woensdag 28 november 2012

J.J. Peereboom -- november 1959

november
[...] Ik ben ongevoelig voor de schoonheid van Hollandse polders; dat lijken mij alleen geschikte terreinen om verbindingswegen tussen de gemeenten over aan te leggen. Het heeft iets innemend eigenzinnigs om daar nu juist dol op te zijn, zoals er ook een aardige originaliteit is aan liefde voor een helemaal vlakke vrouw, maar de schoonheid is toch iets anders.
Het Engelse landschap lijkt mij mooier omdat het de aandacht opwekt in plaats van hem af te stompen. De landjes liggen scheef over de heuvels, in plaats van vierkant op de grond; er zijn huizen op de heuvel met een paar bomen er naast, en schapen op een glooiend weiland dat een park zou kunnen zijn, al zijn er alleen een paar bomen omgehakt; er zijn nevelige stadjes met een paar fabrieksschoorstenen gezien tussen de heuvels door, en riviertjes met één skiffeur erop gezien van hoge viaducten. Een ontwerp voor een paradijs zou mij zo'n landschap moeten aanbieden. Bergen misschien in de verte, om op uit te kijken, en een vlakte aan de andere kant, voor voetballers; maar om te wonen en in het gras te liggen, niets dan milde geurige heuvels.
Ik denk aan het paradijs doordat ik denk aan de achttiende-eeuwse Duitse theoloog die naar Leiden kwam om te doceren, maar haastig wegging toen hij merkte dat hij 'in het vlakke land geen metafysische gedachten kreeg'. Inderdaad, de polders zetten een domper op de verbeelding, en zijn daarom per definitie niet mooi. Of is dat anders voor wie de ware liefde tot zijn land is aangeboren, zoals aan ieder? Ik geloof er niet veel van. Al houd ik van Marie, daarom zie ik nog wel dat Sofia Loren mooier is; als ik het niet meer zie en ga babbelen over Marie die voor mij de mooiste is krijg ik het al gauw benauwd, en zo ook over die vierkante frigide polders. [...]



J.J. Peereboom
(1924-2010) was schrijver en journalist. Dagboeknotities van zijn hand verschenen in onder meer Ik ben niets veranderd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen