donderdag 11 juni 2026
Carla Boogaards • 12 juni 1997
• Carla Boogaards (schrijfster, 1947): Onhollands dagboek.
12 juni
Een maand voor mijn verjaardag. Tip van Hans David om in het dagboek te zetten. Wel erg abrupt geëindigd eergisteren. stierf van de pijn in knie en arm. Gisteren weer eens het lievelingskostje van HD gekookt. Zelf mijn verslavende Thaise rijst. Ik kan zo'n gerecht niet eten of ik denk aan het Thaise restaurant van een paar jaar geleden in de Warmoesstraat. Daar at ik voor het eerst dat verrukkelijke exotische eten. Herinneringen, herinneringen. Toen was ik verliefd op X, ik schreef een gedicht over dat restaurant. Das war einmal. HD maakt op mijn dringende advies een boekverslag voor school over Die Verwandlung van Franz Kafka. Ik vond dat lievelingsboekje uit mijn schooltijd weer terug terwijl ik rücksichtlos mijn boekenkast leegmaakte, tien verhuisdozen boeken weggegooid. Het dierbaarste bewaard. Nieuwe boekenkast tegen muur kamer/gang. Subtiel vergeleken bij de kolossale hoeveelheid die een groot deel van de langste muur in de kamer bedekte. Die muur moet smetteloos wit gestuckt zijn, ruimte suggereren, want ons huis is wel het kleinste van alle huizen waar ik tot nu toe in gewoond heb. Trouwens, al die boeken wekten de 100%-intellectueel indruk, de tijd is voorbij dat ik me moest bewijzen. Ik bedoel dat het leuk is om niet mee te doen met wat de groep doet. Dat ik sowieso er behagen in schep semi-onnozel te zijn, dreamland, of mijn leven als Barby. Kafka is goed te duiden. Bijvoorbeeld Grete, zijn zusje wil tegen de zin van haar moeder Gregor's kamer herinrichten zodat hij, het insekt, gemakkelijk over de vloer kan kruipen, niet gehinderd door tafels en stoelen, kasten. Want, zegt de schrijver, ze zou nog het enige menselijke wezen zijn die zijn kamer betrad. Het is dus het verhaal over de verboden liefde van de zus voor haar broer. Gregor hoort zijn moeder tegenwerpingen maken en zeer timide bedenkt hij dat het niet goed voor hem is toe te geven aan zijn neiging rond te kruipen. Die moeder wil alles bij het oude houden, voor het geval haar zoon weer als normale jongen terugkeert. Gregor wil zijn moeder ten dienste zijn, hij wil haar liefde veroveren. Oedipus. Het slot is denk ik sterk anti-fascistisch, ik bedoel het ophemelen van het Germaanse ras. Wanneer na de dood van Gregor, vader, moeder en dochter eindelijk er weer op uit trekken - zeer vroeg in de morgen maken ze een ritje met de tram - bedenkt de moeder dat haar dochter ondanks alle spanningen tijdens Die Verwandlung een grote meid aan het worden is. Zeventien, met duidelijk al ontluikend vrouwenlichaam. Fris, vruchtbaar. Dit leest niet als Sweet Sixteen, dat vrolijke onbezonnen jongens- en meisjesgedoe, het is serieus de leer van Hitler wat Kafka schrijft. Als Jood zo scherp, zo cynisch, zo knap. Want het leest niet als cynisch. Het leest zoals het er staat; in die tijd kijkt een moeder naar haar dochters lichaam, ze moet een brave man voor haar zoeken besluit ze, de dochter draagt de belofte voor een vruchtbare toekomst met zich mee, in zich mee. Je ziet een mollige blonde deerne, en voordat haar seksualiteit ontwaakt, moet ze uitgehuwelijkt worden. Er mag niets verloren gaan, ze moet kinderen krijgen. Grete mag niet over haar eigen seksualiteit beslissen, ze moet zich schikken naar de regels van haar moeder, van de autoriteit. Goddank toont Grete dat ze een willetje heeft. Ik zit nu even ‘Sweet Sixteen’ te fluiten. Maar ik vraag me af wat er van Grete geworden is. Kan ze überhaupt wel een andere man beminnen dan haar broer? Kan ze met al die schuldgevoelens - tenslotte heeft ze met haar vader samengespannen op de dag dat ze uitriep dat Gregor weg moest - doorleven? Ze heeft haar broer verraden. Nota bene tegenover de vader, die zijn zoon oké vond zolang hij geld inbracht. Praktisch ingesteld, berekenend zou ik zeggen, maar geen hart in zijn slappe lijf. Offert Grete haar broer voor de liefde van haar vader? Omdat ze het lichaam van de broer is kwijtgeraakt? Maar ook zijn geest. Ze werd enorm op de proef gesteld, ze bleef zich inspannen voor Gregor, maar op een dag geeft ze het op. Goddank ging hij dood. De ouders slapen veel, dommelen, doezelen, raken verward en vallen weg. Als lezer heb je weinig respect voor ze. Ze weten niet wat er in de wereld gebeurt, ze slapen op belangrijke momenten. Ze leven dus niet. Kafka zoekt het leven, maar ook de manier om je van het leven af te wenden. Omdat het je lot is dat je uitgestoten zal worden. Predestinatie.
Gregor spuugt al zijn voedsel uit, het dier dat hij werd kotst uit wat het als mens verteerde. Als je niet meer eet ga je dood. Je zoekt niet meer het genot. Kafka kotste het leven uit. Als puber verslond ik dit boek, als volwassene opnieuw.
Het is leuk om met hd over al die thema's te praten. Opmerkelijk hoe slim hij is, hoe het hem boeit. Nee ik praat niet zo uitgebreid met hem over seksualiteit.
Gisteren naar het reuma-badje geweest. Vandaag rust, rust, rust. Ik kan nauwelijks typen, de pijn scheurt alweer door mijn arm. Vannacht twee keer opgestaan om een aspirine te nemen. Insmeren met zalf. Beter dan die medicijnen. Die laptop gaat gloeien op mijn benen. Gisteren lang met Elzeline van A. gebeld. Krachtige vrouw, goeie journaliste. Over hg gepraat, ze kent hem goed. Ik zei eerlijk dat ik kritiek had, maar hij heeft me ook een geschenk meegegeven met zijn tentoonstelling, de heerlijke drang om mijn toneelstuk te gaan schrijven. Blijkbaar heeft zijn werk zoveel kracht dat ik zelf iets wil maken.
woensdag 10 juni 2026
Frida Vogels • 11 juni 1965
• Frida Vogels (1930) is een Nederlandse schrijfster. Haar door kritiek en publiek gewaardeerde dagboeken 1954-1971 zijn gepubliceerd in 8 delen.
11 juni — Gisteravond Die Kunst der Fuge gehoord, gespeeld door een dilettantenstrijkkwartet, bestaand uit een natuurkundige, een apotheker, een dokter en een rijke man, in het huis van de sterrenkundige (een vriend van Contarini). Aardige avond. Het was heel lang geleden dat ik me zo slecht op mijn gemak en zinloos glimlachend, het nemen van koekjes en slokken champagne timend, maar op mijn manier met alles wat ik om me heen zag ingenomen, in groot gezelschap (een vijftiental personen) bevond. Bij het binnenkomen moest ik een doos flikken overhandigen, terwijl E. (omdat de lift niet aan iedereen tegelijk plaats bood) nog beneden was. Het werd twee uur en er werd een glas gebroken.
Beschamende dag, die nog niet voorbij is.
12 juni —
Elke dag
is de ochtend mild en vol beloften,
tot het meedogenloze licht
de dunne sluiers wegschroeit
die 's avonds zacht weer worden neergelegd.
13 juni — Op het plat vonden we een steen, die waarschijnlijk door iemand naar de poes is gegooid. E. bekeek hem aandachtig. Het leek steenkool, maar dat was het niet. We opperden veronderstellingen over wie die steen gegooid kon hebben. Hij legde hem weer neer. 'Je moet hem daar laten liggen,' zei hij, 'als ze dan weer een steen gooien, kunnen we zien of het er net zo een is.'
[...]424-2019>
11 juni — Gisteravond Die Kunst der Fuge gehoord, gespeeld door een dilettantenstrijkkwartet, bestaand uit een natuurkundige, een apotheker, een dokter en een rijke man, in het huis van de sterrenkundige (een vriend van Contarini). Aardige avond. Het was heel lang geleden dat ik me zo slecht op mijn gemak en zinloos glimlachend, het nemen van koekjes en slokken champagne timend, maar op mijn manier met alles wat ik om me heen zag ingenomen, in groot gezelschap (een vijftiental personen) bevond. Bij het binnenkomen moest ik een doos flikken overhandigen, terwijl E. (omdat de lift niet aan iedereen tegelijk plaats bood) nog beneden was. Het werd twee uur en er werd een glas gebroken.
Beschamende dag, die nog niet voorbij is.
12 juni —
Elke dag
is de ochtend mild en vol beloften,
tot het meedogenloze licht
de dunne sluiers wegschroeit
die 's avonds zacht weer worden neergelegd.
13 juni — Op het plat vonden we een steen, die waarschijnlijk door iemand naar de poes is gegooid. E. bekeek hem aandachtig. Het leek steenkool, maar dat was het niet. We opperden veronderstellingen over wie die steen gegooid kon hebben. Hij legde hem weer neer. 'Je moet hem daar laten liggen,' zei hij, 'als ze dan weer een steen gooien, kunnen we zien of het er net zo een is.'
[...]424-2019>
W.B.E. Paravicini di Capelli • 10 juni 1803
• W.B.E. Paravicini di Capelli (1778-1848) was een hooggeplaatste Nederlandse militair die langere tijd in Zuid-Afrika verbleef. Zijn journaal is gepubliceerd als Reize in de binnen-landen van Zuid-Africa.
[...] Een der Commandanten verhaalde dat den gewezenen eygenaar, Willem Prinsloo, by een olyphant jagt zeer ongelukkig was verongelukt; deze man was met eenige zyner goede vrinden uit de nabuurschap na Bruyntjes Hoogte gereden om in de aldaar tamelyk menigvuldige bosschen, op grof wild te gaan jagen. Zy ontdekte dat een olyphant korts te voren door het bosch moest gegaan zyn en zulks aan de omgeknakte boomen bevestigd ziende reden zy boswaerds in, daar zy wel haast het dier voor hun uytzagen. Prinsloo in stede van gelyk zyne makkers een zyd pad in te slaan, om op die wyze de olyphant aftesnyden en uit eene hinderlage een gewis dodelyke kogel toe te brengen, was tegens alle vermaningen aan, onvoorzigtig genoeg met zyn neef de weg regt op den olyphant af te volgen, en naby genoeg gekomen zynde vuur te geven even als zyn makker, zonder tot hun ongeluk een dodelyke wonde aan het dier toetebrengen; waar op den olyphant woedend op hun aankwam, en zy byde met alle snelheyd hunner paarden op de vlugt togen, maar vergeefsch, het dier naderde hun van agteren, sloeg met zyn slurp den neef de hoed van't hoofd en greep Prinsloo die er naast reed, met de slurp om de keel vast, rukte hem van't paard, en na hem waarschynelyk gewurgd te hebben, wierp hy hem in de hoogte en spieste die ongelukkige op zyn vreeslyke tanden; men heeft de man des anderen daags geheel tot morselen vertrapt weder gevonden.
[...] Een der Commandanten verhaalde dat den gewezenen eygenaar, Willem Prinsloo, by een olyphant jagt zeer ongelukkig was verongelukt; deze man was met eenige zyner goede vrinden uit de nabuurschap na Bruyntjes Hoogte gereden om in de aldaar tamelyk menigvuldige bosschen, op grof wild te gaan jagen. Zy ontdekte dat een olyphant korts te voren door het bosch moest gegaan zyn en zulks aan de omgeknakte boomen bevestigd ziende reden zy boswaerds in, daar zy wel haast het dier voor hun uytzagen. Prinsloo in stede van gelyk zyne makkers een zyd pad in te slaan, om op die wyze de olyphant aftesnyden en uit eene hinderlage een gewis dodelyke kogel toe te brengen, was tegens alle vermaningen aan, onvoorzigtig genoeg met zyn neef de weg regt op den olyphant af te volgen, en naby genoeg gekomen zynde vuur te geven even als zyn makker, zonder tot hun ongeluk een dodelyke wonde aan het dier toetebrengen; waar op den olyphant woedend op hun aankwam, en zy byde met alle snelheyd hunner paarden op de vlugt togen, maar vergeefsch, het dier naderde hun van agteren, sloeg met zyn slurp den neef de hoed van't hoofd en greep Prinsloo die er naast reed, met de slurp om de keel vast, rukte hem van't paard, en na hem waarschynelyk gewurgd te hebben, wierp hy hem in de hoogte en spieste die ongelukkige op zyn vreeslyke tanden; men heeft de man des anderen daags geheel tot morselen vertrapt weder gevonden.
maandag 8 juni 2026
Willem de Clercq • 9 juni 1814
• Willem de Clercq (1795-1844) was bankier, dichter en voorman van het protestantse Réveil in Nederland. Zijn dagboeken vormden de basis voor Naar zijn dagboek.
In de trekschuit naar Haarlem; aldaar een vrij levendig gesprek met een exgarde d'honneur en een geangliseerden Hollander. Eene visite bij den heer Walré afleggende geraakte ik met ZEd. in zulk een langdurig letterkundig gesprek, dat ik na meer dan twee uren onderhoud mij eindelijk los moest rukken. Toen stapte ik met den stok in de hand de poort uit en deed met het uiterste genoegen de wandeling naar Leiden, over Hillegom, Lis en Sassenheim.... Eindelijk genaakte ik Leiden, en het gelukte mij het huis van den heer Kemper op te sporen - overheerlijk gelegen op die statige Breêstraat, zeker een der schoonste straten van ons land, en vlak tegenover het stadhuis, een ouderwetsch gebouw met torens en klokkenspel. De professor ontving mij met open armen.
In de trekschuit naar Haarlem; aldaar een vrij levendig gesprek met een exgarde d'honneur en een geangliseerden Hollander. Eene visite bij den heer Walré afleggende geraakte ik met ZEd. in zulk een langdurig letterkundig gesprek, dat ik na meer dan twee uren onderhoud mij eindelijk los moest rukken. Toen stapte ik met den stok in de hand de poort uit en deed met het uiterste genoegen de wandeling naar Leiden, over Hillegom, Lis en Sassenheim.... Eindelijk genaakte ik Leiden, en het gelukte mij het huis van den heer Kemper op te sporen - overheerlijk gelegen op die statige Breêstraat, zeker een der schoonste straten van ons land, en vlak tegenover het stadhuis, een ouderwetsch gebouw met torens en klokkenspel. De professor ontving mij met open armen.
zondag 7 juni 2026
Klaas Kraaiveld • 8 juni 1913
WEEKRAPPORT van den Jachtopzichter Klaas Kraaiveld te Heuvelberg omtrent zijn werkzaamheden van Zaterdag den 31sten Mei tot en met Zaterdag de 7den Juni 1913.
Bekeuringen
31 Mei. 's middags 1 uur, Hein Sluiper van Het Laag voor het vervoeren van 12 patrijzeneieren.
In het Schooneveld. Donderdag 4 juni. s morgens 5 uur, een zestal hazenstrikken opgenomen. Ik zal alles in 't werk stellen om den verdachte te bekeuren. Collega's Jan en Dirk gewaarschuwd.
Schadelijk gedierte
3 katten op de klem.
1 wezel in wipval.
2 meerkollen geschoten.
Fazanten
In het wild liepen 3 nesten uit, te oordelen naar de doppen zijn de toomen 8, 10 en 9 sterk. Fokkerij: sedert laatste opgaaf geen sterfgeval. Van 120 eieren kwamen 90 kuikens, alles welvarend.
Patrijzen
De 16 eieren van een gevaarlijk gelegen nest heb ik onder een lichte kip gelegd.
Houtsnippen
Waterwild
Zag Maandag een toom eenden-kuikens, die vóór het einde dezer maand reeds vlug zullen zijn.
Grof wild
Den zwaren zesender speur ik geregeld. Hij staat meestal in het Johanna-bosch.
Hazen
Heden vond ik 2 doode jonge haasjes in de biezenwei. Ik schat ze een week oud. Oorzaak van sterfte kan ik niet vaststellen. Ongedierte is er geen schuld aan.
Konijnen
Elken dag zie ik meer jongen.
Diverse wildsoorten
Weersgesteldheid
Zondag prachtig warm weder.
Maandag dito dito.
Dinsdag 's nachts geregend, drukkend.
Woensdag mooi en warm.
Donderdag dito.
Vrijdag een onweersbui, die geen schade aanrichtte.
Zaterdag minder warm dan vóór onweer.
Toestand veld
Alle wildakkers zijn omrasterd. Overal uitmuntende dekking en geen gebrek aan insecten.
Toestand materiaal
3 rol gaas ontvangen en onmiddellijk aangewend.
Vragen
Begin volgende week zou ik gaarne een zak korrelvoer en crissel [?] ontvangen.
Verdere bizonderheden
Uw brief van 1 Juni ontvangen en heb ik overeenkomstig uwe wenschen gehandeld.
ONTVANGSTEN
Contanten brief 1 juni ƒ 25,—
UITGAVEN
Vracht 3 rol gaas: ƒ —,80
12 broedhennen á ƒ 1,30: ƒ 14,40
10 kippeneieren á 3,5 ct.: ƒ —,35
Handtekening
Klaas Kraaiveld
Bekeuringen
31 Mei. 's middags 1 uur, Hein Sluiper van Het Laag voor het vervoeren van 12 patrijzeneieren.
In het Schooneveld. Donderdag 4 juni. s morgens 5 uur, een zestal hazenstrikken opgenomen. Ik zal alles in 't werk stellen om den verdachte te bekeuren. Collega's Jan en Dirk gewaarschuwd.
Schadelijk gedierte
3 katten op de klem.
1 wezel in wipval.
2 meerkollen geschoten.
Fazanten
In het wild liepen 3 nesten uit, te oordelen naar de doppen zijn de toomen 8, 10 en 9 sterk. Fokkerij: sedert laatste opgaaf geen sterfgeval. Van 120 eieren kwamen 90 kuikens, alles welvarend.
Patrijzen
De 16 eieren van een gevaarlijk gelegen nest heb ik onder een lichte kip gelegd.
Houtsnippen
Waterwild
Zag Maandag een toom eenden-kuikens, die vóór het einde dezer maand reeds vlug zullen zijn.
Grof wild
Den zwaren zesender speur ik geregeld. Hij staat meestal in het Johanna-bosch.
Hazen
Heden vond ik 2 doode jonge haasjes in de biezenwei. Ik schat ze een week oud. Oorzaak van sterfte kan ik niet vaststellen. Ongedierte is er geen schuld aan.
Konijnen
Elken dag zie ik meer jongen.
Diverse wildsoorten
Weersgesteldheid
Zondag prachtig warm weder.
Maandag dito dito.
Dinsdag 's nachts geregend, drukkend.
Woensdag mooi en warm.
Donderdag dito.
Vrijdag een onweersbui, die geen schade aanrichtte.
Zaterdag minder warm dan vóór onweer.
Toestand veld
Alle wildakkers zijn omrasterd. Overal uitmuntende dekking en geen gebrek aan insecten.
Toestand materiaal
3 rol gaas ontvangen en onmiddellijk aangewend.
Vragen
Begin volgende week zou ik gaarne een zak korrelvoer en crissel [?] ontvangen.
Verdere bizonderheden
Uw brief van 1 Juni ontvangen en heb ik overeenkomstig uwe wenschen gehandeld.
ONTVANGSTEN
Contanten brief 1 juni ƒ 25,—
UITGAVEN
Vracht 3 rol gaas: ƒ —,80
12 broedhennen á ƒ 1,30: ƒ 14,40
10 kippeneieren á 3,5 ct.: ƒ —,35
Handtekening
Klaas Kraaiveld
Wim Kan • 7 juni 1964
• Wim Kan (1911-1983) was cabaretier. Zijn dagboeken zijn te lezen bij de dbnl.
Zaterdag 6 juni. Middag 14.00 uur
Met Ol naar Treslong Hillegom voor de Beatles. Veldslagen. Vond het toch wel weer erg leuk. Zaten tussen tweehonderd tieners. Ik naast bepaald heel leuke. Lekker brutaal van je en jij en ik wou dat ik ook beroemd was. Mooie, wat gewichtige sfeer van de varamensen er omheen. Verder was alles play-back. Gewoon weer als steeds, één grote nep. Geluidsopname was al oud en de Beatles deden alsof ze zongen! Na afloop nog gepraat met de politie: ‘De paarden zijn vannacht al naar Blokker gestuurd,’ Alarmerende zinnen. Maar iedereen wordt er toch een beetje door aangestoken.
Straks gaan Ol en ik via bezoek aan Jack Bow naar Blokker.
Zondag 7 juni. Avond 19.00 uur. Werkhuisje Kudelstaart
Nuchter Nederland beleefde zijn zoveelste collectieve driftbui. Als de dijken breken, gaan we d'r allemaal aan. Een journalist bemorst, beschadigd, bezweet en misselijk komt uit het rampgebied naar het eiland waar wij als waarnemers staan. Het verbodene is onderdeel van de vertoning. Vijfentwintig dure minuten zijn snel voorbij. She loves you, yeah (3×). Uit. De Beatles vluchten. Paul [McCartney] tegen een politiereus: Help! Help me. Snel een kamertje in. Bestuur staat op de deur. Buiten staat de massa achter de hekken. De vluchtauto staat klaar. Wachten tot het kan. Na een half uur wagen ze het erop. De Beatles worden in een auto geduwd. Politiemannen drukken de menigte naar buiten. De paarden steigeren. De Franse revolutie wordt uiteen geslagen. De Beatle-auto geeft vol gas. Twee volgauto's er achteraan. In het voorste rijtuig met grote achterlichten: Marie Antoinette! Het volk achter haar aan, ze weet te ontkomen, nog net, op het aller-allerlaatste moment... naar Hongkong, naar Australië, naar een nieuw gevaar. Rust is weergekeerd. Besteedde de hele dag aan Blokker-indrukken door ze driemaal op te schrijven (eenmaal in dagboek, tweemaal voor eventueel een stukje in een krant). Ol had inmiddels Henk van der Meyden al opgebeld. Geloof dat het stukje al weg is nu. Las ijverig kranten. Vol Beatles en over verboden boeken. Fanny Hill moet uit de handel. Boek van Jan Cremer in beslag genomen. Achter Wolkers schijnt de zon (mijn zoon wil nu officier van justitie worden).329-2016>
Zaterdag 6 juni. Middag 14.00 uur
Met Ol naar Treslong Hillegom voor de Beatles. Veldslagen. Vond het toch wel weer erg leuk. Zaten tussen tweehonderd tieners. Ik naast bepaald heel leuke. Lekker brutaal van je en jij en ik wou dat ik ook beroemd was. Mooie, wat gewichtige sfeer van de varamensen er omheen. Verder was alles play-back. Gewoon weer als steeds, één grote nep. Geluidsopname was al oud en de Beatles deden alsof ze zongen! Na afloop nog gepraat met de politie: ‘De paarden zijn vannacht al naar Blokker gestuurd,’ Alarmerende zinnen. Maar iedereen wordt er toch een beetje door aangestoken.
Straks gaan Ol en ik via bezoek aan Jack Bow naar Blokker.
Zondag 7 juni. Avond 19.00 uur. Werkhuisje Kudelstaart
Nuchter Nederland beleefde zijn zoveelste collectieve driftbui. Als de dijken breken, gaan we d'r allemaal aan. Een journalist bemorst, beschadigd, bezweet en misselijk komt uit het rampgebied naar het eiland waar wij als waarnemers staan. Het verbodene is onderdeel van de vertoning. Vijfentwintig dure minuten zijn snel voorbij. She loves you, yeah (3×). Uit. De Beatles vluchten. Paul [McCartney] tegen een politiereus: Help! Help me. Snel een kamertje in. Bestuur staat op de deur. Buiten staat de massa achter de hekken. De vluchtauto staat klaar. Wachten tot het kan. Na een half uur wagen ze het erop. De Beatles worden in een auto geduwd. Politiemannen drukken de menigte naar buiten. De paarden steigeren. De Franse revolutie wordt uiteen geslagen. De Beatle-auto geeft vol gas. Twee volgauto's er achteraan. In het voorste rijtuig met grote achterlichten: Marie Antoinette! Het volk achter haar aan, ze weet te ontkomen, nog net, op het aller-allerlaatste moment... naar Hongkong, naar Australië, naar een nieuw gevaar. Rust is weergekeerd. Besteedde de hele dag aan Blokker-indrukken door ze driemaal op te schrijven (eenmaal in dagboek, tweemaal voor eventueel een stukje in een krant). Ol had inmiddels Henk van der Meyden al opgebeld. Geloof dat het stukje al weg is nu. Las ijverig kranten. Vol Beatles en over verboden boeken. Fanny Hill moet uit de handel. Boek van Jan Cremer in beslag genomen. Achter Wolkers schijnt de zon (mijn zoon wil nu officier van justitie worden).329-2016>
Cola Debrot • 6 juni 1956
• Cola Debrot (1902-1981) was een Antilliaanse schrijver, arts, diplomaat en staatsman. Van een verblijf in Genève in 1956 hield hij een dagboek bij, onder de titel Dagboekbladen uit Genève.
6.6.1956 - Opening van de Conferentie [van de Internationale Handels Organisatie].
De grote vergaderzaal is tot de nok gevuld, met uitzondering van het podium, waar de bestuurstafel en de tafels der secretarissen nog onbezet zijn. De genodigden op de publieke tribunes meegerekend, zullen zich hier ruim vijftienhonderd personen van beiderlei kunne bevinden. [...] Wij wachten op de verschijning van de president van de Raad van Beheer, die met zijn secretarissen zal plaatsnemen achter de bestuurstafel. Het is de gewoonte dat de Conferentie door deze functionaris wordt geopend. Hij draagt in dit geval een uitgesproken Engelse naam, hij heet Mr. Brown. Deze periode van afwachten wordt op verschillende wijzen benut. De een is tenslotte ongeduldiger dan de ander. Wij spelen met de koptelefoon in onze handen. Wij trachten ons door middel van de gids te oriënteren, een handig boekje, rood in het Engels, olijfgroen in het Spaans, geel in het Frans. In de eerste rij rechts in de zaal zit geheel vooraan de Russische delegatie. De leider, kameraad Arutiunian, een donkere Georgiër, had voor een Zuidamerikaan kunnen doorgaan als zijn verbetenheid minder duidelijk op zijn gezicht te lezen stond. De Amerikanen zitten eveneens in dezelfde rij, maar meer achterin; een uitgesproken figuur valt onder hen niet aan te wijzen; zij zien er allen eender uit, het zijn handelsreizigers, die meer of minder beschaafde pogingen aanwenden om de verkoop op te voeren en de belasting te ontduiken. [...]
Links zitten de observers. De delegatie van Nigeria trekt sterk de aandacht. Zij zijn in inheemse kleding gestoken, een tuniek met bonte zijden lappen gedrapeerd. Het sterkst trekt de aandacht de heer S.F. Okotie Eboh, minister van Arbeid van Nigeria. Het is het type gezette neger met een bril met Amerikaanse halfhoornen montuur. Er wordt zo het een en ander over hem gefluisterd, zij noemen hem Big Chief. Hij is leider van de regeringsgroep, voorts voorzitter zowel van de werkgevers- als de werknemersorganisatie. Het gerucht gaat, dat hij van alle maatschappijen in zijn land 51 procent van de aandelen bezit. Het zal wel gelogen zijn, maar de combinatie van uiterlijke praal en bonhomie leent zich voor legendevorming. De Europeanen willen gaarne de vertegenwoordigers van gewezen koloniale gebieden in een twijfelachtig daglicht stellen. De verhalen van corruptie worden op bestelling afgeleverd. Het is bijzonder moeilijk voor een Europeaan zich aan het nuchtere feit te houden als het over koloniale problemen gaat, hij wordt dan gauw het slachtoffer van een ongebreidelde fantasie.
[lees verder]356-2019>
6.6.1956 - Opening van de Conferentie [van de Internationale Handels Organisatie].
De grote vergaderzaal is tot de nok gevuld, met uitzondering van het podium, waar de bestuurstafel en de tafels der secretarissen nog onbezet zijn. De genodigden op de publieke tribunes meegerekend, zullen zich hier ruim vijftienhonderd personen van beiderlei kunne bevinden. [...] Wij wachten op de verschijning van de president van de Raad van Beheer, die met zijn secretarissen zal plaatsnemen achter de bestuurstafel. Het is de gewoonte dat de Conferentie door deze functionaris wordt geopend. Hij draagt in dit geval een uitgesproken Engelse naam, hij heet Mr. Brown. Deze periode van afwachten wordt op verschillende wijzen benut. De een is tenslotte ongeduldiger dan de ander. Wij spelen met de koptelefoon in onze handen. Wij trachten ons door middel van de gids te oriënteren, een handig boekje, rood in het Engels, olijfgroen in het Spaans, geel in het Frans. In de eerste rij rechts in de zaal zit geheel vooraan de Russische delegatie. De leider, kameraad Arutiunian, een donkere Georgiër, had voor een Zuidamerikaan kunnen doorgaan als zijn verbetenheid minder duidelijk op zijn gezicht te lezen stond. De Amerikanen zitten eveneens in dezelfde rij, maar meer achterin; een uitgesproken figuur valt onder hen niet aan te wijzen; zij zien er allen eender uit, het zijn handelsreizigers, die meer of minder beschaafde pogingen aanwenden om de verkoop op te voeren en de belasting te ontduiken. [...]
Links zitten de observers. De delegatie van Nigeria trekt sterk de aandacht. Zij zijn in inheemse kleding gestoken, een tuniek met bonte zijden lappen gedrapeerd. Het sterkst trekt de aandacht de heer S.F. Okotie Eboh, minister van Arbeid van Nigeria. Het is het type gezette neger met een bril met Amerikaanse halfhoornen montuur. Er wordt zo het een en ander over hem gefluisterd, zij noemen hem Big Chief. Hij is leider van de regeringsgroep, voorts voorzitter zowel van de werkgevers- als de werknemersorganisatie. Het gerucht gaat, dat hij van alle maatschappijen in zijn land 51 procent van de aandelen bezit. Het zal wel gelogen zijn, maar de combinatie van uiterlijke praal en bonhomie leent zich voor legendevorming. De Europeanen willen gaarne de vertegenwoordigers van gewezen koloniale gebieden in een twijfelachtig daglicht stellen. De verhalen van corruptie worden op bestelling afgeleverd. Het is bijzonder moeilijk voor een Europeaan zich aan het nuchtere feit te houden als het over koloniale problemen gaat, hij wordt dan gauw het slachtoffer van een ongebreidelde fantasie.
[lees verder]356-2019>
donderdag 4 juni 2026
Cor Inja • 5 juni 1925
• Cor Inja (1903-1989) weigerde dienst op principiële gronden, en moest daarvoor de gevangenis in. Tijdens zijn opsluiting hield hij een dagboek bij, dat is gepubliceerd als Geen cel ketent deze dromen.
5 juni 1925
Vandaag moest ik de tuin besproeien, de planten water geven, zodat al het jonge groen weer de levenssappen op kan zuigen, zodat ze krachtiger dan ooit op zullen groeien. Er zullen forsche, buigzame stengels komen en de bloemen zullen tartend rond zien en vreugde geven.
Zo gaat het met ons jonge leven ook. Na de eerste levenssappen groeien we tot een volwassen stam uit en zien tartend de wereld rond en wij slaan onze ogen op, die vragen: 'Wat wil je van ons?', en wij zeggen met diezelfde ogen: 'Weetje het niet? Wij zijn de nieuwe wereld, het nieuwe geslacht. Wat gij allen vele eeuwen hebt gedaan en wat steeds op een mislukking is uitgelopen, dat zullen wij nu gaan doen: wij zijn de toekomst, wij zijn de vrije jeugd. Wij zullen tonen [dat] in ons de kracht schuilt, om onze idealen te verwezenlijken.'
Zo spreken die bloemen in knop me ook toe. Er is nog geen dor blaadje dat neerhangt. Dan komt de tijd van de volle bloei, en krachtig pralen ze in volle schoonheid. De zomer is gekomen: hoe lang zullen ze dan de zomerhitte doorstaan! Dat hangt van het weer af en het water dat elke dag gegeven moet worden. Maar naar zo'n zomer willen we ook in eigen leven. In die zomer moet het gelukken.
Maar we weten [dat] de herfst komt, en de stormen komen, en de graankorrel valt, en zo zal het ook later met ons gaan. Nu het volle leven tegemoet, maar dan smart, tranen, bitterheid.
De geschiedenis zal zich herhalen. Een weemoedige gedachte, of toch niet, want uit de graankorrel zal nieuw leven komen. Zal het met ons ook zo zijn?
Als dat zo is, dan is deze gang van het leven dus noodzakelijk om tot nieuw leven te komen. Er is een woord: 'Zij die geloven, haasten niet.' Dus als we het leven verlaten, komen we in Al-leven, dat door God is geschapen, en dat zullen allen zijn: groot en klein, rooms, protestant, islam, rood en zwart, communist en bourgeoisie.
Wat een gedachtensprong. Ja, het is toch wel fijn om bewust te mogen leven, zolang het je gegeven wordt te leven en steeds te zoeken naar de waarheid en de zin van het leven.
Overigens bijzonder veel post vandaag.183-2015>
woensdag 3 juni 2026
James Woodforde • 4 juni 1776
• James Woodforde (1740-1803) was dominee in het dorp Weston Longville in het Engelse Norfolk. Hij hield 44 jaar een dagboek bij; gedeeltes daaruit zijn gepubliceerd als The Diary of a Country Parson 1758 – 1802.
Vertaling onderaan
June 4. I breakfasted, dined, supped and slept again at Weston. My tooth pained me all night, got up a little after 5 this morning, & sent for one Reeves a man who draws teeth in this parish, and about 7 he came and drew my tooth, but shockingly bad indeed, he broke away a great piece of my gum and broke one of the fangs of the tooth, it gave me exquisite pain all the day after, and my Face was swelled prodigiously in the evening and much pain. Very bad and in much pain the whole day long. Gave the old man that drew it however 0. 2. 6. He is too old, I think, to draw teeth, can't see very well.
June 5. I breakfasted, dined, supped and slept again at Weston. Very much disturbed in the night by our dog which was kept within doors tonight, was obliged to get out of bed naked twice or thrice to make him quiet, had him into my room, and there he emptied himself all over the room. Was obliged then to order him to be turned out which Bill did. My face much swelled but rather easier than yesterday tho' now very tender and painful, kept in today mostly. Paid and gave Will my servant this evening 0.5.0. Paid Mr. Dunnell this evening part of a bill due to him from me, for 1 cows, 3 Piggs, 3 p'. Shoes, Flower, Tea, Sugar, News Papers, Pipes, Candles, Pan, Tobacco, Beer, Mustard, Salt, Washing, Halters, Comb and Brush, Crabs, Bread and Porterage of £14. 9. 3. the sum of a Bank Note - of - £10.0.0.213-2014>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.
4 juni. Ik ontbeet, dineerde, soupeerde en sliep opnieuw te Weston. Mijn tand deed mij de hele nacht pijn. Vanmorgen stond ik iets na vijven op en liet ik een zekere Reeves halen, een man uit deze parochie die tanden trekt. Omstreeks zeven uur kwam hij en trok mijn tand, maar op een verschrikkelijk slechte manier. Hij rukte een groot stuk van mijn tandvlees weg en brak een van de wortels van de tand af. Dat bezorgde mij de rest van de dag hevige pijn, en tegen de avond was mijn gezicht buitengewoon opgezwollen en zeer pijnlijk. Ik was de hele dag ziek en leed voortdurend pijn. Toch gaf ik de oude man die de tand had getrokken 2 shilling en 6 pence. Hij is, denk ik, te oud om nog tanden te trekken; hij kan niet goed meer zien.
5 juni. Ik ontbeet, dineerde, soupeerde en sliep opnieuw te Weston. Ik werd 's nachts erg gestoord door onze hond, die vanavond binnenshuis werd gehouden. Ik moest twee- of driemaal naakt uit bed komen om hem stil te krijgen. Ik nam hem zelfs mee naar mijn kamer, waarna hij zijn behoefte deed over de hele kamer. Ik moest toen bevel geven hem naar buiten te zetten, wat Bill deed.
Mijn gezicht was nog steeds sterk opgezwollen, maar ik voelde mij iets beter dan gisteren, hoewel het nog zeer gevoelig en pijnlijk was. Ik bleef vandaag grotendeels binnenshuis. Vanavond betaalde en gaf ik mijn knecht Will 5 shilling. Ook betaalde ik vanavond aan meneer Dunnell een deel van een rekening die ik nog bij hem had openstaan, voor één koe, drie varkens, drie paar schoenen, meel, thee, suiker, kranten, pijpen, kaarsen, een pan, tabak, bier, mosterd, zout, wasgoed, halsters, een kam en borstel, krabben, brood en vrachtkosten. De totale rekening bedroeg £14, 9 shilling en 3 pence. Ik betaalde daarvan een bankbiljet ter waarde van £10.0.0.
Vertaling onderaan
June 4. I breakfasted, dined, supped and slept again at Weston. My tooth pained me all night, got up a little after 5 this morning, & sent for one Reeves a man who draws teeth in this parish, and about 7 he came and drew my tooth, but shockingly bad indeed, he broke away a great piece of my gum and broke one of the fangs of the tooth, it gave me exquisite pain all the day after, and my Face was swelled prodigiously in the evening and much pain. Very bad and in much pain the whole day long. Gave the old man that drew it however 0. 2. 6. He is too old, I think, to draw teeth, can't see very well.
June 5. I breakfasted, dined, supped and slept again at Weston. Very much disturbed in the night by our dog which was kept within doors tonight, was obliged to get out of bed naked twice or thrice to make him quiet, had him into my room, and there he emptied himself all over the room. Was obliged then to order him to be turned out which Bill did. My face much swelled but rather easier than yesterday tho' now very tender and painful, kept in today mostly. Paid and gave Will my servant this evening 0.5.0. Paid Mr. Dunnell this evening part of a bill due to him from me, for 1 cows, 3 Piggs, 3 p'. Shoes, Flower, Tea, Sugar, News Papers, Pipes, Candles, Pan, Tobacco, Beer, Mustard, Salt, Washing, Halters, Comb and Brush, Crabs, Bread and Porterage of £14. 9. 3. the sum of a Bank Note - of - £10.0.0.213-2014>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.
4 juni. Ik ontbeet, dineerde, soupeerde en sliep opnieuw te Weston. Mijn tand deed mij de hele nacht pijn. Vanmorgen stond ik iets na vijven op en liet ik een zekere Reeves halen, een man uit deze parochie die tanden trekt. Omstreeks zeven uur kwam hij en trok mijn tand, maar op een verschrikkelijk slechte manier. Hij rukte een groot stuk van mijn tandvlees weg en brak een van de wortels van de tand af. Dat bezorgde mij de rest van de dag hevige pijn, en tegen de avond was mijn gezicht buitengewoon opgezwollen en zeer pijnlijk. Ik was de hele dag ziek en leed voortdurend pijn. Toch gaf ik de oude man die de tand had getrokken 2 shilling en 6 pence. Hij is, denk ik, te oud om nog tanden te trekken; hij kan niet goed meer zien.
5 juni. Ik ontbeet, dineerde, soupeerde en sliep opnieuw te Weston. Ik werd 's nachts erg gestoord door onze hond, die vanavond binnenshuis werd gehouden. Ik moest twee- of driemaal naakt uit bed komen om hem stil te krijgen. Ik nam hem zelfs mee naar mijn kamer, waarna hij zijn behoefte deed over de hele kamer. Ik moest toen bevel geven hem naar buiten te zetten, wat Bill deed.
Mijn gezicht was nog steeds sterk opgezwollen, maar ik voelde mij iets beter dan gisteren, hoewel het nog zeer gevoelig en pijnlijk was. Ik bleef vandaag grotendeels binnenshuis. Vanavond betaalde en gaf ik mijn knecht Will 5 shilling. Ook betaalde ik vanavond aan meneer Dunnell een deel van een rekening die ik nog bij hem had openstaan, voor één koe, drie varkens, drie paar schoenen, meel, thee, suiker, kranten, pijpen, kaarsen, een pan, tabak, bier, mosterd, zout, wasgoed, halsters, een kam en borstel, krabben, brood en vrachtkosten. De totale rekening bedroeg £14, 9 shilling en 3 pence. Ik betaalde daarvan een bankbiljet ter waarde van £10.0.0.
dinsdag 2 juni 2026
Frits Spits • 3 juni 2025
• Frits Spits (1948) stopte eind vorig jaar als radiomaker. Over zijn laatste jaar als presentator hield hij een dagboek bij: Mijn laatste radiojaar.
dinsdag 3 juni
Het kabinet-Schoof is gevallen, Geert Wilders houdt het voor gezien. Wat zit hierachter? Waarom wil hij dit? Waarom nu? Zit die asielparagraaf hem echt zo hoog, of kreeg hij afgelopen weekend tijdens een bijeenkomst met rechtse politici in Hongarije het idee om zelf de macht te grijpen en chaos teweeg te brengen in ons land? Het zou me niet verbazen als deze non-democraat in alle stilte een staatsgreep voorbereidt. Of word ik nu langzamerhand een beetje complotrijp? Ik ben benieuwd hoe dit afloopt. Ongerust ben ik ook. 1k hoop dat bij de andere partijen wijsheid voorrang krijgt. Als we iets nodig hebben, is het dat wel.
Peter de Bie is vandaag overleden. Op zijn verjaardag. Zijn 75e. Voor de dood heeft hij zelf gekozen, hij was te ziek. Ik sprak hem voor het laatst op de herdenkingsdienst van zijn in maart overleden vrouw Dieuwertje [Blok]. Hij zat in een rolstoel, een bacteriële ziekte was er de oorzaak van dat zijn onderbeen afgezet moest worden, maar in zijn ogen zag ik nog steeds de glans die ik zo goed van hem heb leren kennen. Ik weet nog dat ik hem tijdens carnaval tegenkwam op het Eindhovense Stratumseind. Dat was heimelijk genieten voor Peter. Hij droeg dan vrouwenkleren en die schitterende ogen had hij extra aangezet met zwarte mascara. Prachtig zag hij eruit, vrolijk was hij beslist. In niets deed hij dan denken aan de vaak vernieuwende radiomaker die hij is geweest. Zijn manier van interviewen verraadde een groot inzicht, zijn dwarse geest zorgde voor vaak onverwachte en verrassende vragen. Niet voor niets is hem voor zijn radiowerk de Zilveren Reiss-microfoon toegekend. Peter de Bie zal ik nooit vergeten.
dinsdag 3 juni
Het kabinet-Schoof is gevallen, Geert Wilders houdt het voor gezien. Wat zit hierachter? Waarom wil hij dit? Waarom nu? Zit die asielparagraaf hem echt zo hoog, of kreeg hij afgelopen weekend tijdens een bijeenkomst met rechtse politici in Hongarije het idee om zelf de macht te grijpen en chaos teweeg te brengen in ons land? Het zou me niet verbazen als deze non-democraat in alle stilte een staatsgreep voorbereidt. Of word ik nu langzamerhand een beetje complotrijp? Ik ben benieuwd hoe dit afloopt. Ongerust ben ik ook. 1k hoop dat bij de andere partijen wijsheid voorrang krijgt. Als we iets nodig hebben, is het dat wel.
Peter de Bie is vandaag overleden. Op zijn verjaardag. Zijn 75e. Voor de dood heeft hij zelf gekozen, hij was te ziek. Ik sprak hem voor het laatst op de herdenkingsdienst van zijn in maart overleden vrouw Dieuwertje [Blok]. Hij zat in een rolstoel, een bacteriële ziekte was er de oorzaak van dat zijn onderbeen afgezet moest worden, maar in zijn ogen zag ik nog steeds de glans die ik zo goed van hem heb leren kennen. Ik weet nog dat ik hem tijdens carnaval tegenkwam op het Eindhovense Stratumseind. Dat was heimelijk genieten voor Peter. Hij droeg dan vrouwenkleren en die schitterende ogen had hij extra aangezet met zwarte mascara. Prachtig zag hij eruit, vrolijk was hij beslist. In niets deed hij dan denken aan de vaak vernieuwende radiomaker die hij is geweest. Zijn manier van interviewen verraadde een groot inzicht, zijn dwarse geest zorgde voor vaak onverwachte en verrassende vragen. Niet voor niets is hem voor zijn radiowerk de Zilveren Reiss-microfoon toegekend. Peter de Bie zal ik nooit vergeten.
maandag 1 juni 2026
J.L. Heldring • 2 juni 1958
• J.L. Heldring (1917–2013) was journalist en 4 jaar hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Zijn 'Pools dagboek' bevat de notities gemaakt tijdens een veertiendaags bezoek aan Warschau in de eerste helft van juni 1958.
Dinsdag 2 juni
Voor de lunch ben ik uitgenodigd door prof. A. Het blijkt in een van de duurste restaurants van Warschau te zijn, aan de Marszalkowska, de in Poolse Stalinstijl gebouwde boulevard in het midden van de stad. Zoals zovele dingen in socialistische staten, is ook dit restaurant, dat in 1955 gebouwd moet zijn, al wat versleten. Er zitten veel proletarisch uitziende mensen (schillerkragen enz.). Waar die het geld vandaan halen, weet ik niet. Ik vraag het maar niet aan mijn gastheer, want ik weet ook niet waar hij het geld voor de lunch vandaan haalt. De bediening is overigens langzaam. Dit is, zoals A. opmerkt, een van de nadelen van het socialistische systeem. De mensen zien er geen eigen belang in om harder te werken. Dat is natuurlijk bekend, maar het is goed het eens te horen uit de mond van een communist. Want dat is A. kennelijk. Hij is een beetje teleurstellend onorigineel in zijn opmerkingen over de koude oorlog (‘waar beide zijden schuld aan hadden’), over de blokpolitiek etc. Maar hij schijnt werkelijk te geloven in het ‘revanchisme’ van Adenauer of misschien niet van Adenauer, dan van zijn opvolger, wie dit ook zijn moge. De Europese integratie, waarover hij zojuist een artikel heeft geschreven, ziet hij ook als een produkt van de koude oorlog (dat is juist) en daarom veroordelenswaard (dat is op zichzelf niet juist). Ook ziet hij die integratie volkomen gedomineerd door Duitsland. De Gaulle is een satelliet van Adenauer. Hij zegt vertrouwd te zijn met mijn tegenargument, dat het beter is Duitsland in de club te hebben dan erbuiten, laat staan ertegen. De Bundesrepublik moge dan een democratische staat zijn (dat wil hij wel aannemen), maar de Weimarrepubliek was nog democratischer en toch bracht die binnen vier jaar na de sociaal-democraat Müller en binnen een jaar na Brüning (‘Adenauers partijgenoot’) Hitler. Mijn wederwoord: als we met historische parallellen beginnen, moeten we dan ook niet de Poolse delingen te berde brengen? Kortom, een vrij frustrerend, zij het levendig gesprek. Het is natuurlijk honderdmaal waar wat hij zegt: de Polen zullen nooit vergeten, dat de Duitsers hen bewust als Untermenschen hebben behandeld en een stad als Warschau b.v. systematisch - dus niet tijdens een oorlogshandeling - hebben vernield - een stad die de Polen na de oorlog zonder hulp uit het buitenland hebben moeten opbouwen. Vergeleken met de Polen, hebben wij tijdens de bezetting een gulden tijd gehad.
[lees verder]202-2017>
Dinsdag 2 juni
Voor de lunch ben ik uitgenodigd door prof. A. Het blijkt in een van de duurste restaurants van Warschau te zijn, aan de Marszalkowska, de in Poolse Stalinstijl gebouwde boulevard in het midden van de stad. Zoals zovele dingen in socialistische staten, is ook dit restaurant, dat in 1955 gebouwd moet zijn, al wat versleten. Er zitten veel proletarisch uitziende mensen (schillerkragen enz.). Waar die het geld vandaan halen, weet ik niet. Ik vraag het maar niet aan mijn gastheer, want ik weet ook niet waar hij het geld voor de lunch vandaan haalt. De bediening is overigens langzaam. Dit is, zoals A. opmerkt, een van de nadelen van het socialistische systeem. De mensen zien er geen eigen belang in om harder te werken. Dat is natuurlijk bekend, maar het is goed het eens te horen uit de mond van een communist. Want dat is A. kennelijk. Hij is een beetje teleurstellend onorigineel in zijn opmerkingen over de koude oorlog (‘waar beide zijden schuld aan hadden’), over de blokpolitiek etc. Maar hij schijnt werkelijk te geloven in het ‘revanchisme’ van Adenauer of misschien niet van Adenauer, dan van zijn opvolger, wie dit ook zijn moge. De Europese integratie, waarover hij zojuist een artikel heeft geschreven, ziet hij ook als een produkt van de koude oorlog (dat is juist) en daarom veroordelenswaard (dat is op zichzelf niet juist). Ook ziet hij die integratie volkomen gedomineerd door Duitsland. De Gaulle is een satelliet van Adenauer. Hij zegt vertrouwd te zijn met mijn tegenargument, dat het beter is Duitsland in de club te hebben dan erbuiten, laat staan ertegen. De Bundesrepublik moge dan een democratische staat zijn (dat wil hij wel aannemen), maar de Weimarrepubliek was nog democratischer en toch bracht die binnen vier jaar na de sociaal-democraat Müller en binnen een jaar na Brüning (‘Adenauers partijgenoot’) Hitler. Mijn wederwoord: als we met historische parallellen beginnen, moeten we dan ook niet de Poolse delingen te berde brengen? Kortom, een vrij frustrerend, zij het levendig gesprek. Het is natuurlijk honderdmaal waar wat hij zegt: de Polen zullen nooit vergeten, dat de Duitsers hen bewust als Untermenschen hebben behandeld en een stad als Warschau b.v. systematisch - dus niet tijdens een oorlogshandeling - hebben vernield - een stad die de Polen na de oorlog zonder hulp uit het buitenland hebben moeten opbouwen. Vergeleken met de Polen, hebben wij tijdens de bezetting een gulden tijd gehad.
[lees verder]202-2017>
zondag 31 mei 2026
Daniil Charms • 1 juni 1937
• Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.
1 juni 1937. 2 uur 40 minuten
Nog rampzaliger tijden zijn op me afgekomen. Bij de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken hebben ze zitten kankeren op een paar van mijn gedichten en zijn ze begonnen me het leven zuur te maken Ze zijn opgehouden mijn werk nog te drukken. Ze betalen me niet meer met als reden een of andere toevallige vertraging. Ik voel dat er zich daar in het geniep iets kwaads afspeelt. We hebben niets te eten. We lijden vreselijk honger. Ik weet dat 't met me afgelopen is. Ik ga zometeen naar de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken om me te laten vertellen dat ik geen geld meer krijg.
1 juni 1937
Zometeen zullen ze me bij de uitgeverij geld weigeren.
We zijn ten onder gegaan.
1 juni 1937. 2 uur 40 minuten
Nog rampzaliger tijden zijn op me afgekomen. Bij de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken hebben ze zitten kankeren op een paar van mijn gedichten en zijn ze begonnen me het leven zuur te maken Ze zijn opgehouden mijn werk nog te drukken. Ze betalen me niet meer met als reden een of andere toevallige vertraging. Ik voel dat er zich daar in het geniep iets kwaads afspeelt. We hebben niets te eten. We lijden vreselijk honger. Ik weet dat 't met me afgelopen is. Ik ga zometeen naar de Staatsuitgeverij voor Kinderboeken om me te laten vertellen dat ik geen geld meer krijg.
1 juni 1937
Zometeen zullen ze me bij de uitgeverij geld weigeren.
We zijn ten onder gegaan.
Soetan Sjahrir • 31 mei 1936
• Soetan Sjahrir (1909-1966), was een Indonesisch politicus en de eerste premier van dat land. Hij speelde een grote rol in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. In 1934 werd hij gearresteerd. Hij doet verslag van zijn gevangenschap en verbanning in een dagboek, dat is gepubliceerd als Indonesische overpeinzingen.
31 Mei 1936. Ten koste van een kleine woordenwisseling met Hafil heb ik mij bevrijd van de 'Zaterdagavondjes' bij de familie Soebana. Hafil schijnt er zich werkelijk nog te kunnen amuseren, maar voor mij waren het ware kwellingen. Het ging er als volgt toe: na het eten, dat wil zeggen om een uur of half acht, gaan wij naar het huis van Soebana toe. Daar wacht ons al de familie, gezeten rondom de tafel en meestal is de heer B., een buitengewoon praatgrage Arabier, er dan ook al. Zoodra wij de kring hebben volgemaakt, begint de heer B. met zijn verhalen uit de Duizend en Een Nacht. Dat vertellen doet hij overigens niet onverdienstelijk. Terwijl hij er mee bezig is, worden thee en koekjes rondgediend en dat aanhoren van wijze lessen uit de tijd van Haroen al Rashid, onder het verorberen van hoeveelheden gebak en thee, duurt dan tot na middernacht. Niet alleen, dat ik het gevoel had van een verknoeide avond, maar ook de volgende Zondag voelde ik mij niet erg prettig, omdat ik niet was uitgeslapen. Gisteravond heb ik Hafil dus voor het eerst alleen laten gaan; het zal mij zeker wel kwalijk worden genomen, maar daar moet ik mij maar overheen zetten.
[...]
31 Mei 1936. Ten koste van een kleine woordenwisseling met Hafil heb ik mij bevrijd van de 'Zaterdagavondjes' bij de familie Soebana. Hafil schijnt er zich werkelijk nog te kunnen amuseren, maar voor mij waren het ware kwellingen. Het ging er als volgt toe: na het eten, dat wil zeggen om een uur of half acht, gaan wij naar het huis van Soebana toe. Daar wacht ons al de familie, gezeten rondom de tafel en meestal is de heer B., een buitengewoon praatgrage Arabier, er dan ook al. Zoodra wij de kring hebben volgemaakt, begint de heer B. met zijn verhalen uit de Duizend en Een Nacht. Dat vertellen doet hij overigens niet onverdienstelijk. Terwijl hij er mee bezig is, worden thee en koekjes rondgediend en dat aanhoren van wijze lessen uit de tijd van Haroen al Rashid, onder het verorberen van hoeveelheden gebak en thee, duurt dan tot na middernacht. Niet alleen, dat ik het gevoel had van een verknoeide avond, maar ook de volgende Zondag voelde ik mij niet erg prettig, omdat ik niet was uitgeslapen. Gisteravond heb ik Hafil dus voor het eerst alleen laten gaan; het zal mij zeker wel kwalijk worden genomen, maar daar moet ik mij maar overheen zetten.
[...]
Virginia Woolf • 30 mei 1940
• Virginia Woolf (1882-1941) was een Engelse schrijfster. Ze hield vrijwel haar hele leven een dagboek bij. Een selectie daaruit is in twee delen gepubliceerd in de Privé domein-reeks (vertaling Joop van Helmond).
Donderdag 30 mei
Tijdens een wandeling vandaag (Nessa's verjaardag) langs Kingfisher Pool, heb ik voor het eerst een hospitaaltrein gezien — beladen, geen dodentrein maar plechtstatig, alsof men wilde voorkomen dat de lading zou gaan schudden: enigszins — welk woord zoek ik — droevig en teder en belast en intiem — waarin onze gewonden omzichtig worden teruggevoerd door de groene velden, waarover enkele van hen waarschijnlijk hebben uitgekeken. Niet dat ik hen kon zien. En het vermogen om in mijn verbeelding iets te zien, overspoelt me altijd met een mengsel van visuele en emotionele gewaarwordingen, zodat ik bij thuiskomst, in weerwil van de indringendheid, niet vast kan leggen wat ik heb ervaren — de trage, treurige, de lange zwaarbeladen trein, die als een lijkbaar zijn droeve last door de velden vervoert. Heel gelaten gleed hij tussen de heuvels bij Lewes door. Onmiddellijk vlogen als wilde eenden formaties vliegtuigen over; cirkelden; namen hun positie in en vlogen over Caburn.
Donderdag 30 mei
Tijdens een wandeling vandaag (Nessa's verjaardag) langs Kingfisher Pool, heb ik voor het eerst een hospitaaltrein gezien — beladen, geen dodentrein maar plechtstatig, alsof men wilde voorkomen dat de lading zou gaan schudden: enigszins — welk woord zoek ik — droevig en teder en belast en intiem — waarin onze gewonden omzichtig worden teruggevoerd door de groene velden, waarover enkele van hen waarschijnlijk hebben uitgekeken. Niet dat ik hen kon zien. En het vermogen om in mijn verbeelding iets te zien, overspoelt me altijd met een mengsel van visuele en emotionele gewaarwordingen, zodat ik bij thuiskomst, in weerwil van de indringendheid, niet vast kan leggen wat ik heb ervaren — de trage, treurige, de lange zwaarbeladen trein, die als een lijkbaar zijn droeve last door de velden vervoert. Heel gelaten gleed hij tussen de heuvels bij Lewes door. Onmiddellijk vlogen als wilde eenden formaties vliegtuigen over; cirkelden; namen hun positie in en vlogen over Caburn.
donderdag 28 mei 2026
Dorothy Wordsworth • 29 mei 1823
• Dorothy Wordsworth (1771–1855) was een Engels dichteres en dagboekschrijfster, en de jongere zus van de dichter William Wordsworth. Haar dagboeken staan hier online.
• In 1823 maakten broer en zus een rondreis door België en Nederland. Vertaling onderaan.
Leyden, Thursday 29th. — Arose, and found that our commodious chamber looked upon pleasure-walks, which we at once determined must be the University garden, naturally giving to this place the sort of accommodations found in our own seats of learning, but no such luxury belongs to the students of Leyden. The ground with its plantations through which these walks are carried, and upon which the sun now so cheerfully shone, was formerly covered with buildings that were destroyed, together with the inhabitants, by an explosion which took place in a barge of gunpowder in 1806, then lying in the neighbouring canal....
There are no colleges, or separate dwellings, in Leyden, for the students; they are lodged with different families in the town. Our guide had three at his house from England, as he told us. A wandering sheep lying at the threshold, as we passed a good-looking house in the street; were told that this was a pensioner upon the public, that it would lie there till it was fed, and then would pass on to some other door. This animal had been brought up the pet of a soldier once quartered at Leyden, and when he changed his situation his favourite was sent into the fields, but preferring human society, it could not be confined amongst its fellows, but ever returned to the town, and, begging its daily food, it passed from door to door of those houses which its old master had frequented, obstinately keeping its station until an alms was bestowed—bread, vegetables, soup, nothing came wrong, and as soon as this was received, the patient mendicant walked quietly away.
Haarlem. — ... Reached Haarlem at five o'clock; went directly to the Cathedral, mounted the tower, an hour too early for the sunset; a splendid and interesting view beyond any we have seen. Looking eastward, the canal seen stretching through houses and among the trees, to the spires of Amsterdam in the distance. A little to the right, the Mere of Haarlem spotted with vessels, the river Spaaren winding among trees through the town; steeple towers of Utrecht beyond the Mere. The Boss, a fine wood and elegant mansion built by —— Hope, now a royal residence; new kirk, fine tower; the sea, and sand-hills beyond the flats glowing under a dazzling western sky. The winding Spaaren again among green fields brings the eye round to the Amsterdam canal, up which we shall glide.... 223-2017>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Leiden, donderdag de 29ste. — Stonden op en ontdekten dat onze ruime kamer uitkeek op wandelpaden, waarvan wij onmiddellijk aannamen dat zij wel bij de universiteitstuin moesten horen, aangezien men zulke voorzieningen vanzelf associeert met onze eigen academische instellingen; maar zulke luxe bestaat niet voor de studenten van Leiden. Het terrein met zijn beplantingen, waar deze wandelingen doorheen lopen en waarop de zon nu zo vrolijk scheen, was vroeger bedekt met gebouwen die samen met hun bewoners werden verwoest door een ontploffing van een kruitschip dat in 1806 in de naburige gracht lag....
In Leiden zijn geen colleges of aparte studentenwoningen; de studenten wonen verspreid bij gezinnen in de stad. Onze gids vertelde dat hij drie Engelse studenten in huis had. Toen wij langs een fraai huis in de straat liepen, lag er een verdwaald schaap op de drempel; men vertelde ons dat het een soort bedelaar op kosten van het publiek was: het bleef liggen tot het gevoerd werd en trok dan verder naar een andere deur. Dit dier was ooit het lievelingsdier van een soldaat die in Leiden gelegerd was geweest. Toen hij vertrok, werd zijn favoriet naar de velden gestuurd, maar het schaap gaf de voorkeur aan menselijk gezelschap en liet zich niet opsluiten tussen zijn soortgenoten. Het keerde telkens naar de stad terug en bedelde om zijn dagelijks voedsel. Van deur tot deur ging het langs de huizen die zijn vroegere meester had bezocht, koppig op zijn post blijvend tot het een aalmoes kreeg — brood, groenten, soep, niets wees het af — en zodra het iets ontvangen had, wandelde de geduldige bedelaar rustig verder.
Haarlem. — ... Bereikten Haarlem om vijf uur; gingen direct naar de kathedraal en beklommen de toren, een uur te vroeg voor de zonsondergang; een schitterend en boeiend uitzicht, mooier dan alles wat wij tot dusver hadden gezien. Wanneer men naar het oosten keek, zag men het kanaal zich uitstrekken tussen huizen en bomen, tot aan de torenspitsen van Amsterdam in de verte. Iets meer naar rechts lag het Haarlemmermeer, bezaaid met schepen, terwijl de rivier het Spaarne zich kronkelend tussen de bomen door de stad slingerde; voorbij het meer waren de torens van Utrecht zichtbaar. Het Bos, een fraai woud met een elegant landhuis gebouwd door —— Hope, nu een koninklijke residentie; een nieuwe kerk met een mooie toren; de zee en de duinen achter de vlakten, gloeiend onder een verblindende westelijke hemel. Het kronkelende Spaarne leidde het oog opnieuw langs groene velden terug naar het Amsterdamse kanaal, waarover wij verder zouden glijden....
• In 1823 maakten broer en zus een rondreis door België en Nederland. Vertaling onderaan.
Leyden, Thursday 29th. — Arose, and found that our commodious chamber looked upon pleasure-walks, which we at once determined must be the University garden, naturally giving to this place the sort of accommodations found in our own seats of learning, but no such luxury belongs to the students of Leyden. The ground with its plantations through which these walks are carried, and upon which the sun now so cheerfully shone, was formerly covered with buildings that were destroyed, together with the inhabitants, by an explosion which took place in a barge of gunpowder in 1806, then lying in the neighbouring canal....
There are no colleges, or separate dwellings, in Leyden, for the students; they are lodged with different families in the town. Our guide had three at his house from England, as he told us. A wandering sheep lying at the threshold, as we passed a good-looking house in the street; were told that this was a pensioner upon the public, that it would lie there till it was fed, and then would pass on to some other door. This animal had been brought up the pet of a soldier once quartered at Leyden, and when he changed his situation his favourite was sent into the fields, but preferring human society, it could not be confined amongst its fellows, but ever returned to the town, and, begging its daily food, it passed from door to door of those houses which its old master had frequented, obstinately keeping its station until an alms was bestowed—bread, vegetables, soup, nothing came wrong, and as soon as this was received, the patient mendicant walked quietly away.
Haarlem. — ... Reached Haarlem at five o'clock; went directly to the Cathedral, mounted the tower, an hour too early for the sunset; a splendid and interesting view beyond any we have seen. Looking eastward, the canal seen stretching through houses and among the trees, to the spires of Amsterdam in the distance. A little to the right, the Mere of Haarlem spotted with vessels, the river Spaaren winding among trees through the town; steeple towers of Utrecht beyond the Mere. The Boss, a fine wood and elegant mansion built by —— Hope, now a royal residence; new kirk, fine tower; the sea, and sand-hills beyond the flats glowing under a dazzling western sky. The winding Spaaren again among green fields brings the eye round to the Amsterdam canal, up which we shall glide.... 223-2017>
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT:
Leiden, donderdag de 29ste. — Stonden op en ontdekten dat onze ruime kamer uitkeek op wandelpaden, waarvan wij onmiddellijk aannamen dat zij wel bij de universiteitstuin moesten horen, aangezien men zulke voorzieningen vanzelf associeert met onze eigen academische instellingen; maar zulke luxe bestaat niet voor de studenten van Leiden. Het terrein met zijn beplantingen, waar deze wandelingen doorheen lopen en waarop de zon nu zo vrolijk scheen, was vroeger bedekt met gebouwen die samen met hun bewoners werden verwoest door een ontploffing van een kruitschip dat in 1806 in de naburige gracht lag....
In Leiden zijn geen colleges of aparte studentenwoningen; de studenten wonen verspreid bij gezinnen in de stad. Onze gids vertelde dat hij drie Engelse studenten in huis had. Toen wij langs een fraai huis in de straat liepen, lag er een verdwaald schaap op de drempel; men vertelde ons dat het een soort bedelaar op kosten van het publiek was: het bleef liggen tot het gevoerd werd en trok dan verder naar een andere deur. Dit dier was ooit het lievelingsdier van een soldaat die in Leiden gelegerd was geweest. Toen hij vertrok, werd zijn favoriet naar de velden gestuurd, maar het schaap gaf de voorkeur aan menselijk gezelschap en liet zich niet opsluiten tussen zijn soortgenoten. Het keerde telkens naar de stad terug en bedelde om zijn dagelijks voedsel. Van deur tot deur ging het langs de huizen die zijn vroegere meester had bezocht, koppig op zijn post blijvend tot het een aalmoes kreeg — brood, groenten, soep, niets wees het af — en zodra het iets ontvangen had, wandelde de geduldige bedelaar rustig verder.
Haarlem. — ... Bereikten Haarlem om vijf uur; gingen direct naar de kathedraal en beklommen de toren, een uur te vroeg voor de zonsondergang; een schitterend en boeiend uitzicht, mooier dan alles wat wij tot dusver hadden gezien. Wanneer men naar het oosten keek, zag men het kanaal zich uitstrekken tussen huizen en bomen, tot aan de torenspitsen van Amsterdam in de verte. Iets meer naar rechts lag het Haarlemmermeer, bezaaid met schepen, terwijl de rivier het Spaarne zich kronkelend tussen de bomen door de stad slingerde; voorbij het meer waren de torens van Utrecht zichtbaar. Het Bos, een fraai woud met een elegant landhuis gebouwd door —— Hope, nu een koninklijke residentie; een nieuwe kerk met een mooie toren; de zee en de duinen achter de vlakten, gloeiend onder een verblindende westelijke hemel. Het kronkelende Spaarne leidde het oog opnieuw langs groene velden terug naar het Amsterdamse kanaal, waarover wij verder zouden glijden....
woensdag 27 mei 2026
Peter Handke • 28 mei 1976
• De Oostenrijkse schrijver Peter Handke (1942) publiceerde in 1977 een journaal onder de titel Das Gewicht der Welt.Toen de woorden zich voor mij, beroerd slapend, als op elektronische tijdwaarnemers of op borden met de verspringende aankomst- en vertrektijden van vliegtuigen constant vervormden en de dingen al even razendsnel veranderden totdat er ten slotte geen woord en geen ding meer te onderscheiden was, alleen nog de onophoudelijke gedaanteverwisseling van alle woorden en dingen waarneembaar was, overviel me de angst dat de dood nabij was, waarbij alle mogelijke woorden één groot koeterwaals en alle dingen één groot onding werden (geen helderheid, zoals gewoonlijk beweerd, op het moment van de dood, maar de misselijk makende warboel van de waanzin!)
Mijn dromen: de voorwerpen zijn duidelijker en onscherper: duidelijker in hun onscherpte.
'Ze kunnen niet met elk probleem bij me aankomen'
Iemand die zich alleen maar in het gezelschap van anderen begeeft om het alleen-zijn te leren ('Ik laat me geen vernedering welgevallen – tenslotte heb ik lang genoeg alleen geleefd!') Met zichzelf alleen werden zijn ogen wijd: in het denken, voelen, bij-zich-zijn
140-2013>
dinsdag 26 mei 2026
André Gide • 27 mei 1925
• De Franse schrijver André Gide (1869 -1951) biedt in zijn dagboeken “een caleidoscopisch portret van een man die over zichzelf beweerde: ‘Alle absurde dingen in mijn leven heb ik altijd gedaan uit naam van het verstand.’” Onderstaand fragment gaat over schrijver Paul Léautaud (1872-1956). Uit: Het innerlijk blauw. Een keuze uit het dagboek 1918-1939 (vertaald door Mirjam de Veth).
Cuverville, eind mei
Bezoek van Paul Valéry. Vijf hoofdstukken van Les Faux-Monnayeurs in het net geschreven en uitgetypt. Een saai karwei, maar wel passend bij mijn lusteloosheid. Ik reken op Congo om daaroverheen te komen. De voorbereiding van deze reis en de verwachting nieuwe landen te zien heeft het heden van zijn glans beroofd, ik merk hoe waar het is dat het geluk schuilt in het moment. Alles lijkt me alleen nog voorlopig. (De hoop op het eeuwige leven munt daar ook in uit.)
Mijn ogen zijn de laatste tijd erg achteruitgegaan Een bril verhelpt dat gebrek. Bestond er ook maar een bril voor mijn hersens! De moeite die het mijn geest kost een te onderzoeken idee 'scherp te stellen'; net als mijn ogen nu. De omtrekken blijven vaag.
Cuverville, eind mei
Bezoek van Paul Valéry. Vijf hoofdstukken van Les Faux-Monnayeurs in het net geschreven en uitgetypt. Een saai karwei, maar wel passend bij mijn lusteloosheid. Ik reken op Congo om daaroverheen te komen. De voorbereiding van deze reis en de verwachting nieuwe landen te zien heeft het heden van zijn glans beroofd, ik merk hoe waar het is dat het geluk schuilt in het moment. Alles lijkt me alleen nog voorlopig. (De hoop op het eeuwige leven munt daar ook in uit.)
Mijn ogen zijn de laatste tijd erg achteruitgegaan Een bril verhelpt dat gebrek. Bestond er ook maar een bril voor mijn hersens! De moeite die het mijn geest kost een te onderzoeken idee 'scherp te stellen'; net als mijn ogen nu. De omtrekken blijven vaag.
maandag 25 mei 2026
Klaus Mann • 26 mei 1933
• Klaus Mann (1906-1949) was een Duitse schrijver. Zijn dagboeken uit de periode 1933-1949 zijn vertaald als Opgejaagd, gedoemd, verloren (vertaald door W. Hansen).
Parijs, hotel Jacob, 26 mei 1933 De reis deels een lichte kwelling, hoofdpijn, weinig geslapen; deels mooi. Rode wijn in de restauratiewagen. Café au lait in Lyon. Gelezen: Marianne, biografie van Poe, Döblin. Om 9 uur hier aangekomen. Mijn oude kamer. Als eerste Mops op bezoek. Daarna Nebel. René bij Mops. Meteen wat over politiek gepraat (zowel hij als Mops willen niets weten van punten van overeenkomst tussen nazisme en bolsjewisme). Wolfgang met zijn aardige Teddy Villeneuve. Wolfgang, ziek geweest, heel bleek, mager en edel. Vanmiddag met Feist gegeten in restaurant Beige, niet veel nieuws. Met W. genomen [drugs], thee gedronken met hem en Villeneuve, veel kleine gebakjes. Voel me goed bij hen, ondanks hun wat demonstratieve wederzijdse genegenheid. Brief (protest bij de PEN-Club) van David Luschnat; hem meteen beantwoorden. [...]
[Parijs] 27 mei 1933 [...] Gelanterfant; cocktail in de arcaden van het Lido. Naar Fouquet. Daar: Binder (mooi), Berthold Viertel, Porada, de heer Bruckner, Colin met een oude homme de lettres (Grène of zoiets), volle witte baard, Dreyfus-affaire, samen met Proust een revue uitgegeven, liberaal. [...] Even Roth en Ivan Goll. Kesten, aardig. Vertelt me — sensationeel genoeg — dat Benn op mijn brief in de DAZ [Deutsche Allgemeine Zeitung] en voor de radio heel boosaardig reageert. Zo zit dat dus. [...]
t [Parijs] 28 mei 1933 [...] Het 'antwoord' van Benn is hier aangekomen. Bijna ontroerend uitgebreid, maar ben ontsteld over het zwakke niveau enz. Vanavond met z'n zevenen gegeten (+ N., Merita, Mops Bruckner) in de Auberge du Luxembourg. Allemaal naar de film boulevard Raspail: Lady Lou met Mae West, die heel mooi was. Behoorlijke film, beetje taai. Met Colin, eigenaar van de bioscoop, zaal en podium bekeken. Met z'n allen naar Dome. Gustaf flaneert voorbij. Dodelijk vermoeid.143-2015>
Parijs, hotel Jacob, 26 mei 1933 De reis deels een lichte kwelling, hoofdpijn, weinig geslapen; deels mooi. Rode wijn in de restauratiewagen. Café au lait in Lyon. Gelezen: Marianne, biografie van Poe, Döblin. Om 9 uur hier aangekomen. Mijn oude kamer. Als eerste Mops op bezoek. Daarna Nebel. René bij Mops. Meteen wat over politiek gepraat (zowel hij als Mops willen niets weten van punten van overeenkomst tussen nazisme en bolsjewisme). Wolfgang met zijn aardige Teddy Villeneuve. Wolfgang, ziek geweest, heel bleek, mager en edel. Vanmiddag met Feist gegeten in restaurant Beige, niet veel nieuws. Met W. genomen [drugs], thee gedronken met hem en Villeneuve, veel kleine gebakjes. Voel me goed bij hen, ondanks hun wat demonstratieve wederzijdse genegenheid. Brief (protest bij de PEN-Club) van David Luschnat; hem meteen beantwoorden. [...]
[Parijs] 27 mei 1933 [...] Gelanterfant; cocktail in de arcaden van het Lido. Naar Fouquet. Daar: Binder (mooi), Berthold Viertel, Porada, de heer Bruckner, Colin met een oude homme de lettres (Grène of zoiets), volle witte baard, Dreyfus-affaire, samen met Proust een revue uitgegeven, liberaal. [...] Even Roth en Ivan Goll. Kesten, aardig. Vertelt me — sensationeel genoeg — dat Benn op mijn brief in de DAZ [Deutsche Allgemeine Zeitung] en voor de radio heel boosaardig reageert. Zo zit dat dus. [...]
t [Parijs] 28 mei 1933 [...] Het 'antwoord' van Benn is hier aangekomen. Bijna ontroerend uitgebreid, maar ben ontsteld over het zwakke niveau enz. Vanavond met z'n zevenen gegeten (+ N., Merita, Mops Bruckner) in de Auberge du Luxembourg. Allemaal naar de film boulevard Raspail: Lady Lou met Mae West, die heel mooi was. Behoorlijke film, beetje taai. Met Colin, eigenaar van de bioscoop, zaal en podium bekeken. Met z'n allen naar Dome. Gustaf flaneert voorbij. Dodelijk vermoeid.143-2015>
zondag 24 mei 2026
István Radnai • 25 mei 1914
• István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij.
Medan 24 mei 1914
We hebben bijna besloten naar Singapore te gaan om van daar weer terug te keren naar Hongarije. Wat een schande! Nauwelijks zijn we hier aangekomen en we gaan meteen terug naar huis om alles weer op te pikken waar we het lieten liggen. Misschien krijgt Tarnay inderdaad gelijk: ‘Binnen zes maanden zijn jullie weer thuis. En dan blijft jullie niet eens de illusie over dat je in het buitenland wel je geluk kan vinden, als het hier niet lukt.’ En dan ben ik er ook zeker van dat ik mijn hele leven door ongeluk vervolgd word. Nu zou ik al graag van alle menselijke verlangens, heimwee en dergelijke afzien als mijn financiële situatie het verblijf hier mogelijk zou maken. Een onverwacht humane mededeling van onze hotelbaas, wat je van een voormalige matroos niet zou verwachten, maakt grote indruk op ons. Hij deelde ons mee: ‘U, heren, bent niet hier gekomen om na een paar weken weer naar huis te gaan. Als uw geld op is, dan kunt u hier blijven zolang u maar wilt. U heeft zich gedragen als gentlemen, ik zal het ook doen. Het geld groeit natuurlijk niet op mijn rug, maar als u een baan heeft gevonden kunt u het mij terugbetalen. Ik ga er trouwens niet van uit dat uw geld voortijdig opraakt. Het vinden van een baan is een kwestie van weken. Hooguit!’ We hebben vandaag met een administrateur kennisgemaakt die hier een hoog aanzien geniet. Hij heet Kemmler en hij is ook nog de baas van Mészáros. Hij lachte ons uit toen we over onze zorgen spraken. We hebben weer eens gehoord: ‘Seien Sie nicht besorgt, hier an der Ostküste kommt alles zurecht.’ Hij beloofde ons dat hij ons zeker morele steun zou verlenen. Vanavond was er een lichte aardbeving hier en we zagen een vampiervleermuis boven de stad vliegen, die was zo groot als een gans.
Medan 24 mei 1914
We hebben bijna besloten naar Singapore te gaan om van daar weer terug te keren naar Hongarije. Wat een schande! Nauwelijks zijn we hier aangekomen en we gaan meteen terug naar huis om alles weer op te pikken waar we het lieten liggen. Misschien krijgt Tarnay inderdaad gelijk: ‘Binnen zes maanden zijn jullie weer thuis. En dan blijft jullie niet eens de illusie over dat je in het buitenland wel je geluk kan vinden, als het hier niet lukt.’ En dan ben ik er ook zeker van dat ik mijn hele leven door ongeluk vervolgd word. Nu zou ik al graag van alle menselijke verlangens, heimwee en dergelijke afzien als mijn financiële situatie het verblijf hier mogelijk zou maken. Een onverwacht humane mededeling van onze hotelbaas, wat je van een voormalige matroos niet zou verwachten, maakt grote indruk op ons. Hij deelde ons mee: ‘U, heren, bent niet hier gekomen om na een paar weken weer naar huis te gaan. Als uw geld op is, dan kunt u hier blijven zolang u maar wilt. U heeft zich gedragen als gentlemen, ik zal het ook doen. Het geld groeit natuurlijk niet op mijn rug, maar als u een baan heeft gevonden kunt u het mij terugbetalen. Ik ga er trouwens niet van uit dat uw geld voortijdig opraakt. Het vinden van een baan is een kwestie van weken. Hooguit!’ We hebben vandaag met een administrateur kennisgemaakt die hier een hoog aanzien geniet. Hij heet Kemmler en hij is ook nog de baas van Mészáros. Hij lachte ons uit toen we over onze zorgen spraken. We hebben weer eens gehoord: ‘Seien Sie nicht besorgt, hier an der Ostküste kommt alles zurecht.’ Hij beloofde ons dat hij ons zeker morele steun zou verlenen. Vanavond was er een lichte aardbeving hier en we zagen een vampiervleermuis boven de stad vliegen, die was zo groot als een gans.
Daniil Charms • 24 mei 1931
• Daniil Charms (1905-1942) staat tegenwoordig bekend als Ruslands grootste absurdistische schrijver en dichter, maar de weg naar deze roem was moeilijk.
[MEI 1931] De kracht die woorden in zich hebben moet worden vrijgemaakt. Er bestaan woordsamenstellingen, waarbij het effect van deze kracht aanmerkelijk sterker aan de dag treedt. Het is niet juist om te denken dat deze kracht voorwerpen tot bewegen dwingt. Ik ben ervan overtuigd dat woordkracht ook hiertoe in staat is. Maar het meest waardevolle effect van deze kracht is praktisch ondefinieerbaar. Een ruwe voorstelling ervan vinden we in het ritme van metrische verzen. Een gecompliceerd medium als de hulp van metrische verzen om een of ander lichaamsdeel te bewegen, moeten we evenmin als een verzinsel zien. Deze zeer grove werking van woordkracht is waarschijnlijk niet toegankelijk voor ons redenerend begrip. Als we al aan een methode van onderzoek naar deze krachten denken, dan moet deze totaal anders zijn dan die, welke tot nu toe in de wetenschap werden toegepast. Voorop staat, dat feit of ervaring hier niet als bewijs kan gelden. Ik vind het moeilijk om aan te geven, waardoor een en ander bewezen en gecontroleerd moet worden. Voorlopig ken ik vier soorten verbale werktuigen: gedichten, gebeden, liederen en toverspreuken. Deze zijn niet door berekening of redenering tot stand gekomen, maar langs een andere weg, die we ALFABET noemen.
[MEI 1931] De kracht die woorden in zich hebben moet worden vrijgemaakt. Er bestaan woordsamenstellingen, waarbij het effect van deze kracht aanmerkelijk sterker aan de dag treedt. Het is niet juist om te denken dat deze kracht voorwerpen tot bewegen dwingt. Ik ben ervan overtuigd dat woordkracht ook hiertoe in staat is. Maar het meest waardevolle effect van deze kracht is praktisch ondefinieerbaar. Een ruwe voorstelling ervan vinden we in het ritme van metrische verzen. Een gecompliceerd medium als de hulp van metrische verzen om een of ander lichaamsdeel te bewegen, moeten we evenmin als een verzinsel zien. Deze zeer grove werking van woordkracht is waarschijnlijk niet toegankelijk voor ons redenerend begrip. Als we al aan een methode van onderzoek naar deze krachten denken, dan moet deze totaal anders zijn dan die, welke tot nu toe in de wetenschap werden toegepast. Voorop staat, dat feit of ervaring hier niet als bewijs kan gelden. Ik vind het moeilijk om aan te geven, waardoor een en ander bewezen en gecontroleerd moet worden. Voorlopig ken ik vier soorten verbale werktuigen: gedichten, gebeden, liederen en toverspreuken. Deze zijn niet door berekening of redenering tot stand gekomen, maar langs een andere weg, die we ALFABET noemen.
Josep Pla • 23 mei 1918
• De journalen van de Catalaanse schrijver Josep Pla i Casadevall (1897-1981) omvatten zo’n 30.000 bladzijden vol dagboekaantekeningen, reisimpressies, invallen en literaire portretten. Het grijze schrift (vertaald door Adri Boon) bestrijkt de jaren 1918-1920, voordat de jonge Pla als dagbladcorrespondent naar Parijs vertrok.
23 mei. Na zijn lange winterse retraite heeft de schildpad uit de tuin weer tekenen van leven gegeven. Het is mogelijk dat hij al enige dagen rondloopt; ik had er tot op heden nog niets van gemerkt. Ik zie hoe hij met zijn geelgestreepte schild in de schaduw van de potten met hortensia's kruipt. Hij steekt zijn kop van goedmoedig reptiel uit, vertoont een belachelijke staart, beweegt zijn poten met dwaze en groteske traagheid. Ik weet niet welke parasitaire prikkel de schildpad ertoe brengt in de nabijheid van de mens te willen leven. In alle windstreken en in alle klimaten is de hond een kostganger van de mens. De rat is een parasiet van het mensenras. De kat is een parasiet van de ratten. De mens omringt zich met huisdieren om ze aan tafel met vork en mes te verorberen. Wat vindt de schildpad in de nabijheid van de mensen dat hij zich er zo uitstekend aan aanpast?
Onze schildpad is zeer oud. Wij zijn even gewend aan zijn aanwezigheid in de zomer als aan zijn afwezigheid in de winter. Wij slaan helemaal geen acht op zijn bewegingen. Hij is een onderdeel van de tuin, net zo goed als de sinaasappelbomen, de palmen, de houtstapel dat zijn. Hij is niets meer dan een onbeduidend detail van de aarde. Sinds de schildpad in de tuin leeft, hebben we diverse honden gehad. De verhouding tussen de schildpad en de opeenvolgende honden was altijd slecht. De schildpad heeft de duivelse gewoonte, wat misschien alleen maar een voorwaardelijke reflex is, om op de slaapplaats van de hond te wateren. Deze betreurenswaardige realiteit brengt de hond tot grote woede. Zodra de hond de schildpad ontwaart, loopt deze op hem af en kiepert hem met zijn poot op zijn rug, keert hem om zoals iemand een bord soep omkeert. De schildpad ligt dan met zijn buik in de zon. Met zijn poten, zijn staart en zijn kop maakt hij allerhande bewegingen om overeind te komen. Tevergeefs. Hij slaagt er niet in overeind te komen. Hij zou zijn hele verdere leven met zijn buik omhoog blijven liggen als een van ons hem niet weer met zijn poten op de grond zette. Als de hond getuige is van die handeling, begint hij bij wijze van protest uitzinnig te blaffen. Zo het voortbestaan van schildpadden aan het criterium van honden onderworpen was, zou het soort dus waarschijnlijk al uitgestorven zijn. Een omgedraaide, ondersteboven gekeerde schildpad sterft op den duur. Uit zichzelf kan hij niet overeind komen en ik geloof niet dat een ander beest hem daarbij zou helpen. Maar mannen en vrouwen, jongens en meisjes, en zelfs kinderen kunnen een op zijn rug gekeerde schildpad niet aanzien en zetten hem op zijn pootjes. Ik weet niet of wij dat uit sentimentaliteit doen; wellicht doen wij het omdat we de aanblik van een schildpad met zijn buik in de zon — et de aanblik van die witte, slijkkleurige buik — afschuwelijker vinden dan een schildpad met zijn pootjes op de grond. En aldus zijn — in ieder geval — de honden de boze geest van de schildpadden terwijl de mensen hun welwillende en aanbiddelijke voorzienigheid vormen.
23 mei. Na zijn lange winterse retraite heeft de schildpad uit de tuin weer tekenen van leven gegeven. Het is mogelijk dat hij al enige dagen rondloopt; ik had er tot op heden nog niets van gemerkt. Ik zie hoe hij met zijn geelgestreepte schild in de schaduw van de potten met hortensia's kruipt. Hij steekt zijn kop van goedmoedig reptiel uit, vertoont een belachelijke staart, beweegt zijn poten met dwaze en groteske traagheid. Ik weet niet welke parasitaire prikkel de schildpad ertoe brengt in de nabijheid van de mens te willen leven. In alle windstreken en in alle klimaten is de hond een kostganger van de mens. De rat is een parasiet van het mensenras. De kat is een parasiet van de ratten. De mens omringt zich met huisdieren om ze aan tafel met vork en mes te verorberen. Wat vindt de schildpad in de nabijheid van de mensen dat hij zich er zo uitstekend aan aanpast?
Onze schildpad is zeer oud. Wij zijn even gewend aan zijn aanwezigheid in de zomer als aan zijn afwezigheid in de winter. Wij slaan helemaal geen acht op zijn bewegingen. Hij is een onderdeel van de tuin, net zo goed als de sinaasappelbomen, de palmen, de houtstapel dat zijn. Hij is niets meer dan een onbeduidend detail van de aarde. Sinds de schildpad in de tuin leeft, hebben we diverse honden gehad. De verhouding tussen de schildpad en de opeenvolgende honden was altijd slecht. De schildpad heeft de duivelse gewoonte, wat misschien alleen maar een voorwaardelijke reflex is, om op de slaapplaats van de hond te wateren. Deze betreurenswaardige realiteit brengt de hond tot grote woede. Zodra de hond de schildpad ontwaart, loopt deze op hem af en kiepert hem met zijn poot op zijn rug, keert hem om zoals iemand een bord soep omkeert. De schildpad ligt dan met zijn buik in de zon. Met zijn poten, zijn staart en zijn kop maakt hij allerhande bewegingen om overeind te komen. Tevergeefs. Hij slaagt er niet in overeind te komen. Hij zou zijn hele verdere leven met zijn buik omhoog blijven liggen als een van ons hem niet weer met zijn poten op de grond zette. Als de hond getuige is van die handeling, begint hij bij wijze van protest uitzinnig te blaffen. Zo het voortbestaan van schildpadden aan het criterium van honden onderworpen was, zou het soort dus waarschijnlijk al uitgestorven zijn. Een omgedraaide, ondersteboven gekeerde schildpad sterft op den duur. Uit zichzelf kan hij niet overeind komen en ik geloof niet dat een ander beest hem daarbij zou helpen. Maar mannen en vrouwen, jongens en meisjes, en zelfs kinderen kunnen een op zijn rug gekeerde schildpad niet aanzien en zetten hem op zijn pootjes. Ik weet niet of wij dat uit sentimentaliteit doen; wellicht doen wij het omdat we de aanblik van een schildpad met zijn buik in de zon — et de aanblik van die witte, slijkkleurige buik — afschuwelijker vinden dan een schildpad met zijn pootjes op de grond. En aldus zijn — in ieder geval — de honden de boze geest van de schildpadden terwijl de mensen hun welwillende en aanbiddelijke voorzienigheid vormen.
donderdag 21 mei 2026
István Radnai • 22 mei 1914
• István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij.
Medan 22 mei 1914
Gemke heeft een prachtige baan gekregen. Hij werkte ooit al op Sumatra, maar hij moest voor genezing naar huis omdat hij door een Maleier met een mes lelijk toegetakeld werd. Dat hij hier werk heeft gevonden is voor mij echter geen troost. Voor de Nederlanders is het hier geen probleem een baan te vinden. Je wordt hier gek van verveling. Als ik ertoe veroordeeld zou worden hier mijn hele leven door te brengen, dan zou ik me zonder meer direct voor de kop schieten. De uitzichten om hier een baan te vinden zijn niet bijzonder goed. We krijgen de ene afwijzing na de andere. Meestal 2 à 3 stuks per dag. Misschien vinden we toch iets tegen 9 juni. Langer kunnen we vanwege ons gebrek aan geld niet meer wachten. Als het zover is dan moet ik naar Singapore en hoop dan binnen enkele dagen werk te vinden of ik word steward op een boot die naar Europa vaart. Van de hulp van de consul wil ik in het uiterste geval gebruik maken. Het was onverstandig van me naar László te luisteren en zonder meer naar dit onbekende land te reizen. Ik kende toch zijn onnozele ideeën. Nu is er niets meer aan te doen, het is mosterd na de maaltijd. Het is wel erg genant dat je je hele leven lang alleen van je eigen schuld iets kunt leren. Ik wil eindelijk eens volleerd zijn. Wat voor werk zal ik nog allemaal doen? Ik zou dolgraag weten waar en wanneer ik eindelijk mijn rust kan vinden. Ik was al aspirant-technicus in de textielindustrie, boer, soldaat, kantoorklerk, venter, bijna redacteur en nu ben ik aspirant-planter. Binnenkort word ik misschien ober op een boot of stoker en daarna fotograaf. Kan een jongmens van amper 22 zich een leven wensen dat meer afwisseling biedt?
Medan 22 mei 1914
Gemke heeft een prachtige baan gekregen. Hij werkte ooit al op Sumatra, maar hij moest voor genezing naar huis omdat hij door een Maleier met een mes lelijk toegetakeld werd. Dat hij hier werk heeft gevonden is voor mij echter geen troost. Voor de Nederlanders is het hier geen probleem een baan te vinden. Je wordt hier gek van verveling. Als ik ertoe veroordeeld zou worden hier mijn hele leven door te brengen, dan zou ik me zonder meer direct voor de kop schieten. De uitzichten om hier een baan te vinden zijn niet bijzonder goed. We krijgen de ene afwijzing na de andere. Meestal 2 à 3 stuks per dag. Misschien vinden we toch iets tegen 9 juni. Langer kunnen we vanwege ons gebrek aan geld niet meer wachten. Als het zover is dan moet ik naar Singapore en hoop dan binnen enkele dagen werk te vinden of ik word steward op een boot die naar Europa vaart. Van de hulp van de consul wil ik in het uiterste geval gebruik maken. Het was onverstandig van me naar László te luisteren en zonder meer naar dit onbekende land te reizen. Ik kende toch zijn onnozele ideeën. Nu is er niets meer aan te doen, het is mosterd na de maaltijd. Het is wel erg genant dat je je hele leven lang alleen van je eigen schuld iets kunt leren. Ik wil eindelijk eens volleerd zijn. Wat voor werk zal ik nog allemaal doen? Ik zou dolgraag weten waar en wanneer ik eindelijk mijn rust kan vinden. Ik was al aspirant-technicus in de textielindustrie, boer, soldaat, kantoorklerk, venter, bijna redacteur en nu ben ik aspirant-planter. Binnenkort word ik misschien ober op een boot of stoker en daarna fotograaf. Kan een jongmens van amper 22 zich een leven wensen dat meer afwisseling biedt?
woensdag 20 mei 2026
Zinaida Hippius • 21 mei 1917
• Zinaida Nikolajevna Hippius (1869-1945) was een Russische dichteres en schrijfster. In De schittering van woorden zijn onder meer dagboekaantekeningen en brieven van haar opgenomen. Vertaling: Mieke en Mouring Lindenburg.
20 mei
Morgen is het Pinksteren. Het is vochtig weer. De weg is nog niet hersteld. De telegraaf is als gevolg van de sneeuwstorm die heel Rusland heeft geteisterd, uitgevallen.
Gezien de precaire toestand in het achterland en de ondoorzichtige situatie aan het front valt het niet mee om hier te zitten. Maar ik geef me niet aan somberheid over. Dat zou zondig zijn.
Kerenskij is minister van oorlog. Tot nu toe doet hij het uitstekend.
Kerenskij is de juiste man op de juiste plaats. The right man on the right place, zoals die slimme Engelsen zeggen. Of is hij the right man on the right moment? En als dat nu alleen maar for one moment is? Laten we er maar niet naar gissen. In ieder geval heeft hij het recht om zich over de oorlog en voor de oorlog uit te spreken — juist omdat hij tegen de oorlog is (an sich). Volgens de domme terminologie van de `overwinningsfanatici' was hij een `défaitist' (ik werd ook `défaitiste' genoemd).
20 mei
Morgen is het Pinksteren. Het is vochtig weer. De weg is nog niet hersteld. De telegraaf is als gevolg van de sneeuwstorm die heel Rusland heeft geteisterd, uitgevallen.
Gezien de precaire toestand in het achterland en de ondoorzichtige situatie aan het front valt het niet mee om hier te zitten. Maar ik geef me niet aan somberheid over. Dat zou zondig zijn.
Kerenskij is minister van oorlog. Tot nu toe doet hij het uitstekend.
Kerenskij is de juiste man op de juiste plaats. The right man on the right place, zoals die slimme Engelsen zeggen. Of is hij the right man on the right moment? En als dat nu alleen maar for one moment is? Laten we er maar niet naar gissen. In ieder geval heeft hij het recht om zich over de oorlog en voor de oorlog uit te spreken — juist omdat hij tegen de oorlog is (an sich). Volgens de domme terminologie van de `overwinningsfanatici' was hij een `défaitist' (ik werd ook `défaitiste' genoemd).
dinsdag 19 mei 2026
István Radnai • 20 mei 1914
• István Radnai(1893-?) was een Hongaar die in 1914 in Deli terechtkwam. Hij hield toen een dagboek bij.
Medan, 20-21 mei 1914
Alles is vergeefs, ik raak toch nooit gewend aan de Hollanders. Reeds op de boot vond ik hen onsympathiek, maar hier is het nog erger geworden. Hun scheldnaam in het Duits is Käsköpfe. Ze zijn gewoon onuitstaanbaar. Waarom? Ik kan het zo gauw ook niet zeggen. Misschien door hun lelijke krakende taal die ik niet begrijp. Maar wat ze hier in Deli doen, daarvoor neem ik mijn hoed af. Iedere plantage heeft een spoorwegverbinding. Naar die plantages, die met de trein toch niet te bereiken zijn, kun je met de auto op de prachtigste geasfalteerde straten rijden. Er is geen sprake van een ontzettend cultuurgebrek, zoals mijn vriend Béla Májerszky verteld heeft. Hier zijn weliswaar geen grote fabrieken, maar als je aan de verhoudingen hier went dan kun je je net zo goed voelen als in Europa. Het lukt wel als je ook gezelschap hebt, en dat kun je hier makkelijk vinden. Het duidelijkste bewijs dat je hier goed kunt leven, is het feit dat de blanken die al 1-2 jaar hier zitten, zich erg op hun gemak voelen en niet eens eraan denken Sumatra te verlaten. Ze zeggen: ‘Het is leuk in Europa als je geld hebt, maar als je het niet hebt dan is Deli honderdmaal beter.’ In de hoofdstad zijn er 3 bioscopen op Europees niveau. Iedere maand komt een Europees circus of variété naar de stad. Alle grote Europese kranten zijn hier te koop. Verdomme, de duivel mag hen halen! Het is al bij al toch niet de Andrássy straat, of het ‘bier cabaret’ op het Erzsébetplein. Wat zou het toch leuk zijn daar nog eens te zitten.
Medan, 20-21 mei 1914
Alles is vergeefs, ik raak toch nooit gewend aan de Hollanders. Reeds op de boot vond ik hen onsympathiek, maar hier is het nog erger geworden. Hun scheldnaam in het Duits is Käsköpfe. Ze zijn gewoon onuitstaanbaar. Waarom? Ik kan het zo gauw ook niet zeggen. Misschien door hun lelijke krakende taal die ik niet begrijp. Maar wat ze hier in Deli doen, daarvoor neem ik mijn hoed af. Iedere plantage heeft een spoorwegverbinding. Naar die plantages, die met de trein toch niet te bereiken zijn, kun je met de auto op de prachtigste geasfalteerde straten rijden. Er is geen sprake van een ontzettend cultuurgebrek, zoals mijn vriend Béla Májerszky verteld heeft. Hier zijn weliswaar geen grote fabrieken, maar als je aan de verhoudingen hier went dan kun je je net zo goed voelen als in Europa. Het lukt wel als je ook gezelschap hebt, en dat kun je hier makkelijk vinden. Het duidelijkste bewijs dat je hier goed kunt leven, is het feit dat de blanken die al 1-2 jaar hier zitten, zich erg op hun gemak voelen en niet eens eraan denken Sumatra te verlaten. Ze zeggen: ‘Het is leuk in Europa als je geld hebt, maar als je het niet hebt dan is Deli honderdmaal beter.’ In de hoofdstad zijn er 3 bioscopen op Europees niveau. Iedere maand komt een Europees circus of variété naar de stad. Alle grote Europese kranten zijn hier te koop. Verdomme, de duivel mag hen halen! Het is al bij al toch niet de Andrássy straat, of het ‘bier cabaret’ op het Erzsébetplein. Wat zou het toch leuk zijn daar nog eens te zitten.
maandag 18 mei 2026
Guillaume Groen van Prinsterer • 19 mei 1822
• Guillaume (Willem) Groen van Prinsterer (1801-1876) was een Nederlands politicus en historicus. Zijn dagboeken 1821-1876 staan online bij Historici.nl.
19 mei 1822
Deze dag was voor mij alleraangenaamst. Ik ging ter kerke bij prof. van der Palm, waar wij naar aanleiding van 1 J[oh]. 19 v. 19-21 eene heerlijke preek over het karakter der oude godsgezanten hoorden, welke de tegenwoordige nietsbeduidendheid tot staatkundige veinsaards zoekt te verlagen, terwijl zij door hunne hoogere stemming niet alleen boven het gros der menschen, maar boven de braafsten zelfs onder hen verheven waren en schenen de perken der stoffelijkheid reeds te hebben overschreden. Om half twaalf reed ik met [Jaap Elout] naar Den Haag in de hoop van [zijne Mathilde?] aldaar te zullen vinden; daar deze reeds vertrokken was, reden wij, na bij ons wafelen met madera gebruikt te hebben, wederom af en kwamen om 3V4 [?] uur op Blankenburg, de plaats van den heer Elout, aan. Wij vonden aldaar de heeren Smissaert. Met Henriette Elout en de freule Asthbeck, twee allerliefste meisjes, deden wij voor het dîner eene mooije wandeling. Na den eten wandelden de heeren naar de boerderij, waar alles naauwkeurig opgenomen werd. De heer Cambier met zijne vrouw en de heer van Lennep, alsmede de heer Rengers kwamen eene visite doen. Met den laatsten en de dames, drie jufvrouwen Elout, want Santje logeerde te Haarlem, de freule Asthbeck en de freule Kempenaar; wier broeder ook met ons gedineerd had, deden wij weder een zeer aangenaam tourtje. Om 9 uur reden wij af en toen ik te Leijden op de sociëteit kwam, vond ik tot mijn groóte verwondering Henri Hoffman, die mij een paar dagen tevoren geschreven had, dat de koorts het hem onmogelijk maakte mij te komen opzoeken. Met dezen onverwachten logeergast soupeerde ik bij mevrouw Fremery, 't geen dezen dag op eene pleizierige wijze besloot en om 12 uur gingen wij naar huis. Het overheerlijke weder had tot de genoegens door mij gesmaakt niet weinig toegebragt.
142-2012>
zondag 17 mei 2026
Thea Citroen • 18 mei 1940
• Thea Citroen (1921- Auschwitz 1942) was kinderverzorgster. Ze was verliefd op hoogleraar Nico Donkersloot (als dichter bekend als Anthonie Donker), een soms obsessieve verliefdheid waar ze in haar dagboek veel over schreef.
Op de ochtend van die 10de mei is Donkersloot naar Rotterdam vertrokken. Thea schrijft die week in algemene termen over het oorlogsleed, maar bekent al snel dat zij eigenlijk alleen maar ‘tot gekwordens toe’ bezorgd is om hém. Op zaterdag 18 mei houdt ze het niet meer uit:
M'n laatste redmiddel was: in de Wolkenkrabber [de flat waar Donkersloot woonde] informeren, maar er was nog geen bericht. En dus: op naar Rotterdam. In den Haag bij Oom Sieg [Siegfried Citroen] geslapen en nog wist ik niets. Zondagochtend per fiets via van Kranendonk naar Rotterdam, naar de Spoorsingel, naar hem. Toen hij me opendeed en 'k wist dat-ie leefde, gezond was, had ik wel direct weer rechtsomkeert willen maken, maar hij zei: ‘loopt U even door’ en toen moest ik wel. Goed dat ik mijn tranen heb ingehouden want hij vindt me nu toch al volkomen gek. Het wonderlijke is dat het me niets kan schelen of hij me uitlacht (en dat zal hij zeker en zich een beetje beledigd voelen dat zo een scharminkel om hem naar Rotterdam fietst) nu woog werkelijk het zwaarste: te weten of hij ongedeerd was. Ter Braak en de anderen vond hij overhaast (ik ben blij dat hij nooit zoiets zal doen, maar dat wist ik eigenlijk wel) en hij was vol lieve dingen over z'n jongetje [zoontje Henk].
Hij heeft anders heel wat meegemaakt: 5 uur over A'dam - R'dam met een auto'tje, tijdens het grote bombardement in de gang gestaan met z'n vader en Henk die vroeg: ‘Ik ben niet bang, hè Vader?’ Hij kan zich merkwaardig goed beheersen: ik meldde hem de dood van Ter Braak en zijn gezicht bleef volkomen onbewogen, terwijl dit hem toch diep geschokt zal hebben. Ik heb, meen ik, enkele keren gestotterd dat ik zo blij was dat hij er goed afgekomen was en op zijn vraag of ik familie in Rotterdam had, zei ik ‘nee’. 't Was misschien beter geweest om ‘ja’ te liegen. Maar jammer genoeg gaan leugens me nooit goed af. Toen naar Delft gefietst ‘met vreugde in het hart’ naar [Dirk] Coster die me ontving met de woorden ‘U zult wel erg blij zijn’. Ik wil graag geloven dat het van mijn gezicht af te lezen was! De vorige dag was ik ook even in Delft geweest maar toen was hij er niet. Coster vond me helemaal een vreemd insect, vroeg wat ik deed, of ik hem (D) allang kende (‘nauwelijks’ zei ik, en Coster luchtte merkbaar op) en zei toen: ‘Zeker vereert U Donker's werk dermate dat U wilde weten hoe hij het maakte.’ ‘Ja’, antwoordde ik braaf. Hij houdt veel van Donker, dat kun je wel merken, maar hij is veel materiëler, ik zou haast zeggen ‘kleinbehuisder’ van binnen. Terwijl Donker zegt: ‘als ze je gaan martelen kun je ze nog altijd vóór zijn door een pilletje te nemen’, zegt Coster: ‘tja, Donkersloot en ik zullen het misschien zwaar te verantwoorden hebben, we moeten nodig eens beraadslagen.’ Coster bood me direct aan: sigaret, koffie, limonade, die ik alle weigerde (‘tuurlijk, ik kom toch zeker niet om te eten!). Hij zat me op te nemen of ik een wonderlijk gedierte was. Toch moet het wel een aardig mens zijn als Donker van hem houdt.
Zonder iemand iets te vertellen is Thea midden in die chaotische dagen van huis gegaan. Bij terugkeer vindt ze maar weinig begrip in eigen kring, bij ouders, broer, nichtje Tini, tante Lena (Anna's zuster) en haar beste vriendin Alma.
Terug in Amsterdam: Vader die me aan z'n hart knelt midden op de Dam, Moeder thuis met Karel half daas van ongerustheid, Tini met tante Lena aanwezig. Tja, toen moest het wel verteld van Donker. Wàt moest verteld. Waarom waren jullie, Alma incluis ongerust? Waarom nemen jullie het gewichtig? Er is niets gewichtigs te nemen, wanneer hij het raar vindt. En ik mag toch wel van hem houden?446-2019>
Op de ochtend van die 10de mei is Donkersloot naar Rotterdam vertrokken. Thea schrijft die week in algemene termen over het oorlogsleed, maar bekent al snel dat zij eigenlijk alleen maar ‘tot gekwordens toe’ bezorgd is om hém. Op zaterdag 18 mei houdt ze het niet meer uit:
M'n laatste redmiddel was: in de Wolkenkrabber [de flat waar Donkersloot woonde] informeren, maar er was nog geen bericht. En dus: op naar Rotterdam. In den Haag bij Oom Sieg [Siegfried Citroen] geslapen en nog wist ik niets. Zondagochtend per fiets via van Kranendonk naar Rotterdam, naar de Spoorsingel, naar hem. Toen hij me opendeed en 'k wist dat-ie leefde, gezond was, had ik wel direct weer rechtsomkeert willen maken, maar hij zei: ‘loopt U even door’ en toen moest ik wel. Goed dat ik mijn tranen heb ingehouden want hij vindt me nu toch al volkomen gek. Het wonderlijke is dat het me niets kan schelen of hij me uitlacht (en dat zal hij zeker en zich een beetje beledigd voelen dat zo een scharminkel om hem naar Rotterdam fietst) nu woog werkelijk het zwaarste: te weten of hij ongedeerd was. Ter Braak en de anderen vond hij overhaast (ik ben blij dat hij nooit zoiets zal doen, maar dat wist ik eigenlijk wel) en hij was vol lieve dingen over z'n jongetje [zoontje Henk].
Hij heeft anders heel wat meegemaakt: 5 uur over A'dam - R'dam met een auto'tje, tijdens het grote bombardement in de gang gestaan met z'n vader en Henk die vroeg: ‘Ik ben niet bang, hè Vader?’ Hij kan zich merkwaardig goed beheersen: ik meldde hem de dood van Ter Braak en zijn gezicht bleef volkomen onbewogen, terwijl dit hem toch diep geschokt zal hebben. Ik heb, meen ik, enkele keren gestotterd dat ik zo blij was dat hij er goed afgekomen was en op zijn vraag of ik familie in Rotterdam had, zei ik ‘nee’. 't Was misschien beter geweest om ‘ja’ te liegen. Maar jammer genoeg gaan leugens me nooit goed af. Toen naar Delft gefietst ‘met vreugde in het hart’ naar [Dirk] Coster die me ontving met de woorden ‘U zult wel erg blij zijn’. Ik wil graag geloven dat het van mijn gezicht af te lezen was! De vorige dag was ik ook even in Delft geweest maar toen was hij er niet. Coster vond me helemaal een vreemd insect, vroeg wat ik deed, of ik hem (D) allang kende (‘nauwelijks’ zei ik, en Coster luchtte merkbaar op) en zei toen: ‘Zeker vereert U Donker's werk dermate dat U wilde weten hoe hij het maakte.’ ‘Ja’, antwoordde ik braaf. Hij houdt veel van Donker, dat kun je wel merken, maar hij is veel materiëler, ik zou haast zeggen ‘kleinbehuisder’ van binnen. Terwijl Donker zegt: ‘als ze je gaan martelen kun je ze nog altijd vóór zijn door een pilletje te nemen’, zegt Coster: ‘tja, Donkersloot en ik zullen het misschien zwaar te verantwoorden hebben, we moeten nodig eens beraadslagen.’ Coster bood me direct aan: sigaret, koffie, limonade, die ik alle weigerde (‘tuurlijk, ik kom toch zeker niet om te eten!). Hij zat me op te nemen of ik een wonderlijk gedierte was. Toch moet het wel een aardig mens zijn als Donker van hem houdt.
Zonder iemand iets te vertellen is Thea midden in die chaotische dagen van huis gegaan. Bij terugkeer vindt ze maar weinig begrip in eigen kring, bij ouders, broer, nichtje Tini, tante Lena (Anna's zuster) en haar beste vriendin Alma.
Terug in Amsterdam: Vader die me aan z'n hart knelt midden op de Dam, Moeder thuis met Karel half daas van ongerustheid, Tini met tante Lena aanwezig. Tja, toen moest het wel verteld van Donker. Wàt moest verteld. Waarom waren jullie, Alma incluis ongerust? Waarom nemen jullie het gewichtig? Er is niets gewichtigs te nemen, wanneer hij het raar vindt. En ik mag toch wel van hem houden?446-2019>
Ernst Jünger • 17 mei 1941
• Ernst Jünger (1895-1998) was een Duitse militair en schrijver (en bloemenliefhebber). Uit: Das erste Pariser Tagebuch.
Vertaling onderaan.
Vincennes, 17. Mai 1941
Nachts lag ich lange beklommen im Dunkeln, wog die Sekunden nach. Dann kam ein entsetzlicher Vormittag auf dem Kasernenhof von Vincennes. Ich war wie jemand, der sehr durstig ist: in einer Pause erquickte mich die schaumige Frische der weißen Dolden am Festungswall. Wenn ich die Blumen so still im Sonnenlicht sich breiten sehe, erscheint mir ihr Behagen unendlich tief. Ich fühle, daß sie mit Sätzen und Worten zu mir sprechen, die süß und tröstend sind, und immer ergreift mich Schmerz, daß doch kein Laut von alledem zu meinen Ohren dringt. Man wird gerufen und weiß doch nicht wohin.
Am Mittag kam der Oberst mit einem Hauptmann Höll, der ein Bild von mir malen soll und einige Zeit hierbleiben wird. Ich war abends mit ihm in der Gegend der Madeleine und kaufte für Perpetua Geschenke ein. Im Laden eines Negers, Gespräche über Kolanüsse und weißen Rum. Der ganze Nachmittag war seltsam und bestätigte mich in meiner Ansicht, daß wir es sind, die das Erlebnis dirigieren; die Welt stellt uns die Instrumentation. Wir sind geladen mit einer bestimmten Art von Kraft; es springen dann die adäquaten Gegenstände an. So sind wir etwa männlich, und es stellen sich die Frauen ein. Oder sind kindlich, und es strömen uns Geschenke zu. Und wenn wir fromm sind — — —
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.
’s Nachts lag ik lange tijd benauwd in het donker, terwijl ik de seconden afwoog. Toen brak een verschrikkelijke voormiddag aan op de kazerneplaats van Vincennes. Ik was als iemand die hevige dorst heeft: tijdens een pauze verkwikte de schuimende frisheid van de witte bloemschermen aan de vestingwal mij. Wanneer ik de bloemen zo stil zie uitspreiden in het zonlicht, lijkt hun welbehagen mij oneindig diep. Ik voel dat zij met zinnen en woorden tot mij spreken die zoet en troostend zijn, en telkens grijpt het mij aan dat geen enkel geluid daarvan mijn oren bereikt. Men wordt geroepen en weet toch niet waarheen.
Tegen de middag kwam de kolonel met kapitein Höll, die een portret van mij zal schilderen en enige tijd hier zal blijven. ’s Avonds was ik met hem in de buurt van de Madeleine en kocht geschenken voor Perpetua. In de winkel van een neger spraken we over kolanoten en witte rum. De hele middag was vreemd en bevestigde mij in mijn opvatting dat wij het zelf zijn die de ervaring dirigeren; de wereld levert ons slechts de instrumentatie. Wij zijn geladen met een bepaalde soort kracht; vervolgens springen de passende voorwerpen daarop aan. Zo zijn wij bijvoorbeeld mannelijk, en dan dienen de vrouwen zich aan. Of wij zijn kinderlijk, en dan stromen de geschenken ons tegemoet. En wanneer wij vroom zijn — — —
Vertaling onderaan.
Vincennes, 17. Mai 1941
Nachts lag ich lange beklommen im Dunkeln, wog die Sekunden nach. Dann kam ein entsetzlicher Vormittag auf dem Kasernenhof von Vincennes. Ich war wie jemand, der sehr durstig ist: in einer Pause erquickte mich die schaumige Frische der weißen Dolden am Festungswall. Wenn ich die Blumen so still im Sonnenlicht sich breiten sehe, erscheint mir ihr Behagen unendlich tief. Ich fühle, daß sie mit Sätzen und Worten zu mir sprechen, die süß und tröstend sind, und immer ergreift mich Schmerz, daß doch kein Laut von alledem zu meinen Ohren dringt. Man wird gerufen und weiß doch nicht wohin.
Am Mittag kam der Oberst mit einem Hauptmann Höll, der ein Bild von mir malen soll und einige Zeit hierbleiben wird. Ich war abends mit ihm in der Gegend der Madeleine und kaufte für Perpetua Geschenke ein. Im Laden eines Negers, Gespräche über Kolanüsse und weißen Rum. Der ganze Nachmittag war seltsam und bestätigte mich in meiner Ansicht, daß wir es sind, die das Erlebnis dirigieren; die Welt stellt uns die Instrumentation. Wir sind geladen mit einer bestimmten Art von Kraft; es springen dann die adäquaten Gegenstände an. So sind wir etwa männlich, und es stellen sich die Frauen ein. Oder sind kindlich, und es strömen uns Geschenke zu. Und wenn wir fromm sind — — —
Ongecorrigeerde vertaling door ChatGPT.
’s Nachts lag ik lange tijd benauwd in het donker, terwijl ik de seconden afwoog. Toen brak een verschrikkelijke voormiddag aan op de kazerneplaats van Vincennes. Ik was als iemand die hevige dorst heeft: tijdens een pauze verkwikte de schuimende frisheid van de witte bloemschermen aan de vestingwal mij. Wanneer ik de bloemen zo stil zie uitspreiden in het zonlicht, lijkt hun welbehagen mij oneindig diep. Ik voel dat zij met zinnen en woorden tot mij spreken die zoet en troostend zijn, en telkens grijpt het mij aan dat geen enkel geluid daarvan mijn oren bereikt. Men wordt geroepen en weet toch niet waarheen.
Tegen de middag kwam de kolonel met kapitein Höll, die een portret van mij zal schilderen en enige tijd hier zal blijven. ’s Avonds was ik met hem in de buurt van de Madeleine en kocht geschenken voor Perpetua. In de winkel van een neger spraken we over kolanoten en witte rum. De hele middag was vreemd en bevestigde mij in mijn opvatting dat wij het zelf zijn die de ervaring dirigeren; de wereld levert ons slechts de instrumentatie. Wij zijn geladen met een bepaalde soort kracht; vervolgens springen de passende voorwerpen daarop aan. Zo zijn wij bijvoorbeeld mannelijk, en dan dienen de vrouwen zich aan. Of wij zijn kinderlijk, en dan stromen de geschenken ons tegemoet. En wanneer wij vroom zijn — — —
Beb Vuyk • 16 mei 1945
• De Nederlandse schrijfster Beb Vuyk (1905-1991) zat in de Tweede Wereldoorlog in een Japans interneringskamp, en hield toen een dagboek bij.
Half mei 1945
De laatste maanden is het werk zwaarder geworden. Het heeft weinig geregend, en de kenteringsbuien bleven uit. Door de droogte moet er meer begoten worden. De oude plantersvrouw heeft het er erg moeilijk mee. Iedere dag is ze vierentwintig uur ouder geworden. Ze klaagt niet meer, ze heeft de kracht niet meer om te klagen, en zonder dat het afgesproken is, proberen we haar te ontzien. We zijn een kleine groep en Popeye [bijnaam voor hun Japanse toezichthouder] heeft dat blijkbaar ook in de gaten, want hij heeft beloofd dat we versterking krijgen als de nieuwelingen er zijn, de volgende week, heeft hij tegen Rien gezegd; dat weten we dus alweer.
16 mei 1945
Het restant van de Tjihapit-mensen [uit een ander kamp] is vandaag aangekomen. Het moeten er zo'n zevenhonderd of meer zijn, met overstelpend veel barang [bagage], in zware leren handkoffers en nog zwaardere houten hutkoffers. De Japanners zijn woedend over de grote hoeveelheid goederen (geborduurde lakens en damasten tafelkleden), waar sommige nieuwelingen mee zijn komen aanzetten. De fout ligt bij Nippon zelf, hun collega's in Bandoeng die dat hadden toegestaan. Maar zoals gewoonlijk wanneer in hun gelederen iets is misgegaan, koelen ze hun woede op ons, hun gevangenen. `Twintig kilo en niet meer,' schreeuwen ze, de rest wordt in beslag genomen. Ze laten alle bagage naar het grote veld brengen en controleren die stuk voor stuk. Als de schemer valt zijn ze er nog niet klaar mee. De vrouwen worden naar de barakken gejaagd, de geopende koffers blijven achter op het veld, bewaakt door de heiho's [inheemse hulpsoldaat]. In kussenslopen gestouwd, in bundels gebonden, dragen ze hun twintig kilo mee. Er zijn er nogal wat die huilen.
Half mei 1945
De laatste maanden is het werk zwaarder geworden. Het heeft weinig geregend, en de kenteringsbuien bleven uit. Door de droogte moet er meer begoten worden. De oude plantersvrouw heeft het er erg moeilijk mee. Iedere dag is ze vierentwintig uur ouder geworden. Ze klaagt niet meer, ze heeft de kracht niet meer om te klagen, en zonder dat het afgesproken is, proberen we haar te ontzien. We zijn een kleine groep en Popeye [bijnaam voor hun Japanse toezichthouder] heeft dat blijkbaar ook in de gaten, want hij heeft beloofd dat we versterking krijgen als de nieuwelingen er zijn, de volgende week, heeft hij tegen Rien gezegd; dat weten we dus alweer.
16 mei 1945
Het restant van de Tjihapit-mensen [uit een ander kamp] is vandaag aangekomen. Het moeten er zo'n zevenhonderd of meer zijn, met overstelpend veel barang [bagage], in zware leren handkoffers en nog zwaardere houten hutkoffers. De Japanners zijn woedend over de grote hoeveelheid goederen (geborduurde lakens en damasten tafelkleden), waar sommige nieuwelingen mee zijn komen aanzetten. De fout ligt bij Nippon zelf, hun collega's in Bandoeng die dat hadden toegestaan. Maar zoals gewoonlijk wanneer in hun gelederen iets is misgegaan, koelen ze hun woede op ons, hun gevangenen. `Twintig kilo en niet meer,' schreeuwen ze, de rest wordt in beslag genomen. Ze laten alle bagage naar het grote veld brengen en controleren die stuk voor stuk. Als de schemer valt zijn ze er nog niet klaar mee. De vrouwen worden naar de barakken gejaagd, de geopende koffers blijven achter op het veld, bewaakt door de heiho's [inheemse hulpsoldaat]. In kussenslopen gestouwd, in bundels gebonden, dragen ze hun twintig kilo mee. Er zijn er nogal wat die huilen.
donderdag 14 mei 2026
Katja Staartjes • 15 mei 1999
• Katja Staartjes (1963) bereikte in 1999 als eerste Nederlandse vrouw de top van de Mount Everest. Haar dagboek van die expeditie is te vinden in Hoog spel.
14 mei. Vannacht is Michael niet komen opdagen. Ik voel me als verdoofd. Ik staar voor me uit. Om me heen is het een puinhoop. Alles is bedekt met ijskristallen. Ik heb het steenkoud en de tent klappert als een gek. Ik zet het tentdoek vast met de zware zak sneeuw. Mike is intussen naar buiten gegaan om te over-eggen met Nick en Lhakpa Gelu. Ik kan me tot niets zetten. Aankleden hoeft in ieder geval niet, want ik heb alles aangehouden. Wel krap, met een donsbroek in een mummieslaapzak. Mike kruipt de tent binnen. Hij en Nick zullen samen met vier Sherpa's op Zuidcol blijven als de rest afdaalt naar kamp 2. Hij overtuigt me dat we moeten gaan, ondanks Michael en de storm. Ik weet dat Mike gelijk heeft. Inmiddels zit ik al ruim drie etmalen in de Zone des Doods. De tijd begint te dringen...
[...]
Terneergeslagen zitten we bij elkaar in de grote tent. Niemand zegt iets. Alleen de geluiden van de bulderende storm zijn te horen. Om de tent overeind te houden fungeren om de beurt twee teamleden als extra tentstok. Tergend langzaam tikt de klok door. Deze keerzijde van de berg hadden we tot nog toe niet gezien. Op dit moment beslist De Berg. Michael Matthews, onze jongste teamgenoot, heeft het niet gehaald. Wel de top, maar niet terug. Hij heeft de top met de dood moeten bekopen. Het Everest-spel is voor hem niet goed afgelopen.
15 mei. Verder afdalen. De zon schijnt en de wind is weg. Alsof hij nooit gewaaid heeft vannacht. Het is zelfs warm. Ik ben na de afgelopen dagen bijna vergeten wat dat is, warmte. Ik doe enkele kledingstukken uit en prop ze in mijn overvolle rugzak. Hij gaat nauwelijks nog dicht. Ik draai me om en kijk naar boven. Nog net is zij te zien, de Everest. De laatste keer van zo dichtbij. Ik doe mijn ogen dicht. Ik ben van deze berg gaan houden, met haar wat lompe, maar zo karakteristieke vorm. 'Bedankt voor de beklimming van uw hoogste flanken. Ik voel me bevoorrecht,' fluister ik. Mijn gedachten gaan naar Michael. Het is niet eerlijk. Hij was nog zo jong. Ik kende hem niet bijzonder goed, omdat hij tijdens de aanloop en de maaltijden in de andere helft van de ploeg zat en we toevallig ook nauwelijks samen geklommen hebben. Onvoorstelbaar eigenlijk. Al die weken maakten we deel uit van dezelfde expeditie.
[...]191-2014>
14 mei. Vannacht is Michael niet komen opdagen. Ik voel me als verdoofd. Ik staar voor me uit. Om me heen is het een puinhoop. Alles is bedekt met ijskristallen. Ik heb het steenkoud en de tent klappert als een gek. Ik zet het tentdoek vast met de zware zak sneeuw. Mike is intussen naar buiten gegaan om te over-eggen met Nick en Lhakpa Gelu. Ik kan me tot niets zetten. Aankleden hoeft in ieder geval niet, want ik heb alles aangehouden. Wel krap, met een donsbroek in een mummieslaapzak. Mike kruipt de tent binnen. Hij en Nick zullen samen met vier Sherpa's op Zuidcol blijven als de rest afdaalt naar kamp 2. Hij overtuigt me dat we moeten gaan, ondanks Michael en de storm. Ik weet dat Mike gelijk heeft. Inmiddels zit ik al ruim drie etmalen in de Zone des Doods. De tijd begint te dringen...
[...]
Terneergeslagen zitten we bij elkaar in de grote tent. Niemand zegt iets. Alleen de geluiden van de bulderende storm zijn te horen. Om de tent overeind te houden fungeren om de beurt twee teamleden als extra tentstok. Tergend langzaam tikt de klok door. Deze keerzijde van de berg hadden we tot nog toe niet gezien. Op dit moment beslist De Berg. Michael Matthews, onze jongste teamgenoot, heeft het niet gehaald. Wel de top, maar niet terug. Hij heeft de top met de dood moeten bekopen. Het Everest-spel is voor hem niet goed afgelopen.
15 mei. Verder afdalen. De zon schijnt en de wind is weg. Alsof hij nooit gewaaid heeft vannacht. Het is zelfs warm. Ik ben na de afgelopen dagen bijna vergeten wat dat is, warmte. Ik doe enkele kledingstukken uit en prop ze in mijn overvolle rugzak. Hij gaat nauwelijks nog dicht. Ik draai me om en kijk naar boven. Nog net is zij te zien, de Everest. De laatste keer van zo dichtbij. Ik doe mijn ogen dicht. Ik ben van deze berg gaan houden, met haar wat lompe, maar zo karakteristieke vorm. 'Bedankt voor de beklimming van uw hoogste flanken. Ik voel me bevoorrecht,' fluister ik. Mijn gedachten gaan naar Michael. Het is niet eerlijk. Hij was nog zo jong. Ik kende hem niet bijzonder goed, omdat hij tijdens de aanloop en de maaltijden in de andere helft van de ploeg zat en we toevallig ook nauwelijks samen geklommen hebben. Onvoorstelbaar eigenlijk. Al die weken maakten we deel uit van dezelfde expeditie.
[...]191-2014>
woensdag 13 mei 2026
Bert Voeten • 14 mei 1941
• Bert Voeten (1918-1992) was een Nederlandse schrijver en vertaler. Zijn oorlogsdagboek werd in 1946 gepubliceerd onder de titel Doortocht.
14 Mei
„Partijgenoot Hess wordt vermist".
Headline-nieuws voor de wereldpers. Wij mochten het bericht slechts in zeer bescheiden opmaak geven.
De plaatsvervanger van Hitler had immers „een tick", zoo liet Berlijn doorschemeren.
Ja, hij was in zoo hevige mate geestesziek, dat hij rustig te Augsburg in een goed-uitgeruste machine klom en rechten koers vloog naar een punt in Schotland: het landgoed van Lord Hamilton.
De geüniformeerde fantasten van Goebbels' ministerie hebben nachtwerk gehad met het verhaal van den „tragischen idealist", die op zijn eentje met Engeland vrede wilde gaan sluiten en die een briefje had achtergelaten met de boodschap: „ïk ben over twee dagen weer terug. Rudolf".
17 Mei
In het zuidelijk deel van den Stillen Oceaan worden koortsachtig militaire toebereidselen gemaakt. De Jap praat, naar het voorbeeld van den Europeeschen pact-genoot, steeds meer over een „Groot-Oost-Aziatische levensruimte", waartoe ook onze archipel moet worden gerekend.
Het vuur kruipt langzaam voort, tot aan de randen der wereld.
25 Mei
Terwijl de Tommies Tobroek reeds weken lang hardnekkig verdedigen en den asgenooten een opdringen naar Egypte verhinderen, hebben de Duitsche luchtlandingsdivisies den sprong naar Kreta reeds gedaan en naderen zoo van deze zijde het Midden-Oosten.
Ik ben verstrikt geraakt in dit gebeuren buiten de grenzen, in aanval en tegenaanval, in verrassingen, overwinningen en terugtochten. Ik moet mijzelf vaak met geweld ontvoeren naar een verzenboek en lees dan meestal Slauerhoff. Zijn D s j e n g i s dwong mij opnieuw naar de zomersche slagvelden.
14 Mei
„Partijgenoot Hess wordt vermist".
Headline-nieuws voor de wereldpers. Wij mochten het bericht slechts in zeer bescheiden opmaak geven.
De plaatsvervanger van Hitler had immers „een tick", zoo liet Berlijn doorschemeren.
Ja, hij was in zoo hevige mate geestesziek, dat hij rustig te Augsburg in een goed-uitgeruste machine klom en rechten koers vloog naar een punt in Schotland: het landgoed van Lord Hamilton.
De geüniformeerde fantasten van Goebbels' ministerie hebben nachtwerk gehad met het verhaal van den „tragischen idealist", die op zijn eentje met Engeland vrede wilde gaan sluiten en die een briefje had achtergelaten met de boodschap: „ïk ben over twee dagen weer terug. Rudolf".
17 Mei
In het zuidelijk deel van den Stillen Oceaan worden koortsachtig militaire toebereidselen gemaakt. De Jap praat, naar het voorbeeld van den Europeeschen pact-genoot, steeds meer over een „Groot-Oost-Aziatische levensruimte", waartoe ook onze archipel moet worden gerekend.
Het vuur kruipt langzaam voort, tot aan de randen der wereld.
25 Mei
Terwijl de Tommies Tobroek reeds weken lang hardnekkig verdedigen en den asgenooten een opdringen naar Egypte verhinderen, hebben de Duitsche luchtlandingsdivisies den sprong naar Kreta reeds gedaan en naderen zoo van deze zijde het Midden-Oosten.
Ik ben verstrikt geraakt in dit gebeuren buiten de grenzen, in aanval en tegenaanval, in verrassingen, overwinningen en terugtochten. Ik moet mijzelf vaak met geweld ontvoeren naar een verzenboek en lees dan meestal Slauerhoff. Zijn D s j e n g i s dwong mij opnieuw naar de zomersche slagvelden.
Er is geen grooter wellust dan te dooden —Het evangelie van de horde.225-2016>
dinsdag 12 mei 2026
Katja Staartjes • 13 mei 1999
• Katja Staartjes (1963) bereikte in 1999 als eerste Nederlandse vrouw de top van de Mount Everest. Haar dagboek van die expeditie is te vinden in Hoog spel.
13 MEI. Het grootste gedeelte van de topklim heb ik achter de rug. Vanaf de Zuidtop op 8750 meter, kijk ik naar de rest van de route met de Hillary Step, de beroemde twaalf meter hoge rotspassage. Technisch gezien is dit het lastigste onderdeel van de hele Everest-beklimming. Ik draai de zuurstofregelaar van twee naar drieënhalve liter per minuut en verlaat de Zuidtop. De top van de wereld kan me bijna niet meer ontgaan. Ik ga de Moedergodin Chomolungma nu echt een hand geven.
Eerst een stukje omlaag. Valt niet mee. Hier viel de Amerikaanse Lauri een week geleden dus tien meter naar beneden. Zomaar door dit gat in de sneeuw. Blijven opletten. Daar zijn de touwen. Ik klim in mijn eigen tempo door. Ja, hier moet het zijn, de Hillary Step. Opstoppingen? Niets van te merken. Mijn hand zoekt steun tegen de rots en ik spreid mijn voeten met de logge schoenen. Weer een stapje verder. Ik tuur omhoog. Kan ik dit touw wel vertrouwen? Naast me bungelen enigszins luguber nog drie andere touwen, waarvan er twee met zekerheid van vorige jaren zijn. Behoedzaam zoek ik met mijn rechterhand opnieuw goed houvast in de rots. Zoveel mogelijk op mijn eigen handen en voeten vertrouwen en niet te veel in het touw hangen. Het gaat eigenlijk uitstekend zo. Is dit alles? Me voor niks zenuwachtig gemaakt of ik deze klim wel aankan. Natuurlijk kan ik dit! Ik kijk heel even naar links. Meer dan twee kilometer lager ligt kamp 2. Nee, ik ga niet vallen. Geen sprake van. Ook niet naar rechts, want dan lig ik drie kilometer lager in Tibet.
Gelukt. Ik ben weer op de sneeuw, nu nog het laatste stukje topgraat. Geen touw, blijven concentreren. Daar is het groepje, ik kom steeds dichterbij. Ineens mist. Een rood pak. Dave Rodney. We lachen naar elkaar. Ga maar voor, gebaart hij met zijn arm. Ik ga hem voorbij. Slechts heel licht stijg je hier nog. De laatste corniche voorbij, flauw naar rechts en daar ... Hoe ver is het nog? Veertig meter? Ik weet dat ik de afstanden hier niet goed meer kan inschatten. Op het topplateau van de Cho Oyu zat ik er helemaal naast. Ik zie een aantal donspakken. Dat moet de top zijn. Ik voel tranen opkomen. Wat jammer dat ik dit niet meer aan mijn vader kan vertellen. Rusten na een paar passen hoeft niet meer. In één ruk ga ik door, het gaat als vanzelf. Ik zweef, net als lang geleden tijdens een hardloopwedstrijd. Vermoeidheid bestaat niet meer.
Ik sta op de top! Het hoogste punt ter wereld, 8848 meter boven zeeniveau. Er staan een stuk of tien andere klimmers, onder wie Cos, Augusto, Lhakpa Gelu plus nog een drietal van onze Sherpa's. Ze kijken blij verrast dat ik het ben. We omhelzen elkaar. Rugzak af. Bobby zit onder de ijskristallen. Zou hij het eerste teddybeertje zijn op de top van de Everest? Ik doe mijn zuurstofmasker af. Wat een gevoel van vrijheid. Pak de fles uit mijn jaszak. Een slok. Bah, ijsthee. Nee, niets eten. Te veel werk. Jammer, weer voor niets meegesleept. Dave roept dat het half tien is. Ik reken en moeizaam kom ik tot de conclusie dat ik elf uur over de beklimming heb gedaan.
Nu nog op de foto, als bewijs. Hoe kom ik er in mijn eentje op, met dit samengepakte groepje? Maar even naar de andere kant van het kleine topje. Dan gaat het mis. Ik struikel over een rugzak. Val languit op mijn gezicht. Schuif drie meter naar voren. De mannen schrikken zich een ongeluk. Beduusd krabbel ik weer overeind. Je zult maar van de top vallen. Ik neem een paar foto's. Als ik het toestel weer wil wegstoppen, zie ik dat het niet goed ingesteld was: onderbelicht. Een nieuwe poging. Tweemaal klik. Het moet maar goed zijn zo. Op hoop van zegen.
234-2012>
13 MEI. Het grootste gedeelte van de topklim heb ik achter de rug. Vanaf de Zuidtop op 8750 meter, kijk ik naar de rest van de route met de Hillary Step, de beroemde twaalf meter hoge rotspassage. Technisch gezien is dit het lastigste onderdeel van de hele Everest-beklimming. Ik draai de zuurstofregelaar van twee naar drieënhalve liter per minuut en verlaat de Zuidtop. De top van de wereld kan me bijna niet meer ontgaan. Ik ga de Moedergodin Chomolungma nu echt een hand geven.
Eerst een stukje omlaag. Valt niet mee. Hier viel de Amerikaanse Lauri een week geleden dus tien meter naar beneden. Zomaar door dit gat in de sneeuw. Blijven opletten. Daar zijn de touwen. Ik klim in mijn eigen tempo door. Ja, hier moet het zijn, de Hillary Step. Opstoppingen? Niets van te merken. Mijn hand zoekt steun tegen de rots en ik spreid mijn voeten met de logge schoenen. Weer een stapje verder. Ik tuur omhoog. Kan ik dit touw wel vertrouwen? Naast me bungelen enigszins luguber nog drie andere touwen, waarvan er twee met zekerheid van vorige jaren zijn. Behoedzaam zoek ik met mijn rechterhand opnieuw goed houvast in de rots. Zoveel mogelijk op mijn eigen handen en voeten vertrouwen en niet te veel in het touw hangen. Het gaat eigenlijk uitstekend zo. Is dit alles? Me voor niks zenuwachtig gemaakt of ik deze klim wel aankan. Natuurlijk kan ik dit! Ik kijk heel even naar links. Meer dan twee kilometer lager ligt kamp 2. Nee, ik ga niet vallen. Geen sprake van. Ook niet naar rechts, want dan lig ik drie kilometer lager in Tibet.
Gelukt. Ik ben weer op de sneeuw, nu nog het laatste stukje topgraat. Geen touw, blijven concentreren. Daar is het groepje, ik kom steeds dichterbij. Ineens mist. Een rood pak. Dave Rodney. We lachen naar elkaar. Ga maar voor, gebaart hij met zijn arm. Ik ga hem voorbij. Slechts heel licht stijg je hier nog. De laatste corniche voorbij, flauw naar rechts en daar ... Hoe ver is het nog? Veertig meter? Ik weet dat ik de afstanden hier niet goed meer kan inschatten. Op het topplateau van de Cho Oyu zat ik er helemaal naast. Ik zie een aantal donspakken. Dat moet de top zijn. Ik voel tranen opkomen. Wat jammer dat ik dit niet meer aan mijn vader kan vertellen. Rusten na een paar passen hoeft niet meer. In één ruk ga ik door, het gaat als vanzelf. Ik zweef, net als lang geleden tijdens een hardloopwedstrijd. Vermoeidheid bestaat niet meer.
Ik sta op de top! Het hoogste punt ter wereld, 8848 meter boven zeeniveau. Er staan een stuk of tien andere klimmers, onder wie Cos, Augusto, Lhakpa Gelu plus nog een drietal van onze Sherpa's. Ze kijken blij verrast dat ik het ben. We omhelzen elkaar. Rugzak af. Bobby zit onder de ijskristallen. Zou hij het eerste teddybeertje zijn op de top van de Everest? Ik doe mijn zuurstofmasker af. Wat een gevoel van vrijheid. Pak de fles uit mijn jaszak. Een slok. Bah, ijsthee. Nee, niets eten. Te veel werk. Jammer, weer voor niets meegesleept. Dave roept dat het half tien is. Ik reken en moeizaam kom ik tot de conclusie dat ik elf uur over de beklimming heb gedaan.
Nu nog op de foto, als bewijs. Hoe kom ik er in mijn eentje op, met dit samengepakte groepje? Maar even naar de andere kant van het kleine topje. Dan gaat het mis. Ik struikel over een rugzak. Val languit op mijn gezicht. Schuif drie meter naar voren. De mannen schrikken zich een ongeluk. Beduusd krabbel ik weer overeind. Je zult maar van de top vallen. Ik neem een paar foto's. Als ik het toestel weer wil wegstoppen, zie ik dat het niet goed ingesteld was: onderbelicht. Een nieuwe poging. Tweemaal klik. Het moet maar goed zijn zo. Op hoop van zegen.
234-2012>
maandag 11 mei 2026
Henry de Montherlant • 12 mei 1972
• De in 1896 geboren Franse schrijver Henry de Montherlant, die op 21 september 1972 zelfmoord pleegde omdat hij de belemmeringen voor zijn gezondheid te groot geworden vond, schreef naast zijn omvangrijke œuvre aan romans en toneelstukken veel korte, soms bijna aforistisch aandoende notities.
12 mei 1972
Voor bepaalde mensen is het feit dat ze geen zelfmoord plegen op gevorderde leeftijd een waarachtige afwijking. De afname van je vermogens, de ziektes, soms het lijden, de last die men is voor zichzelf en die men anderen oplegt, het geld dat dat jou en de anderen kost, en dat zonder enige hoop op iets plezierigs in de toekomst! De kinderen verdragen ons met tegenzin, gesteund door de erfenis; de kleinkinderen, laten we daar maar niet over praten. Het genot, voor zover je daartoe nog in staat bent, wordt ook verwerpelijk geacht, je weet niet waarom: je bent een ‘oude geilaard’ of een ‘oud varken’. Waarom dus dat alles verdragen?
Het christendom heeft gedurende zeventien eeuwen, zonder er enige reden voor te geven, de mensen opgelegd deze afwijking te verdragen; vandaag de dag is het de maatschappij, door rond de zelfmoord een atmosfeer van strafbaarheid te scheppen. Degene die de openbare mening over de zelfmoord zou veranderen en de manieren om zelfmoord te plegen zou verbeteren, zou een weldoener van de mensheid zijn – maar gehouden worden voor een monster.
[Vertaald door Ed. Jongma]273-2016>
12 mei 1972
Voor bepaalde mensen is het feit dat ze geen zelfmoord plegen op gevorderde leeftijd een waarachtige afwijking. De afname van je vermogens, de ziektes, soms het lijden, de last die men is voor zichzelf en die men anderen oplegt, het geld dat dat jou en de anderen kost, en dat zonder enige hoop op iets plezierigs in de toekomst! De kinderen verdragen ons met tegenzin, gesteund door de erfenis; de kleinkinderen, laten we daar maar niet over praten. Het genot, voor zover je daartoe nog in staat bent, wordt ook verwerpelijk geacht, je weet niet waarom: je bent een ‘oude geilaard’ of een ‘oud varken’. Waarom dus dat alles verdragen?
Het christendom heeft gedurende zeventien eeuwen, zonder er enige reden voor te geven, de mensen opgelegd deze afwijking te verdragen; vandaag de dag is het de maatschappij, door rond de zelfmoord een atmosfeer van strafbaarheid te scheppen. Degene die de openbare mening over de zelfmoord zou veranderen en de manieren om zelfmoord te plegen zou verbeteren, zou een weldoener van de mensheid zijn – maar gehouden worden voor een monster.
[Vertaald door Ed. Jongma]273-2016>
zondag 10 mei 2026
Karin Spaink • 11 mei 2012
• Ter gelegenheid van het Het nationale Canta-ballet hield schrijver Karin Spaink (1957-2026) voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.
• 10 mei
• 14, 15 mei
• 16 mei
Vrijdag 11 mei
Onderweg spot ik een rode Canta, ik kan hem nog net aanhouden. ‘Heeft u al gehoord van Het Nationale Canta Ballet?’ vraag ik de bestuurders. ‘We maken een voorstelling met een heleboel Cantaatjes en de dansers van Het Nationale Ballet. We zoeken nog deelnemers! Danst u mee?’ Verrast nemen ze de folders aan. Ze beloven erover na te denken.
Bij Waaijenberg in Zuidoost bekijk ik het pièce de résistance dat Marco, een van de Canta-monteurs, heeft gemaakt voor de etalage van Atheneum Nieuwscentrum: we zetten daar komende week een doormidden gesneden autootje neer. Een plakje Canta!
’s Avonds rijd ik naar de boekpresentatie van Monique Samuels. Ik geef haar De benenwagen en krijg in ruil haar Mozaïek van de revolutie. ‘Van Karin, die geen Arabisch spreekt; voor Monique, die niet kan autorijden,’ schrijf ik voorin.
Zondag 13 mei
Met de trein naar paps en mams. We gaan gezamenlijk op bezoek bij goede vrienden van mijn ouders: Hij is ernstig ziek, er wordt al over euthanasie gesproken. Die grote charmeur is veranderd in een stil en dun popje…
Onderweg merk ik hoe krampachtig mijn moeder rijdt. Ze was altijd een goede chauffeur, maar de ouderdom speelt haar parten. Ze houdt het stuur onhandig vast, ze remt te abrupt en stopt soms voor groen. ‘Lieverd,’ zeg ik, ‘eigenlijk denk ik dat je niet meer rijden moet.’ Ze zucht. Ze weet het zelf ook: ze voelt zich niet langer prettig op de grote weg. ‘Misschien moet jij ook aan de Canta?’ opper ik voorzichtig. We giechelen.
In Almelo kunnen we nog een uurtje in de tuin zitten. De kat nestelt zich naast ons en snuift vergenoegd de rook van mijn sigaret op, hij is dol op nicotine. Mooi moment: mijn vader die naast me gaat zitten en trots mijn nieuwe boek openslaat.
189-2017>725-2023>
• 10 mei
• 14, 15 mei
• 16 mei
Vrijdag 11 mei
Onderweg spot ik een rode Canta, ik kan hem nog net aanhouden. ‘Heeft u al gehoord van Het Nationale Canta Ballet?’ vraag ik de bestuurders. ‘We maken een voorstelling met een heleboel Cantaatjes en de dansers van Het Nationale Ballet. We zoeken nog deelnemers! Danst u mee?’ Verrast nemen ze de folders aan. Ze beloven erover na te denken.
Bij Waaijenberg in Zuidoost bekijk ik het pièce de résistance dat Marco, een van de Canta-monteurs, heeft gemaakt voor de etalage van Atheneum Nieuwscentrum: we zetten daar komende week een doormidden gesneden autootje neer. Een plakje Canta!
’s Avonds rijd ik naar de boekpresentatie van Monique Samuels. Ik geef haar De benenwagen en krijg in ruil haar Mozaïek van de revolutie. ‘Van Karin, die geen Arabisch spreekt; voor Monique, die niet kan autorijden,’ schrijf ik voorin.
Zondag 13 mei
Met de trein naar paps en mams. We gaan gezamenlijk op bezoek bij goede vrienden van mijn ouders: Hij is ernstig ziek, er wordt al over euthanasie gesproken. Die grote charmeur is veranderd in een stil en dun popje…
Onderweg merk ik hoe krampachtig mijn moeder rijdt. Ze was altijd een goede chauffeur, maar de ouderdom speelt haar parten. Ze houdt het stuur onhandig vast, ze remt te abrupt en stopt soms voor groen. ‘Lieverd,’ zeg ik, ‘eigenlijk denk ik dat je niet meer rijden moet.’ Ze zucht. Ze weet het zelf ook: ze voelt zich niet langer prettig op de grote weg. ‘Misschien moet jij ook aan de Canta?’ opper ik voorzichtig. We giechelen.
In Almelo kunnen we nog een uurtje in de tuin zitten. De kat nestelt zich naast ons en snuift vergenoegd de rook van mijn sigaret op, hij is dol op nicotine. Mooi moment: mijn vader die naast me gaat zitten en trots mijn nieuwe boek openslaat.
189-2017>725-2023>
Abonneren op:
Posts (Atom)
Volgers
Blogarchief
-
▼
2026
(162)
-
▼
juni
(11)
- Carla Boogaards • 12 juni 1997
- Frida Vogels • 11 juni 1965
- W.B.E. Paravicini di Capelli • 10 juni 1803
- Willem de Clercq • 9 juni 1814
- Klaas Kraaiveld • 8 juni 1913
- Wim Kan • 7 juni 1964
- Cola Debrot • 6 juni 1956
- Cor Inja • 5 juni 1925
- James Woodforde • 4 juni 1776
- Frits Spits • 3 juni 2025
- J.L. Heldring • 2 juni 1958
-
►
mei
(31)
- Daniil Charms • 1 juni 1937
- Soetan Sjahrir • 31 mei 1936
- Virginia Woolf • 30 mei 1940
- Dorothy Wordsworth • 29 mei 1823
- Peter Handke • 28 mei 1976
- André Gide • 27 mei 1925
- Klaus Mann • 26 mei 1933
- István Radnai • 25 mei 1914
- Daniil Charms • 24 mei 1931
- Josep Pla • 23 mei 1918
- István Radnai • 22 mei 1914
- Zinaida Hippius • 21 mei 1917
- István Radnai • 20 mei 1914
- Guillaume Groen van Prinsterer • 19 mei 1822
- Thea Citroen • 18 mei 1940
- Ernst Jünger • 17 mei 1941
- Beb Vuyk • 16 mei 1945
- Katja Staartjes • 15 mei 1999
- Bert Voeten • 14 mei 1941
- Katja Staartjes • 13 mei 1999
- Henry de Montherlant • 12 mei 1972
- Karin Spaink • 11 mei 2012
-
▼
juni
(11)



























