brengen. Fedja vond dat we het dan net zo goed meteen hier bij Moppert konden doen. We zouden hem kunnen vragen ons na twee maanden onze spullen na te zenden en een bedrag voor de verzendkosten bij hem achterlaten.
Hoewel ik de hoop had verloren dat ik mijn spullen ooit terug zou zien, leek het ons beter alles bij Moppert achter te laten, dan dat we in Genève naar een bank van lening zouden moeten gaan zoeken. Want ook daar zouden we toch eerst geld moeten uitgeven voor eten en onderdak. Ik zag geen andere moge-lijkheid, dan met het plan in te stemmen.
Fedja zat er zo verslagen bij, dat ik hem een beetje wilde opmonteren. Ik zei dat als Moppert akkoord ging met onze voorwaarden, ik hem nog één keer 20 frank zou geven. Daarmee zou hij dan, als het meezat, ten minste drie daalders moeten winnen, waarna hij ogenblikkelijk terug naar huis diende te komen. Van die 20 frank knapte hij zienderogen op.


Anna Dostojevskaja (1846–1918) was een Russisch schrijfster van memoires en de tweede vrouw van schrijver Fjodor Dostojevski.

donderdag 9 augustus 2012

Nina d'Aubigny -- 10 augustus 1790

Dinsdag, 10 augustus
We werden om 6 uur gewekt om naar Delft en Rotterdam te gaan. In de boot troffen we een man aan die er tamelijk goed uitzag en helemaal niet op een Hollander leek. Om hem niet te laten horen wat we zeiden spraken we Italiaans, tot we eindelijk bemerkten dat hij het beter sprak dan wij. Hij vertelde ons dat hij in dienst was bij de Staten van Holland te Gibraltar. We knoopten een gesprek aan en hij toonde geen gebrek aan esprit. In Delft moet je in een schuit overstappen voor Rotterdam. Toen we daar aankwamen, troffen we de Portugees nog aan en een Hollandse vrouw met haar zoontje, een pedant ventje van twaalf jaar, dat beeldschoon gekapt en gekleed was en dat ze voor de kerk had bestemd. Deze vrouw was zo'n afschuwelijke schreeuwlelijk dat het maar weinig scheelde of ik had het gehoor verloren. De mannen namen haar zo veel mogelijk op de hak en om haar te bespotten lieten ze haar geloven dat Adam twee vrouwen had gehad enz. Toen we in Rotterdam aankwamen door een zijarm van de Maas was er juist een markt aan de gang, wat aan de stad een zeer levendige aanblik gaf. Dat heeft deze trouwens altijd al als gevolg van de bloeiende handel, waar de stad Amsterdam dan ook erg jaloers op is. De omstreken zijn buitengewoon mooi, vooral Onder de bomen [Waarschijnlijk 'De Boompjes', een bekende kade langs de Maas.] waar je de Maas in al haar schoonheid ziet. Het standbeeld van Erasmus bevindt zich op de Grote Markt. Het stadhuis is heel oud en lelijk, maar de inwoners zijn er trots op. We zijn niet meer in de herberg geweest, maar vertrokken direct naar Delft, waar we van plan waren te dineren. De Portugees had ons gevraagd dat in de roef te doen, maar ze hadden hem gezegd dat we om drie uur zouden vertrekken en we deden dat om twee uur. De beurs heeft van buiten een mooiere architectuur dan die van Amsterdam. Omdat de stad niet dezelfde grandeur heeft, ligt het voor de hand dat de beurs minder druk is.
Toen we in Delft aankwamen gingen we allereerst de porseleinfabriek bekijken, die een van de alleroudste is en die nog lang stand zal kunnen houden omdat het porselein van een soort is dat ook de gewone man kan gebruiken. De Grote Kerk is van belang door de graftombes van diverse mannen. Allereerst die van Willem de Eerste, de stadhouder, de grote vorst die werd gedood door de hand van een ongelukkige die zijn diensten verkocht aan de partij die tegen de prins was en die gevierendeeld werd de dag na deze wrede daad. Het praalgraf is schitterend en gemaakt van verschillende soorten kostbaar marmer. Vooral het beeld van Fama is goed uitgevoerd. Ik zag er ook nog het graf van de grote Hugo Grotius, dat van een schone eenvoud is en mij om deze reden oneindig beter bevalt dan de tombe van de prins. Daarna vervolgden wij onze weg naar het oude kasteel (Het Prinsenhof] om alsnog het gat te zien waar de kogel doorheen ging die de prins doodde. Hoewel ze een grote vorst hebben gediend, ademen de zalen van het kasteel geenszins de luxe die heden ten dage in de huizen van de meeste particulieren heerst. Er was juist een avonddienst in de Nieuwe Kerk en we zagen daar nog de monumenten voor de admiraals Piet Hein en Tromp. In de schuit die ons van Rotterdam naar Delft voerde kwam we in het aangename gezelschap van twee heel geestige dames.
Toen we terugkeerden in de herberg hadden we een Indiër in ons gezelschap die onze heren keurig tabak aanbood en beloofde die in Amsterdam bij mijn oom te komen terughalen. We hadden een heel dispuut met de administrateur van de schuit in Delft, die ons tenslotte een eigen ruimte gaf wat natuurlijk veel geld kostte. Teruggekeerd in Den Haag hoorden we dat de pensionaris Scholten drie keer bij ons langs was geweest en dat hij om tiwn uur zou terugkomen in de hoop ons nog te zien. Maar Mama, die er gewoonlijk zeer voor geporteerd is om vroeg naar bed te gaan, wilde dat vanavond ook - we zagen hem dus niet.


Nina d’Aubigny (1770–1847) was een Duitse zangeres en schrijfster van een dagboek over haar verblijf in Nederland.

woensdag 8 augustus 2012

Antonio de las Alas-- 9 augustus 1945

August 9, 1945
Big News. Russia declared war against Japan. This is now practically a war by the whole world against Japan. Taking into consideration the military strength of Russia, the Pacific War cannot last much longer.
For the first time the Americans dropped in Hiroshima, Japan, an atom bomb. Its destructive power is beyond classification. It is said that it is equal to bombs thrown by 2,000 superfortresses. It kills everything and lays waste an area covering a radius of seven miles.
With Russia’s entry and this new bomb, Japan will have to surrender.


Antonio de las Alas (1898-1992) was een Filippijnse ploliticus en bestuurder. Bij The Philippine Diary Project staan fragmeneten uit zijn dagboeken.

dinsdag 7 augustus 2012

S.P.A. van Heiden Reinestein -- 8 augustus 1778

8 augustus
Het nieuws omtrent het treffen van de Engelse en de Franse vloot wordt bevestigd. De slag heeft slechts tweeënhalf uur geduurd, negen Engelse schepen en vijf Franse zijn elk zwaar gehavend in hun havens terguggekeerd, zonder dat duidelijk te onderscheiden valt aan wie de eer van de strijd toekomt. De Fransen schijven zichzelf de overwinning toe en inderdaad lijkt het dat de Engelsen zich het eerst hebben teruggetrokken. Admiraal Keppel was met heel zijn vloot teruggekeerd naar Portsmouth en de Heer d'Orvilliers had Brest bereikt met de zijne. De hertog van Chartres was erop uitgestuurd om dit nieuws naar Versailles en Parijs te brengen waar hij met luide toejuichingen was ontvangen.
De berichten uit Duitsland zeggen dat Laudon genoodzaakt was geweest een geforceerde mars van twintig mijlen af te leggen om te verhinderen dat Prins Liechtenstein werd afgesneden van de hoofdmacht.


S.P.A. van Heiden Reinestein (1740-1806) was een Drentse edelman en opperkamerheer van stadhouder Willem V. Zijn in het Frans geschreven memoires verschenen in 2007 in het Nederlands onder de titel Van de prins geen kwaad, De dagboeken van S.P.A. van Heiden Reinestein kamerheer en drost 1777-1785.

maandag 6 augustus 2012

John Jay Johns -- 7 augustus 1869

Aug. 7, 1869. Clear and cool. This is the day of the great eclipse of the sun. Just about four oclock p.m., as was calculated, the eclipse began. At 5 o'clock it was almost total, looked like twilight, only there was a strange, sombre appearance, quite unnatural. Nature shows signs of uneasiness when the sun hides his light in that way. How grand and solemn is such a sight, and how wonderful that man can calculate with certainty years beforehand such an event.


John Jay Johns (1818-1899) was een Amerikaanse boer die een groot deel van zijn leven een journaal bijhield.

zondag 5 augustus 2012

John Dee -- 6 augustus 1597

Aug. 6th, this night I had the vision and shew of many bokes in my dreame, and among the rest was one great volume thik in large quarto, new printed, on the first page whereof as a title in great letters was printed “Notus in Judæa Deus.” Many other bokes methowght I saw new printed, of very strange arguments. I lent Mr. Edward Hopwood of Hopwood my Malleus Maleficarum to use tyll new yere’s tyde next, a short thik old boke with two clasps, printed anno 1517.


John Dee (1527–1608 of 1609) was een Engels humanist, filosoof, wiskundige, geograaf, astroloog en adviseur van koningin Elizabeth I. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd in The Private Diary of Dr. John Dee.

Franz von Baader -- 5 augustus 1787

Bergen, den 5. August.
Die ganze Welt um dich — dunkles Geheimniss, Aufschluss, Enthühlung zu diesem Geheimniss: woher, wie? — Siehe, Licht, allenthüllendste Sprache vom Throne Gottes! — Oeffne dein Auge — weiter nichts — und du siehst. Du magst wollen oder nicht, zweifeln oder nicht — du siehst — es ist — Sache selbst, Gegenwart lehrt dich. — Kein Wunder, dass die ganze Psychologie und Theologie des Alterthums von dieser schönen, holden, allgegenwärtigen Erscheinung Gottes in der Natur ausgeht. Und wahrlich, auch ich mag ewig von keiner andern Theologie und Psychologie wissen, als von dieser.


Franz von Baader (1765-1641) was een Duitse filosoof. In zijn Verzamelde werken zijn ook zijn dagboeken opgenomen.

vrijdag 3 augustus 2012

Junius Henderson -- 4 augustus 1909

Rifle Gap State Park, Aug 4, 1909

Arose at 6:30. After breakfast Terry and I started down into the Gap on the SE side of creek. Between the first well defined sandstone ledge and the second we found Cardium speciosum, Mactra, Ostrea, Anchura, Lunatia and other gastropods in float rock. Immediately above the second ledge we found a fossiliferous stratum 2 or 3 ft. in thickness, dipping S angle 73¡, containing Anomia raeti-formis [?], Corbicula, Ostrea, and with no Cardium or gastropods. The first s.s. does not make a ridge on the W side of the gap. Above the next s.s. is a coal vein which has been worked somewhat on both sides of gap. This is overlaid by clay shales, then sandy shales. About 100 ft. above this is a series of burned s.s. and clays which I estimated to be 200 ft. thick, probably metamorphosed by burning of coal veins. This is overlaid by a massive s.s. like the Laramie, which in turn is overlaid by alternating s.s. etc. as below. I notice two more coal openings above this on W side of gap, the uppermost but little below the upper ridge making sandstone ledge. All along the sandy slope we found dead Oreohelix cooperi, but saw no live ones, though, for that matter, I did not look for them. Took one picture looking at the W side of the gap, down stream, another of the lower Mesa Verde on the W side from the E side. Another of the upper fossil outcrop on E side. Reached camp at 1:30 p.m.. Very hot forenoon. Afternoon I cleaned the Oreohelix from Newcastle, Colorado and found both species to contain young. Then at 4 p.m. Terry and I visited the very steep slope showing upper Mancos shales and lower Mesa Verde sandstones. In the lower Mesa Verde we found a thick stratum (about 8 inches) filled with fossils, including Baculites, Bryozoa, Serpula markmani, Anchura, et al., but no Cardium, Mactra, Callista or Ostrea. The three faunas we have found here are very distinct. In this last horizon we also found 2 specimens of Halymenites major and many plant stems, probably marine. Reached camp at 6:30, retired at 9:30


Junius Henderson (1865-1937): Field Notes.

donderdag 2 augustus 2012

Kristien Hemmerechts -- 3 augustus 2001

3/8

Verjaardag Rob. Robert Jan Smith. Zou 17 zijn geworden. Mijn zus wordt achtenveertig vandaag, Gal 61.

Drie augustus 1984, avond. Rob is nog geen etmaal oud. De deur van mijn kamer staat open. In het bed naast me ligt een Nigeriaanse vrouw met haar zoontje. Er is me gevraagd of ik het erg zou vinden om een kamer met een Afrikaanse vrouw te delen. Nee, natuurlijk, niet. De vrouw is opgelucht dat ik even ongegeneerd als zij borst¬voeding geef. En ze is gelukkig, want ze heeft nu al twee zonen, er kan haar niets meer overkomen. Ik zit in kleermakerszit op het bed met Rob in de kom van mijn gekruiste benen, waak voor het geval hij zou vergeten te ademen. Het is warm. Lang na het bezoekuur hoor ik een snelle stap op de gang, roep: ‘Bie?’ - En zij: 'Kiki?' Bie is net terug van vakantie, komt haar zus opzoeken die enkele kamers verder met háár baby ligt. Bies man werkt in het ziekenhuis en zo is ze naar binnen kunnen glippen. Bie wist nog niet dat ik was bevallen; ik wist niet dat haar zus daar lag. Maar toen ik die stap hoorde, wist ik absoluut zeker: zij is het.
(Bie ook die zich 'opoffert' om tijdens de begrafenis van Ben bij Kathy te blijven; Bie en Kathy bij de draad van de weide tegenover ons huis om naar de geitjes te kijken want Bie wil Kathy's aandacht afleiden terwijl wij wegrijden. Bie ook die in Dover dikwijls op bezoek komt. Die door het wc-raampje naar binnen kruipt als we niet thuis zijn. Met wie ik vroeg in de ochtend langs een steil pad een clif afdaal om naakt te gaan zwemmen. Wuiven naar vrachtschepen en ferry's. Kunnen de mensen aan boord zien dat we geen badpak dragen?)

Casteleintje gisteren na blowjob: Kristieneke, Kristieneke. Waar¬op hij prompt in slaap viel.

Als iemand me zou vragen waarom uitgerekend Bart, zou ik zeggen: omdat hij van me houdt.

De laatste keer dat ik hem zag droeg hij zijn groene suède jasje. Het was halfnegen 's morgens: hij was ergens in slaap gevallen. Ik schrijf ‘ergens’, al weet ik precies waar. Heb geen zin om erover te schrijven, het me te herinneren. Al herinner ik het mij.


Kristien Hemmerechts (1955) is een Belgische schrijfster. In Een jaar als (g)een ander publiceerde ze een dagboek dat ze bijheidl tussen 5 februari 2001 en 15 februari 2002.

woensdag 1 augustus 2012

Wouter Jacobsz -- 2 augustus 1575

[2 augustus] Op deze dag vertelde men ons hoe deerlijk een Amsterdamse poorter op weg naar Utrecht door de geuzen was toegetakeld. Omdat hij hun zin niet deed, scholden ze hem eerst de huid vol en sloegen hem, daarna brachten ze hem verwondingen toe in zijn gezicht met een rapier, vervolgens sloegen ze hem met een geweer op zijn lenden, trokken en duwden hem zo hard in alle richtingen dat hij voor dood bleef liggen. Toen de geuzen dat zagen, trokken ze zijn broek, kousen en schoenen uit. Ze liepen weg, namen zijn mantel, kousen en schoenen mee en lieten hem zo achter, Toen de man die zo behandeld was, zag dat de geuzen weg waren, probeerde hij een veilige plek te bereiken. Hij ging het water in om naar de overkant te zwemmen om op die manier verlost te zijn van verdere wreedheden van de geuzen. Daardoor was hij genoodzaakt door een rietveld te lopen, waar hij ernstige kwetsuren opliep, omdat hij nagenoeg naakt was. Hij zat zó onder het bloed dat het leek of hj met schorpioenen gegeseld was. En als God niet beschikt had dat een vrouw, wier huis hij het eerst bereikte, hem verzorgen zou, dan was hij aan zijn verwondingen overleden. Ten slotte is hij na nog meer treurigheden naar Utrecht gebracht, waar zijn vrienden hem ontvingen en weer aan kleren hielpen.


Wouter Jacobsz (1521-1595) was een kloosterbroeder die tussen 1572 en 1579 verslag deed van de 'troebelen', oftewel de opstand van de geuzen. Zijn verslag is gepubliceerd als Dagboek van broeder Wouter Jacobsz 1572-1579.