maandag 31 december 2018

Frederik van Eeden -- 31 december 1923

Frederik van Eeden (1860-1932) was schrijver en psychiater. Hij hield een groot deel van zijn leven een dagboek bij.

vrijdag 28 december
Storm en sneeuw. ▫ Van morgen met mijn lieve vrouw om 8 uur naar de kerk. Daar kreeg ze een flauwte, na de communie te hebben gekreegen. De lange tocht door de dikke sneeuw had haar uitgeput. Ik bracht haar naar buiten en bij de familie Schippereyn kwam ze weer tot zichzelf. ▫ Ik was zeer bedroefd, omdat zij het zoo naar moest vinden. En ik weet niet hoe ik haar digter bij de kerk kan laten woonen. ▫ Het lijkt me nog het beste Lize, onze duitsche meid te houden als huishoudster, en de juffrouw door een jonge kracht te vervangen. Die Uwe maakt toch ieder tot vijand. Een kleine ziel. Maar ze diende ons toch trouw.

zaterdag 29 december
Het gaat mij nog altijd eeven slecht. Ik kan niet bidden dat is 't ergste.

Gister het bericht in het Berl. Tageblatt van mijn reis naar Engeland in 1917. Ik had er nog al plezier in, totdat mijn vrouw opmerkte dat Lloyd George wel ‘woest’ zou zijn, omdat ik mij had voorgedaan als pro-entente en heimelijk toch pro-duitsch was. Toen begreep ik er toch te zijn ingeloopen. Weer een truc door den booze gespeeld. Ik had welligt beeter gedaan te zwijgen. Het motief was toch weer een zeekere ijdelheid. Mijn vijanden zien weer zelfverheffing in die ‘moeyelijke en gevaarlijke reis’. ▫ Nu sloeg mij dit weer geheel ter neer. Het is mooi winterweer. Maar ik zie geen licht.

Van morgen weer een aanvraag op 1 Jan. in Diligentia te spreeken. Ik wees het dadelijk af.

zondag 30 december
Vrij goed weer omstreeks vriespunt. ▫ Ik stond op in tranen, en na het koffiemaal moest ik de kamer uit, en schreide radeloos. Ik had Hugo een klap gegeeven, en ik was lang in bitter zelfverwijt. God zij mij arme zondaar genadig!!

Uit mijn ellende rees zooeeven het beeld van Sirius, die uit zijn hoogste glorie neertuimelt in de diepste diepte, om te leeren Gods majesteit te erkennen. Hij eindigt als melaatsche, broeder Humilitas.

maandag 31 december
Zeer koud, 7o Fahrenheit. ▫ Mijn onrust wat verminderd. Het is nu vechten teegen de kou. Het verslindt schatten aan brandstof.

Ik las het roerende stukje van Steffens: Honger. Ik barstte in tranen uit, ten laatste.

Europe is een goed tijdschrift.

Virginie Loveling -- 30 december 1917

Virginie Loveling (1836-1923), zus van schrijfster Rosalie Loveling en nicht van schrijver Cyriel Buysse, was een Vlaamse schrijfster en dichteres. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield ze een oorlogsdagboek bij.

Zaterdag 30, december '17
Als eenig nieuws tot ons komt, is het doorgaans reeds oud. Alzoo vernam ik, dat de moordenaren van graaf d' Udekem d' Acoz ontdekt, aangehouden en door een duitschen krijgsraad veroordeeld zijn sinds eenigen tijd, Mevrouw d' Udekem d' Acoz, weduwe van den vermoorde, die gevangen was, is in vrijheid gesteld.
d' Udekem d' Acoz, een edelman, wonend op zijn kasteel in de omstreken van Brugge - ik meen te Oostcamp - werd op zekeren dag door twee officieren met een auto opgehaald, zoo gezegd ontboden naar de Kommandantur+. Hij kwam niet terug, er was niets meer van hem te hooren. Maanden daarna werd zijn lijk gevonden: het lag in een bosch der omstreken begraven sedert 1915.+ Die ontdekking geschiedde als volgt:
Om de moordenaren te ontdekken, was er een premie uitgeloofd van vijf duizend mark. Een onderofficier, Fritz Geissler, nam die taak op zich en hij slaagde in zijn onderzoek. Volgens de getuigenis der knechten van het kasteel was de verdwenene afgehaald per auto door twee Duitsche officieren. Deze bleken te wezen: Luitenant Ritmeister Baron von Gagern en prins zu Stolberg Rosfar. Het proces had plaats met gesloten deuren in de vorige lente. De bezwaren waren zoo groot, dat ondanks alle moeite om ze aan de straf te onttrekken als hooggeplaatste edellieden, de vrijspraak onmogelijk was. Baron von Gagern was de hoofdschuldige. Hij werd veroordeeld als een vuig misdadiger, doch vond gelegenheid om zich door den kop te schieten.
De medehelper kwam er af met een lichte straf. Men beweert, dat hij kort daarop in een krankzinnigengesticht werd opgesloten.
De 5 duizend uitgeloofde mark werden niet aan den ontdekker der schuldigen, Geissler uitbetaald. Hij werd eenvoudig naar Duitschland verplaatst.

zondag 30 december 2018

Paul Léautaud -- 29 december 1933

• Schrijver en kattenliefhebber Paul Léautaud (1872-1956) hield twéé dagboeken bij: het literaire dagboek voor het leven van alledag, en het particuliere dagboek voor zijn seksleven en zijn verhoudingen met vrouwen. Uit: Particulier dagboek 1933 (vertaald door Ed Jongma).

Zaterdag 29 december 1933.
Maaltijd bij M.D. Een brave avond, omdat een bepaalde toestand op komst is, die haar minder ontvankelijk maakt. Ik heb haar op de hoogte gebracht van de opmerkingen van de 'Gesel' [bijnaam voor een andere minnares]. Het was een schok voor haar. Een lichte verkoeling. Tegen het einde van de avond, volgens haar eigen zeggen verdwenen. Heb ik er goed aan gedaan? Heb ik er verkeerd aan gedaan? Zij verzekert mij dat ik er goed aan heb gedaan. Dat het beter is dat zij het weet. Heeft zich erover verbaasd dat opnieuw een situatie ontstaat die zij kent van al haar verhoudingen. Heeft mij verzekerd dat er ten opzichte van mij niets in haar is veranderd. Gebruikte zelfs het woord tederheid. Betreurt enkel het verdwijnen van: oprechtheid.
Bekende vanavond dat zij de minnares is geweest van haar oude vriend M... zonder dat hij haar ooit in de ware zin des woords heeft bezeten. Hij voerde bepaalde liefkozingen bij haar uit... Ik vroeg haar: 'En jij dan? Jij zoog hem zeker af.' Antwoord, heel rustig: 'Ja.' Zij was negentien. Het is belachelijk – en dat heb ik haar gezegd, zulke dingen zijn, zelfs na zo lange tijd, nooit prettig om te horen, wat niet alleen belachelijk is, maar ook idioot, omdat het nogal duidelijk is dat een vrouw van 46 vóór jou andere minnaars heeft gehad, net zoals jij andere minnaressen. Nog een gevolg: opwinding. Maar ik (denk?) dat ze niet tevreden was, zij weigerde alles.

vrijdag 28 december 2018

Susan Sontag -- 28 december 1977

As Consciousness is Harnessed to Flesh bevat (dagboek)notiti-es van schrijfster Susan Sontag (1933-2004) uit de periode 1964-1980-.

[december 1977]

Best films (not in order)

1. Bresson, Pickpocket
2. Kubrick, 2001
3. Vidor, The Big Parade
4. Visconti, Ossessione
5. Kurosawa, High and Low
6. [Hans-Jürgen] Syberberg, Hitler
7. Godard, 2 ou 3 Choses …
8. Rossellini, Louis XIV
9. Renoir, La Règle du Jeu
10. Ozu, Tokyo Story
11. Dreyer, Gertrud
12. Eisenstein, Potemkin
13. Von Sternberg, The Blue Angel
14. Lang, Dr. Mabuse
15. Antonioni, L’Eclisse
16. Bresson, Un Condamné à Mort …
17. Gance, Napoléon
18. Vertov, The Man with the [Movie] Camera
19. [Louis] Feuillade, Judex
20. Anger, Inauguration of the Pleasure Dome
21. Godard, Vivre Sa Vie
22. Bellocchio, Pugni in Tasca
23. [Marcel] Carné, Les Enfants du Paradis
24. Kurosawa, The Seven Samurai
25. [Jacques] Tati, Playtime
26. Truffaut, L’Enfant Sauvage
27. [Jacques] Rivette, L’Amour Fou
28. Eisenstein, Strike
29. Von Stroheim, Greed
30. Straub, …Anna Magdalena Bach
31. Taviani bro[ther]s, Padre Padrone
32. Resnais, Muriel
33. [Jacques] Becker, Le Trou
34. Cocteau, La Belle et la Bête
35. Bergman, Persona
36. [Rainer Werner] Fassbinder, … Petra von Kant
37. Griffith, Intolerance
38. Godard, Contempt
39. [Chris] Marker, La Jetée
40. Conner, Crossroads
41. Fassbinder, Chinese Roulette
42. Renoir, La Grande Illusion
43. [Max] Ophüls, The Earrings of Madame de …
44. [Iosif] Kheifits, The Lady with the Little Dog
45. Godard, Les Carabiniers
46. Bresson, Lancelot du Lac
47. Ford, The Searchers
48. Bertolucci, Prima della Rivoluzione
49. Pasolini, Teorema
50. [Leontine] Sagan, Mädchen in Uniform

[List continues up to number 228, where SS abandons it.]

donderdag 27 december 2018

Willem Janszoon Verwer -- 27 december 1574

Willem Janszoon Verwer (ca. 1533-ca. 1595) was advocaat en regent van het Weeshuis en van het Leprozenhuis te Haarlem. Van 1572-1581 hield hij een 'Memoriaelbouck' bij van gebeurtenissen te Haarlem, onder meer van het beleg van de stad door de Spanjaarden in 1572-1573.



[27 December 1574]
Den 27 op St. Jans Evangelisten dach na middach zijnder veel Duijtse knechten met parden ende waghen uut die Beverwijck ghecomen binnen der stadt, waerdoer die goede burghers zeer belast waren.

[28 December 1574]
Den 28 zijn die Duijtze met haer baghagij te schepe geghaen na Sparendam.

[29 December 1574]
Den 29 dachs na der Onnoselen kinderen hebben die Duijtze knechten binnen Haerlem een vergadering ghemackt op die Merckt ende zij wouden ghelt hebben van haer soudij ende dat van haer capiteijns ofte, zoe die sprack ghinck, op die burgers kosten of zij wouden haer cappiteijnen, vaendregers, hopluijden, etc. in die ijsers leggen. Diet rommoer duerde den heele dach doer tot den avont toe, sanderdaechs etc.

Frits Bolkestein -- 26 december 2001

• Politicus Frits Bolkestein (1933) was eurocommissaris van 1999-2004, en hield in die periode een dagboek bij dat is gepubliceerd als Grensverkenningen.

Woensdag 26 december
De meid van Heijermans gezien in een piepklein theater aan de Nieuwezijds Voorburgwal: goed gespeeld door twee dames (o.a. Olga Zuiderhoek). Heb veel bewondering voor Heijermans. Als je zijn taal zou moderniseren, zou hij velen aanspreken.

dinsdag 25 december 2018

Pieter van der Meer de Walcheren -- 25 december 1907

Pieter van der Meer de Walcheren (1880-1970) was een Nederlandse dichter-schrijver. Zijn veelgelezen dagboeken zijn in verschillende delen uitgegeven.

25 December
S. was bij ons. Wij fuifden lichtelijk. Wij hadden een voortreffelijken fazant ten geschenke gekregen en een plumpudding. Het leven leek draaglijk, was zelfs aannemelijk aldus. In opgewekte lustige stemming werden de gerechten verorberd, waarna wij, zoals meestal gebeurt, philosofisch werden, en het gesprek weldra ging over het bestaan der ziel. S. beweert dat de ziel een sproke is, een woord zonder eigenlijken inhoud; hij oppert de hypothesen van een kosmisch fluïde, van de electriciteit, van het resultaat van de harmonische samenvoeging der cellen waaruit het menselijk lichaam bestaat. Christine gelooft vast dat de ziel bestaat. - ‘Hoe bewijst ge onwederlegbaar haar bestaan?’ werpt S. tegen. - En ik, ik spreek den één zowel als den ander tegen, beaam even sterk het één als het ander. Mij lijkt haar niet-bestaan even verdedigbaar als haar bestaan! Welk onnozel nodeloos gezwets! - En met dat al zitten wij daar in een kamer, drie schamele mensen, ieder met een wereld van gedachten, van verlangens die nimmer weerklank vinden in het botte heelal van materie. De waan verblindt ons. Is dat gelukkig of ongelukkig?

zondag 23 december 2018

Irun Scheifes -- 24 december 1994

Irun Scheifes (1957) is een Nederlandse schrijver. Het fragment hieronder is afkomstig uit Manisch dagboek, waarvan gedeeltes in de DBNL zijn terug te vinden.

Nijmegen, 24 december 1994 / 23:20
‘Nee... nadenken moet je al helemaal niet,’ zegt ze.
Ik kijk haar aan, mijn zwarte Aia, mijn Godin van de Dingen. Ze wurmt haar vinger in het mondje van het mormel en trekt de lippen van de tepel. Ik probeer haar in dat ene moment te doorgronden, maar stuit op haar onwil. Aia wil niet doorgrond worden. Ze wil mijn eeuwige geheim zijn, mijn onbereikbare liefde.
‘Ik wil een bed,’ zegt ze.
‘Ik ook,’ zeg ik.
‘Niet het mijne,’ zegt ze beslist.
Ik haal mijn schouders op.
Ze hijst zich overeind, het kind kussend, het sussend.
‘Het is zo'n mooi manneke,’ zeg ik. Ik strek mijn armen.
Ze legt mijn zoon in mijn handen.
Als een weerloos offer ligt hij daar.
‘Ik leg hem in bed,’ zeg ik.
‘Doe dat,’ zegt ze.
Ik loop naar de slaapkamer en spreid hem uit. Gewillig laat hij zich leggen, maar als hij eenmaal ligt, beginnen zijn spieren zich te spannen. Hij drukt zich omhoog, zijn koppie verkent de omgeving. Als het tot hem doordringt dat dit landschap de komende uren zijn verblijfplaats zal zijn, schraapt hij zijn keel en langzaam vormt zich het protest.
Aia komt de slaapkamer binnen en bijna zonder aanraking glijdt ze langs me heen. Ik buig me over Mite en fluister kusgeluidjes. Het jong is niet onder de indruk. Zijn snikken overstemmen mijn klikken. Ik beur me op, kijk naar Aia. Ze heeft haar kleren van zich losgemaakt.
Haar blote huid lacht me toe.
‘Mijn God,’ klinkt het in me.
Ik zie hoe ze haar slaaphemd over zich heenwerpt. In vertraging zie ik de onderste zoom over haar borsten en buik glijden.
Zonder zich iets aan te trekken van mijn blik legt ze zich in bed en zegt: ‘Als hij zo huilt heeft hij honger. Geef hem nog maar even.’
Ik buig me over het bedje en hef Mite op, hij houdt meteen op met huilen. Ik organiseer een reis voor hem. Van bed naar bed. Aia ligt te stralen, Mites lach vliegt door de ruimte.
Ze tilt het hemd op, offreert Mite de harde tepel. Hoofdschuddend verwijdert hij zich van mij. Op zoek naar de bron.
Ik buig me voorover en kus Aia op haar brede lippen.
‘Je prikt,’ zegt ze.
Ik knik, zeg: ‘Ik moet een bed.’
‘Ik lig in bed.’
‘Ik mag daar niet bij.’
‘Nee. Jouw bed is ergens anders.’
Ik knik.

Daniil Charms -- 23 december 1936

Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.

23 december 1936
Alaaf! Vandaag niet gelukt om je ook maar iets te vertellen. Ik had de hele dag zin om te eten en te slapen. Ik loop rond als een vaatdoek en interesseer me nergens voor.
Als een mens eraan gewend is geraakt erg laat naar bed te gaan, is het heel moeilijk om dit weer af te leren. Om vroeg naar bed te gaan bestaat er maar één juiste methode: een etmaal overslaan, d.i. steeds later en later naar bed gaan; eerst laat in de nacht en daarna 's ochtends vroeg, daarna overdag en ten slotte 's avonds. Op die manier kom je weer tot een normaal tijdstip van slapengaan.
Eenmaal in de goot geraakt blijft de mens maar één ding over: vallen zonder op of om zich heen te kijken. Wel belangrijk is echter dit met interesse en energie te doen.
Ik kende een wachter, die alleen maar interesse had voor ondeugden. Later beperkte zich zijn interesse en had hij nog slechts belangstelling voor één enkele ondeugd. En verdomd, toen hij deze ene ondeugd als zijn specialisme had ontdekt en zich verder alleen nog maar interesseerde voor zijn specialisme, toen begon hij zich opnieuw een mens te voelen. Hij kreeg weer zelfvertrouwen en de noodzaak tot eruditie deed zich gevoelen. Hij had vakkennis nodig en moest om zich heen kijken en zoeken. En deze mens begon te groeien.
Die wachter is een genie geworden.

Hector Berlioz -- 22 december 1833

• De grote Franse componist Hector Berlioz (1803-1869) onderscheidde zich van veel van zijn vakbroeders doordat hij ook goed kon schrijven: artikelen, essays, brieven – en zijn memoires.
• Niccolò Paganini (1782-1840) was een violist die zo virtuoos was, dat we zijn naam nu nog steeds kennen – wat zeer weinig musici uit die tijd gegeven is. Zie ook Mijn leven (vertaald door W. Scheltens).

22 december 1833
Ik was bang de uitvoering in gevaar te brengen door zelf te dirigeren. Habeneck weigerde koppig om dat te doen; maar Girard, met wie ik toen zeer bevriend was, stemde erin toe die taak op zich te nemen en kweet zich er goed van. De Symphonie fantastique stond weer op het programma; zij oogstte van het begin tot het eind het applaus van de zaal die meteen overrompeld was. Mijn succes was compleet, ik was gerehabiliteerd. Mijn musici (er was er niet een bij van het Théatre-Italien, dat laat zich raden) straalden van vreugde toen zij het podium verlieten. Tenslotte, – de kroon op mijn geluk – bleef één man, toen het publiek naar buiten was gegaan, een man met lang haar, met een doordringende blik, met een vreemd en doorploegd gelaat, een door het genie bezetene, een titaan onder de giganten, die ik nog nooit gezien had en die mij in grote verwarring bracht toen ik hem voor het eerst zag, alleen in de zaal op mij wachten, hield mij in het voorbijgaan staande om mij de hand te drukken en overstelpte mij met hartstochtelijke loftuitingen die mijn hoofd en hart in vuur en vlam zetten; het was Paganini!!

donderdag 20 december 2018

Jan Hanlo -- 21 december 1968

Jan Hanlo (1912-1969) was een Nederlandse schrijver. Uit: Tirade.

21-12-68. Ik wil toch terug naar het katholieke geloof. Maar dan voortaan zonder kruipen en zonder gebedsmagie. De reden dat ik het Christelijk geloof toch het beste vind is dat uit Christus' leer in ieder geval blijkt dat Hij de verbetering van de mens van binnen uit wil. Dat is voor mij het meest typische van het Christendom en de Christelijke leer lijkt mij daardoor toch het echtste. Het Boeddisme zal die gedachte ook wel hebben, maar het Boeddisme is nóg meer dan het Christendom een absolute verachter van het tijdelijke leven (‘leven is lijden’, door verlangen; verlangen dus doden). Ja, het Christendom (Paulus) heeft dat zeer zeker ook wel. Ja. Maar om het zo deprimerend en ontmoedigend voor te stellen als Kierkegaard dat doet, lijkt mij ook niet nodig. Ik wil in ieder geval niet ‘kruipen’ (waar Kierkegaard geen bezwaar tegen heeft, tegen kruipen). Een tiran zal God toch wel niet zijn. Hij zal je een behoorlijk stuk verlichting geven en vrijheid laten, al lees je dat inderdaad niet uit de Bijbel. Maar de Bijbel aanvaard ik niet meer voetstoots. Ik blijf erbij dat God in de Bijbel gebrekkig wordt geschilderd: eigenlijk toch: de Boeman, de geborneerde oude man die ongeveer alle aardigheid zachtheid vriendelijkheid mist Als God niet vriendelijk en aardig voor mij wordt, zal ik Hem trouwens toch nooit kunnen beminnen; dan is de hemel toch niet voor mij. Ik moet maar eens proberen wat meer af te wachten wat God met mij doet (hoewel je de levenservaringen nooit met enige zekerheid zo kunt interpreteren). Ik heb als zijn schepsel recht op een behoorlijke behandeling, dat is een gedachte die er bij mij toch niet uit te krijgen is. Hij moet maar bereiken - als Hij dat zo graag wil - dat ik Hem bemin. Men moet beter maar afwachten. (Zoals Willem Wouters eens zei: ‘ik heb geen geloof maar wel vertrouwen, en jij hebt wel geloof maar geen vertrouwen’).

En om dat in de praktijk te brengen: dat afwachten, moet ik inderdaad - zoals zo vaak gezegd wordt - er minder over denken, gewoon er niet aan willen denken. Dus andere dingen doen. Denk maar: het is gelukkiger niet te kruipen en te tobben, en dan maar niet te krijgen wat je graag wil, dan door kruipen en te veel smeken een afgodsbeeld van een tiran (God) in je ziel te onderhouden.

Wacht eerst maar tot God je meer verlicht, bv. omtrent zonde en schuld.

Want dat voortdurend denken over God is, net als ‘kruipen’, ook een ziekelijke verslaving, gebondenheid. Een neurose. Begin eens om er niet meer aan toe te geven. Afwachten. Als God fatsoenlijk is (en anders is Hij geen God) zal Hij je wel helpen. Hij zal de initiatieven wel gaan nemen. Mijn gezoek (‘zoekt en ge zult vinden’ (!) - in de Bijbel staat heel wat van twee kanten, iets met z'n tegenspraak op een andere plaats) zit Hem misschien daarbij juist in de weg.

Gek, die crisis die gisteren het hoogst was, is vandaag plotseling geweken. Of dat blijvend zal zijn weet ik natuurlijk niet. 21-12-68.

Olga Freidenberg -- 20 december 1943

Olga Freidenberg (1890-1955) in een brief aan haar neef, de Russische schrijver Boris Pasternak (1890-1960); de twee onderhielden een jarenlange correspondentie. Uit: Contradans in brieven (vertaald door Kristien Warmenhoven).

Leningrad, 20 december 1943
Omstreeks tien uur 's ochtends heeft mama een hartaanval gekregen, die haar rechterkant heeft verlamd en haar spraak en hersenen heeft aangetast. [...]
Het snijdt door mijn ziel als ik zie hoe zij ontwricht is en haar geheugen en bewustzijn zijn aangetast. Als een ziel in metempsychose [zielsverhuizing] doorloopt zij de kring van haar vroegere leven, spreekt in ijlkoorts over haar kindertijd, dan over haar gezin en haar zorgen. En ik volg haar door de gruwelijke labyrinten van het niet-bestaan. Aanvankelijk kreeg ik koude rillingen en trilde ik over al mijn ledematen wanneer ze vroeg: ‘Waar zijn mijn kinderen?' en ze mij Leonid noemde en met de verontwaardiging van een trotse moeder zei dat ik Olja niet was. Zodra de sluizen van het bewustzijn en de realiteit het begaven verschenen Aleksandr, Leonid en mama (grootmoeder) en dat verliep volgens een eigen strenge deugdelijke logica, zonder ijlkoorts. En nu ben ik er aan gewend geraakt te worden teruggezet in onze kinderjaren, in ons gezin, in een verschuiving van tijd en periodes, zonder ijlkoorts en op een ander bestaansniveau.
[...] Haar boeken zijn op tafel blijven liggen met haar bril er bovenop: Shakespeare, de opengeslagen bladzijden van Elektra.

dinsdag 18 december 2018

Jan Hanlo -- 19 december 1968

Jan Hanlo (1912-1969) was een Nederlandse schrijver. Uit: Tirade.

Ik wil van het Christelijke geloof af. Ik kan, na al die intense langdurige pogingen om de tegenstrijdigheden met elkaar in overeenstemming te brengen (Genesis o.a.), deze tegenstrijdigheden niet langer aanvaarden als een soort van ‘openbaring’.
Het enige dat blijvend en tenminste echt schijnt, is je eigen ik. Je eigen verdriet, pijn, onzekerheid, ervaringen.
Ik heb er genoeg van, van het Christelijk geloof.
Ja, dat zeg ik nú, de 19e dec; morgen krabbel ik misschien - waarschijnlijk - weer terug.
Omdat ik een religieus-denkend type ben, zal ik het zonder godsdienst wel niet stellen. Ik wil mij dan meer inpassen in de leer - waar ik overigens nauwelijks iets van weet - van Ormoesd en Ariman. De Botisjava heeft (?) daarin ook een plaats. De leer van de strijd tussen een Goede en een kwade God, lijkt mij eigenlijk voor de hand liggend. Dat ‘credo quia absurdum’ is eigenlijk iets ziekelijks. Het ziekelijke is verdrietig en leidt tot meer verdriet. AVESTA.

19-12 Het gaat tenslotte maar om het (mijn) Gods-beeld. Ormoesd en De Vader (of de Christelijke God) zijn geen twee verschillende Goden! Er is maar één Ormoesd. Het gaat er maar om een zuiverder Gods-beeld te vormen. Het Gods-beeld van de Christelijke massa (en theologen en geestelijken!) voldoet mij niet. Ik heb lang genoeg geprobeerd er mee uit te komen, maar het is iets tegenstrijdigs en daarom verwerpelijk als drager van een theorie of religie, ook al zit er nog zoveel goeds - zelfs specifiek-goeds, dát wat je in een ander geloof niet eens zo geprononceerd vindt - in.

19-12 Mysteries zijn goed, kunnen juist zijn; tegenstrijdigheden zijn verkeerd.

19-12 Dat kat-en-muis spel van het Christelijk geloof breekt me toch eindelijk op.

19-12 Ik bedoel: ik wil niet meer op die manier in een God geloven. Misschien bid ik het Onze Vader nog wel, of veel zinnen eruit. Maar dan tot Ormoesd. Niet tot een reeds Al-goede, Al-machtige God.

Dus dan probeer ik een Manicheeër te worden. (Mani werd, evenals Christus gekruisigd). En ik was altijd zo sterk tegen ketterij.

Augustinus was ook enige jaren Manicheeër.

Later, toen hij weer Christen werd, heeft hij zich misschien wijsgemaakt dat hij iets van de Christelijke leer (Genesis bv.) begreep.

Misschien is het zo dat juist de oudheid - het lange bestaan - van het Christendom pleit tegen zijn waarheid, want de miserabele onwaarachtige inkonsekwentie van de mens koestert misschien zo'n geloof (Genesis).

Zou je dan niet gelukkiger zijn? als je niet krijgt wat je graag wil, maar je hebt ook niet gekropen? (..) 19-12-68

Maar dan moet je het kruipen ook durven opgeven en dan maar met krijgen, of riskeren dat je niet krijgt wat je wil hebben. 20-12-68

 Stop in ieder geval het kruipachtig gebed, 'n God als 'n dictator wil ik niet hebben; ik zou ook niet kunnen of mogen geloven in zijn hulp. We kunnen wel vervloekten zijn (zoals Dostojevski zegt), maar een vervloekte hoeft nog niet te kruipen als voor 'n tiran. 19-12-68

maandag 17 december 2018

S.S. Dabill -- 18 december 1940

Uit het dagboek van dominee Samuel Stafford Dabill (1886-19??)

Set off at 7o'clock in the dark.
Carriages fairly well lighted but put into darkness at each station.
Arrived at London at 9.30. A huge hole at Waterloo made it impossible to get out the ordinary way. Went down towards Lambeth Bridge. Terrific damage in St. Thomas' Hospital. Thought of the nurses there.
A hole in the Archbishops Wall at Lambeth Palace. Walked up Millbank and passed the Houses Of Parliament. All seemed well there. Whitehall looking shabby and many of the Government offices bombed out. Went into the United Services exhibition. The most interesting exhibit- the electrically heated silk ........... of the German flares and the packed and open parachutes. It is a big thing to go in such a little space.
Walked along the Mall. Some of the embassies bombed out and at Buckingham Palace a large band playing. Half the windows there patched up with cardboard.......................................................
Walked through Green Park into Piccadilly. Great destruction in Piccadilly. Not as much destruction in Oxford St. as I had expected to see. In New Oxford St. the destruction tremendous. Craters everywhere making the streets smelly.
How bravely the shops carry on. Went into St. Mary Woolnoth and heard an address from Professor Cromstead on " What Christ means to me". The lovely playing of "He that shall endure to the end".
Walked over London Bridge and Tower Bridge. Not much destruction in the docks. The Tower hit at one corner. Pudding Lane where the Great Fire broke out again in ruins. Shall we rebuild as worthily as they did? The Monument to the Great Fire standing there. Went into St. Paul's. The majestic old Cathedral with the round .................. altar. Yet it seemed immensely .......... and quiet. Edward said it will be hard to picture a Christmas tree without and within.
Went into Gammages. A huge 500lbs bomb ....................................... from the neighbourhood. Did a little shopping in Gammages.
Went on the Underground. The spaces marked for sleepers on the platform. A cruel smell and vile air. What sights. Remember them. The last thing I saw was an exhibition in Charing Cross of local prints. The lovely flowers. Ah! brave old city. But how much more can it stand.

zondag 16 december 2018

Lord Byron -- 17 december 1813

George Gordon Byron (1788–1824), beter bekend als Lord Byron, was een Engels schrijver en dichter. Byrons reputatie berust niet alleen op zijn geschriften, maar ook op zijn leven vol aristocratische excessen, enorme schulden en talrijke liefdesaffaires. Lady Caroline Lamb noemde hem "mad, bad, and dangerous to know".

December 17th, 18th, 1813
[...] Went to my box at Covent Garden to-night; and my delicacy felt a little shocked at seeing S——'s mistress (who, to my certain knowledge, was actually educated, from her birth, for her profession) sitting with her mother, "a three-piled b——d, b——d Major to the army," in a private box opposite. I felt rather indignant; but, casting my eyes round the house, in the next box to me, and the next, and the next, were the most distinguished old and young Babylonians of quality;—so I burst out a laughing. It was really odd; Lady —— divorced—Lady —— and her daughter, Lady ——, both divorceable—Mrs. ——, in the next the like, and still nearer ———! What an assemblage to me, who know all their histories. It was as if the house had been divided between your public and your understood courtesans;—but the intriguantes much outnumbered the regular mercenaries. On the other side were only Pauline and her mother, and, next box to her, three of inferior note. Now, where lay the difference between her and mamma, and Lady —— and daughter? except that the two last may enter Carleton and any other house, and the two first are limited to the opera and b—— house. How I do delight in observing life as it really is!—and myself, after all, the worst of any. But no matter—I must avoid egotism, which, just now, would be no vanity.

I have lately written a wild, rambling, unfinished rhapsody, called "The Devil's Drive" the notion of which I took from Person's "Devil's Walk." Redde some Italian, and wrote two Sonnets on ——. I never wrote but one sonnet before, and that was not in earnest, and many years ago, as an exercise—and I will never write another. They are the most puling, petrifying, stupidly platonic compositions. I detest the Petrarch so much, that I would not be the man even to have obtained his Laura, which the metaphysical, whining dotard never could.

Achilles Cools -- 16 december 2004

• Achilles Cools (1949) is een Belgische kunstenaar die zijn inspiratie vindt in de biologie. Uitgebroed. Dagboek van een beeldenmaker.

16 december
Midden in de stad, bij een struikenperkje zat een groepje pestvogels. Het ging als een lopend vuurtje bij de vogelaars rond. Niet altijd storm ik op zeldzaamheden af, maar het was niet ver en het was lang geleden dat ik die zigeunervogels nog eens tegenkwam.
Er zaten er negentien. Ze waren niet schuw, zelfs heel dichtbij bleven ze nog zitten. In de dunbevolkte taiga's, de eeuwig zingende bossen rond de poolcirkel, hebben ze nooit mensen gezien, daarom kennen ze hier ook geen angst voor ons. Maar lang zal dat niet duren.
Wat zochten die pestvogels hier? Ze ritsten aan de bessen van Gelderse roos vlak bij een fietspad. Heel bedeesd klonk hun fijne trillen. Een verrekijker hadden we niet nodig. Hoge kuiven en alleraardigste versieringen op hun geel omzoomde vleugels; fijne rode wasplaatjes op de armpennen. Hun zijdeachtig verenpak had niets dat aan pest doet denken. Ik zou ze liever 'besvogels' noemen, want in bessen-struiken zijn ze altijd te vinden. Als het moet maken ze daar hele wereldreizen voor. Het zijn eigenlijk hongertochten naar het zuiden. Hun komst vertelt ons dat de natuur, als het aan haar ligt, gewoon wil doorgaan.

J.M.A. Biesheuvel -- 15 december 1981

• J.M.A. Biesheuvel (1939) is een Nederlandse schrijver. In 1981 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij (onder het pseudoniem 'God zelf').

Maandag [14 december]
Hele dag in bed, heb geen zin om naar kantoor te gaan. Lig veel te denken aan de 'De trui', als ik in slaap val droom ik ervan, 's Avonds weet ik het verhaal in vier uur af te schrijven en begin meteen aan een nieuw verhaal: 'De bruid'. (Afgekeken van het verhaal 'De bruid' van Tsjechov op aanraden van Karel.) Eva is nu 'Ultima Thule' van Nabokov aan het lezen. Ik vind dat ze behoorlijk kapsones krijgt. Eva moet eigenlijk voor mij zorgen, voor de dieren, voor de belasting, voor de administratie, ze moet mijn wandelend geweten zijn en nu ligt ze gewoon Nabokov te lezen? Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. En als ze Nabokov eenmaal goed vindt, zal ze mijn verhalen klote vinden.

Dinsdag [15 december]
Ik sta maar eens vroeg op en wandel naar de Universiteitsbibliotheek. Met Ronald Breugelmans neem ik het verhaal, de novelle: 'De trui' door op goed Nederlands en spelfouten, 's Middags ga ik gewoon naar kantoor. Ik heb er vier uur droevig voor het raam gestaan, een lege badkamer, alleen een bureau en een stoel. Het avondeten is heel lekker, 's Avonds komt Jan van de Craats spelen op de piano, ik zing daarbij. Eerst bekende nummertjes van Mozart en dan de hele Winterreise van Schubert. Ik vind het zo mooi dat de tranen me in de ogen staan. Neeltje, een van de laatst aangelopen vrouwtjeszwerfpoezen, zingt af en toe mee en Mikkie de hond denkt dat ik huil. Hij huilt af en toe bij een ontroerende passage. 'Jeder Strom wird 's Meer gewinnen, jedes Leiden auch sein Grab!' Terwijl we spelen komt Pim van der Meiden binnen en geeft Eva een overdruk van zijn geruchtmakende artikel: 'Het Nederlands als wereldtaal'. Ik rook nog een sigaar en als we uitgezonden zijn duik ik gauw in bed. 'Hehe,' denk ik, 'er gaat toch niets boven je bed.'

donderdag 13 december 2018

Pitirim Sorokin -- 14 december 1918

• De bekende Russisch-Amerikaanse socioloog Pitirim Sorokin (1889-1968) maakte als lid van de regering na de Russische februari-revolutie van 1917 van zeer nabij de machtsovername door de bolsjewiki mee. In 1922 werd Sorokin gedwongen in ballingschap te gaan. Hij geeft in zijn dagboek (vertaald door Tinke Davids) een boeiend ooggetuigeverslag van de omwenteling van 1917, die voor Rusland van beslissende betekenis zou worden.

14 december 1918
Drie dagen lang reisde ik onder strenge bewaking met deze lieden van de Tsjeka. Terloops vertelden ze me hoe ze op mij hadden gejaagd tussen de dorpen, hoeveel mensen ze hadden gedood, waarbij ze de namen van een paar van mijn vrienden noemden. 'Sommigen stierven rustig,' zei Petersen, 'maar anderen huilden, schreeuwden en probeerden te vluchten. Ze hebben ons veel last bezorgd, die kerels. Vaak moesten we ze onderweg al doodschieten, of vóór hun beurt.'
'Hoe is Zepalov gestorven?'
'O, heel moedig. Dat was een modelreactionair.'
'Wat doet u met de lijken na de terechtstelling?'
'We trekken ze de kleren uit en gooien ze in de graven. Op die manier hebben we een grote schurk ontmaskerd. Toen we de laarzen van zijn voeten rukten, vonden we een hamer—die had die vuile dief gestolen uit de gevangenis.' De stem van Petersen klonk verontwaardigd toen hij vertelde over dit misdadig gedrag van een gevangene.
‘Is er een arts aanwezig om te bepalen of de mensen die u hebt neergeschoten ook werkelijk dood zijn?' vroeg ik.
'Ach, dergelijke bourgeoisformaliteiten kennen we niet. Het proletariaat doodt zijn vijanden. Maar mochten er een paar levend begraven worden – het resultaat blijft toch gelijk. Het enig belangrijke is dat ze sterven.'

woensdag 12 december 2018

Harry Graf Kessler -- 13 december 1922

Harry Graf Kessler (1868-1937) was een Duitse kunstverzamelaar, museumdirecteur, schrijver, publicist, politicus, diplomaat en pacifist. Hij hield 57 jaar lang een dagboek bij. Een selectie daaruit is (door Peter Claessens) in het Nederlands vertaald als Dans op de vulkaan.

• In 1922 wordt in de Haagsche Dierentuin in Den Haag een groot internationaal Vredescongres gehouden, georganiseerd door de Internationale Vakverbonden (een | twee).

Den Haag, 13 december 1922.
Woensdag Derde zittingsdag. De bolsjewiek Rotstein bracht veertien punten naar voren die het internationaal georganiseerde proletariaat moest aannemen om de vrede te garanderen. Alleen al de kokette parallel met de veertien punten die Wilson met hetzelfde doel voor ogen, een duurzame vredesgarantie, had opgesteld, ontstemde de toehoorders en ontnam zijn rede alle ernst. Je kon niet om het gevoel heen, dit is toneelspel, ironie, journalistiek, geknipt voor de cultuurpagina's.
Andere ongewild ironisch-tragische situatie: terwijl Helene Stöcker het onvoorwaardelijke recht van elk mens op zijn leven proclameerde en daarmee het recht op militairedienstweigering onderbouwde, liep Friedrich Adler, de moordenaar van Stürgkh, als een ziek roofdier, groot, zwaar, gebogen, met zijn gedweeë roofdierogen achter een goudgerande, fonkelende bril, rond in de zaal als een van de meest gevierde mannen op dit congres. Uiteindelijk, in de ogen Gods, heeft Techow ook niks anders gedaan dan Adler.
De voornaamste redenaars vandaag waren, naast de bolsjewiek Rotstein, de mensjewiek Abramowicz, een bleke, door rampspoed getekende, tragische figuur, Grumbach, retorisch en als een stier brullend, een Danton uit de Elzas, de Spaanse socialist Caballero, een toreador, Ben Tillett, de historische Engelse rooie, die het voorkomen had van een gentleman van middelbare leeftijd. Wels, Duits regeringssocialist, vriend van Noske en vredesapostel met de verontwaardiging over de schanddaden van de Entente als cliché, Friedrich Adler zelf, die heel slim en sceptisch sprak. Ik sprak 's middags over algemene staking en Volkenbond, waarvan ik de uitbreiding in de zin van de Braunschweigse resolutie eiste.


• Harry graaf Kessler (1868-1937) was een gedreven, liberaal denkende aristocraat die zich inzette voor een verenigd Europa, het pacifisme, de Volkenbond en het Nietzschearchief. Als diplomaat in dienst van de regering, maar ook als onafhankelijk kosmopoliet en kunstpromotor stond hij in contact met de grote politici, industriëlen, denkers en kunstenaars van zijn tijd.

dinsdag 11 december 2018

Bert Voeten -- 12 december 1944

Bert Voeten (1918-1992) was een Nederlandse schrijver en vertaler. Zijn oorlogsdagboek werd in 1946 gepubliceerd onder de titel Doortocht. Marga Minco en hij waren al sinds 1938 samen, en ze kregen op 12 december hun eerste kind.

[grote foto hier]

12 December
In dezen nacht is ons kind [Betty] geboren. Hoe primitief moest alles gaan bij een kachel die onzen geheelen brandstoffenvoorraad verslond, bij een clandestiene gaspit en een walmende olielamp. De hemel was vol van het gedonder der vliegmotoren. Het stroomde zwaar en donker over de stad, over ons huis, over de kleine kamer waarin het nieuwe leven zijn eerste kreten gaf. Hoe broos is het, maar hoe onuitroeibaar tevens, dit leven dat opkomt te midden van het schrikbewind der laatste uren.

18 December
De hongersnood is onafwendbaar.
In karavanen van tienduizenden trekt men naar het omliggende land, naar Haarlemmer- en Wieringermeer, naar het Oosten en naar Friesland zelfs, om te halen wat daar nog te halen valt. Een ongekend hevige regenval heeft wegen en velden blank gezet. De inundaties zijn tot uitgestrekte meren gewassen. Dit alles bemoeilijkt het bereiken van de verre vleeschpotten nog meer.
Vandaag was de temperatuur bedenkelijk om het vriespunt. Je kunt de koude niet meer verdragen. Menschen zakken op straat in elkaar. Leegstaande huizen worden op klaarlichten dag gesloopt, boomen gerooid, schuttingen en palen uitgetrokken. Bakkerswagens zijn reeds door troepen volksvrouwen omvergegooid en geplunderd. Een politieagent naast een broodkar is nu geen zeldzaamheid meer. Gisteren heeft een menigte een kruidenierswinkel in Zuid leeggehaald. Vertwijfeling ramt de grensboomen der burgerlijke eerzaamheid.
Onder deze omstandigheden is ons kind geboren. In deze ellende moet het groeien, moet het gevoed worden en warm gehouden als een kasplantje. Wij worden gelukkig prachtig gesteund door onze vrienden uit ‘de beweging’. Zij hebben zelfs een legale inschrijving verzorgd op valsche namen. Zoo is ook dit wezentje reeds ondergedoken.

maandag 10 december 2018

Walter Benjamin -- 11 december 1926

Walter Benjamin (1892-1940) was een Duitse (marxistische) filosoof en vertaler. In de winter van 1926-’27 bezocht hij Moskou, vanwege de partij, maar ook vanwege de liefde. Zijn dagboek van dat bezoek (Dagboek uit Moskou, vertaald door Hans Hom) is “een uniek portret van een tussen hoop en afkeer heen en weer geslingerde intellectueel en een even uniek portret van Moskou in de jaren twintig”.

11 december 1926
Een en ander over de signatuur van Moskou. Bepalend voor mij is de eerste dagen vooral dat ik moeilijk kan wennen aan het lopen op de geheel met ijs bedekte straten. Ik moet zo goed opletten waar ik mijn voeten neerzet dat ik weinig om me heen kan kijken. Dat werd beter toen Asja gisterenmorgen overschoenen voor me kocht. Dat was niet zo moeilijk als Reich had vermoed. Voor de bouwwijze van de stad zijn de vele een en twee verdiepingen hoge huizen karakteristiek. Ze geven haar het aanzien van een stad van zomervilla's, de aanblik ervan doet je de kou dubbel zo hevig voelen. Vaak zie je ze gesausd in pasteltinten: vooral rood, maar ook blauw, geel en groen. Het trottoir is opvallend smal, men is met de grond zo gierig als men royaal is met het luchtruim. Bovendien ligt het ijs aan de huizenkant zo dik, dat een gedeelte van de stoep niet gebruikt wordt. Overigens is hij zelden duidelijk geprofileerd ten opzichte van de rijbaan: sneeuw en ijs nivelleren de verschillende straatniveaus. Je komt heel dikwijls queues tegen voor de staatswinkels; voor boter en andere belangrijke zaken staat men in de rij. Er is een onnoemelijk aantal winkels en nog veel meer venters, die niets meer dan een wasmand met appels, met mandarijnen of met cacaouets voor zich hebben staan. Om de koopwaar tegen de kou te beschermen ligt ze onder een wollen lap, waarop twee of drie monsterexemplaren te zien zijn.

zondag 9 december 2018

Mary Louise Rothwell -- 10 december 1942

• Mary Louise Rothwell hield na de aanval op Pearl Harbor enige tijd een dagboek bij.

Wednesday, December 10
Today mother, Matah and I went down to the market. The place was simply mobbed. We were lucky enough to get there rather early, so we could go right in. Some people coming a little later had to wait in line outside, because the clerks would allow only a certain number of people in at a time. We got all we wanted, except rice, sugar, flour, and bread. There was a great deal of canned food, but the staples had been cleaned right out. The perishables, especially milk, are not hard to get at all; in fact, there is a surplus of fresh milk.

There were so many people in the place that Matah almost fainted. She got weak and had to sit down and drink some ice water. Finally I helped her out to the car and took her place in line.

Mother bought yards and yards of blue denim at Ireton’s. She got it to lightproof some rooms, so that we wouldn’t have to sit in the dark night after night. This afternoon she and I fixed the study, her bedroom, and my bedroom. It’s really grand, because it shuts out light but lets in air. The one drawback is that during the day we can’t take off the denim shades without prying off all the tacks. Oh well, it’s worth it.

Frank volunteered for coast Guard duty and went down this afternoon to get his identification papers and such. He’s going out tonight with George Stepp and a C.G. crew on the Ahi. Apparently he is to get his breakfasts and dinners from the Coast Guard. Well, he got into the CG service sooner than he expected! Mother is rather worried about him; but she says that we all have to do our part. Besides, Frank and Bob would be doing the very same thing if they were here; and if each one of us said, "My life is too precious to risk," we would all be so soft that we would be beaten completely.

This afternoon from 3 to 3:15 we had a practice air-raid alarm and all the Coast Artillery guns fired a few shots for testing. It really didn’t affect us much, because we were in the house anyway; however, the radio announcers ordered everyone under cover. We just went about our business (inside the house, of course) and 15 minutes later the radio announced that the "air-raid" was over.

[...]

zaterdag 8 december 2018

Soetan Sjahrir -- 9 december 1934

• Soetan Sjahrir (1909-1966), was een Indonesisch politicus en de eerste premier van dat land. Hij speelde een grote rol in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. In 1934 werd hij gerarresteerd. Hij doet verslag van zijn gevangenschap en verbanning in een dagboek, dat is gepubliceerd als Indonesische overpeinzingen.

29 Maart 1934.
- Al een maand zit ik nu achter de tralies, maar ik ben nog steeds even wijs: ik weet nog steeds niet, waarvoor ik eigenlijk in hechtenis ben gesteld. Ze hebben het mij bij de inhechtenisneming niet verteld. Het enige wat ik weet is dat het iets met de P.N.I. [Pendidikan Nasional Indonesia]) te maken heeft, maar wàt is voorlopig nog een geheim voor mij.
[...]

9 Dec. 1934.
- Het besluit, gedateerd 16 November, is gevallen: Digoel. Dus toch Digoel. Het heeft mij een beetje verrast, maar dat ligt natuurlijk aan mijn naïeveteit. De conclusie luidt: ‘Wegens haatzaaien en gevaar voor de openbare rust en orde krachtens Art. 37 Indische Staatsregeling en in overeenstemming met den Raad van Indië aangewezen tot verblijfplaats de hoofdplaats van de tijdelijke onder-afdeeling Boven-Digoel, afdeeling Amboina, Gouvernement der Molukken’. Er is dus geen concrete beschuldiging, geen spreek- of pers-delict; iets feitelijks hebben ze me niet ten laste kunnen leggen. Ik had dan ook gedacht, dat ik hoogstens een ‘derde klassen’-verbanning waard zou zijn, bijvoorbeeld naar Timor of iets dergelijks. Maar onder de vijf anderen, die tegelijk met mij zijn verbannen naar Digoel, zijn er zeker wel twee, die het nog minder hebben verdiend dan ik. Het is dus nu beslist en het heeft een einde gemaakt aan de periode van twijfel en innerlijke worsteling of dit alles wel verantwoord was tegenover hen, die ik nu achter moet laten.

Het besluit heeft mij als het ware geholpen om weer boven het persoonlijke uit te komen, tot het grotere. Waarvoor dient dit alles, waarom het leed dat ik hun die ik lief heb, moet berokkenen? Alleen, omdat ik mijn volk wilde dienen. Zo het als een fout ten opzichte van mijn gezin moet worden beschouwd is het alleen, omdat ik mijzelf in staat achtte aan beide eisen te voldoen, die van het werken voor mijn volk en die, welke mijn gezin stelde. Aan de twijfel, de ellende, die mij dit deze laatste twee jaren heeft gekost, is nu een eind gekomen, nu wil en mag ik er niet meer over denken. Het was alsof ik aan mijn volk herinnerd werd, toen ik het verbanningsbesluit ontving, aan alles wat mij aan het lot, het leed van dit millioenenvolk bindt. Is onze persoonlijke smart ten slotte niet maar een heel klein deel van dat grote, algemeene leed, is niet juist dit leed onze innigste, sterkste band? Juist nu ik misschien voor goed afstand zal moeten doen van het liefste en mooiste wat er voor mij op deze wereld bestaat, juist nu voel ik mij hechter verbonden aan mijn volk, heb het meer lief dan ooit. Wij hebben elkaar zo vaak niet begrepen, dat volk en ik. Ik was voor mijn volk vaak te abstract, te ‘westers’, buiten zijn bevattingsvermogen, en zij waren voor mij vaak te traag, maakten mij wanhopig door hun onwil en wanbegrip, kwaad en ongeduldig door hun kleine gebreken. Zij vervulden mij soms zelfs met bitterheid, maar hun lot en mijn levensdoel zijn één; wij waren en blijven verbonden. Nu dit - de ontbinding, verwoesting van mijn persoonlijk geluk, afstand van de mijnen - voor dit volk van mij geëist wordt, nu verdwijnen al mijn grieven, nu blijft alleen nog mijn gevoel van saamhorigheid en mijn verbondenheid aan dit diepgezonken volk van mij.

vrijdag 7 december 2018

Andy Warhol -- 8 december 1980

Andy Warhol (1928-1987) was een Amerikaanse kunstenaar. Hij hield een dagboek bij van 1976-1987.

MAANDAG 8 DECEMBER 1980
Er kwam iemand binnen die vertelde dat John Lennon was neergeschoten. Er was geen mens die het geloofde, dus belde er iemand naar de Daily News, waarop het nieuws werd bevestigd. Het was zo angstaanjagend dat dit alles was waarover wij konden praten. Hij werd buiten zijn huis neergeschoten. Toen ik thuis kwam, zette ik de TV aan; hij bleek vermoord te zijn door iemand die hem eerder op de avond om zijn handtekening had gevraagd.

DINSDAG 9 DECEMBER 1980
Het nieuws was hetzelfde nieuws dat wij de hele avond al hadden gezien, beelden van John en oude filmclips.
Bob voelde zich helemaal 't mannetje, want de historische uitgave van de Daily News met de kop 'John Lennon shot' is de editie waarin het grote artikel over hem staat 'The Man Behind Andy Warhol'. Het was een lang, maar saai artikel.
Ik zag het nieuws over John Lennon, en het is angstaanjagend. Kort geleden nog kwam Michael, een jongen die mij nu al vijf jaar brieven schrijft, zomaar binnen - iemand had op de knop gedrukt en hem binnengelaten. Hij gaf mij nog een brief, en ging weer weg. Waar woont hij? In een gesticht?

WOENSDAG 10 DECEMBER 1980
De kranten brengen nog steeds nieuws over Lennon. De man die hem vermoord heeft was een gefrustreerde kunstenaar. Ze hadden het over de Dali-poster die hij aan de muur had hangen. Ze interviewen altijd de concierges en de schoolleraren van vroeger enzo. De jongen zei dat hij het gedaan had onder invloed van de duivel. En John was zó rijk, ze zeggen dat de nalatenschap $ 235 miljoen bedraagt.
In Dakota gaat de 'wake' maar door. Het ziet er zo vreemd uit, ik vraag me af wat die mensen denken waarmee ze bezig zijn.

ZONDAG 14 DECEMBER 1980
Ik zat met een zwarte chauffeur in een taxi tijdens de paar minuten stilte om John te herdenken en voor hem te bidden. De man had een zwarte zender aanstaan, waarop tien minuten stilte in acht werd genomen, en de discjockey zei: 'Wij zijn daar boven bij jou, John,' en de chauffeur lachte en zei: 'ik niet schat, ik zit hier gewoon beneden'. Hij zette een andere zender op waarop gesproken werd over de stilte.

donderdag 6 december 2018

Jean-Paul Sartre -- 7 december 1939

• De Franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905-1980) schreef Schemeroorlog (vertaald door Frans de Haan en Marianne Kaas) toen hij in 1939-1940 vanwege de oorlogsdreiging onder de wapenen was geroepen.

7 december 1939
Ik moet beginnen orde op zaken te stellen in mijn ideeën over de ethiek.
Het eerste vraagstuk: de ethiek is het systeem van de doeleinden. Op welk doel moet de menselijke existentie in haar handelen gericht zijn? Het enig mogelijke antwoord: dat doel is zij zelf. Geen ander doel kan zich aan haar aandienen. Laten we allereerst vaststellen dat een doel alleen gesteld kan worden door een wezen dat zijn eigen mogelijkheden is, dat wil zeggen dat zich ont-werpt op die mogelijkheden in de toekomst. Want een doel kan noch helemaal transcendent zijn aan degene die het als doel stelt, noch helemaal immanent. Als het transcendent was, zou het niet zijn eigen mogelijke zijn. Als het immanent was, zou het gedroomd zijn maar niet gewild. De verbinding van het handelend subject met zijn doel veronderstelt dus een bepaalde band die wordt gekenmerkt door 'het zijn-in-de-wereld', dat wil zeggen een menselijke existentie. Het ethische vraagstuk is specifiek menselijk. Het veronderstelt een begrensde wil – daarbuiten, bij het animale of in de goddelijke geest, heeft het geen zin. Maar bovendien heeft dat doel een heel eigen existentiële aard: het zou geen kant en klaar bestaand wezen kunnen zijn, anders zou het meteen ophouden doel te zijn.

woensdag 5 december 2018

Fernando Pessoa -- 6 december 1915

• Uit een brief van de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935) aan zijn jonggestorven collega-dichter Mário de Sá-Carneiro. Uit: Mijn droom is van mij. Brieven, dagboeken, beschouwingen (vertaald door Harrie Lemmen).

Lissabon, 6 december 1915
Ik moest een paar theosofische boeken vertalen. Ik wist niets, helemaal niets van theosofie, maar zoals voor de hand ligt, ken ik er nu het wezen van. En dat heeft mij dooreengeschud op een manier die ik voor onmogelijk had gehouden bij een geloofsstelsel. [...] De mogelijkheid dat daar, in de theosofie, de echte waarheid zit, obsedeert me. […] Welnu, als je bedenkt dat de theosofie een ultra-christelijk stelsel is – in de zin dat het de christelijke beginselen bevat, verheven tot een punt waar ze gegrondvest zijn op iets dat verder ligt dan God – en denkt aan wat wezenlijk onverenigbaar is met mijn fundamentele heidendom, dan heb je het eerste ernstige element dat zich bij mijn crisis heeft gevoegd. Als je vervolgens ziet dat de theosofie, omdat ze elke godsdienst toelaat, exact hetzelfde karakter heeft als het heidendom, dat in zijn pantheon alle goden toelaat, dan heb je het tweede element van mijn ernstige zielecrisis. De theosofie maakt mij bang door haar mysterie en haar occulte grootsheid, stoot mij af vanwege haar wezenlijke humanitarisme en ‘apostolisme’ (begrijp je wat ik bedoel?), trekt me aan omdat ze zo lijkt op een ‘transcendentaal heidendom’ (zo noem ik de manier van denken waar ik op uit was gekomen), stoot me af omdat ze zo lijkt op het christendom, dat ik niet duld. Het is de afschrikking en de aantrekkingskracht van de afgrond aan gene zijde van de ziel. Een metafysische angst.

maandag 3 december 2018

Alexander Ver Huell -- 4 december 1863

Alexander Ver Huell (1822-1897) was een Nederlandse tekenaar en schrijver. Uit: Het dagboek van Alexander Ver Huell 1860-1865.

4 dec.
Gisteren dineerde ik bij de Familie Van Kattendijcke, en hield daar tegen de Dames mijne overtuiging staande dat ik eerst voor mijn Godsdienstig gevoel rust en geluk had gevonden, van den tyd af dat ik de Christelijke leer (het essentiële) en historie streng had leeren af te scheiden. - De leer, even vertroostend voor den eenvoudigsten mensch als voor den grootsten geleerde, is mij voldoende. - In zaken van godsdienst vooral moet men geheel opregt zijn. - en hierom verwondert het mij dat men Rénan in zijn Leven van Cr.s niet krachtiger bestrijdt wegens de onopregte, immoreele tendenz van zijn boek, waarin passages voorkomen die doen denken aan het Jesuïtisch ‘het doel wettigt de middelen’, aan het bekende ‘Mundus vult decipi decipiatur ergo’ en aan de ‘petits accomodements’ van Tartuffe. -

- Zend een surprise aan het kindje van van Lelyveld te Hoorn. - en een tientje aan Louisetje van Aberson.

- Daareven verhaalt M.w van Outeren mij iets wat haar zoon van een hond overkwam, dat mij frappeert. Die hond was met de Kermis te Leiden denkelyk gestolen, want alle zoeken en informeren en omroepen was vruchteloos gebleven. - Bij de drie jaren daarna, hoort een nieuwe meid die de H.r van Outeren in dien tyd in dienst had genomen, een hevig hondengehuil aan de deur, jaagt den lastigen schreeuwer weg, slaat zelfs naar hem zoodat hij dien nacht niet terug kwam. - Maar den volgenden morgen, vroeg bij het openen van de voordeur, zat dezelfde hond daar weder, nat van den regen en bewees haar zooveel vriendelykheid dat zij aan Mynh.r V.O. ging vertellen hoe een viervoetigen sollicitant niet van het huis te jagen was. - hij had juist zijn been bezeerd en lag te bed - doch liet de hond boven komen, die terstond tegen hem opsprong, zijn vrouw en kind begon te likken, en door allen voor den ouden verloren lieveling erkend werd. - De lieveling moest echter dadelyk in de kuip zoo smeerig en verwaarloosd zag hij er uit.

Anna Achmatova -- 5 december 1964

Anna Achmatova (1889-1966) was een Russische dichteres. Dagboekfragmenten van haar zijn opgenomen in De echte twintigste eeuw (vertaald door Alissa Leigh en Silvana Wedemann).

• In december 1964 reisde Achmatova naar Italië om op Sicilië de Premio Etna-Taormina in ontvangst te nemen.

4 of 5 december 1964
1 december op het Belorusskistation. Een menigte van uitzwaaiende mensen. Op het station zelf heerst chaos, 's Nachts Minsk. Onvoorstelbare stormbuien, sneeuwstormen. De kou sloeg mij om het hart. Warschau – Pollak met zijn vrouw en de vrouw van Anatol Stern. Duister.
Het lichte Wenen in de ochtend. Ira gaat Rubens (Bontjasje) en Brueghel bekijken. Zon.
Veel grenzen. Een stem: 'Paspoort!' Bij onze douane zeggen ze; 'Als u deze boeken signeert, maken wij ondertussen uw documenten gereed.'
De Alpen. De coupé schudt als nooit tevoren, In de winter biedt het een treurige aanblik. Opnieuw herinner ik me mijn droom** van 30 augustus over de chaos. De snelheid van een vliegtuig. Ik voel me beroerd...
We naderen Rome. Alles is een rozerode kleur. Het lijkt op mijn laatste onvergetelijke Krim van 1916, toen ik uit Bachtsjisaraj naar Sevastopol ging na voorgoed afscheid van N. V Nedobrovo te hebben genomen en de vogels over de Zwarte Zee wegvlogen.


 ** Over de droom waaraan ze refereert schreef ze eerder: “De droom die ik afgelopen nacht had, gaat al mijn ervaringen op dat gebied te boven. Ik zag hoe de planeet Aarde eruitzag korte tijd (hoe lang?) na zijn definitieve verwoesting. Ik zou er denk ik alles voor geven om die droom weer te vergeten!”

zondag 2 december 2018

Wim Kan -- 3 december 1975

Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl. Meer informatie over de treinkaping bij Wijster hier.

Woensdag 3 december 22.00 uur. Wildwal
Sinds gistermiddag vijf uur leven wij weer in spanning. Toen hoorden wij in de auto radio op weg van de Lappendeken naar Velp dat er weer een kaping was. Deze keer een hele trein met zeventig of tachtig passagiers. Na Herrema nou dit weer. De Zuidmolukkers! De machinist en één passagier waren doodgeschoten. Toe maar jongens. Vooruit maar weer. Wij zijn er nu al weer meer dan vierentwintig uur mee bezig. Maakt me angstig, moedeloos, machteloos en woedend. En voor mij altijd weer de grote vraag: hoe kan ik dit vertalen in cabaret?

Donderdag 4 december 14.20 uur. Wildwal
Donker, koud, somber weer. De gijzelingsdrama's zijn niet van de lucht. De trein bij Beilen staat er nog steeds. Vermoedelijk is er een derde man vermoord. Er is om 12.40 uur iemand uit de trein gegooid. Op ongeveer diezelfde tijd is het Indonesisch consulaat in Amsterdam door drie gemaskerde Zuidmolukkers overvallen. Wij doen vanaf dat ik wakker word niet veel anders dan radio luisteren, kranten lezen en televisie kijken. Nu straks om drie uur extra nos-televisie, 't Is net oorlog. Nee, het ís oorlog.

Vrijdag 5 december. Sint-Nicolaasavond!! 22.00 uur. Wildwal
Vreemd, ondefinieerbaar leven. Er is niets anders dan de treinkaping en de bezetting van Indonesisch consulaat in Amsterdam. Vanmorgen ik met meneer Van Liempt gebeld en laten doorschemeren dat er morgen (en overmorgen?) in Hoorn niet gespeeld behoort te worden. (En ziet de tv vindt dat vanavond blijkbaar ook.) Ik vind niet dat ik nu de regering zó belachelijk kan maken als ik haar maak. Ik zie het interview met Den Uyl en de conference over Van Agt als een stoot onder de gordel. En...wat het ergste is, ik heb geen alternatief.

Dinsdag o december 6.40 uur. Kudelstaart
Nu staat niet alleen de trein stil, maar ook de onderhandelingen zijn tot stilstand gekomen. De hele zaak begint nu een beetje in het genre te komen van warme maaltijden, tandpasta en toiletpapier. Kinderen en grijsaards die ineens toch worden vrijgelaten en een dominee van 84 jaar die meedeelt dat de kapers uiterst correct te werk gaan. Ir. Manusama doet een beroep op zijn jongens: ik smeek jullie om er nu mee op te houden. Van Agt en Den Uyl laten zich niet zien. Mevrouw Faber, woordvoerster van justitie, daarentegen des te meer. Het tweede bedrijf begint een beetje te ‘trekken’. In mijn gevoel is het bijna ondenkbaar dat het geheel nu toch nog in een bloedbad zou eindigen, maar... afkloppen ga ik dit nu wel.

Donderdag 11 december 19.42 uur. Werkhuisje
Vandaag zijn er weer twee vrijgelaten. Bejaarden. Als het nog even duurt is tenslotte iedereen bejaard, wordt iedereen vrijgelaten...

Maandag 15 december 7.15 uur
Gistermorgen 12.15 uur was ineens de gijzeling van de treinpassagiers in Beilen voorbij. Afgelopen. De zes kapers gaven zich over. Ik zat in mijn werkhuisje aan mijn boek, het boek te werken (leuk werk maar uitzichtloos, want er is veel te veel materiaal). Zette de radio aan: wij pauzeren nu even voor een extra nieuwsuitzending over alle drie de zenders. Schrok wel even heel erg, maar hoopte meteen dat de gijzeling voorbij zou zijn. Ol kwam meteen uit huis hollen: de gijzeling is afgelopen. Samen op één stoel even in mijn huisje zitten luisteren. Ontroerend moment. Drie doden plus één in Amsterdam waar de gijzeling nog doorgaat en vijf afgelaste uitverkochte zalen in Hoorn en Haarlem.

Maandag 22 december 6.00 uur
De hele situatie waarin de Zuidmolukkers zich bevinden, de hardheid, koelheid en het onbegrip van de regering toont naar mijn mening steeds grotere gelijkenis met onze situatie na de oorlog. Elf miljoen Nederlanders waren vol van wat de Duitsers hun hadden aangedaan. Dat handjevol mensen dat onder de Japanners had gezeten, daarvoor interesseerde zich niemand. Onze psychische begeleiding? Ja, geweldig. Hirohito is er zelfs voor naar Nederland gekomen. Topvoorstellingen in Haarlem met vrijwel geheel nieuwe conference met veel over de afgelopen gijzelingszaak in Beilen.

zaterdag 1 december 2018

Max de Jong -- 2 december 1948

Max de Jong (1917-1951) was een Nederlandse dichter. Zijn dagboeken zijn gepubliceerd bij Van Oorschot.

Donderdag 2 december
Vanmorgen even voor het naar bed gaan naar het distr.kantoor geweest, maar ik had mijn kaart al gehaald, dat is nu ook tijdverpesten.
Daarna een uur of zes geslapen, te kort uiteraard. Toen ik opstond was een gloeilamp stuk, nieuwe gekocht.
Rbstr. Net als ik op dreef raak, vind Jaap H. het ook niet interessant meer. Ook geen bruikbare aanspraak.
Naar Hanny Deelman geweest. De Academie gaat pas 17-18 Dec. dicht. Het kind van Hanny was er, krek Joop. Hanny zei, dat ik zuur rook, hoe kan dat nu, ik heb toch dat teiltje. En zei weer, hoe wou jij trouwen, je hebt toch geen centen. Zag er slecht uit. Joop gedraagt zich rot.
Om negen uur thuis. Keihard schalde de radio naast me, gemene muziek, permanent. Radeloos de straat weer opgelopen. Naar Mienie gelopen, maar die hospita geeft geloof ik altijd niet thuis. Raamadvertenties afgelopen, niets bij, toch nog een paar kamers gekeken, doelloos mijn goeie tijd lopen te verlopen, ik ben zo
zielig
door de
radio
van de
buren

Om half elf kwam ik weer thuis, de radio schalde nog steeds
Ik wou zo graag
werken
ik heb zitten
huilen
Naar bed gaan. Morgen komt er weer zo'n dag. Gide uitlezen.

Maurits Wagenvoort -- 1 december 1903

Maurits Wagenvoort (1856-1944) was een nederlandse schrijver, die in 1903 op zoek ging naar wat er nog over was van de Nederlandse kolonie in het Turkse Smyrna.

Smyrna, 1 December, 1903.
Smyrna maakt eerst geen aangenamen indruk: een rumoerige, vuile, lange kade, en daarachter de tegen de bergen in het rond opklimmende stad. Van de aanzienlijke Hollandsche kolonie, welke hier sinds eeuwen is gevestigd, kwam het eerste Smyrniootsch specimen-landgenoot op Samos tot mijn kennis: een goedige, élégante jonge man Raoul Domino, zoon van een moeder van Hollandsche afkomst. Hij sprak gemakkelijk Hollandsch, maar met hoorbaar vreemd accent. Zijn vader was een Griek. De tweede, hièr, droeg den echt-Hollandschen naam Van der Zee. Ofschoon hij onze taal zeide te verstaan, sprak hij er geen woord van: een rijke cargadoor, welgedaan, grijs, blozend van gezicht met kleine grijze bakkebaardjes, witte das en in zijn rond gezicht levendige vriendelijke oogen. Naar zijn spreken was hij vol belangstelling voor het oude land en een oudere broêr van hem heeft zich zelfs voor goed met zijn vrouw in Den Haag gevestigd. Hij stelde mij zijn zonen voor, van wie de jongste Hollandsch bestudeert onder leiding van een Nederlandschen pater, vader Katz.