vrijdag 30 november 2012

David Zeisberger -- 1 december 1782

Sunday, Dec. 1. On the first day of Advent, Br. David preached, exhorting the brethren to give their hearts to the Coming of our Saviour, that they might rejoice in his birth, to receive him, and with joy take him into their hearts, for then they could expect many blessings from him.
To-day came back some Indian brethren who had been to the settlements; they brought word that another attack had been made upon the Shawanese towns, and three of their towns wasted and ravaged, many Indians thereby perishing. Since many of our Indian brethren live near there, this news caused us anxiety about them, that at least some of them might have been affected, but we have no further news how it is with them, and we eagerly wish soon to hear about them. We heard, however, that many of our Indians stayed there, and this makes us uneasy about them.


Diary of David Zeisberger (1721-1808), a Moravian missionary among the Indians of Ohio (1885).

donderdag 29 november 2012

Victor Hugo -- 30 november 1870

30 november
De hele nacht kanongebulder. De gevechten gaan door.
Toen ik vanochtend de deur uitging voor mijn passus mille [Hugo's dagelijkse wandeling van duizend passen], verkocht een colporteur op de boulevard Rochechouart Napoléon le Petit, en de menigte omhemheen riep 'Leve Victor Hugo!', zodat ik maar op mijn schreden ben teruggekeerd.
Gisteravond om twaalf uur, toen ik door de rue de Richelieu terugkeerde van het pavillon de Rohan, zag ik even voorbij de Bibliothèque, terwijl de straat volkomen verlaten was, alles dicht en donker en als ingeslapen, een raam opengaan op de zesde verdieping van een heel hoog huis, en een fel licht, dat mij het schijnsel leek van een olielamp, verscheidene malen verschijnen, verdwijnen, naar buiten komen, naar binnen gaan; daarna ging het raam weer dicht en werd de straat weer donker. Was het een signaal?
Aan drie kanten rond Parijs is het bulderen van de kanonnen te horen, in het oosten, het westen en het zuiden. De omsingeling van de Pruisen wordt namelijk op drie punten tegelijk aangevallen: door La Rondere bij Saint-Denis, door Vinoy bij Courbevoie, en door Ducrot aan de Marne. La Rondere zou een Saksisch regiment tot overgave hebben gedwongen en het schiereiland Gennevilliers hebben schoongeveegd; Vinoy zou de Pruisische verdedigingswerken tot voorbij Bougival hebben vernietigd. Ducrot is de Marne overgestoken, heeft Montmesly tot tweemaal toe heroverd en heeft bijna Villier-sur-Marne in handen. Het gevoel dat het horen van de kanonnen oproept is een enorme behoefte om erbij te zijn.
Pelletan laat mij vanavond door zijn zoon, Camille Pelletan, het bericht van de regering brengen dat het morgen de beslissende dag is.


Victor Hugo (1802–1885) was een Frans schrijver, dichter, essayist en staatsman. Vertaalde dagboekfragmenten van hem zijn gepubliceerd als Zelf gezien.

woensdag 28 november 2012

J.J. Peereboom -- november 1959

november
[...] Ik ben ongevoelig voor de schoonheid van Hollandse polders; dat lijken mij alleen geschikte terreinen om verbindingswegen tussen de gemeenten over aan te leggen. Het heeft iets innemend eigenzinnigs om daar nu juist dol op te zijn, zoals er ook een aardige originaliteit is aan liefde voor een helemaal vlakke vrouw, maar de schoonheid is toch iets anders.
Het Engelse landschap lijkt mij mooier omdat het de aandacht opwekt in plaats van hem af te stompen. De landjes liggen scheef over de heuvels, in plaats van vierkant op de grond; er zijn huizen op de heuvel met een paar bomen er naast, en schapen op een glooiend weiland dat een park zou kunnen zijn, al zijn er alleen een paar bomen omgehakt; er zijn nevelige stadjes met een paar fabrieksschoorstenen gezien tussen de heuvels door, en riviertjes met één skiffeur erop gezien van hoge viaducten. Een ontwerp voor een paradijs zou mij zo'n landschap moeten aanbieden. Bergen misschien in de verte, om op uit te kijken, en een vlakte aan de andere kant, voor voetballers; maar om te wonen en in het gras te liggen, niets dan milde geurige heuvels.
Ik denk aan het paradijs doordat ik denk aan de achttiende-eeuwse Duitse theoloog die naar Leiden kwam om te doceren, maar haastig wegging toen hij merkte dat hij 'in het vlakke land geen metafysische gedachten kreeg'. Inderdaad, de polders zetten een domper op de verbeelding, en zijn daarom per definitie niet mooi. Of is dat anders voor wie de ware liefde tot zijn land is aangeboren, zoals aan ieder? Ik geloof er niet veel van. Al houd ik van Marie, daarom zie ik nog wel dat Sofia Loren mooier is; als ik het niet meer zie en ga babbelen over Marie die voor mij de mooiste is krijg ik het al gauw benauwd, en zo ook over die vierkante frigide polders. [...]



J.J. Peereboom
(1924-2010) was schrijver en journalist. Dagboeknotities van zijn hand verschenen in onder meer Ik ben niets veranderd.

maandag 26 november 2012

Franz Kafka -- 27 november 1910

27. November. Bernhard Kellermann hat vorgelesen. »Einiges Ungedruckte aus meiner Feder«, so fing er an. Scheinbar ein lieber Mensch, fast graues, stehendes Haar, mit Mühe glatt rasiert, spitze Nase, über die Backenknochen geht das Wangenfleisch oft wie eine Welle auf und ab. Er ist ein mittelmäßiger Schriftsteller mit guten Stellen (ein Mann geht auf den Korridor hinaus, hustet und sieht umher, ob niemand da ist), auch ein ehrlicher Mensch, der lesen will, was er versprochen hat, aber das Publikum ließ ihn nicht, aus Schrecken über die erste Nervenheilanstaltsgeschichte, aus Langeweile über die Art des Vorlesens gingen die Leute trotz schlechter Spannungen der Geschichte immerfort einzeln weg mit einem Eifer, als ob nebenan vorgelesen werde. Als er nach dem ersten Drittel der Geschichte ein wenig Mineralwasser trank, ging eine ganze Menge Leute weg. Er erschrak. »Es ist gleich fertig«, log er einfach. Als er fertig wurde, stand alles auf, es gab etwas Beifall, der so klang, als wäre mitten unter allen den stehenden Menschen einer sitzen geblieben und klatschte für sich. Nun wollte aber Kellermann noch weiterlesen, eine andere Geschichte, vielleicht noch mehrere. Gegen den Aufbruch öffnete er nur den Mund. Endlich, nachdem er beraten worden war, sagte er: »Ich möchte noch gerne ein kleines Märchen vorlesen, das nur fünfzehn Minuten dauert. Ich mache fünf Minuten Pause.« Einige blieben noch, worauf er ein Märchen vorlas, das Stellen hatte, die jeden berechtigt hätten, von der äußersten Stelle des Saales mitten durch und über alle Zuhörer hinauszurennen.

Hier een toelichting op bovenstaand fragment.

Franz Kafka (1883-1924) was een Tsjechische schrijver. Zijn dagboeken 1910-1923 zijn te lezen bij Gutenberg.

zondag 25 november 2012

Martine Bijl -- 26 november 1983

Zaterdag
We ontbijten op het moment dat normale mensen bezig zijn hun twaalfuurtje te verteren lezen daarbij zwijgend de weekbladen die ondanks de PTT-stakingen toch bij ons in de bus zijn gegleden. Het eeuwigdurende verhaal over de kruis- en SS-20-raketten. Henk is zo achterdochtig te geloven dat de aanduidingen Kruis en SS bedacht zijn door het Pentagon om ons te doordringen van de heilige missie van 'onze' raket tegenover de boosaardige opzet van 'de hunne'.
'Bel Freek de Jonge,' zeg ik, 'misschien kan-ie 'm gebruiken.' De dag is overigens niet compleet, want onze dorpsgenoot ome Kees, die ons al jarenlang iedere zaterdag komt begiftigen met een meloen of een bosje donkerpaarse anjers (in ruil voor een kop koffie) ligt in het ziekenhuis. De koffie is nu voor Berend, onze regisseur, die nog even langskomt om een klein onderdeel van het programma bij te slijpen.
Jagende wolken boven de Vecht verkondigen storm. Gelukkig spelen wij vanavond een thuiswedstrijd: Amersfoort ligt hier bij wijze van spreken om de hoek. Het zitje na de voorstelling loopt in tijd gemeten iets uit de hand. Maar dat hoort erbij.


Martine Bijl (1948) is een Nederlands zangeres, actrice, schrijfster en cabaretière. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Arnold Heilbut -- 25 november 1940

Zondag 25 nov
We hebben voortdurend 's avonds luchtalarm. Gisteravond moest ik van 8.45 tot even over 11 in een portiek schuilen. Koud dat het was! Toen ik thuis kwam waren 3 van mijn vingers wit van de koude en ik had handschoenen aangehad! Vanavond heb ik voor f 0,35 schaatsengerden in de Apollohal. Volgende keer neem ik Hanna mee. Deze keer was ik met andere mensen.


Arnold Heilbut (1922-1941) hield in het eerste oorlogsjaar een dagboek bij. In 1941 werd hij opgepakt en overleed korte tijd later in Mauthausen.

Lyndon B. Johnson -- 24 november 1963

President Johnson's Diary for Sunday, November 24, 1963, is very brief. Although President Johnson walked with the procession from the White House to the Capitol behind the Kennedy cortege, the Diary does not record the event. It notes that he returned from the Capitol to the Executive Office Building at 2:30 p.m., and was joined by Secretary of State Dean Rusk, Secretary of Defense Robert McNamara, CIA Director John McCone, U.S. Ambassador to South Vietnam Henry Cabot Lodge, and Undersecretary of State George Ball.


Lyndon B. Johnson (1908-1973) was president van de VS tussen 1963 en 1968. Op 24 november was hij 2 dagen president: Kennedy was op 22 november doodgeschoten. Pdf's van het eigenlijke 'diary' staan hier.

donderdag 22 november 2012

Samuel Pepys -- 22 november 1664

22 November in 1664
At the office all the morning. Sir G. Carteret, upon a motion of Sir W. Batten’s, did promise, if we would write a letter to him, to shew it to the King on our behalf touching our desire of being Commissioners of the Prize office. I wrote a letter to my mind and, after eating a bit at home (Mr. Sheply dining and taking his leave of me), abroad and to Sir G. Carteret with the letter and thence to my Lord Treasurer’s; wherewith Sir Philip Warwicke long studying all we could to make the last year swell as high as we could. And it is much to see how he do study for the King, to do it to get all the money from the Parliament all he can: and I shall be serviceable to him therein, to help him to heads upon which to enlarge the report of the expense. He did observe to me how obedient this Parliament was for awhile, and the last sitting how they begun to differ, and to carp at the King’s officers; and what they will do now, he says, is to make agreement for the money, for there is no guess to be made of it. He told me he was prepared to convince the Parliament that the Subsidys are a most ridiculous tax (the four last not rising to 40,000l.), and unequall. He talks of a tax of Assessment of 70,000l. for five years; the people to be secured that it shall continue no longer than there is really a warr; and the charges thereof to be paid. He told me, that one year of the late Dutch warr cost 1,623,000l.. Thence to my Lord Chancellor’s, and there staid long with Sir W. Batten and Sir J. Minnes, to speak with my lord about our Prize Office business; but, being sicke and full of visitants, we could not speak with him, and so away home. Where Sir Richard Ford did meet us with letters from Holland this day, that it is likely the Dutch fleete will not come out this year; they have not victuals to keep them out, and it is likely they will be frozen before they can get back. Captain Cocke is made Steward for sick and wounded seamen. So home to supper, where troubled to hear my poor boy Tom has a fit of the stone, or some other pain like it. I must consult Mr. Holliard for him. So at one in the morning home to bed.


Samuel Pepys (1633–1703) was een Britse hoge ambtenaar, die vooral beroemd is geworden vanwege zijn dagboeken.

woensdag 21 november 2012

Paul Léautaud -- 22 november 1918

Vrijdag 22 november 1918. - Vanochtend een brief van Madame... Ze zegt dat ze een dag of drie geleden twee brieven van mij tegelijkertijd heeft ontvangen, en één van die twee zou door de militaire autoriteiten zijn geopend. Ze zegt niet of bij deze twee brieven die ene is, waarin ik die vuile opmerkingen gezet had. Afgaande op hetgeen Mijnheer... mij tussen de middag is komen vertellen, lijkt 't er veel op dat ze aanstaande dinsdag naar Parijs zal terugkomen en dat de schoondochter van Madame H... blijkbaar zondagavond nog naar haar toe reist om haar te helpen. Een mooie kans dus, dat ik die afschuwelijke reis niet hoef te maken.


Paul Léautaud (1872-1956) was een Franse schrijver. Bovenstaand fragment komt uit Particulier dagboek 1917-1924.

dinsdag 20 november 2012

Robert Fripp -- 21 november 2011

08.57
Monasterio Nuestra Senora De Los Angeles, Sant Cugat, Spain.

In the night: at a gala performance with the Minx, in a large operatic auditorium of the 19th. kind. There was a charge of one pound to be allowed to take photos of the event; which I handed over.

Rising at 06.20.

Pre-packing.
Morning Sitting at 07.15.
Breakfast at 08.00.
Final packing.

Airport call at 09.45, brought forward 15 minutes because of heavy traffic reported at the airport.

09.36 Closing down the computer.

11.03 Terminal One, Barcelona Airport.

Dropping Hernan off at T2. Our Director is flying to Majorca, to check on a new facility. His meetings this week with the two Mother Superiors, old and new, were mainly positive, but the rent remains much higher than a year ago. The increase has been bureacracised within the Bishop’s Office, so we can’t go back to the original arrangement. But in future we are down from the prohibitive rent that this course is paying. Nevertheless, there are other facilities available within the Church, and which look favourably upon our work at a lower rent. Not sure whether this implies they value our work more, or less. But Hernan is off to visit other opportunities anyway.

Javier dropped Alessandro and myself at T1 with enough time to spare. A good thing because Al believed his flight was c. 13.15 and it’s 11.145. We bad farewell without a coffee together.

At security: my can of dulce de leche, a gift from Leonor in Rosario and medicine for an old and feeble former gigster, was flagged as suspicious. It was examined, fortunately without being opened and tasted. The next potential threat: I carry three tuning forks (actually, four) but three are in a dedicated pouch I put out for individual inspection. London security are nowadays a little sniffy – We know what tuning forks are! – but used to be suspicious. Here today, my security person first consulted with a colleague, then with a superior, before they called over a dedicated security person – one of the hard guys with a gun. I struck a C and held it to his ear. He recoiled. Perhaps he was used to the Old Standard Tuning and would have felt safe with an E? For tuning a guitar! He seemed to understand, but more likely was relieved that this strange little old man with a ringing bit of metal might be on his way.

Now computing with a glass of modest cava. Actually, exceptionally modest. But Fripp is heedless of this: he is a happy boy. This was a good course.

11.15 For some reason the NPU in a nearby open-fronted shop has switched to loud. The three German ladies on the adjoining table are not disturbed: they are themselves set to endless wittering. Noisebusters and Bach have come to my rescue.

11.54 The Crafty Circler, from GC II in April 1986 and now this course in San Cugat, has just come up to say hello. J is off to Madrid en route to NYC.

20.05 Bredonborough.

A packed and uncomfortable flight…


Robert Fripp (1946) is een Britse gitarist. Hij houdt een online dagboek met foto's bij.

J.C. Ribbens -- 20 november 1943

[Kamp 133 (Thailand)] 's Morgens was er in Kamp 130 een herdenkingsfeest van alle krijgsgevangenen die tijdens het werk aan de dijk gestorven zijn en dat waren er niet weinige (van een ploeg van 7000 Australiërs en Engelsen: 2600!). In dit kamp hebben Wegali-mensen gelegen die in Kamp 112 waren achtergebleven en hoorde hier tot mijn ontsteltenis dat ook Jan Versluijs, mijn oude kongsiegenoot daar overleden is en op het kerkhof ligt, dat moet dan vorige maand gebeurd zijn.


Johannes Cornelis Ribbens (1916-?) was in WO II geïnterneerd in Thailand. Hij hield daar een dagboek bij, waaruit fragmenten zijn overgenomen in De Japanse bezetting in dagboeken. De Birma-Siam spoorlijn.

zondag 18 november 2012

John Christiaan Dicke -- 19 november 1943

19 november 1943
Kamp 55 (Birma)] Er zijn nieuwe orders (mededelingen) van overste Nagatomo afgekomen. Van het totaal van 50.000 krijgsgevangenen in Birma en Thailand, zullen van elke branche 3000 man (vijf branches dus [in totaal] 15.000 man) aan spoorlijn, wegen enz. blijven werken. Van elke branche zullen circa 1000 man (tot 5000 man) naar een hospitaal bij Bangkok gaan en tot 't einde van de oorlog blijven. De resterende 30.000 man zullen op boerderijen en groentekwekerijen in de buurt van Bônbaw tewerk worden gesteld (indien mogelijk), nadat zij eerst drie maanden in een rustkamp zijn geweest. De voordien genoemde 15.000 man zullen omstreeks maart 1944 (indien mogelijk) naar Japan verscheept worden, eventueel aangevuld met mannen der resterende 30.000 man om aldaar tewerk te worden gesteld.


John Christiaan Dicke (1902-1988) was in WO II geïnterneerd in Birma. Hij hield daar een dagboek bij, waaruit fragmenten zijn overgenomen in De Japanse bezetting in dagboeken. De Birma-Siam spoorlijn.

Theo Zwetsloot -- 18 november 1989

Leiden, za. 18 XI 89 18.40
Waar ben ik mee bezig? Ik stond laat (13.00) op. Hans belde, samen allebei een kaart aan Mar geschreven, die vandaag in Montreal trouwt. Nog niet buiten geweest. Reina heeft een mooi nieuw kapsel, net een varen. Nu is ze naar hiernaast. Er staat een maaltje voor me in de oven en we zouden vanavond bijvoorbeeld kunnen gaan stappen in Leiden of R'dam. Nu voel ik me nog moe en lelijk en met weinig energie. Onzeker ook. Maar toch het gevoel dat ik wél goed bezig ben. Volgende week zaterdag zal ik opstaan op de tijd die míj goed schikt, die ik kies. Er is, zoals Rein ook zei, inderdaad geen weg terug meer. Terwijl ik deze laatste woorden schrijf, voel ik mijn hoofd schoner, helderder worden van binnen. Alsof mijn zintuigen beter werken en de moeheid lijkt ook te verdwijnen. Ik heb eigenlijk wel zin om iets leuks te doen, weet alleen nog niet wat. De hele avond schrijven is misschien teveel, hoewel ook wel lekker. Dingen verwoorden heeft zin. Orde scheppen, lijnen uitzetten, je laten zien en horen. Het vertrouwen in de waarde van wat ik te zeggen heb. De stilte mooi laten zijn. De binnenkant naar buiten laten komen en zien dat dat mooi kan zijn en lekker aanvoelt. Wat kunnen er trouwens lekker veel woorden op zo'n ruitjesvel. Schrijft prettiger dan ik verwacht had. De oven is klaar met het opwarmen van m'n Iglodiner. Ik ga Reina bellen. Reina komt net binnen. Timing. 20.40 uur.


Theo Zwetsloot (1956-1999) was een voorvechter van het zelfstandig functioneren van mensen met een lichamelijke beperking. Zo stond hij o.a. aan de basis van het persoonsgebonden budget. In Tienduizend dagen strijd in een rolstoel zijn dagboeknotities van hem opgenomen.

zaterdag 17 november 2012

Hans Muis -- 17 november 1944

De eerste dag: 17 Nov.

Dit was de nootlottige datum.
’s Morgens om ± 7 uur werden we opgeschrikt in kamp Vollenhove, het kampterrein was aan alle zijden afgezet, zodat er weinig kans op ontsnapping bestond.

We hadden juist gegeten en wilden de laarzen aantrekken om naar het werk te gaan, toen iemand, die zich naar zijn werk aan de Smederij wou begeven, bij ons de kamer kwam binnen vliegen, op de voet gevolgd door een S.D.man met zijn automatische pistool in de aanslag.

Eén van mijn collega’s kreeg nog een klap met dit pistool tegen zijn schouder en het volgende moment liepen we reeds met opgeheven handen het kamp uit, de brug over, naar de school in Vollenhove. Iedere 10 à 20 m. stonden wachtposten opgesteld, terwijl ook de school, waar toen nog weinig slachtoffers waren, onder zware bewaking stond.

We hadden niet de gelegenheid gehad, om ook maar het minste mee te nemen, zodat ik op de klompen, zonder pet en overjas de emotievolle tocht begon.

De meeste jongens, die later van hun werk werden opgepikt stonden er trouwens precies zo voor, ook zij hadden alles moeten achterlaten.

In de school aangekomen, werden we zwaar gecontroleerd door speciale vaklui, die bijna dwars door je heen keken, terwijl ze met hun grote mond je direct onder hypnose probeerden te brengen, zodat onze eerste indrukken al niet erg opwekkend waren.

Onderwijl worden steeds meer mannen binnengebracht, eerst uit kamp Kadoelen, later gevolgd door Ramspol, Ens, enz. De stemming die toch al slecht was, daalde nog aanzienlijk, toen in de loop van de middag verschillende vrouwen en meisjes in de school kwamen, om naar familieleden of kennissen te zoeken. ’s Avonds kwamen er enkele heren van de Directie met het bericht, dat zoveel mogelijk de namen genoteerd moesten worden, waarna men proberen zou, althans een gedeelte dat moeilijk te missen was vrij te krijgen. De gehele avond waren we met z’n vieren hieraan bezig, het werd erg bemoeilijkt doordat er geen licht aanwezig was.

In deze tussentijd waren alle lokalen natuurlijk reeds vol, zodat we probeerden, om in de koude tochtige gang nog wat te slapen. Er heerste een onbeschrijflijke vervuiling, doordat de school natuurlijk niet berekend was op een dergelijke volksmenigte.

Van slapen kwam natuurlijk practisch niets, wij zaten langs beide kanten van de gang en moesten de knieën opgetrokken houden, om telkens mensen te laten passeren.


Hans Muis (1919-?) werd opOp 17 november 1944 tijdens een razzia opgepakt en naar Duitsland gestuurd om daar te werken. Tijdens zijn tewerkstelling daar hield hij een dagboek bij.

vrijdag 16 november 2012

J.F.S. Domela Nieuwenhuis Nyegaard -- 16 november 1914

MAANDAG 16 NOVEMBER 1914
Er gebeurde niets bijzonders. Woensdag wordt mijn zitkamertje in orde gemaakt. Ik ben zoo blij. Ik heb ook een huissleutel sinds enige tijd. Er waren veel Duitschers in de stad.
Ik moest een boek koopen Tables/ Sables de Yénélon, maar kon ze nergens vinden. Morgen ga ik eens bij Tavernier kijken. Alles gaat zijn gang en ik verveel mij dood. Ik haakte niet.


J.F.S. Domela Nieuwenhuis Nyegaard (ca. 1900-1944). Dagboek.

donderdag 15 november 2012

Henry Morton Stanley -- 15 november 1893

November 15th, 1893. I left Manchester yesterday at noon, and arrived in London at 5 p. m., and found a mild kind of November fog and damp, cold weather here. After an anchorite's dinner, with a bottle of Apollinaris, I drove off to the Smoking-concert at the Lambeth. The programme consists of comic songs, ballads, and recitations, as usual; just when the smoke was amounting to asphyxiation, I was asked to say a few words. I saw that my audience was more than usually mixed, very boyish young fellows, young girls, and many, not- very-intellectual-looking, men and women. The subjects chosen by me were the Matabele War, and the present Coal-war or Strike. In order to make the Matabele War comprehensible to the majority, I had to use the vernacu- lar freely, and describe the state of things in South Africa, just as I would to a camp of soldiers.

In doing this, I made use of the illustration of an English- man, living in a rented house, being interfered with in his domestic government by a burly landlord, who insisted on coming into his house at all hours of the day, and clubbing his servants; and who, on the pretence of searching for his lost dog and cat, in his tenant's house, marched away with the Englishman's dog and other trifles. You who know the Eng- lishman, I went on, when in his house, after he has paid his rent and all just debts; you can best tell what his conduct would be ! It strikes me, I said, that the average man would undoubtedly "boot" the landlord, and land him in the street pretty quickly. Well, just what the Englishman in Lambeth would do, Cecil Rhodes did in South Africa with Lobengula. He paid his rent regularly, one thousand two hundred pounds a year or so, besides many hundreds of rifles, and ammunition to match, and other gifts, for the right to manage Mashona-land as he saw fit. Now in the concession to Rhodes, Lobengula had reserved no rights to meddle in the territory. Therefore, when, under the plea that his cattle had been stolen by Rhodes's servants, or subjects, the Mashonas, Lobengula marched into Rhodes's territory and slaughtered the Mashonas and took the white man's cattle, besides creating a general scare among the outlying farmers, and the isolated miners, Jameson, who was acting as Rhodes's steward, sent the sub- agent Lendy upon the tracks of the high-handed Matabele, hence the war. This little exposition took amazingly, and there was not one dissentient voice.

About the Coal-war I was equally frank, and said, in conclusion, that, if I had any money to spare at the present time, it would not be given to men who were determined to be sulky, and who, to spite the coal-owners, preferred to starve, but to those poor, striving people, who, though they had nothingto do with the dispute between miners and coal-owners, had to bear the same misery which the miners were supposed to suffer from, and who were obliged to pinch and economise in food, in order not to be without coals. This drew a tre- mendous burst of cheers, and ' Aye, aye, that is true.'

Some very bad cigars and black coffee were thrust upon me, and I had to take a cigar, and a teaspoonful of the coffee; neither, you may rest assured, did me any good!

Yesterday, I read W. T. Stead's last brochure, '2 and 2 make 4.' I think it is very good. Stead aims to be the 4 universal provider for such people as cannot so well provide for themselves. He is full of ideas, and I marvel how he manages to find time to write as he does ; he has mortgaged his life for the benefit of the many sheep in London, who look to him as to a shepherd.

The 'Daily Paper,' of which I have a specimen, may be made very useful ; and I hope he will succeed with it ; but it does not touch the needs of the aristocratic, learned, and the upper-middle class. Some day, I hope some other type of Stead will think of them, and bring out a high-class journal which shall provide the best and truest news, affecting all political, commercial, monetary, manufacturing, and indus- trial questions at home and abroad; not forgetting the very best books published, not only in England, but in Europe, and America, and from which 'sport' of all kinds will be banished.

It ought to be printed on good paper, and decent type ; the editorials should be short; the paper should not be larger than the 'Spectator' and the pages should be cut. I quite agree with Stead that it is about time we should get rid of the big sheets, and the paper-cutter. Wherefore I wish Stead all success, and that, some day, one may arise who will serve the higher intelligences in the country, with that same zeal, brightness, and inventiveness, which Stead devotes to the masses. Now I have faithfully said my say, and send you hearty greetings.


Henry Morton Stanley (1841-1904) was een Welsh-Amerikaans journalist en ontdekkingsreiziger (degeene die dr Livingstone opspoorde). Dagboekfragmenten van zijn hand zijn opgenomen in The Autobiography Of Sir Henry Morton Stanley (1909).

dinsdag 13 november 2012

André Gide -- 14 november 1930

14 november
Vind er niets aan weer in Tunis te zijn, afgezien van het genoegen Elisabeth een voor haar nieuw land te laten zien. Wat mijzelf betreft, ik verval hier weer in een soort sleur, en neem dat mezelf kwalijk. Mijn hersens zijn trouwens nog helemaal versuft door alle mothersill die ik heb genomen, waarschijnlijk heb ik alleen dankzij die pillen kunnen voorkomen dat ik ziek werd. Vrij slechte overtocht, ben bijna de hele tijd in bed gebleven. Aankomst in Tunis in de regen. (Bij het naderen van de kust prachtige kleur van de zee, eerst groen, daarna steeds geler onder een paarse hemel, schoonheid van de golven, enz. Heel erg Delacroix.)

Vanochtend afschuwelijk weer. Nergens zin in, alleen om te lezen en te werken. De post brengt de drukproeven van Oedipe.


André Gide (1869-1951) was een Franse schrijver. Een selectie uit zijn dagboeken is gepubliceerd in de Privé domein-reeks onder de titel Het innerlijk blauw.

maandag 12 november 2012

Simone de Beauvoir -- 13 november 1926

[...] Once again saw Rembrandt, Van Dyck, Frans Hals, Ruysdael, Ingres, Delacroix.
Discovered Olympia, Portrait of Zola, one of Whistler's portraits.
Liseuse by Vermeer, some Corots especially Une soirée. I adore the Corot paintings.
Millet and Meissonnier are detestable. Rousseau mediocre. Corot! Corot!
And this beautiful Vermeer.
Look at the elderly single lady who is pontificating, followed by young girls who believe that they like painting because they are taking notes! And the young man filled with wonder because smoke is coming out of the nostrils of a cow painted by a painter I don't know and who is atrocious: Troyon.
Oh! Corot's pale greyish green mill! And his golden Soir and Ville d'Avray! And all his simple tables. [...]


Simone de Beauvoir (1908-1986) was een Franse filosofe en schrijfster. Bovenstaand (vertaald) fragment komt uit het dagboek dat ze als studente bijhield.

zondag 11 november 2012

Youp van 't Hek -- 12 november 1983

Zaterdag
Vroeg naar Hilversum. Interview met Herman Stok over de nieuwe plaat. Stukje plaat, praatje, stukje plaat. Het hoort erbij maar toch merk ik steeds dat de stukken op de plaat mijn bedoelingen beter weergeven dan het praatje er tussendoor. Ik vind interviews altijd weer moeilijk. Middels mijn theaterprogramma (en in dit geval de plaat) zeg ik exact wat ik zeggen wil en iedere toevoeging is eigenlijk overbodig. Toch loopt het gesprek heel leuk. Herman heeft zich heel goed voorbereid en het wordt daardoor geen babbeldebabbeldebabbelgesprek. 's Middags wat vrienden opgezocht en mijn neef Benjamin (hij werkt met mij mee op de plaat) zijn verjaardagscadeautje gebracht.
Naar Voorburg en daar in theater 'De Tobbe' gespeeld.
Kleedkamer op het toneeltje. Juist dat improviseren heeft zijn charme. Na afloop komt de vraag of ik het niet moeilijk vind om in zo'n klein theater te spelen. Dit soort vragen snap ik niet, daar ik pas sinds zeer kort in betere accommodaties speel. Het maakt mij nooit uit. Liever een stampend uitverkochte 'Tobbe' dan tweehonderd mensen in een schouwburg waar er 900 in kunnen. De avond is leuk.
's Nachts richting Betuwe (waar ik sinds kort woon). Kranten lezen en slapen.


Youp van 't Hek (1954) is een Nederlandse cabaretier. In 1983 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Albert Camus -- 11 november 1942

11 november. Als ratten!

Vanmorgen is alles overdekt met rijp, de hemel flonkert achter de guirlandes en de serpentines van een vlekkeloze kermis. Wanneer om tien uur de zon warm begint te worden, weerklinkt buiten alom de kristallijnen muziek van een dooilucht: een licht geknetter als zuchten de bomen, het vallen van de rijp op de grond als het geluid van witte insekten die op elkaar gegooid worden, late bladeren die onophoudelijk afvallen onder het gewicht van het ijs en op de grond nauwelijks meer opveren als vederlichte knekels. Overal in het rond vervluchtigen de kleine dalen en de heuvels in nevel. Wanneer je wat langer blijft kijken, bemerk je dat dit landschap door het verlies van al zijn kleuren opeens oud geworden is. Het is een heel oud land dat op één enkele morgen door duizenden jaren heen voor ons oog opduikt... Die uitloper van het gebergte, bedekt met bomen en heide, doemt op als een boeg bij de samenvloeiing van twee stromen. Door de eerste zonnestralen ontdaan van zijn rijp, blijft hij het enige wat leeft in dit landschap, zo wit als de eeuwigheid. Op die plaats spannen althans de onverstaanbare stemmen van de twee bergstromen samen tegen de grenzeloze stilte die hen omringt. Maar allengs gaat het lied van het water uit zichzelf op in het landschap. Zonder dat het iets aan kracht verliest, wordt het toch stil. En af en toe is het nodig dat er drie rook-kleurige kraaien overvliegen om weer enig teken van leven in de lucht te brengen.
Van de top van de boeg, waar ik zit, volg ik deze bewegingloze vaart door het land der onaandoenlijkheid. Niet minder dan heel de natuur en deze witte vrede die de winter schenkt aan de al te vurige harten — om dit hart, verteerd door een bittere liefde, tot bedaren te brengen. Ik kijk naar het licht dat in de hemel aanzwelt en zich uitbreidt als een loochening van de voortekenen des doods. Eindelijk een spoor van toekomst, daar boven mij tot wie alles thans spreekt van verleden. Zwijg, long! Vul je met die lijkwitte en ijskoude lucht die je kracht moet schenken. Wees stil. Dat ik niet langer noodgedwongen moet luisteren naar je trage tering — en dat ik me eindelijk wend naar...


Albert Camus (1913-1960) was een Franse schrijver. Zijn 'carnets' werden vertaald onder de titel Dagboek.

zaterdag 10 november 2012

Edward Walford Manifold -- 10 november 1917

It rained heavily all day. In the morning I went down to the canal bank to see the staff captain of the first division about our RE material, as they were shouting for it from the guns. This way of getting material proved almost as fruitless as putting in through brigade as they simply made a note of the stuff we want and that was all that was done about it. The first division had attacked early in the morning, trying to push obliquely along the ridge towards Rosebeeke and although they were successful in gaining their objectives they eventually had to retire to their old line as the mud was impossible. All their Lewis guns and rifles got jammed with mud and the Hun put down a very heavy barrage too. Our big guns 12' and 9' were blazing away hard as I went down to the canal and making a great noise.


Edward Walford Manifold (1892-1959) was een Australiër die in WW 1 diende. Zijn dagboeken en brieven uit die tijd worden in dagelijkse afleveringen gepubliceerd op http://ewmanifold.blogspot.nl/.

donderdag 8 november 2012

Walter Kempowski -- 9 november 1989

9 november
Middernacht, de radio: bij de grensposten staan duizenden DDR-burgers die erdoor willen, de grenzen zijn geopend. De politie weet niet wat ze doen moet. Dit zou het einde van de Muur kunnen zijn. 'Hereniging' is een beladen woord, dat menigeen doet ontploffen. De hemel weet waarom, in elk ander land zouden mensen gek van vreugde worden. Mensen die in het oosten in de kroeg zaten, zijn eenvoudigweg de grens over gelopen. Zonder bagage, gewoon zoals ze de deur uit gingen, zonder visum.
Grenswachten hebben..../ Tranen van geluk./ Kussen elkaar./ Willen niet eens blijven, zeggen ze: 'En morgen weer aan het werk.'/ Ook in tegenovergestelde richting, mensen die jarenlang niet aan gene zijde waren./ Twee jongeren komen alleen een kijkje nemen./ Bomholmer Strasse, eventjes van Oost naar West./ Al duizenden. Voor duizenden onvoorstelbaar./ Ongelooflijk opwindend./ Gelukt?/ Kohl wil zijn bezoek aan Polen afbreken.
1 uur
Duizenden worden door de wachten niet langer tegengehouden, 'onbeschrijflijke taferelen'./ Sekt en bloemen van West-Berlijners, het verkeer 'delft het onderspit'./ Velen willen alleen een bezoek brengen./ Een stroom ook in tegenovergestelde richting./ Andere radiozenders dreutelen rustig verder, zonder op het waanzinnige nieuws te reageren./ Drie- tot vierduizend mensen per uur, zesduizend in de afgelopen tien uur./ Ze zijn niet meer te tellen.


Walter Kempowski (1929-2007) was een Duitse schrijver.

woensdag 7 november 2012

Walter Kempowski -- 8 november 1989

Vluchtelingstromen. Vandaag kwamen 11 duizend mensen uit de DDR, 50 duizend sinds zondag. Het heeft iets hysterisch. De gezichten die je ziet, lijken op elkaar: jonge mensen tussen 18 en 32, jeans, mannen met behaarde bovenlippen, vrouwen met een kind op de heup. Ze geloven niet in de toezeggingen van de SED-staat, waarvan de vertegenwoordigers zich 'schuldig' zeggen te voelen, zonder daar echter consequenties aan te verbinden. Allen zijn vandaag afgetreden en deels weer teruggekomen. Zonder vrije verkiezingen gaat het niet meer, en mét zullen de partijbonzen het moeilijk krijgen, of *eng* zoals men zegt.`
Tsjechisch spoorwegpersoneel heeft zich erover beklaagd, dat Duitsers hun DDR-geld uit het raam hebben gegooid. En bij ons geen woord over 'hereniging'. De tig-duizenden die onze kant opkomen voltrekken haar op eigen wijze. 'Niet over beginnen', denkt iedereen. Alsof het iets onfatsoenlijks is, hereniging. Het is de normaalste zaak van de wereld.


Walter Kempowski (1929-2007) was een Duitse schrijver.

dinsdag 6 november 2012

Allen Ginsberg -- 7 november 1962

Nov 7 —
Last nite Tues (puja) nite at Nimtallah Burning Ghat — a few black skulls in the woodpile — Pouring white fat (ghee) into the flames, it burns brighter and sparks shoot out, the body burns faster — an old man wrapped in white carried in on a wood woven-string couch — thin caved-cheek bony forehead — and a little girl lying on the woodpile, her mother wrapped in white collapsed, singing a psalm, on the ground nearby.
Over the Wall in the gathering ground of ganja saddhus, a huge midnight circle, many crosslegged men with pipes, cymbals clanging, a drum, and two men dressed in women's veils and saris, whirling like dervishes, a few boys in blue shirts whirling against them — occasionaly rhythmic shuddering of the hips, and crawling crab-legged on the ground pumping pelvis back & forth between different circles of devotees under different trees — all joining in waves and diminishing separately again — Sat down with a saddhu in orange robes and pufted his pipe.


Allen Ginsberg (1926-1997) was een Amerikaanse dichter en schrijver. In zijn Indian Journals doet hij verslag van zijn verblijf in India in '62/'63.

maandag 5 november 2012

Albert Camus -- november 1939

November '39
Waarmee men oorlog voert:
1. met dat wat iedereen weet
2. met de wanhoop van hen die hem niet willen voeren
3. met de eigenliefde van hen die door niets worden gedwongen om op te komen en die opkomen om niet alleen te zijn
4. met de honger van hen die dienst nemen omdat ze geen positie meer hebben
5. met tal van edele gevoelens zoals:
(a) de solidariteit in het lijden
(b) de verachting die zich niet wil uiten
(c) het ontbreken van haat.
Dit alles wordt op laaghartige wijze benut en dit alles leidt naar de dood.


Albert Camus (1913-1960) was een Franse schrijver. Zijn 'carnets' werden vertaald onder de titel Dagboek.

zondag 4 november 2012

Alfred A. Cunningham -- 5 november 1917

Monday, November 5, 1917
At sea, S.S. "St. Paul"

Last night the wind rose to a full gale and seas began breaking over the forecastle. 12 bags of powder for the guns were washed overboard. Several men just escaped the same fate trying to rescue the balance of it. The gale was worst this morning but it has been almost the same all day and tonight green water is racing down the Promenade Deck. They say the barometer is going down, which probably means we will get it worse during the night. I will be perfectly satisfied to have it smooth down some. I am not seasick because I ate a normal dinner. Lunch was not quite normal. I have a headache which is a credit and I get dizzy occasionally watching the salon or stateroom continuously acting like that kite balloon at Philadelphia in a storm. It must rise and fall 50 feet and then dive sideways about the same distance. And the worst of it is, that it is practically continuous. Hope for better luck tomorrow.


Alfred A. Cunningham (1881-1939) was een Amerikaanse legerpiloot. Hij hield in 1917/1918 een dagboek bij toen hij in Frankrijk gestationeerd was; het is verschenen onder de titel Marine flyer in France.

Sigurd von Ilsemann -- 4 november 1918

Gisteravond zijn wij naar het front gereden, om de keizer de gelegenheid te geven, weer eens enige troepen te zien, hen te danken voor de schitterende prestaties in de laatste weken. Van hen hangt het af, of een vijandelijke doorbraak ook verder wordt verhinderd.
Terwijl wij reden vloog een vijandelijk eskader over onze trein. Reeds trok een held aan de noodrem, en bijna alle inzittenden renden het veld op om dekking te zoeken tegen de bommen, als eerste de vertegenwoordiger van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de heer von Grünau, gevolgd door de kok met zijn witte schort voor en zijn koksmuts op. Een collega riep Von Grünau uit het venster van de coupé na: 'Kijk toch eens aan. Anders heeft hij altijd de grootste mond, maar nu de langste benen!' Ik moest met Gersdorff hartelijk lachen om de dappere inzittenden van de hoftrein (er waren geen officieren, maar meest beambten van Buitenlandse Zaken). En dat na vijf jaar oorlog! Zeker had geen enkele van deze bangeriken ooit buskruit geroken. Het grappigste was echter, dat in plaats van bommen alleen maar vlugschriften werden geworpen.
Groener keerde gisteren van zijn eerste reis naar het front terug. Hij heeft zich ervan overtuigd, dat de stemming zowel bij de leiders als bij de gevechtseenheden verbeterd is. Na de laatste afweersuccessen hebben de mensen weer meer vertrouwen in eigen kracht gekregen. De meeste zorg geven de recruten die uit het vaderland komen. Alles bijeen genomen is de stemming dicht bij de vijand nog steeds veel beter dan thuis. Het leger blijft trouw aan de keizer en is verontwaardigd, dat men thuis zou flauwhartig is en spreekt over de afstand van Wilhelm II. De meeste schuld daaraan heeft de nieuwe regering. De keizer denkt volstrekt niet aan afstand te doen. Hij weet, dat dit de ineenstorting van Duitsland zou betekenen. Overigens zou ook geen van zijn zoons het regentschap willen aanvaarden.
De gevolgen van een regentschap van een slappe keizer zien wij in Rusland en nu ook in Oostenrijk; dit eens zo trotse rijk verkeert in een toestand van verval, het bolsjewisme wint terrein en deerniswekkend is de houding van keizer Karl.


Sigurd von Ilsemann (1884-1952) was vleugeladjudant van de Duitse keizer Wilhelm II. Hij schreef Der Kaiser in Holland. Aufzeichnungen des letzten Flügeladjutanten Kaiser Wilhelms II.

Maarten 't Hart -- 3 november 1999

3 november. Droogstoppel
Gisteren nam ik deel aan Het Debat op Radio 1. Onderwerp was de vaste boekenprijs. Voor de uitzending begon zaten wij in de KRO-studio in café Het hemeltje. Felix Cohen, directeur van de Consumentenbond, kreeg het pamflet van Wouter van Oorschot over de vaste boekenprijs, bladerde erin en stuitte op pagina 17 op zijn naam. Direct nadat hij genoemd wordt, betitelt Wouter van Oorschot hem als Felix B. Droogstoppel. Vol verbazing keek Felix Cohen mij aan. 'Droogstoppel, waarom noemt hij mij Droogstoppel? Waar komt dat woord vandaan? Wat betekent dat woord? En waarom B. Droogstoppel?'


Maarten 't Hart (1944) is een Nederlandse schrijver. In de Privé Domein-reeks publiceerde hij Een deerne in lokkend postuur. Persoonlijke kroniek 1999.

donderdag 1 november 2012

Adriaan Morriën -- 2 november 1954

2 november. Afgelopen zaterdag met Hans, in een auto van Het Parool, naar Arnhem, voor een première van Sabrina, een Amerikaans toneelstuk waarvan een film is gemaakt met Audrey Hepburn, die deze week in ons land is, tot grote vreugde en trots, schijnt het, van ons 'volk'. Het stuk is van opzet erg flauw en onbelangrijk, maar wel goed toneel (doet aan Anouilh denken) en ook wel grappig. Op het toneel hoeft een schrijver wat minder origineel of diepzinnig te zijn dan op het papier, omdat zijn woorden door gebaar, uiterlijke verschijning, decor begeleid worden. Terug met Jeanne van Schaik-Willing, gesprek over Dirk Coster, daarna over Vestdijk en zijn depressie. Het milieu waarin Vestdijk huist (mevrouw Koster, moederbinding, burgerlijke huisaankleding). Jet van Eyk in deze verhouding het meisje waarop de moeder jaloers is. Heimelijke omgang en briefwisseling. Vestdijk kan béide vrouwen niet missen.

Adrienne probeert, evenals alle kleine kinderen, van aangename dingen een gewoonte te maken. Wanneer ik na het eten mij met haar bezighoud, haar in bed aai, voor heks speel, enzovoort, komt zij er de volgende dag, op hetzelfde tijdstip, op terug. Poging om het leven te systematiseren, uit zijn bandeloosheid vandaan te halen. Zin voor herhaling, repetitie zoals in volkskunst.

Corneille op bezoek, die wil dat ik hem bij Max Nord introduceer. Hij ziet er opgewekt uit, heeft een tentoonstelling in Amsterdam, verkoopt (onder andere aan het Stedelijk Museum te Den Haag), Is gebrouilleerd met Appel, ziet hem weinig, hoort hem wel zijn tanden poetsen (zij wonen op een zolder door een schot gescheiden).

Blindheid: gebrek aan intimiteit, naaktheid van het gezicht, niet beschermd door de blik, of afgeleid naar de diepte. Dood: hetzelfde gebrek aan intimiteit, Vier dagen een lijk zijn, dat zijn handen niet verbergen kan.


Adriaan Morriën (1912-2002) was een Nederlandse schrijver. In Ik heb nu weer de tijd zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.