dinsdag 7 mei 2013

Marga Minco -- 7 mei 1983

Zaterdag
Ik lees dat de Portugese Synagoge moet worden gesloten omdat de beveiliging niet optimaal is. Misschien behoorden wij, toen we er twee weken geleden met de Israëlische schrijver Aharon Appelfeld waren, wel tot de laatste bezoekers. We werden rondgeleid door meneer Emanuels, een voortdurend glimlachende wijze, geen ogenblik uit zijn doen gebracht door de tegelijk met ons aanwezige, rumoerende groep scholieren. Aharon liep zacht neuriënd rond, onder de indruk van 'de prachtlievendheïd der Portugiezen' en met verbazing kijkend naar de van zwart crêpe-papieren keppeltjes voorziene jongetjes, die overal aanzaten, op het Almemmor klommen en elkaar al stoeiend over de banken duwden. In de kleine wintersynagoge ontdekte hij dat op de langs de wanden hangende lijsten met namen van gemeenteleden als eerste de naam van Spinoza's vader voorkomt. Het maakte hem lichtelijk euforisch, zei hij.
Vrienden bellen om te zeggen dat ze De val hebben gelezen. Hun complimenten geven me een kick. Ik ga nu eindelijk in de tuin werken, wroet met plezier in de natte aarde, plant een- en tweejarigen en een kruisbessestruik, gekocht bij een kwekerij in de buurt, die tegenwoordig 'intratuin' heet: net zo ridicuul als 'brood-o-theek', 'coiffurants' en 'shampoobar'. Wat doet de commercie toch met de taal? En bleef het maar bij de commercie.
Jongste dochter J. komt eten. Ik maak, voor het eerst dit seizoen, asperges als voorgerecht. Voor we aan tafel gaan speel ik als vanouds een partij Chinees schaak met haar. Ze wint bijna altijd. Dit keer heb ik veine. De afgelopen jaren heeft ze me geregeld aangespoord mijn boek af te maken. Het is er nu, maar het is een ander geworden dan ik onder handen had. De roman die ik voor deze novelle heb laten liggen, komt er ook wel. Daar ben ik ineens zeker van.


Marga Minco (1920) is een Nederlandse schrijfster. In 1983 hield ze voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen