zaterdag 2 mei 2015

Jan Wolkers -- 2 mei 1970

• Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver en kunstenaar. Gedeelten uit zijn dagboek van 1970 zijn te lezen bij Google Books.

ZATERDAG 2 MEI 1970
Tweemaal pootpil.
Om acht uur op. Mijn voet is erg goed genezen op het ogenblik. Liggen lang in bed. We praten over Marijke van Jan Vreeken, van wie hij ons foto's liet zien. Karina heeft wel zin om met haar te spelen. De foto's van Karina en Martha liggen naast me op het tafeltje. Ik bekijk ze. Praat over Martha. Karina vond haar niet geil genoeg, zo koel. Vond dat ze niet echt gepakt werd. Karina slaat de dekens weg en gaat met mijn pik spelen. Ik bekijk ondertussen de foto's. Karina zegt dat Martha net een roofdiertje was. Praten over de session met haar. Karina melkt steeds doorzichtig vocht uit mijn pik. Dan ga ik met haar naaien. Eerst van achteren. Dan van voren terwijl we over J. fantaseren. Dat zij het opwindend vindt om alleen met hem te naaien. Dat als hij komt ik wegga boodschappen doen. Dat zij ondertussen zorgt dat hij haar grijpt. Ze vindt dat met zo'n jonge jongen leuker dan een triootje. Als ze merkt dat ik klaar ga komen zet ze haar tanden in mijn strot. 'Vooruit offerdier. Als je komt word je geofferd.' Na een uur als ik met mijn reet omhoog afgetrokken word steekt ze haar vinger in mijn reet en zegt dat ik moet schijten. Ze legt een krant onder me. Als het komt zegt ze: 'Kom maar met je lekkere warme stront', en smeert er mijn ballen mee in. Ze wordt zo opgewonden dat ze mijn reet schoon likt.
Om kwart over twee gaan we in de Slufter wandelen. Rechtsaf door het aangespoelde hout van van de winter. Tot het eind, waar de 'verboden toegang-paaltjes in de duinen verdwijnen. Daar gaan we naar de plassen in de duinen. Dan tegen de hoge duinen op. Aan de andere kant de polder met rechthoekige stroken geel van de narcissenvelden en de slordige gele plaatsen waar de bloemen na het koppen zijn neergegooid. Het matte blauwige groen van de ontbloemde velden. Het is nevelig weer. Soms zachte druppeltjes op je gezicht als een schoonheidsmasker. Vlak bij ons vliegt een wilde eend weg. Er zitten zeven eieren in het nest. Er is een knoop gemaakt in het lange gras eromheen om het te herkennen. Omdat we denken dat dat door een boswachter gedaan is ter herkenning als hij met een excursie rondtrekt, maak ik met mijn ballpoint op een van de eieren een geheimzinnig tekentje. Ik had het liefst op ieder ei een Chiquita-plakkertje gedrukt.
's Avonds tik ik een uur uit van een bandje van het relaas van Han over Indonesië.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen