zondag 14 maart 2021

Bergman • 15 maart 1986

• Schrijver Bergman (Aart Kok, 1921-2009) hield enige maanden een dagboek bij waarin hij herinneringen aan het Kralingen uit zijn jeugd neerschreef. Uit: Leve Kralingen en omstreken/Dagwerknotities.

'86-12/3
In het brein van de ander zitten niet mijn appercepties. Wat weet hij van de middag dat ik met Ad Vos langs de Maas bij de Oude Plantage liep. Het was laag water. Wij zochten naar goudse pijpekoppen die schippers overboord hadden gegooid. Wij keilden de platte stenen over het traag stromende water en telden de sprongetjes die zij maakten. Wij wisten niets van de sprongen uit lijfsbehoud die wij later zelf zouden maken. Het leven was een land van beloften, lokkend, geheimzinnig en de moeite waard. Wij gingen dat land te lijf. Wij kenden geen angst, nog niet. Wij hadden vertrouwen in onszelf en hielden God achter de hand. Wie kon ons wat maken.

'86-15/3
Roken was een stiekeme aangelegenheid en stond hoog op het verbodslijstje van ouders en opvoeders. Hoek 8 wist er meer van. Chris Anker en ik kregen geen kans. Onze ouders hielden een waakzaam oog op de winkeldeur. Wij waren aangewezen op de goedwil van oudere jongens. Flag, omgedoopt tot Vlag, de goedkoopste, Miss Blanche (Blans) en Pirate waren favoriet. Bij mannen waren Sopla-sigaartjes ‘Stinkt Ontzettend Probeer Liever Andere’) erg in trek. De vaders vulden de kamers met blauwe dampen, wij mochten toekijken. Je schijt in je broek, was hun veel gehoorde waarschuwing. Tot ik in Bergambacht het voorouderlijk huis bezocht en mijn neef Huig, negen jaar oud als ik, achter het opgeschoven raam zijn pijpje zag zitten roken. Zijn vader zat er trots naar te kijken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten