woensdag 1 mei 2013

Maartje Wortel -- 2 mei 2012

Woensdag
Gisteravond kon ik niet slapen. Plotseling overviel me een beklemmend gevoel. Ik dacht: ‘Wat ben ik hier eigenlijk aan het doen?’ Alle gesprekken die we voor de radio gemaakt hadden, waren interessant maar vooral ook heel algemeen en abstract. Ik miste plotseling het contact, gewoon. Een concreet gesprek, van mens tot mens. Over wie de ander is, bijvoorbeeld. Ik merkte dat ik, om mee te doen met de groep, ook in algemeenheden begon te praten en een blokkade voelde om binnen die groep mezelf te zijn. Terwijl je moet beginnen van binnenuit. Als je geen reflectie kent, dan kan je ook niet naar buiten kijken. Alles blijft op die manier een vage vlek. Sowieso stellen mensen elkaar weinig vragen, terwijl begrip daarmee begint. Ik twijfelde of ik er iets over moest zeggen tegen de anderen. Wanneer je je eigen (individuele) vrijheid neemt om zoiets te zeggen, ontneem je iemand anders de individuele vrijheid en dat is riskant binnen een groep, mede omdat we bang zijn om buitengesloten te worden. Uiteindelijk hebben we gepraat, dat gaf lucht, ruimte, nieuwe vrijheid. Als je opgesloten zit, gebeurt er in het klein wat in de wereld in het groot gebeurt: je moet elkaar steeds opnieuw proberen te begrijpen.


Maartje Wortel (1982) is een Nederlandse schrijfster. In 2012 hield ze op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands dagboek' bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen