zondag 30 maart 2014

Michel Leiris -- 29 maart 1934

29 maart
Droom van twee dagen terug: ik ben op een schip met Léna - en nog meer mensen, onder wie Z[ette] - en we staan op het punt aan land te gaan. Léna na had een pop bij zich, die zij verloren is {verwijzing naar de handtas die ze op het bal in werkelijkheid kwijtgeraakt is} en waarnaar we op zoek moeten. Ik ren over trappen en door de scheepssalons, die vol passagiers zijn. Ik kom een klein meisje tegen {van ongeveer dertien jaar; herinnering aan het meisje van de groep De Rode Valken dat me tijdens de rondleiding door het Etnografisch Museum vragen stelde} dat een pop gevonden heeft. Ik bekijk de pop; het is echt die van Léna. Ik vraag het meisje de pop terug, en ze geeft hem, trots dat ze het verloren voorwerp heeft gevonden. Ik praat wat met haar, we gaan samen het schip af {misschien gaat het alleen maar om een trap?}, lopen wat langs de kade. Het meisje lijkt zich in mijn gezelschap erg te vermaken. Het valt me op dat ze voor haar leeftijd erg vrouwelijk is. Na verloop van tijd vind ik dat ze lang genoeg bij me gebleven is: haar ouders zullen zich ongerust maken, ze zullen zich afvragen wat ik toch met haar uitspook, enzovoort. Ik zeg tegen het meisje dat het nu wel tijd voor haar is om terug te keren, anders krijgt ze vast op haar kop. Het meisje zegt me dat ze aan dansen doet, wordt dan stilaan steeds aanhaliger en begint me welbewust te verleiden. Ze voert me mee naar een hotel of een appartement. Ik bevind me met haar in een grote kamer-en zij is nu Léna. Het Léna-meisje heeft voorbereidingen voor een soort orgie getroffen: twee matrozen zijn daar, met twee prostituees, die aanstalten maken de liefde te bedrijven, tegelijk met het meisje en mij (maar er zal niet van paar gewisseld worden). Het duurt allemaal een beetje lang; men vergewist zich ervan of alle deuren goed op slot zijn. Het meisje is niet langer Léna maar Z[ette]. Ik begin me uit te kleden (mijn broek uit te doen) om de liefde te gaan bedrijven. Op dat moment gaat er een deur - die we over het hoofd hadden gezien - open, en mijn schoonzus Jeanne komt het vertrek binnen om voor Z[ette] iets (een keteltje warm water?) te brengen. Het Léna-Z[ette]-meisje en ik zijn er vreselijk van in de war dat we betrapt worden in gezelschap van partners voor een orgie.
Een detail van dat vertrek: een soort smalle, hoge kast, waarin onder elkaar drie ronde luiken voor voyeurs zijn aangebracht, of die luiken zijn zelf al de hoofden van voyeurs. De matrozen (?) vuren revolverschoten af op deze kast.


Michel Leiris (1901-1990) was een Franse etholoog, dichter en schrijver. In de tegenwoordige tijd. Journaal 1922 - 1989.

Vertaling: Michel van Nieuwstadt

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen