donderdag 24 september 2026
Adèle Bloemendaal • 25 september 1982
Zaterdag
Een traag, sereen begin. Ik zet koffie voor mijn kind en zijn vriendin. In de keuken leert John mij reggaedansen op een plaat van Bob Marley. Ik verbaas mij over het gebrek aan variatie. John zegt: 'Dat komt omdat ze altijd zo stoned zijn als kamelen.' Hij vertrekt naar een training, ik naar Terneuzen, bofkont die ik ben. Boudewijn Spitzen, onze coördinator, rijdt mee en roept opgetogen: 'We zullen ze in Terneuzen teisteren met kwaliteit.' Boudewijn is een allitteratie-freak. Frans zegt: 'Het lijkt wel of heel Nederland continu bezig is zich te verplaatsen.' 'Als lemmingen,' zeg ik. Ik ben somber gestemd. Morgen moet ik praten met een notoire notaris die mij hopelijk enige schurkenstreken zal bijbrengen om mijn BV te leiden. De oprichting ervan bezie ik met enige huivering. Aber warum machen Sie denn das überhaupt, Frau Blumenthal? - Weil ich ein dumme trut bin. Je maakt een goed programma en wat is je straf? Een BV. Na Terneuzen sleep ik mij langzaam de trap op en word opgewacht door de jongeheer G. met spijs en drank. Tijdens het eten praten wij over journalistiek, Naipaul, kwaliteitskranten, Amerikaanse berichtgeving en de Newyorker. Wij vallen om zes uur in slaap.267-2016>
woensdag 23 september 2026
Wim Kan • 24 september 1961
Zondag 24 september. Avond 20.55 uur. Diligentia • Om 12.30 uur vanmiddag opeens Cor Punt in mijn draaihuisje. Laatst gezien in oktober '45 in Bangkok. Heet nu Cornel d'Lumière. Correspondentieadres Palace Hotel, Montreux, Zwitserland. Logeert hier in kasteel Oud-Wassenaar. Ouderwets contact. Hij had eerst vijf minuten de pé in. Was bijna over het hek geklommen, maar tenslotte omgevaren... Had zijn allerbijzonderste vrouw bij zich (Engels?) uit Jamaica. Juwel, juweel heet ze. Enfin gelachen, gepraat, zegt elke vijf minuten iets wat de moeite waard is. Het was dus niet Birma wat het em deed (vergelijk dagboek uit die dagen!). Schreef introductie voor Cor bij Geert Lubberhuizen. Had boek (Engels) over onderwatervissen bij zich. Of ik 't ontvangen had. Zei ‘nee’, maar toen ie allang weg was, bedacht ik ‘ja’. Vanavond Margriet de Groot in theater. Haar met auto naar k. en w. gebracht en even gezellig zitten praten. Heeft het niet zo makkelijk met de grote Wim S., die zijn eigen manier van spelen heeft en tegen Larsen en Margriet in gaat. Troost haar, dit gesprek is honderd jaar oud, zolang het toneel bestaat zullen deze conflicten blijven. Het theater is een groot, geweldig compromis.
Wandelde in herfstige mist om 20.30 uur nog wat over stille Voorhout. Ambassades gesloten. In een ijverige brandde nog een licht. Een vooruitstrevend land zeker! Paleisje op slot. Een stil punt in een druk geworden stad. Maar Des Indes heeft iets onaantastbaars gehouden. Toch mooi in zijn soort. Ik moet me nu gaan schminken!
Dinsdag 26 september. Ochtend 9.00 uur • Gisteravond zeer stil voor de pauze, daarna voor mij bijzonder heerlijke avond. Lag aan mezelf misschien. Hoorde een minuut voor opgaan dat Cor Punt in de zaal zat. Zestien jaar geleden was hij er altijd. Om 19.00 uur alle meisjes in mineur wegens regeringsvouwblad in de bus wat te doen bij een kernbomaanval. Beetje zielig. Maakt je al ongeveer veertien jaar zorgen en zij nu eindelijk één dag. Zei hen met grote overtuiging er komt geen oorlog. Lekker zinnetje. Direct daarna gingen ze door in angst en mineur wegens anti-griep-injectie, die dr. De Haan in pauze kwam geven. Wat daar over gezeurd is, vult een dagboek. Rapport grafoloog! Brieven en kaartjes [anoniem ontvangen] praktisch zeker van een en dezelfde man. Advies: niets doen. Volgens hoofdcommissaris van politie is het de vraag of de inhoud van de brieven wel smaad of laster is...
dinsdag 22 september 2026
Frederik van Eeden • 23 september 1893
20 september
Regendag. ▫ Om één uur naar U. Boodschappen gedaan met ons allen. Bij Betsy gegeten. 's Avonds muziek bij Fles. Brahms' Liebeslieder. ▫ Wat moet zij ongelukkig zijn, als ze mij zóó ziet. ▫ Zoo waarborgt de edelste en fijnste sensitiviteit niet tegen onrecht-doen en ellendig zijn. ▫ Maar alleen het breede begrip, het juiste preciese evenwicht, het vreugdevolle, liefdevolle zien van alle dingen behoedt voor onrecht doen en ellendig zijn.
21 september
Middags naar Hilversum geweest op de viets, om huizen te zien.
22 september
's Morgens gewandeld naar Hilversum en huizen gezien. 's Avonds om 8.19 naar U. Maar het hielp mij alles niet. De toestand bleef onveranderd en ik kwam niet verder ▫ Zeer veel pijn gehad, die voortging in mijn droomen. 's Nachts geweldig onweer.
23 september
Koud, 50o. Harde, heldere wind. ▫ Het zwemmen deed wel goed, maar de pijn is nog hevig. ▫ Op de bibliotheek in Lucretius gelezen.
zondag 24 september
Koud, regenachtig. ▫ Over de hei naar Baarn gewandeld met Martha. Nu en dan zware regens. Wilde hei achter Eemnes. Natte weg over de polders. Op Villetta gedejeuneerd en gegeten. 's Avonds bij maneschijn teruggewandeld over Eemnes en Laren. Op de hei wat gedwaald. 11 uur thuis.
Veel verdriet, heel ernstig. Tot laat in een Engelsch boekje gelezen. Hierom ontevreden.
25 september
Koud, regenachtig. ▫ Droevig wakkerworden. Tuinwerk gedaan, mest omgespit, wat me vermoeide. Niet kunnen werken. Droevige brief. Geantwoord. Met de jongetjes eikeltjes geplukt.
26 september
's Ochtends stil en zeer koel (gisteravond 38o), 's middags meer wind. ▫ Niemand gezien. Door de eikenboschjes gedwaald. 's Avonds iets betere brief.
27 september
Harde wind 's morgens. Regen, zoeler, 's avonds lauw-vochtig. ▫ 's Avonds Anna Fles. B. verzocht mij te komen.
donderdag 28 september
Zoel weer, wolken. 's Avonds harde wind. ▫ Om 11 uur met Hans en Martha naar de Hoornboeg gewandeld. Ik van daar alleen doorgewandeld naar Utrecht. Gegeten met veel menschen bij Betsy. Het beloofde zeer goed te gaan, toen alles bedierf omdat ik verzwegen had Tonny's invitatie. Toen moest ik 's nachts den naren terugweg. ▫ Daar gelogeerd, Vrijdagsmorgens naar Bussum geloopen, op 't laatst door stortregen.
vrijdag 29 september
Zoel, storm, en regen.
zaterdag 30 september
Slecht weer, 's avonds beter. ▫ Uitvoerige brieven geschreven. Niemand gezien. 's Middags een heel nare brief uit U. gekregen, wel de naarste die ik ooit kreeg. Zij is wel erg de klus kwijt.
maandag 21 september 2026
Hidde Dirks Kat • 22 september 1778
[20 en 22 September 1778]
Na verloop van twee dagen vertrok ik op den 20 September van daar met een schip naar Lubeck, alwaar ik den 22 September met mijn gezelschap aan den wal stapte.
[23 September 1778]
Den 23 September kwam ik bij mijnen patroon, den Heer D.H. Rewoel te Hamburg; en vervolgens aldaar bij mijnen zwager, den Kommandeur C.J. Ney komende, vernam ik, tot mijne overgroote blijdschap, dat mijne vrouw met één kind nog in leven en gezond was, zijnde een van mijne kinderen in mijne afwezigheid gestorven.
[27 September 1778]
Daarna kwam ik den 27 September met een vaartuig op het eiland Ameland en ontmoette vrouw en kind in goede gezondheid. Het is mij onmogelijk deze zielroerende blijdschap te beschrijven. De menschen op straat hieven een vreugdegejuich aan en riepen elkander mijne terugkomst toe.
God zij hartgrondig gedankt voor alle onverdiende genade, aan mij Hidde Dirks Kat bewezen!
zondag 20 september 2026
Jane Gould • 21 september 1852
Vertaling onderaan.
Sunday, September 21 • There are houses and public wells all along on the road to Empire City, which is ten miles from Dayton. We stayed at Empire all night. This town is not as large as Dayton, but the streets are full of freight wagons. We say a great many fruit wagons her from Cal. There is a quartz mill here also. Money seems to be plenty. Buildings going up fast. Here is the place to make money, especially for a man without a family can get fifty dollars per month, and board, for most any kind of work and mechanics get more.
Wednesday, October 1 • Our roads are rather rough. I walked on before the teams two miles or more, called at a farm for a drink and to rest. Had the pleasure of sitting in a large rocking chair, the first time in five months. They have plenty of fruit trees. Albert called for me and bought some fine grapes, and a pail of tomatoes. The lady of the house gave me some roses and verbenas, they were beautiful and fragrant too.
Vertaling door ChatGPT.
Zondag 21 september • Langs de hele weg naar Empire City, dat zestien kilometer van Dayton ligt, staan huizen en openbare waterputten. We bleven de hele nacht in Empire. Dit stadje is niet zo groot als Dayton, maar de straten staan vol vrachtwagens en huifkarren. We zien hier heel veel fruitkarren uit Californië. Er is hier ook een kwartsmaalderij. Er lijkt volop geld te zijn. Er wordt snel gebouwd. Dit is dé plek om geld te verdienen. Vooral een man zonder gezin kan hier voor vrijwel elk soort werk vijftig dollar per maand verdienen, plus kost en inwoning. Vaklieden verdienen nog meer.
Woensdag 1 oktober • Onze wegen zijn nogal hobbelig. Ik liep twee mijl of meer vooruit op de wagens en hield halt bij een boerderij om wat te drinken en uit te rusten. Ik had het genoegen plaats te nemen in een grote schommelstoel — de eerste keer in vijf maanden. Ze hebben daar volop fruitbomen. Albert kwam me ophalen en kocht heerlijke druiven en een emmer tomaten. De vrouw des huizes gaf me enkele rozen en ijzerhardplanten; ze waren prachtig en bovendien heerlijk geurend.
Frida Vogels • 20 september 1970
20 sept. • Zondag. Vader en S. slapen nog. Ik heb ontbeten en zit nu aan S.'s tafel, wat ik niet prettig vind.
Gisteren lette ik er voortdurend op of S. niet weer uit zijn humeur zou raken, wat tot resultaat had dat ik hem daar alle aanleiding toe gaf, maar hij bleef in zijn humeur. Terwijl we wandelden bleef hij geregeld staan om invallen voor zijn vertalingen van de sonnetten van Shakespeare op papiertjes te schrijven.
Voor het eten speelde hij op het clavecymbel. Dat was mieters. Weliswaar was ik niet in de stemming om het op prijs te kunnen stellen, ik hoorde weinig, maar het was toch mieters, het gaf een gevoel van verbondenheid.
Vader was even praatgraag als de dag ervoor. Hij is er zich wel bewust van dat hij zulke verschrikkelijk wijdlopige verhalen doet en roept zichzelf van tijd tot tijd tot de orde. Hij praatte de hele dag, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, en hoefde nu niet op zijn bed te gaan liggen om ervan te bekomen.
Ik voor mij ben al flink moe geworden van deze twee dagen; gisteren merkte ik herhaaldelijk dat ik moet oppassen. Ik kon gevoelens van irritatie en vijandigheid tegenover vader soms maar met moeite beheersen; in Urbino zal ik dat zeker niet altijd kunnen. Ik moet het zo inrichten dat ik eerder opsta dan hij, zodat ik voor de dag begint een poosje rustig in mijn kamer kan zitten. Ik schreef gisteren een briefkaart aan S.'s moeder om haar te bedanken voor de taralli. Vader merkte op dat ik zo razend vlug schrijf, hij had nog nooit iemand gezien die zo vlug schrijft, zei hij. Dat verbaasde me.
Hij vertelde dat hij op bezoek was geweest bij monna, die nu in een bejaardenflat woont. Hij maakte een schetsje van haar huis, dat vervolgens werd verkreukeld en in de asbak gedeponeerd, want het was slordig en niet op schaal, ‘niet om te bewaren’. Toen hij wegging, had monna hem naar de bushalte gebracht en hij had in het wachthuisje staand gekeken hoe ze terugliep, verwachtend dat ze nog eens om zou kijken om te wuiven; maar nee, ze had al haar aandacht voor het lopen nodig gehad, ‘en dat ging zo langzaam, het duurde zo lang voor ze de hoek om was. Toen dacht ik wel ineens: wat is ze oud’. Dit ontroerde me. Zo ook, toen hij over zijn vroegere chauffeur Vink vertelde, die een paar maanden geleden gestorven is aan een hartinfarct. Hij vertelde zeer uitvoerig over Vinks karakter, over hun onderlinge relatie, over Vinks dood, over zijn troostbezoeken aan Vinks vrouw, enz., en op het laatst had hij vochtige ogen en je hoorde ook iets in zijn stem; maar daarna keerde hij naar het heden terug, zijn sigaar was trouwens op, en hij zei ons een beetje verlegen aankijkend, ‘ja, ja. Als je elkaar zo lang niet ziet, heb je veel te vertellen.’ Dat was na het eten; we gingen nog ‘een blokje om’ en toen naar bed.
Herhaaldelijk bleek weer dat hij niet rust voor hij elk kreukeltje in het sociale weefsel om hem heen heeft gladgestreken, of anders gezegd, hoe ijdel hij is. Zo hield hij bij S.'s clavecymbelconcert een Ricercare van Giovanni Gabrieli voor een Pavane van William Byrd. Dat kwam natuurlijk gewoon doordat hij het programma verkeerd had gelezen. Maar hij putte zich uit in andere verklaringen. Hij trok wijdlopige parallellen tussen de archaïsche stijl van Gabrieli en die van Byrd, beweerde gedacht te hebben ‘wat zijn die Gabrieli en die Byrd aan elkaar verwant’, hoewel, aan de andere kant moest je toegeven dat de muziek van Byrd de Engelse mist en melancholie ademt, terwijl Gabrieli... enz. enz., hij kon er niet over ophouden omdat hij vermoedelijk wel voelde dat er met scepsis naar hem geluisterd werd. Ilse luistert in zulke gevallen helemaal niet en zegt ten slotte ‘Alvertus!’ Ilse vindt trouwens dat ik in dit opzicht op vader lijk. Het zal wel waar zijn.
donderdag 17 september 2026
Jeanne Meeter Endt • 19 september 1944
Dinsdag, 19 September. [Oosterbeek]
De nacht was onrustig, veel lawaai. Sietske en Onno zijn om 11 uur maar weer naar beneden gehaald. ’t Dorp zit weer vol Duitsers en bij Station-Hoog schijnen ze zich te verschansen in een groot huis; ‘k vrees dat het Waldfriede is, waar de Kochs zitten of zaten. De brug bij Arnhem schijnt telkens van bezitter te wisselen en Arnhem heeft veel te lijden. Achter ons kerkje is een zwaarder kaliber-kanon bijgezet dat ons zojuist heftig verschrikt heeft, zodat we allemaal weer naar ’t trapgat vlogen. Tegen twaalven verschenen er Duitse jagers die boven ons een poosje bleven cirkelen. We waren bang voor een luchtgevecht, maar Engelsche jagers waren zoo gauw niet hier, dus bleef ’t bij kanongebulder. Op straat is ’t doodstil; alleen Engelsche soldaten komen nu en dan voorbij. Elektra is er weer; gas nog niet. Friso heeft een kookkachel van zolder gehaald, waar nu voor beide partijen samen op gekookt wordt. En het schieten gaat maar onophoudelijk door.
6 uur
De middag begon in angstige spanning. De Tommies, met wie velen nu in contact zijn, vertellen dat ze versterking zéér nodig hebben, anders houden ze ’t hier niet. Vanmiddag verwachten ze Polen. Intusschen hooren we dat Waldfriede afgebrand is, evenals verschillende andere huizen o.a. van Crayenhage, die met zijn gezin opgenomen is bij de Brevée’s. Arnhem brandt ook op verschillende plaatsen: Lombok, Klinkelbeek, Heyenoord. Of ’t huis van de Mijnlieffs nog staat? Om een uur of drie komen er troepjes losgelaten gevangenen uit de “Koepel” in Arnhem. Ze komen om kleeren en hulp vragen, en vertellen dat de gevangenis doorzeefd is met kogels; het heeft een paar bewakers ’t leven gekost; de directeur heeft de gevangenen toen losgelaten. Friso met z’n vrinden spant er zich voor om de menschen voort te helpen. Na ze van kleeren voorzien te hebben heeft hij ze over ‘t Drielsche veer gezet; hoewel de veerman riep dat het verboden was, heeft hij zelf de veerboot maar bediend. De Betuwsche boeren moeten hen maar weer verder helpen. In de lucht is ’t een poosje stil, behalve eenige Duitsche jagers op verkenning. Daar ineens, tegen half 5, komt er weer een heele troep zware 4-motorige vliegtuigen uit Engeland aanzetten. Toen ze ongeveer boven Oosterbeek Hoog waren, poef – daar lieten ze een heele bende parachutes los: rood, wit, blauw, bruin, oranje, groen – een prachtig gezicht. We konden alles duidelijk door de ramen zien; telkens weer meer, de lucht was er vol van. Zwaar kanongebulder was ’t antwoord er op – en we krompen weer inéén van schrik. Maar je went toch langzamerhand aan de helsche geluiden. Of ’t soldaten waren of munitie dat er uit de parachutes neerdaalde, konden we toen nog niet uitmaken, maar later vertelden de Tommies ons, dat er voornamelijk voorraden neerdaalden en dat er aan de kleur van de parachute te zien was, of het munitie of mondvoorraad of verbandmiddelen enz. waren. Één van de vliegtuigen werd getroffen en zagen we brandend neerkomen. Ze gooiden toch nog twee parachutes uit, waarschijnlijk de piloten. 274-2017>
Benoîte Groult • 18 september 1940
18 september '40 • Je moet trouwen, al was het alleen maar om niet op je dertigste een 'oude vrijster' te zijn, maar een 'jonge vrouw'. Er bestaat maar één formulering om een man van dertig jaar aan te duiden, wat voor privé-leven hij ook heeft. Maar een vrouw wordt gekwalificeerd naar het gebruik dat ze heeft gemaakt van een man en in verhouding tot hem. Wat doe je aan zoiets ongehoords? Een man heeft maar één leven. Een vrouw heeft er drie, vol tegenstrijdigheden. De moeder wint onvermijdelijk veld ten opzichte van de vrouw, in de echtelijke betekenis, en allebei oefenen ze zware druk uit op eventuele prestaties in een beroep. Een vrouw moet zichzelf negen van de tien keer vormen door afstand te doen van een deel van zichzelf, van een deel van wat het leven haar bood. Ik weet pertinent zeker dat het huwelijk geen antwoord of oplossing is, maar ik wil het domweg graag alsof het een oplossing zou kunnen bieden voor mijn tegenstrijdigheden. Ik heb geen zin om me volledig aan mijn kinderen te wijden en toch zou ik graag kinderen willen hebben. Ik heb zin om een eigen leven en eigen werk te hebben en toch zal ik kinderen krijgen die me dat zullen beletten. Ik zou geld moeten hebben om verscheidene levens naast elkaar te kunnen leiden en volgens de kansrekening en mijn natuurlijke geneigdheid trouw ik hoogst waarschijnlijk met een arme man. Mijn toekomst is absurd en ik weet geen manier om haar harmonieus te maken. Gelukkig, gelukkig denken vrouwen niet ver vooruit!
woensdag 16 september 2026
Beb Vuyk • 17 september 1945
Half september 1945 • Via het Rode Kruis komen lijsten binnen met de namen van overzeese krijgsgevangenen. Bij de thee-uitdeling om vier uur worden twee vrouwen bij het kamphoofd geroepen. Ze komen huilend terug. Nu weten de anderen wat hun te wachten staat en huilen al bij de oproep. Om vijf uur moeten we ons op het voetbalveld verzamelen. Dan worden eindeloze lijsten met namen voorgelezen. Eerst van de levenden, dan van de doden. Onder die namen familieleden en kennissen. Mijn man en zoontje leven!
Eind september 1945 • We krijgen een persbericht in stencilvorm, en er komen Rode-Kruisbrieven uit Nederland. Behalve in berichten van 'thuis' zijn de meesten niet erg geïnteresseerd in wat er in de rest van de wereld gebeurd is en gebeurt. De kampbewoners concentreren zich voornamelijk op het eigen lot en maken zich bezorgd over de revolutionaire situatie. Ik probeer hun iets uit te leggen over de achtergrond en idealen van de Indonesische nationalisten. Sommigen zijn wel geïnteresseerd, voornamelijk mijn naaste buren, die mij goed kennen. Gisteravond was er een incident. Eén van de vrouwen, die een meter of tien verder woonde, het was de moeder van Sofietje, kwam zeggen dat het maar eens uit moest zijn! Indië behoorde aan Nederland toe en zo zou dat blijven. En toen ik haar spottend vroeg: 'Nu en tot in alle eeuwigheid,' begon ze te schelden en noemde mij een landverrader.
dinsdag 15 september 2026
Adriaan Morriën • 16 september 1986
In 1986 maakte hij een vakantiereis naar Portugal. Hieronder het verslag van de vierde dag. Dag een - dag twee - dag drie - dag vier.
(Dinsdag, 16 september)
[...] Over de brug, bij de grenscontrole, moesten wij een formuliertje invullen met onze namen, adressen en geboortedatums. Terwijl Janneke de ingevulde formulieren afleverde, bleef ik in de auto zitten. Janneke kwam terug en zei dat ze ook mij wilden zien. Ik stapte uit en meldde mij. Een van de beide mannen in uniform die buiten voor het douanekantoor stonden, vroeg mij in het Frans: 'Bent u naar Portugal gekomen om te sterven?' Ik keek hem een beetje verbluft aan. Ik begreep zijn vraag niet. Maakte hij een grapje? De mannen stonden er gemoedelijk bij en lachten. Was het een toespeling op het gezegde over Napels? Of was de man verwonderd over het verschil in leeftijd tussen Janneke en mij, gezien onze geboortedatums? Ik antwoordde dat ik naar Portugal was gekomen om vakantie te houden. De douanier zette zijn uniformpet op, ging in de houding staan en salueerde.
Zijn vraag had mij een beetje verschrikt, merkte ik later. hoewel er uiteraard geen dag voorbijgaat dat ik mij niet van mijn leeftijd bewust ben, een besef dat mijn dagen uiteraard met een avondlijk licht overstraalt. Natuurlijk zou ook ik, net als de neerlandicus, elk ogenblik kunnen omvallen.
Vannacht werd ik om halfvier wakker. Ik had gedroomd dat ik in een Encyclopedie van de vermoeidheid had zitten bladeren. De wetenswaardigheden waren alfabetisch gerangschikt, zoals het hoort, maar van mijn lectuur kon ik mij, helaas, niets meer herinneren. Ik was wel aardig uitgerust.462-2019>
maandag 14 september 2026
Harry Graf Kessler • 15 september 1927
De arme Isadora Duncan is gisteravond in haar auto door haar eigen shawl, die in een achterwiel verstrikt geraakt was, gewurgd. Een tragische, noodlottige dood: de shawl, die een zo essentieel onderdeel was van haar danskunst, heeft haar dood bewerkt. Haar rekwisiet en slaaf heeft zich op haar gewroken. Zelden is een kunstenares met zo'n waas van tragiek omgeven geweest en door zo'n onvervreemdbaar levenslot tragisch aan haar eind gekomen: haar beide kleine kinderen zijn bij een catastrofaal auto-ongeluk om het leven gekomen, haar man Jessenin door zelfmoord aan zijn eind gekomen, zijzelf nu op deze manier door haar eigen rekwisiet, je zou bijna zeggen uit wraak, omgebracht.
Ooit aan het prille begin van haar carrière trof ik haar bij Luise Begas in Berlijn toen er sneeuw lag en het dooide. We kwamen elkaar tegen in de hal, zij kwam net aan en ik ging weg. Ik denk dat dat de eerste keer was dat ik haar zag. Ze had een wijde lila jas aan die van haar schouders tot de grond reikte, een soort habijt, en daaronder blote voeten, die weliswaar in rubberschoenen staken. Ze trok de rubberschoenen in de hal uit en liep toen tot mijn grote verbazing (dat was toen absoluut nieuw) blootsvoets de salon in.
Nadien was ze de protégé van gravin Harrach, destijds de mooiste vrouw van het Berlijnse hof en de vriendin van de uiterst preutse keizerin. Deze liet de oude Spitzemberg opdraven en vroeg haar of dat rondlopen op blote voeten van de dames niet onzedelijk was. Mevrouw Spitzemberg, die me de volgende dag over de aangelegenheid vertelde, stelde haar gerust, en zo werd een soort christelijke damesvereniging ter ondersteuning van Isadora in het leven geroepen, die floreerde tot plotseling op een dag het feit niet meer te loochenen was dat de Vestaalse maagd op zeer korte termijn een kind verwachtte; waarop de vereniging onder bliksem en donder uit elkaar spatte en Isadora Berlijn moest verlaten.
Arme Isadora! Ze heeft zich nooit helemaal weten te bevrijden van bepaalde bekrompen-pedante trekjes, hoezeer ze ook door de vrije liefde het puriteins-Amerikaanse poogde te overstijgen. En toch was ze een kunstenares. De dans, die we in zijn hedendaagse vorm als grote kunst appreciëren, en ook het Russische ballet, zou zonder haar niet denkbaar geweest zijn.
198-2012>
zondag 13 september 2026
Henk Romijn Meijer • 14 september 1992
14 sept. '92 • Je ziet ze al van een afstand, de uitpuilende, bolstaande halve garen op de heuvel naar Nadaillac, gehuld in hun zware laarzen en geoliede regenkledij, rondhangend op drie passen afstand van de gedeukte auto's waarmee ze de weg versperren - volgevreten kobolden, doorzakkend en wankel ter been, een wezenloze uitdrukking op het gezicht en vol van hun taak: het in stand houden van het evenwicht in de natuur. Ze hangen zwijgend rond in de miezerige regen, de jagers, onder hoge bomen, tot de tanden gewapend om een halfziek verregend konijntje mores te leren. Soms zijn ze broodmager en soms hebben ze haast geen mond, neus en oren, alleen een onpeilbaar soort ongeschorenheid boven op de bochel waarmee ze bij hun geboorte zijn gezegend, elk oog is bloedig doorlopen. Ze zijn van hetzelfde allooi, de jagers, vet of uitgehongerd, samengedreven door een passie om groot wild te executeren. Soms winnen ze het van een wild zwijn dat net als de mens tegen overmacht niet is opgewassen.
Hoe lang geleden is de zondag dat we tegen het eind van de middag ons dorp binnenreden en iemand ons in alle staten toeriep kom eens kijken, kom eens kijken! We lieten ons meetronen naar de erf van Alexis' boerderij waar een groepje bezwete rode hoofden in uiterste triomf handenwrijvend bijeenstond, bloedige oogjes samengeknepen, de monden grijnzend in woordeloze triomf, een bestiale, dreigende opwinding uitstralend, sigaretten draaiend op het erf, de ruggen gekeerd naar de schuur waarin ze een hert hadden opgehangen, net gevild, nog dampend van het verbrijzelde leven, glanzend als speeksel.
Buurman Roger is een jager, ik mag hem graag. Hij houdt van een net huis, een nette tuin, een smetteloos grasperk. Elke zaterdagochtend zien we Roger in een stemming van boosheid en melancholie de molshopen in ogenschouw nemen die in de loop van de week tijdens zijn afwezigheid zijn opgekomen. Zijn huis naast het onze is een weekend huis, zijn aanval vindt plaats op zaterdag of zondag. En hoe we ook roepen: laat ze toch hun gang gaan Roger, ze brengen mooi kruimig zand aan de oppervlakte, ideaal voor de composthoop, hij blijft zijn verdelgingsoorlog voeren met de grootst mogelijke vastberadenheid. Zijn streven heeft iets van het platbombarderen waaraan onze grote mogendheden nog steeds hun hart hebben verpand, in het heilig geloof dat grote macht aan almacht gelijkstaat (zelfs God meende dat voordat Hij de zaak uit de hand zag lopen). Roger de tuinier, niet de jager, besteedt zijn vrije zaterdag aan het inbrengen van het gemeenste gif in elke molshoop die zijn grasveld ontregelt en een week later blijken de mollen op allerlei gifvrije plekken te zijn opgebloeid. Een gestorven mol tref je niet aan: de dieren zijn gewoon om het gif heen gelopen.
Techniek en wetenschap staan niet stil: Roger heeft zich een apparaat aangeschaft dat eruitziet als een piepkleine buitenboordmotor en dat Anti-Rongeurs A Ultra-Son heet. Het belooft: ‘Eloigne de vos jardins et de vos cours definitivement tous les rongeurs
telsque les taupes, écureuils, mulots, rats...’ Maar wat het op batterijen van 1,5 volt lopende apparaat ook voor paniek zou zaaien onder de eekhoorns, veldmuizen en ratten die op het veldje niet voorkomen, de mollen moeten zich wonderwel voelen bij deze ultrasonische bestrijding, als op een zonnebank of in een sauna, want een week na plaatsing van de Anti-Rongeurs zijn de molshopen hoger dan ooit.
‘Misschien waren de batterijen niet goed,’ veronderstellen we bij wijze van troost. Roger lacht melancholisch. Ik zou zo graag willen dat hij de mol niet als vijand zag. Ik vertel hem dat ik eens op de weg naar Cieurac stopte om een dode mol op te rapen. Ik pakte hem op en zag nog een flauwe beweging, zoals wel voorkomt bij dieren die nog niet lang dood zijn. Ik nam de tijd om de rode neus te bekijken en de binnenstebuiten gekeerde voetjes en het bontvel waarom ze worden doodgeknuppeld en glasscherven ingejaagd enzovoort. Ik zette het dier in de aarde aan de kant van de weg, waar hij snel als de bliksem, zonder terugblik of bedankje, wegschoot, de grond in. ‘Hij was hulpeloos geworden op het hete asfalt,’ zeg ik. Het verhaal slaat niet aan bij Roger. Ik wijs Roger op de pracht van de mol en op zijn nut en wat doen een paar hoopjes zand ertoe in een grasveld dat toch nooit voor een prijs in aanmerking zal komen? Roger lacht een beetje en verdubbelt zijn aanval, een zet waarop de dieren een gezamenlijke tegenzet hebben ingestudeerd: het volgend weekend wordt Roger verrast door een ware gordelroos van molshopen, het grasveld melaats van dissidente pelsdragers en hun strooiklare aarde. Roger is razend, we zien ervan komen dat hij nog eens naar zijn jachtgeweer grijpt om zijn woede te koelen op wat hij niet naar zijn hand kan zetten.
Julien Piraña • 13 september 1975
Accra, 13 September 1975 • Een post- of bankbediende is gister voor 't gerecht gedaagd. Hij wordt er van beschuldigd een bedrag van ongeveer 9000 gulden te hebben ontvreemd of verduisterd. Hoe zoiets heten mag. Hij voert als verdediging aan dat het een paar maanden geleden is begonnen. Eerst raakten er kleine bedragen kwijt, van een paar gulden. Maar al gauw werden ze groter. Hij raadpleegde een ‘spiritualist’ die hem zei dat het een ‘slecht kantoor’ was. En dat er geesten aan het werk waren. ‘U weet misschien,’ zei ie tegen de rechter, ‘dat ze de gewoonte hebben om niet meer terug te geven wat ze eenmaal weggenomen hebben’. Het lottowezen is hier een van de belangrijkste bronnen, zoniet van inkomsten dan toch van uitgaven. ‘Lottodoctors’ en ‘Lottoprofessors’ laten zich fors betalen omdat zij en zij alleen weten dat deze week 't winnende lot op 328 eindigt of op 34 en ook waarom dat zo is. Al zijn er nog meer krachten aan 't werk. ‘God moves in mysterious ways’ staat er met grote letters op één van de lottokantoren. Hij hangt overal rond. ‘Trust in God’ adverteert de dichtstbije dranktent op de vrije ruimte boven 't verkoopluik en daaronder ‘Coca-cola refreshes you best’.
donderdag 10 september 2026
Reinhard Karger • 11 september 2001
Dienstag, 11. September • Ich wollte mich später mit Steve, dem Sohn des zweiten Mannes meiner Mutter, treffen. Wir hatten Zeit und Ort noch nicht ausgemacht, aber wir waren verabredet, bis spätestens 10 Uhr zu telefonieren. Mit meinem Bruder frühstückte ich im Heck des Bootes mit Blick auf Manhattan. Der Morgen war ruhig und warm, das Wetter versprach, ausgezeichnet zu werden. Die Sonne ging genau zwischen den Zwillingstürmen über der Stadt auf. Ich fotografierte sie so oft, dass mein Bruder mich irgendwann fragte, ob ich denn nicht allmählich genug Bilder davon hätte.
Mein Bruder fuhr zur Arbeit, und ich saß mit einem Buch auf Deck, bis die Sonne zu stark wurde. 8.15 Uhr ging ich in die Kajüte und legte mich mit dem Buch so auf das Bett, dass ich durch die Decksluke den blauen Himmel sehen konnte. Das Boot schaukelte leicht, und ich schlummerte über meinem Buch ein. Kurz nach 9 Uhr klingelte das Telefon. Es war Steve. Wir plauderten und machten Pläne für den Tag. Er erklärte mir, wo wir uns treffen könnten, welche Linie ich am besten nehmen sollte. Ich wollte eine Zigarette rauchen und kletterte auf Deck. Dann erst sah ich den Rauch.
Zuerst bemerkte ich eine Wolke im Süden, eigenartig grade, wie eine liegende Zigarre. Ich drehte den Kopf, erkannte, dass sie bei den World Trade Centern endete. Dann erst verstand ich, dass sie dort begann. Ich sagte zu Steve: "Die Tower brennen." Jetzt erst bemerkte ich die Menschen auf den anderen Booten, die auch nach Manhattan hinüberblickten. Ein Pärchen auf einem benachbarten Boot hatte einen Fernseher. Sie sagten: Terroristen mit Flugzeugen, ein Anschlag, kein Unfall, beide Türme getroffen. Ich legte auf. Steve habe ich in dem Sommer nicht mehr gesehen.
Fassungslos starrte ich auf die qualmenden Twin Towers. Hinter einigen Fenstern schien es zu brennen. Der Himmel darüber war strahlend blau. Teile der Fassade fielen hinunter. Ich holte die Kamera und begann zu fotografieren. Dann geschah das Unfassbare: Dunkel und böse grollend brach der Südturm in sich zusammen, implodierte. Der Kollaps zog sich eine gefühlte Ewigkeit hin. Als er abebbte, quoll eine Wolke aus den Straßen hervor, bedeckte die umgebenden Häuser und verhüllte den unteren Teil von Manhattan. Der Südturm war verschwunden. Der Nordturm stand in einer Wolke aus Staub, Stahl und Rauch.
Wieder klingelte das Telefon. Mein Vater rief aus Deutschland an. Er fragte, wie es mir ginge, wo ich sei. Ich sage nur: "Der eine Turm ist weg, einfach weg." Er erklärte mir: "Auch das Pentagon ist getroffen, vielleicht noch mehr. In Pennsylvania haben sie ein Flugzeug abgeschossen." Das Ausmaß der Katastrophe überstieg alle Vorstellungen. Immerhin: Der Nordturm des WTC stand noch. Qualmend. Die Situation schien sich zu entspannen.
Etwa um 10.30 Uhr passierte es: Laut, dumpf und wie in Zeitlupe sackte das Gebäude in sich zusammen. Eine Rauchsäule zeichnete seine Silhouette ein letztes Mal in den Himmel. Dann verschlang die Wolke Manhattan und verfinsterte die Sonne. Die Insel verschwand völlig. Eine Brise Nordwind drückte Staub und Qualm aus den Straßen nach Süden in den Hafen von New York. Ganz allmählich klärte sich der Rauch ein wenig, und die Skyline zeigte ihre neuen Konturen.
Erst am späten Nachmittag, und für mich nicht mehr hörbar, kollabierte nach langen Bränden auch ein dritter Turm, WTC 7, ein Hochhaus mit 47 Stockwerken, allerdings ohne eine wirklich fühlbare Lücke zu hinterlassen. Die Zwillingstürme hatten wie kein anderes Gebäude die Skyline dominiert.
Mein Bruder kam erst spät zurück. Die Straßen waren verstopft, überall gab es Staus und Kontrollen. Der Abendhimmel war wolkenlos. Als die Sonne unterging, tauchte sie ganz Manhattan in rötlich-goldenes Licht. Der Tag ging - und hinterließ tiefe Ratlosigkeit und Trauer. Das Fernsehen brachte pausenlos Berichte, Gespräche, Spekulationen über die Zahl der Opfer - und bald auch Namen von Tätern und Vermutungen über Motive. Jedem war bewusst: Etwas war an diesem Tag geendet. Aber keiner wußte, was begonnen hatte. 451-2019>
Dinsdag 11 september • Ik wilde later afspreken met Steve, de zoon van de tweede man van mijn moeder. We hadden tijd en plaats nog niet afgesproken, maar we hadden afgesproken elkaar uiterlijk om tien uur te bellen. Met mijn broer ontbeet ik achter op de boot, met uitzicht op Manhattan. De ochtend was rustig en warm, het weer beloofde uitstekend te worden. De zon kwam precies tussen de Twin Towers boven de stad op. Ik fotografeerde ze zo vaak dat mijn broer me op een gegeven moment vroeg of ik er zo langzamerhand niet genoeg foto's van had.
Mijn broer ging naar zijn werk en ik zat met een boek op het dek tot de zon te sterk werd. Om 8.15 uur ging ik de kajuit in en ging met mijn boek op bed liggen, zo dat ik door het dakluik de blauwe hemel kon zien. De boot wiegde zachtjes en ik dommelde boven mijn boek in. Kort na negen uur ging de telefoon. Het was Steve. We praatten wat en maakten plannen voor de dag. Hij legde uit waar we konden afspreken en welke lijn ik het beste kon nemen. Ik wilde een sigaret roken en klom het dek op. Pas toen zag ik de rook.
Eerst zag ik in het zuiden een wolk, merkwaardig recht, als een liggende sigaar. Ik draaide mijn hoofd en zag dat hij bij het World Trade Center eindigde. Pas toen begreep ik dat hij daar begon. Ik zei tegen Steve: ‘De torens staan in brand.’ Nu pas merkte ik de mensen op de andere boten, die ook naar Manhattan keken. Een stel op een naburige boot had een televisie. Ze zeiden: terroristen met vliegtuigen, een aanslag, geen ongeluk, beide torens geraakt. Ik hing op. Steve heb ik die zomer niet meer gezien.
Verbijsterd staarde ik naar de rokende Twin Towers. Achter enkele ramen leek brand te zijn. De hemel erboven was stralend blauw. Delen van de gevel vielen naar beneden. Ik haalde de camera en begon te fotograferen. Toen gebeurde het onvoorstelbare: donker en dreigend grommend zakte de South Tower in elkaar, hij implodeerde. De instorting leek een eeuwigheid te duren. Toen die voorbij was, stroomde er een wolk uit de straten omhoog, die de omliggende gebouwen bedekte en het onderste deel van Manhattan aan het zicht onttrok. De South Tower was verdwenen. De North Tower stond in een wolk van stof, staal en rook.
Opnieuw ging de telefoon. Mijn vader belde vanuit Duitsland. Hij vroeg hoe het met me ging en waar ik was. Ik zei alleen: ‘De ene toren is weg, gewoon weg.’ Hij vertelde me: ‘Het Pentagon is ook geraakt, misschien nog meer. In Pennsylvania hebben ze een vliegtuig neergeschoten.’ De omvang van de ramp ging elk voorstellingsvermogen te boven. Maar goed: de North Tower van het WTC stond nog overeind. Rokend. De situatie leek tot rust te komen.
Rond half elf gebeurde het: luid, dof en alsof het in slow motion ging, zakte het gebouw in elkaar. Een rookzuil tekende zijn silhouet nog één keer af tegen de hemel. Toen verzwolg de wolk Manhattan en verduisterde de zon. Het eiland verdween volledig. Een bries uit het noorden duwde stof en rook vanuit de straten naar het zuiden, de haven van New York in. Heel geleidelijk trok de rook een beetje op en kreeg de skyline zijn nieuwe contouren.
Pas laat in de middag — en voor mij niet meer hoorbaar — stortte na urenlange brand ook een derde toren in, WTC 7, een gebouw van 47 verdiepingen, zij het zonder werkelijk een voelbare leegte achter te laten. De Twin Towers hadden de skyline als geen ander gebouw gedomineerd.
Mijn broer kwam pas laat terug. De straten stonden vol, overal waren files en controles. De avondhemel was wolkenloos. Toen de zon onderging, baadde ze heel Manhattan in roodgouden licht. De dag liep ten einde — en liet diepe verbijstering en verdriet achter. Op televisie kwamen onafgebroken reportages, gesprekken en speculaties over het aantal slachtoffers — en al snel ook namen van daders en vermoedens over hun motieven. Iedereen besefte: iets was die dag geëindigd. Maar niemand wist wat er was begonnen.
Willem Oltmans • 11 september 2001
11 september 2001
Hans Geerlofs belde dat twee vliegtuigen in het World Trade Center in New York zijn gevlogen. Eindelijk, ik ben opgelucht. Wanneer - als het er al ooit van komt - zullen de Amerikanen wakker worden en stoppen met hun arrogantie en wereldwijde criminele gedrag?
Ik ben opgetogen, het werd de hoogste tijd dat ze - met hun raketschild - eindelijk eens voelen hoe laat het is.
Ik heb om 16.00 uur Peter en Edwin gewaarschuwd; ze wisten nog van niets.
Ze doen heel zielig op tv, maar hoe zit het dan met de misdaden van de Donovan boys [Een bijnaam voor de CIA, naar William ‘Wild Bill’ Donovan, hoofd van de Office of Strategic Services (OSS). Hij wordt beschouwd als de grondlegger van de CIA] over de hele wereld?
Peter belde rond 17:00 uur: ‘Willem, ik ben geschokt. Dit verandert de loop van de geschiedenis.’ Hij heeft gelijk. De symboliek is kolossaal. Maar, hoe vreselijk ook, ze hebben het over zichzelf afgeroepen.
Op CNN wordt het om 18:40 uur om te lachen. Senator Orrin Hatch noemt de daders ‘cowards’, burgemeester Rudolph Giuliani van New York is heel erg boos en iedereen praat onzin. Hoe zit het met de Amerikaanse lafaards die zoveel plaatsen op de wereld hebben gebombardeerd? ‘Wat ze gedaan hebben is overduidelijk een daad van oorlog,’ zegt senator John McCain, ‘en niet uitgelokt!’ Maar hoe zit het dan met Libië, Vietnam en al die andere landen waar de vs militair hebben opgetreden?
‘We are going to answer the basterds,’ zegt Hatch. Ik zeg weer hetzelfde: hoe zit het dan met de ‘snelweg des doods’ in Irak waar ondanks de Amerikaanse garantie van een veilige aftocht, de terugtrekkende duizenden Irakese militairen werden gebombardeerd en gruwelijk uitgeroeid? ‘Onze manier van leven is anders dan die van Osama bin Laden,’ merkt Hatch op. En vervolgens komt er weer een congreslid op tv die verkondigt dat ze de ‘lafaards en terroristen’ zullen pakken. Maar sommige mensen op de wereld zien de vs juist als de ‘lafaards en terroristen’. Ik in ieder geval. De verslaggevers van CNN komen superlatieven tekort voor deze buitengewone tragedie. Bush is net terug in het Witte Huis en zegt dat ze de lafaards zullen najagen en straffen. Wat er gebeurd is, is dat Sharon de problemen in het Midden-Oosten heeft veroorzaakt en dat Bush jr. deze aanslagen over zich heeft afgeroepen door te opereren zoals Sharon — met zijn team van oorlogshitsers.
Voormalig ambassadeur bij de Verenigde Naties voor de vs Richard Holbrooke zegt dat iedereen moet helpen de terroristen die achter de aanslagen zitten te vinden, inclusief de Russen, Chinezen, en de landen in het Midden-Oosten... Dat kan dus niet. Hij hint naar een militaire vergeldingsactie tegen de Taliban, omdat zij Osama bin Laden verbergen.
Om 19:45 uur hebben de Amerikanen drie oorlogsschepen de zee op gestuurd, twee vliegdekschepen zijn onderweg naar New York.
Senator Chris Dodd vergelijkt het met de aanval op Pearl Harbor. Dodd wordt onderbroken voor Henry Kissinger, die vanuit Duitsland reageert. Hij pleit voor een gezamenlijke reactie en wil serieuze druk uitoefenen op de Taliban.
Maar afschuwelijk wat die mensen in die vliegtuigen, die begrepen moeten hebben dat ze in Osama's vliegende bommen zaten, moesten doormaken... En wat is er in godsnaam allemaal gebeurd in de straten en huizen rond het World Trade Center?
Philip Freriks, de lul van het NOS Journaal, heeft het over Lockerbie, maar geen hond hoor je over de Amerikaanse kruiser die een Iraans passagiersvliegtuig neerpafte.
De kennismakingsbezoeken van Máxima zijn afgelast! Hoe zielig. Minister De Grave zegt dat het een nieuwe Koude Oorlog is. De Tweede Kamer stopte. Partijleider van de PvdA Ad Melkert: ‘Het snijdt door het hart,’ partijleider voor de VVD Hans Dijkstal: ‘De wereld zal nooit meer dezelfde zijn.’ Beatrix condoleert Bush, er staan veldbedjes op Schiphol. Aart zegt dat Wall Street is geraakt. De beurs ging dicht, aandelen daalden nog verder. Voor Kok is het onbeschrijflijk wat terrorisme kan doen. Maar wat hebben de VS met terrorisme allemaal uitgehaald?
Kok zegt: ‘Amerika is in het hart getroffen.’ Hij geeft een prima reactie.
De gevolgen zijn niet te overzien. Peter sloeg de spijker op zijn kop toen hij zei dat dit een keerpunt in de geschiedenis zal worden. Blair zegt dat het volstrekt fanatisme van de terroristen is, maar ondertussen bombardeert Groot-Brittannië zelf Irak. Rob de Wijk [hoogleraar Internationale Betrekkingen die in nieuws- en actualiteitenprogramma's werd gevraagd om als deskundige commentaar te geven op de internationale militair-politieke situatie als gevolg van de aanslagen in de VS] zegt dat Osama bin Laden had aangekondigd dat hij een rechtstreekse aanval op Amerika zou gaan uitvoeren. Pim Fortuyn: ‘Wrede operatie...’. Ik lach ze gewoon uit. De Wijk noemt zelfs Irak. Van Aartsen vond het ook vreselijk.
De reactie van Anne Knulst viel me mee. Ik legde uit dat de controverse tussen Sharon en Arafat zich nu tussen Bush en Osama gaat afspelen.
Israël rouwt! Shimon Peres zegt: ‘Our hearts are with you. It was an attack on civilization to introduce the law of the jungle.’ ‘Each Israeli feels as an American today,’ zegt Peres. Nee, wij waren het die vanaf het kolonialisme over de andere landen heen liepen. Hoe komt het toch dat ik op de hand van de blije mensen in het Nabije Oosten ben?
Poetin noemde het op tv - met een ernstig gezicht - een verachtelijke tragedie.
Nadine Finsterbusch • 10 september 1994
Vertaling onderaan
10. September 1994
Gestern habe ich die MTV Video Music Awards 1994 geguckt. Seitdem finde ich: Snoop Doggy Dogg, Björk, Steven Dorff, Nirvana und Soundgarden total cool! Die waren echt alle soo nett und witzig, das hätte ich besonders von Snoop Doggy Dogg nicht erwartet.
Eine tragische Nachricht: Mark [Owen] hat die Haare ab. Total ekelig. Aber abwarten. Er muss ja nicht immer gut aussehen.
Vertaling door ChatGPT:
10 september 1994 • Gisteren heb ik naar de MTV Video Music Awards van 1994 gekeken. Sindsdien vind ik Snoop Doggy Dogg, Björk, Steven Dorff, Nirvana en Soundgarden helemaal te gek! Ze waren echt allemaal zó aardig en grappig, dat had ik vooral van Snoop Doggy Dogg niet verwacht.
Een tragisch bericht: Mark [Owen] heeft zijn haar eraf! Echt walgelijk. Maar we zullen zien. Hij hoeft er natuurlijk niet altijd goed uit te zien.192-2015>
dinsdag 8 september 2026
Maarten 't Hart • 9 september 1970
9 sept. • Het beroerde van heimwee is ook dat niemand je begrijpt. H. zegt altijd:
iedereen heeft van die gevoelens, het is helemaal niets bijzonders, je moet je er over heen zetten. Nou, als dat waar is zou ik wel eens willen weten waarom mensen dan zo graag van huis gaan. Ik weet heel zeker dat als H. niet zo graag weg wilde, ik nooit, nooit, nooit ook maar een dag zou weggaan. Nergens vind je, noch in de literatuur, noch in de muziek, heimwee op adequate wijze beschreven of getoonzet. Alleen in het tweede deel van de negende van Dvorak hoor je het plotseling. Je kunt er met niemand over praten, iedereen kijkt je aan en je ziet in de blik van de ander: die is niet goed wijs, die kan zomaar met vakantie en vindt het niet leuk. Niet leuk? Ik vind het afschuwelijk. Wat is er nu elders te zien waarvoor je op reis zou willen gaan. Gebouwen? Schilderijen? Gebouwen zijn helemaal nooit mooi en reproducties van schilderijen zijn doorgaans mooier dan de originelen. Nee, je zou alleen voor landschappen op reis kunnen gaan. Maar bossen zijn overal eender. Nou ja, ik weet dat ik op dit punt niet redelijk ben (of nog minder redelijk dan op andere punten) maar ik zou me zielsgelukkig voelen als ik nu, zolang ik leef, nooit meer op reis zou hoeven. In Rusland schijnen de inwoners hun land, soms zelfs hun district niet uit te mogen. Hoe zeldzaam benijdenswaardig!
maandag 7 september 2026
Reinhard Karger • 8 september 2001
Freitag, 7. September: Am späten Nachmittag holte mein Bruder mich vom Flughafen ab. Wir fuhren durch den Feierabendverkehr zu seinem Boot in der Liberty Landing Marina, einem Yachthafen auf der Manhattan gegenüberliegenden Seite des Hudson River. Direkt auf der anderen Seite glitzerten die Wolkenkratzer des World Financial Center - eines Hochhauskomplexes, vollgestopft mit so vielen Unternehmen, dass er eine eigene Postleitzahl hat. American Express hatte seinen Sitz dort, Dow Jones, die Bank of America und Dutzende andere. Und darüber thronten die alles überragenden Zwillingstürme des World Trade Center.
Samstag, 8. September: Wir machten uns auf zu unserem ersten Segeltörn - vorbei an Manhattan und der Freiheitsstatue, unter der Verrazano-Narrows-Brücke hindurch, der größten Hängebrücke der USA, und bis auf den offenen Ozean hinaus. Bis zum Ambrose Lighthouse wollten wir, dem Punkt, an dem auf amerikanischer Seite die Zeit für das "Blaue Band" genommen wird, die schnellste Atlantiküberquerung eines Passagierschiffes.
Sonntag, 9. September: Bei blendendem Wetter fuhren wir wieder mit dem Boot aus. Am Nachmittag begegneten uns die auslaufenden Kreuzfahrtschiffe - gewaltige weiße Ozeanriesen - auf dem Weg von New York zu den Bermudas. Abends fuhren wir durch den dunkel werdenden Hafen, ganz nah an Manhattan heran. Wir glitten an den leuchtenden Hochhäusern des World Financial Center vorbei und dem dazugehörenden Yachthafen mit seinen eleganten, teuren Booten. Manche hatten eigene Hubschrauber auf dem Achterdeck.
Montag, 10. September: Ich frühstückte gemeinsam mit meinem Bruder, dann musste er zur Arbeit fahren. Ich blieb den ganzen Tag auf dem Boot, lag in der Hängematte zwischen Mast und Vorsegel. Kochen, essen, dann Siesta unter Deck. Ein Tag der Muße, eine Pause im Leben.
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Vrijdag 7 september: Aan het eind van de middag haalde mijn broer me op van het vliegveld. We reden door het spitsverkeer naar zijn boot in de Liberty Landing Marina, een jachthaven aan de overkant van de Hudson, tegenover Manhattan. Direct aan de overkant schitterden de wolkenkrabbers van het World Financial Center — een complex van hoge gebouwen, volgestouwd met zoveel bedrijven dat het een eigen postcode heeft. American Express had er zijn hoofdkantoor, evenals Dow Jones, Bank of America en tientallen andere bedrijven. En daarbovenuit torenden de alles overtreffende Twin Towers van het World Trade Center.
Zaterdag 8 september: We gingen op onze eerste zeiltocht — langs Manhattan en het Vrijheidsbeeld, onder de Verrazano-Narrows Bridge door, de grootste hangbrug van de Verenigde Staten, en vervolgens de open oceaan op. We wilden tot aan de Ambrose Lighthouse varen, het punt waar aan Amerikaanse zijde de tijd wordt opgenomen voor het ‘Blue Riband’, de snelste Atlantische oversteek door een passagiersschip.
Zondag 9 september: Bij schitterend weer voeren we opnieuw met de boot uit. ’s Middags kwamen we de uitvarende cruiseschepen tegen — enorme witte oceaanreuzen — die vanuit New York onderweg waren naar de Bermuda’s. ’s Avonds voeren we door de donker wordende haven, heel dicht langs Manhattan. We gleden langs de verlichte hoogbouw van het World Financial Center en de bijbehorende jachthaven met haar elegante, dure boten. Sommige hadden een eigen helikopter op het achterdek.
Maandag 10 september: Ik ontbeet samen met mijn broer, waarna hij naar zijn werk moest. Ik bleef de hele dag op de boot en lag in de hangmat tussen de mast en het voorzeil. Koken, eten, daarna een siësta benedendeks. Een dag van ledigheid, een pauze in het leven. 278-2019>
zondag 6 september 2026
Menno ter Braak • 7 september 1939
Zutphen, 7 Sept.
[...] Slechte berichten uit Polen; gesnoef uit het hoofdkwartier van den Führer. Finis Poloniae? Mijn grootste verlangen: deze gebeurtenissen in hun historische voltooidheid te zien, op een afstand van tien jaar, in 1950. Ik ben in ieder opzicht en voor alles: toeschouwer, ook in mijn activiteit. Gesublimeerde lafheid? Waarschijnlijk; maar geen geestelijke herbewapeningslafheid.
[...]
Het denken aan mijn roman, dat mij de laatste maanden voortdurend bezig hield, is sedert het uitbreken van den oorlog vrijwel verdwenen. Men kan zich niet bezig houden met fictieve figuren, zoolang deze oorlogstoestand ons behoort te trainen in het opgeven van ficties... zelfs ficties, waarin een niet-fictieve wereld zou kunnen bezinken. Ook hier: de totale oorlog. - Weer een bewijs, overigens, dat diegenen gelijk hebben, die zeggen, dat ik geen ‘echte’ romanschrijver ben; want zooeen zou onverdroten voortromanceeren, en zelfs uit deze omstandigheden waarschijnlijk onmiddellijk ‘den roman’ puren. Misschien ook een bewijs, dat ik, als ik nog eens den tijd daarvoor kreeg, een beteren roman zou schrijven dan zij. Maar misschien ook niet.
[...]
Zonder de gelijkheid zou het Christendom niet zijn ontstaan, zonder de ongelijkheid zou het niet zijn blijven voortbestaan, zonder de wisselwerking van beide zou het nu niet meer bestaan. Daarmee is niet gezegd, dat de Evangeliën en de brieven van Paulus niet allerlei concessies aan de ongelijkheid bevatten; maar hun publiek is dat van de gelijkheid, d.w.z. van degenen, die belang hadden bij de gelijkmaking door het ophanden zijnde Oordeel. Nog bij Luther is dat zoo; het Christendom wordt gematigder naarmate de illusie van den Jongsten Dag, die binnenkort komen zal, verzwakt. In plaats van den Jongsten Dag komt nu de Blitzkrieg: ook een soort verlossing en gewelddadige rechtvaardiging op korten termijn. Luther zou een perfecte Blitzkrieg-apostel geweest zijn.
Ik ben nooit pacifist geweest en heb nooit geloofd aan zoo iets absurds als wereldvrede. Maar ik heb geloofd aan den vrede in West-Europa, en daarom zie ik dezen oorlog als een burgeroorlog. Wanneer het gelukt Duitschland te ‘europeaniseeren’, zijn de Vereenigde Staten van (West) Europa geen utopie meer.348-2019>
Claire Goll • 6 september 1939
6 september 1939
We kwamen na een overtocht van elf dagen in New York aan. De oorlog was enkele dagen tevoren uitgebroken. 'Heb ik het recht hier te zijn terwijl de anderen strijden?' vroeg Goll me. Hij wilde onmiddellijk terugkeren. […]
Ver van het oude Europa, waar al eeuwenlang een hele meute staatjes van maar één gedachte bezeten was: oorlog!, werd ik overspoeld door een verbijsterend geluksgevoel. Het kwam me voor dat alles kon. Zonder dat als vernederend te ervaren had ik kranten kunnen verkopen of schoenen poetsen. In Parijs zou die gedachte zelfs niet bij me zijn opgekomen. Maar de Amerikaanse sfeer straalde zo'n dynamiek uit dat geen enkele bezigheid je naar beneden kon halen.
Ik merkte al gauw dat het ons niet moeilijk zou vallen ons brood te verdienen. Dat geweldige land had werk voor iedereen die een of ander vak kende en wist ook mensen met de gekste specialismen te gebruiken. De Duitsers die zich er na 1933 hadden gevestigd, bekleedden, toen wij er aankwamen, al belangrijke functies in musea, orkesten en ziekenhuizen. In Frankrijk zouden ze zelfs geen baantje als straatveger hebben kunnen krijgen. Hoe gastvrij de Fransen alle vluchtelingen ook ontvangen, met hun protectionistische kleinzieligheid hebben ze zich een trieste faam verworven. Zij bewaren de goede betrekkingen voor zich zelf, terwijl de Amerikanen, in hun dorst naar vers bloed en nieuwe ideeën, proberen maximaal profijt te trekken van de vreemdelingen die naar hun land komen. Een ieder krijgt er zijn kans, behalve dichters.335-2018>
Kees Kokke • 5 september 1944
Dinsdag 5 september 1944 (Dolle Dinsdag)
Gedurende het grootste deel van de nacht en de gehele morgen nog sterke doortocht van gemotoriseerde troepen (rupsvrachtauto’s, pantserwagens en tanks), waarschijnlijk een gemotoriseerde divisie. De wagens zijn afgedekt met groene takken en twijgen, of op andere wijze gecamoufleerd, om ze te onttrekken aan het spiedend oog van de Engelse jagertjes, die af en toe over de colonnes vliegen en vooral op de grote wegen buiten de steden de voorbijtrekkende troepen mitrailleren. De Duitse soldaten zijn zenuwachtig en down.
Het bombardement van het vliegveld is blijkbaar zo doeltreffend geweest, dat er, althans in deze paniekomstandigheden, geen herstellen meer aan is. Het veld is gewoon doorploegd. De Duitsers hebben derhalve besloten om het vliegveld op te geven en de nog bruikbare installaties te verwoesten of onklaar te maken. Vannacht zijn er nog 18 jagertjes in westelijke richting opgestegen vanaf de enige nog bruikbare startbaan, terwijl vanmorgen de laatste vliegtuigen het vliegveld verlieten.
Tegen 9 uur waren verschillende ontploffingen hoorbaar, terwijl in de verte rookwolken te zien waren.
Er hebben vanzelfsprekend geen vorderingen meer voor het vliegveld plaats gehad, doch de meeste mannen weten dit nog niet en blijven maar binnen, om geen gevaar te lopen opgepikt te worden.
Bijna het gehele bedrijf en openbare leven ligt stil. Fabrieken, werkplaatsen en kantoren zijn gesloten. Het gemeentepersoneel is thuis gebleven. Alleen de burgemeester en een aantal ambtenaren is op het stadhuis aanwezig.
21.00 uur
De berichten over de val van Breda zijn bevestigd. De geallieerde troepen zouden oprukken in de richting van Holland. Elkeen is nog steeds in afwachting van een spoedige bevrijding.
Deze dag werd nog geheel en al beheerst door het terugtrekken van de Duitse troepen. Er is echter weer volledige orde.
Van de N.S.B.-ers bemerkt men weinig. De kringleider van de N.S.B. van Venlo, C. Hermans, is gisteren vertrokken. Wethouder Kuypers (N.S.B.-er) heeft het portret van Mussert, dat op zijn kamer hing, kapot geslagen. De scherven liggen in de torenkamer van de raadzaal. Daaronder de twee over elkaar gevouwen handen van Mussert. De commissaris der provincie Limburg, M. graaf de Marchant et d’Ansembourg (N.S.B.-er) kwam heden om 5 uur op het raadhuis. Hij had in Duitsland vertoefd wegens hartziekte en trachtte nu een auto te krijgen om naar Maastricht te gaan. De Beauftragte dr. Schmidt, is nu in Kerkrade.
Veel huizen van N.S.B.-ers , Rijksduitsers en Wehrmachtinstanties staan op het ogenblik leeg en worden door het Venlose gepeupel geplunderd. Bij Bervoets werden lappen stof gestolen. In Genooi uit een Wehrmachtlager matrassen, lampen, buffetten, tafels, stoelen, et cetera.
Om 7 uur werden zware vernietigingsontploffingen op het vliegveld verwacht. Niet geschied.
Bevel om om 8 uur binnen te zijn.
Burgemeester kreeg vanmorgen bevel om op het Deutsches Haus te komen. Aldaar werd door H.J. Temmler Obergefolgschaftsführer medegedeeld, dat hij belast was met organisatie en uitvoering van standrecht.
Om de goede functionering van de brandweer en luchtbeschermingsdienst te verzekeren moeten alle auto’s van die diensten te Tegelen geconcentreerd worden. Daar de autoriteit en bevoegdheden van Temmler nogal geheimzinnig en onduidelijk zijn, worden slechts twee auto’s gestuurd. In de namiddag blijkt nu, dat deze auto’s door Temmler ter beschikking worden gesteld om Rijksduitsers en N.S.B.-ers naar de grens te brengen. Deze vordering is dus een foef geweest om aan auto’s te komen. Conclusie: auto’s moeten kost wat kost terug. Drie chauffeurs duiken met auto en benzine en al onder, terwijl andere nog worden weggebracht.
Couperus moet op het Deutsches Haus blijven, evenals de burgemeester. Deze laatste doet het echter niet. De Venlose politie wordt eveneens door Temmler ontwapend, waarna hij vertrok. Deze ontwapening is ongehoord, daar nu elke misdadiger vrij spel kan hebben.
Wie is Temmler en welke zijn zijn bevoegdheden?310-2016>
donderdag 3 september 2026
Anna Maria Burman • 4 augustus 1776
Woensdag, den 4 September • S'morgens ten 6 uuren opgestaan sijnde sag 't weer er veel beeter uijt, de Wind was Noord; dus resolveerden wij weeder in Zee te steeken om na genne Muijden en so na Zwol te gaan. Ten 7 uuren staaken wij van de Helder af; ten halff agt passeerde wij de op de Rhede van Texel liggende O.I. Scheepen, waar van 2 ons ijder met 15 schooten salueerde, dat wij met 5 beantwoorden; sijlde dus met extra mooij Weer en voor de Wind ten 9 uuren t'Eyland Wieringen voorbij, vervolgens raakte Texel uijt het gesigt, en kreegen ten halff Tien Medenblik te sien, hetwelk ten 11 uuren aan de regterhand voorbij sijlde. In Zee waaren veel bruijn Vissen en een groot getal Scheepen, hetwelk een fraaij gesigt gaf. Ten halff twaalf uuren konde duijdelijk de Steeden Hindelopen en Staveren in Vriesland sien. Ten halff een uuren passeerde wij in Zee een droogte de Hoffstede genaamt om dat aldaar in oude Tijde een Hoffstede geleegen heeft, dog nu door de Zee overstroomt en tot een gevaarlijke Ondiepte geworden; ten halff 2 uuren konde wij van verre met de kijker reeds het Eyland voor ons sien. Middelerwijl gonge wij aan tafel en raakte Enkhuijsen en de verdre Hollandse kust uijt het gesigt, en sagen nu geen ander land als Urk, dat wij hoe langer hoe duydeliker konde sien, tot dat wij er eijndelijk ten 4 uuren voorbij voeren; hetselve ligt seer eensaam in het midde van de Zuijderzee. Het Eijland siet er anders vrij wel uijt, want legt hoog uijt het Waater aan de eene sijde teegens een klip aan; het dorp is tamelijk groot met een oud dog net kerkje; wij konde maar 2 boomen op het geheele Eijland sien; hetselve bestaat uyt wijlanden en werd door vissers bewoond. Ook sijn aldaar maar 2 paarden. Na dat wij nog een halff uuren gevaaren hadde, konde wij Schokland, meede een Eijland, sien, en passeerde dat ten 5 uuren, het welk een allernaarst Eijland is, eens so groot als Urk, dog so laag dat wij er de Zee op verscheijdene plaatsen saagen over het wijland stroomen, alwaar de Beeste liepen. Daar is geen dijk om, dus staan er s'winters al de Huijsen rontom in het waater, die daarom met trappen alle opgaan. Daar sijn 2 Dorpjes of liever Buurten op, en de derde Buurt is Anno 1775 geheel afgebrant. Wij konde de geringe Overblijffsels nog sien. Op een punt van dit Eyland staat nog een groote steene Kerk en Tooren, die in oude tijden gebruijkt is, maar nu als een Ruwien en sonder dak alleenig staat; de Godsdienst werd nu maar in een houte Loos gehouden. Ten 6 uuren kreegen wij de vriesse kust weeder te sien, sagen de Kuijndert en Blokziel, en aan onse regte hand de Stadt Campen, die drie groote Toorens heeft en op Zee een fraaij gesigt geeft; konde de Stadt Vollenhoven meede sien, en legt tusse seer hoog geboomte; aldaar sit nog een groot schip op de Wal, hetwelk in de storm van November 1775 darop geraakt is. Wij seijlden ten halff 7 uuren het Zwolse diep in, dat een groote Inham van de Zee is, dog vermids het donker wierd en door de ondieptens de Passagie daar seer naauw is, gongen wij ten 7 uuren ten anker, ten halff 9 uuren eeten, en ten 11 uuren na bed, hebbende deesen Dag goed weer en Voordewind gehad, en een considerable weg afgeseijlt.
woensdag 2 september 2026
Bart Vos • 3 september 1984
Maandag, 3 september 1984. 13.00 uur. Basiskamp • Edward is met Edmond door de ijsval geklommen. Edwards angst viel mee. Ik heb de zuurstofflessen gecontroleerd en met Joost de antennemasten verankerd.
17.00 uur. We hoorden geweldig gekraak. Toen we met verrekijkers het touw door de ijsval volgden, zagen we dat een ijswand was ingestort en tweehonderd meter van de route had vernietigd. Morgen moeten nieuwe touwen en ladders worden aangebracht.
21.00 uur. Een agent in donsjas opende de rits van de grote tent, beende naar binnen, ging in de houding staan, salueerde en zei dat Lama niet akkoord was. Hij had verboden dat Nederlanders door de ijsval de weg van de politie volgen.
De donsjas salueerde en vertrok.
Herman onderhandelde met Thapa. Na een half uur praten waren zij het eens, maar Thapa werd later vanuit Kathmandu teruggefloten. Herman kwam boos terug. Een Amerikaan had een walkietalkie uit zijn handen gerukt. Geen Hollander met zijn handen aan hun spullen.
Morgen praten we verder en als dat niets oplevert, leggen we onze eigen touwen en ladders door de ijsval. Peter Hillary [zoon van Edmund Hillary] en Iwan Fialla, een van de Slowaakse leiders, hebben beloofd dat zij dan ook geen gebruik meer zullen maken van de politieroute en ons zullen helpen.
dinsdag 1 september 2026
H.J. Doeksen • 2 september 1986
Dinsdag, 2 september • Het lijkt een rustige dag te worden. Nu nog de cijfers van middeleeuwen en we weten hoe het ervoor staat. Groepsindeling van middeleeuwen maken en overzicht van de afgestudeerden.
Het leven is vol verrassingen! Een niet aflatende stroom van studenten schijnt mij deze dag nodig te hebben. Mensen die gezakt zijn voor de tweede keer; meestal is er een oplossing, soms niet. Niet de gemakkelijkste gesprekken. Voor de laatste SOL - insluizers is er een nieuwe regeling gemaakt. Het is kort dag: uitleggen, plannen, afwegen, halen ze het voor '88. Intussen rinkelt de telefoon 35 keer op die dag. Met dezelfde vragen en verzoeken als de vorige dagen. Geen vragen ‘uit de maatschappij’. Dat geeft anders zo'n idee van ‘maatschappelijke relevantie’. Net vóór vijf uur komen de cijfers van middeleeuwen binnen. Joop verwerkt ze razend snel, zodat ik 's avonds de deeltijdstudenten (groep 1B) kan meedelen of ze geslaagd of gezakt zijn. Diplomauitreiking komt later. Gauw naar Ouderkerk en dan snel naar Nieuwegein bij een student thuis. Die nieuwbouwwijken zijn prachtig en rustig, maar voor een automobilist een immense doolhof. Eindelijk om 9.30 arriveer ik; 16 van de 18 geslaagd. Knap werk naast een dagtaak.
Woensdag, 3 september • In de stromende regen naar Kromme Nieuwe Gracht 29 om 12 studenten Algemene Letteren bij aarzelingen omtrent de keuze te helpen. Zoveel aanlokkelijke aanbiedingen daaruit slechts een keuze van twee maken. Ze willen zoveel tegelijk, — wie niet! Om 13.15 snel naar De Vooys, waar de ‘polikliniek’ weer vol zit. Misschien toch eens in een witte jas spreekuur houden, dan wordt het wachten meer acceptabel.
S.S. Dabill • 1 september 1939
Vertaling onderaan
1 September 1939 Friday • A day of terror. Unforgettable.
Rose this morning to hear that the Germans had invaded Poland, and were attacking on all fronts. This made war absolutely certain. Grave looks on all faces and now talking in quiet tones. But an unshakeable conviction to see it through.
Edward came in and told us that he wanted Eva to go up as a telephonist at the First Aid Post at South Wilts School. It took some time to decide as she was in doubt as to what effect this would have on her career. But after a time she decided to go.
Vast crowds of children about from Portsmouth which place they are evacuating. They were being marshalled at the Memorial Hall, and they looked a pitiable sight. Gave what help I could here and there.
Went into Park Street and found the weary children sitting on the pavements. How kind the people were. They could not resist the appeal of their tired faces.
Thankful when the day came to an end.
2 September 1939 Saturday
Expected this morning to hear of the declaration of war but no news has come through. I had wondered in my own mind that it ought to come. I have always been a pacifist and have laboured incessantly for peace but there seems to be no alternative. I would rather have war with its vast threat to the future than we should go back on our promise to Poland. There is not room in the same world for our way and the Nazi way. One or other has to go.
More people from evacuation areas coming in. Mothers and infants. People running about getting them fixed up.
Took a walk this afternoon but was driven back by a thunder shower. It continued to thunder all night. Muriel very frightened. Fear for the effect of these terrible days on her.
Waited for more news of the declaration of war to end the suspense. But it did not come. Parliament met but was thrown into confusion by the announcement that they were not yet in a position to give a decision.
A rather anxious day.314-2018>
Ongecorrigeerde vertaling door Chat GPT
1 september 1939, vrijdag • Een dag van verschrikking. Onvergetelijk.
Vanmorgen opgestaan met het bericht dat de Duitsers Polen waren binnengevallen en aan alle fronten aanvielen. Daarmee stond de oorlog absoluut vast. Ernstige gezichten overal en nu wordt er op gedempte toon gesproken. Maar een onwrikbare vastberadenheid om dit tot het einde toe vol te houden.
Edward kwam binnen en vertelde ons dat hij wilde dat Eva als telefoniste naar de Eerste Hulppost in de South Wilts School zou gaan. Het duurde enige tijd voordat we een besluit namen, omdat zij twijfelde welk effect dit op haar loopbaan zou hebben. Maar na een tijdje besloot ze te gaan.
Overal waren enorme menigten kinderen uit Portsmouth, vanwaaruit de evacuatie plaatsvond. Ze werden in de Memorial Hall bijeengebracht en het was een meelijwekkend gezicht. Hier en daar heb ik geholpen waar ik kon.
Ik ging naar Park Street en trof daar vermoeide kinderen aan die op de trottoirs zaten. Wat waren de mensen vriendelijk. Ze konden de smeekbede die uit hun vermoeide gezichten sprak niet weerstaan.
Dankbaar toen deze dag ten einde kwam.
2 september 1939, zaterdag • Vanmorgen verwachtte ik het bericht van de oorlogsverklaring, maar er is nog niets binnengekomen. Ik had me in gedachten afgevraagd of die verklaring niet had moeten komen. Ik ben altijd pacifist geweest en heb onvermoeibaar voor de vrede gestreden, maar er lijkt geen alternatief te zijn. Ik heb liever oorlog, met zijn enorme bedreiging voor de toekomst, dan dat we terugkomen op onze belofte aan Polen. Er is in dezelfde wereld geen plaats voor onze manier van leven én de nazi-manier. Een van beide moet verdwijnen.
Er komen steeds meer mensen uit de geëvacueerde gebieden binnen. Moeders en kleine kinderen. Mensen rennen heen en weer om onderdak en andere voorzieningen voor hen te regelen.
Vanmiddag een wandeling gemaakt, maar door een onweersbui weer naar huis gedreven. Het bleef de hele nacht onweren. Muriel was erg bang. Ik maak me zorgen over het effect dat deze verschrikkelijke dagen op haar hebben.
We wachtten in spanning op het nieuws van de oorlogsverklaring, maar dat kwam niet. Het parlement kwam bijeen, maar raakte in verwarring door de mededeling dat men nog niet in staat was een beslissing te nemen.
Een nogal angstige dag.
zondag 30 augustus 2026
Maarten Asscher • 31 augustus 1997
Zondag, 12.45 uur • Bij het betreden van de Uitmarkt vanochtend - iedereen is nog dozen met boeken aan het uitpakken - komt een collega-uitgever, die van huis uit theoloog is, met een verslagen gezicht op mij af. ‘Heb je het gehoord?’ vraagt hij met een stem die geschikt is om de grootst mogelijke ongerustheid op te roepen. ‘Nee,’ zeg ik, ‘Ik weet van niks. Wat is er gebeurd?’ ‘Het is overal op de radio en de televisie. We zijn allemaal zeer geschokt.’ ’?’ ‘Daai,’ zegt hij. ‘Daai?’ informeer ik, bevreesd dat mij een poets wordt gebakken. ‘Daai en Dodi,’ vult hij aan, alsof hiermee het hele verhaal mij nu wel duidelijk moet zijn. Als hij mij vervolgens vertelt wat er precies gebeurd is die nacht, schiet ik - naar ik vrees, tot zijn ernstige bevreemding - pardoes in de lach. De zoveelste, ditmaal ultieme, publiciteitsstunt van het Engelse Koningshuis. Ik kan dit soort verziekte, nutteloze, society-families en hun wederwaardigheden al jaren niet velen en houd mij verre van het bombardement van artikelen, interviews en korrelige telelens-foto's, waarmee wij aardse stervelingen over het leven op die verre, koninklijke planeet geïnformeerd worden gehouden. Koningshuizen zijn - zolang als ze het uithouden tegen de corruptie van de luxe en de daarmee evenredige jaloezie van het volk - nuttig als bescherming tegen dictaturen (militair, proletarisch of anderszins). Maar de ervaring leert dat je van de gemiddelde koning(in) of prins(es) geen intellectuele persoonlijkheid verwachten moet, zomin als je bij een gemiddelde diplomaat kan rekenen op een eigen kritisch oordeel. In de geschiedenis van de moderne diplomatie zijn mij wel enige markante uitzonderingen bekend, maar als je de twintigste-eeuwse Europese vorsten de revue laat passeren, is dat toch zonder twijfel een parade van playboys, gevaarlijke gekken, eigenwijze matrones en vele, vele - al of niet aangetrouwde - groupies. Kortom, het korte leven van Daai moge als een navrant anti-sprookje zijn geëindigd, het zou me niet lukken om er oprecht aangeslagen van te raken.
Rita Rahman • 30 augustus 1975
Woensdagavond 30 augustus 1975 • Ik heb maar een paar dagen overgeslagen. Ik was jou helemaal vergeten want het waren echt gezellige dagen. De ontwikkelingen van vandaag hebben me terug geworpen in je armen of natuurlijk omgekeerd; ze hebben jou teruggeworpen in mijn armen.
Ongelooflijk: Ik ben ontgroend!
Maar... ik voel me niet gelukkig, zelfs diep ontgoocheld. Eerlijk, het is zo moeilijk om het te begrijpen. Ik zal maar bij het begin starten:
Vanmorgen zijn we al om vijf uur van de kampeerplaats vertrokken.
We moesten lopen van Zanderij naar Berlijn. In padvindsterstermen heet dat hiken. Alles verliep vlot, we kwamen om half tien te Berlijn aan, hebben daar gekookt en zijn om twee uur aan de terugweg begonnen.
Neen, dat was het ergste niet. Het was zelfs prettig. Het begon pas toen we om half zes in het kamp terugkeerden. Een van de senioren (een padvindster die al meer kampervaring heeft) deed de mededeling dat alle nieuwelingen zich moesten verzamelen op het open veld rondom de vlaggestokken.
Hier zou ons een verrassing wachten omdat wij vandaag hadden getoond echte padvindsters te zijn die met gemak twintig kilometers heen en terug konden lopen. Een van de nieuwelingen fluisterde enthousiast:
‘We krijgen stokbrood.’ Dit is een kampgerecht bestaande uit geroosterd brooddeeg gevuld met jam. We waren daarom vol verwachting. De terugweg had ons uitgehongerd. Maar.... het was geen stokbrood. Plotseling kwamen ze aangerend. Van alle kanten werden we omsingeld door leidsters en senioren. In hun handen hadden ze emmers die gevuld waren met modder en water, opgelost tot een smerige pap. Dit werd over onze hoofden uitgestort. Ze gilden erbij: ‘Ontgroening!’ Er ontstond paniek.
Alle nieuwelingen probeerden weg te rennen. Maar dat ging niet. De senioren en leidsters waren in de meerderheid. We werden in het zand gesmeten.
Het gebeurde allemaal razend snel. Modder over je hoofd, zand in je kleren, zand in je mond, in je haar, in je ogen. Wie tegenstribbelde kreeg het moeilijker. Je kleren werden van je lijf gerukt en de senioren amuseerden zich kostelijk. Er werd met lege emmers gesmeten en uit angst voor een kapwond hield ik me koest. Het leek alsof een duivel in enkele senioren was gekropen. Ze haalden tandpasta, tomatenketchup, shiling oil, zout en jam. Als ze je eenmaal goed vast hadden, werden al deze spullen nog in je mond gedaan. Ik hoorde gillen, smeken en lachen en ik dacht maar steeds: ‘Doorbijten, je bent op proef.’
Eindelijk, ik zat met een mond vol zand en tandpasta, mijn bloes was alle knopen kwijt en de modder droop in klodders van mijn haar, was het voor mij voorbij. Ze lieten me los en ik mocht naar de badkamer. Snel sprong ik op en haastte me naar de achterkant van de barak. Toen.... stond ik tegenover háár. Een van de leidsters van wie ik gemerkt had dat ze me net zo weinig kon verdragen, als ik haar. Zulke dingen voel je gewoon aan. Haar ogen glommen kwaadaardig. Ze riep: ‘Er is nog eentje hier, wie komt me helpen?’ Er kwam een senior aangesneld, die me gelijk vastgreep. Ik werd weer op de grond gesmeten en ik kreeg nu poederzeep in mijn mond.
Ik zei steeds tegen me zelf:
‘Niet huilen, het is een proef.’ En ik was vast van plan deze proef te doorstaan, ook al zag ik haar ogen een beetje gemeen glinsteren.
Terwijl uit mijn mond en neus de zeepbellen tevoorschijn kwamen, hoorde ik haar lachen.
Maar er kwam redding, al was het in een andere vorm dan ik verwacht had. Iemand riep:
‘Guido (dat is de roepnaam voor een leidster) moet ook ontgroend worden.’
‘Ze is ook voor het eerst in het kamp.’
Ze kwamen op haar af, drie senioren.
Guido werd vastgegrepen en ze verzette zich hevig. Ze vroeg:
‘Geen zand in mijn haar alstjeblief,’ Ze schreeuwde:
‘Geen modder!’ Maar..... er werd wel zand op haar gesmeten; klodders zand op haar haar, in haar mond, overal waar het kon. Ik stond ernaar te kijken en ik vond het leuk, tot ze boos werd. Heel boos, haar ogen bliksemden.
Dat was op het ogenblik dat er tandpasta in haar gezicht gesmeerd werd.
Ze sloeg haar hand uit, het leken klauwen en ze greep beet; precies in de vlechten van een magere senior. Het meisje met de vlechten gilde.
Ik stond daar en keek en in gedachten hoorde ik steeds de mededeling van de hoofdleidster:
‘Jullie zullen opgenomen worden in de grote liefdeketen van alle padvindsters over de gehele wereld. Toon je verdraagzaamheid.’
Ik stond daar, en ik zag dat zij, de leidster verschrikkelijk onverdraagzaam was. Ik werd er misselijk van. Ik keerde me met een ruk om en ging in een vlucht naar de badkamers. Daar stonden verschillende nieuwelingen op hun beurt te wachten. Eén huilde, maar de meerderheid kon een glimlach tevoorschijn toveren. Ze hadden de proef dus allemaal goed doorstaan. Ik kon niet lachen. Het beeld van die leidster bleef me bij en ik had het gevoel dat alles schijn was. Zijn alle mensen zo?
Beste biologieschrift, ik zit nu weer in mijn hoekje in de slaapzaal en ik voel me een beetje ongelukkig. Ik zou je een vraag willen stellen maar jij kunt me toch geen antwoord geven.
Geloven ze er zelf in, wanneer ze praten over de grote verdraagzaamheid of is het slechts schijn?
























