dinsdag 1 december 2020

Simon Vestdijk • 2 december 1944

Simon Vestdijk (1898-1971) was een Nederlandse schrijver. Uit: Brieven uit de oorlogsjaren aan Theun de Vries (1968) 

[Dec. '44]

Beste Theun,
Aaf is hier plotseling gearriveerd en bracht nieuws over jou. Al is dit niet van onverdeeld gunstige aard, het was toch een geruststelling te hooren, dat je je er naar de omstandigheden nogal goed doorheenslaat. Hopelijk rust je in het hospitaal wat uit. Met ons gaat het goed. Nu de verlichting mij ietwat in de steek laat, zit ik bij een petroleumlampje te schrijven; maar om acht uur lig ik meestal in bed. En Ans staat de heele dag te koken en op de kachel te vloeken. Intusschen is mijn historische roman afgekomen, waar ik kort na het beëindigen van de vorige aan begonnen was. Tachtigjarige oorlog, je weet wel. Titel: De vuuraanbidders, en de omvang is 900 bladzijden, in drie ‘boeken’; maar ik hoop hier en daar nog wat te schrappen. Ik ben er nogal tevreden over, maar het is een beestig werk, hoewel vol afleiding. Aaf zal mij misschien een ex. van je tropisch opus kunnen verschaffen, waar ik uiterst benieuwd naar ben. Het spijt mij ontzaglijk, dat je mijn roman niet lezen kunt; maar laten wij op betere tijden hopen. Ans laat je hartelijk groeten. Houd je maar zoo goed mogelijk!
Met een stevige handdruk van je
Simon

Theun,
Tot troost en sterkte meld ik je, dat nog altijd nachtbezwering rijmt op naakte spijsvertering. Tot straks.
[Leo Boekraad]

Beste Theun,
Amsterdam, zwaar en grauw in nevel. Er dreigt gevaar aan alle kanten. Ik moest hier zijn voor enkele dagen, en geniet gastvrijheid bij Aafje. In je kamer lukt het mij slechts met groote moeite mij aan- of uit te kleeden. Je boeken leiden mij voortdurend af. Het is duidelijk dat ze jouw terugkomst met ongeduld verwachten. Onze belangen worden behartigd, maar je moet er toch bij zijn. Vergeet dat niet in alle narigheid! René was vanavond erg rumoerig, zoodat ik een robbertje met hem heb moeten stoeien. Wij hebben uitgemaakt dat hij aanleg heeft voor Jezuit ... Dit is maar een enkel woordje als teeken van leven en medeleven. Houd je goed!
Rudolf [Escher]


[Theun de Vries zelf]
Deze brief ontving ik als door een wonder in het P(olizeiliches) D(urchgangslager) A(mersfoort), waarheen ik na mijn arrestatie in juli 1944 in het begin van augustus was overgebracht. Vestdijk gaf deze brief mede aan mijn vrouw Aafje M. Vernes, van wie ik tijdens de oorlogsjaren gescheiden was en met wie ik in 1946 hertrouwde. Op de open gebleven plekken van de brief is door twee andere vrienden een groet bijgevoegd, voor de brief op de post ging. De anonieme auteur van de kryptische zin volgend op Vestdijks ondertekening is de dichter Leo Boekraad. Hij was, toen ik in het PDA gedetineerd werd, als gevangene werkzaam bij de kamp-administratie. Hij ontdekte mijn aanwezigheid na een maand en wist mij - ik was toen sterk verzwakt - in het kamphospitaaltje (‘Revier’) onder te brengen. Hij verschafte mij ook papier en potlood, en ik begon gedichten te schrijven. Een ervan luidde:
Ons ochtendritueel en nachtbezwering:
de broeken los, het darmsysteem gekromd
op de sekreten, knie aan knie gedromd -
een sfinxenlaan van naakte spijsvertering.
Boekraad had dit kwatrijn onthouden en gaf mij door het citaat te kennen dat hij veilig was: hij had n.l. medio oktober kans gezien uit het kamp te ontsnappen en kontakt gelegd met mijn naasten. - De derde groet komt van de komponist Rudolf Escher. De ‘rumoerige René’ is mijn zoon Hubert René, toen 10 jaar oud.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten