zondag 2 maart 2014

Max Frisch -- 1 maart 1949

Bazel, vastenavond 1949
De Morgenstreich [carnavalsoptocht die zeer vroeg in de ochtend begint] ... hoe de reusachtig grote en veelkleurige, altijd zachtjes heen en weer zwaaiende lampionnen naar het marktplein komen, uit alle straten hoor je het getrommel van de gemaskerde figuren, als in het oerwoud, hun getrommel heeft iets van een ingehouden spanning, iets stotterends, de ruiten trillen en giechelen, de lucht wordt als het ware verscheurd door de schrille monotonie van de fluitspelers, en daar heb je ze, cohorten bovennatuurlijke maskers, vogels, kobolden en grote ronde kolen, altijd in groepjes, allen met een dwarsfluit aan de mond zodat de hele groep ook altijd een zelfde houding heeft, monsterachtig juist door de uniformiteit in de verscheidenheid, de demon niet als individu maar als ras...

's Avonds naar een gemaskerd bal.
Het geheel, terecht befaamd, doet denken aan een gebruik dat in China zou bestaan: eenmaal per jaar komt de hele clan bijeen, gaat in een kring zitten, allen stoppen hun oren dicht met leem, dan zeggen ze elkaar de waarheid, dat wil zeggen, ze slingeren elkaar alle mogelijke schandaligheden naar het hoofd, bespotten, vervloeken, honen eikaar tot ze naar adem snakken, ieder bekent zijn overspel, zijn vuile zaakjes, zijn bedriegerijen, zijn verslavingen, zijn angsten, bekent ze schreeuwend tot hij er hees van is - en dan, als niemand meer kan, peuteren ze de leem uit hun oren, glimlachen, maken een sierlijke buiging, vergezellen elkaar naar huis, nodigen elkaar uit op de thee en leven weer een heel jaar samen zoals het hoort, vreedzaam, hoffelijk en beschaafd...


Max Frisch (1911-1991) was een Zwitserse architect en schrijver. Zijn dagboeken zijn vertaald, onder meer als Dagboek 1946-1949.

Vertaling: Wouter Donath Tieges

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen