zaterdag 4 mei 2013

Carel Alphenaar -- 4 mei 1984

Vrijdag
Het Christendom op de radiowekker. Fens in de Volkskrant. 10 uur. Toneelgroep Centrum wordt ondervraagd door de Commissie Toneel van de Amsterdamse Kunstraad. Een uitputtend gesprek over de criteria die Centrum aanlegt bij de repertoirekeuze. 'Wat is jullie analyse van de maatschappij?' Wij analyseren niet, wij werken met antennes. Wij scharen ons achter schrijvers die we goed vinden en soms laten die alleen maar de gekte van deze tijd zien. Schrijvers als Haenen en Schippers verlustigen zich in die gekte. Schrijvers als Vleugel en Vorstenbosch geven ook nog tijdscommentaar. In ieder geval nemen wij geen genoegen met een schijnanalyse en daarom komen auteurs als Edward Bond en Peter Shaffer er bij ons niet meer in.
We vertellen gedetailleerd hoe wij auteurs begeleiden en hoe wij, in een nieuw toneelbestel, de kans willen krijgen om meer projecten te starten, meer waagstukken uit te halen met de mogelijkheid om mislukkingen snel af te voeren. De commissie luistert goed en dat inspireert.
Ik fiets slalommend naar Bellevue, en werk daar twee uur met een Nederlandse toneelschrijver, samen met mijn uitdagende collegadramaturg Helen de Zwart. We geven per zin commentaar. De schrijver verlaat opgeruimd het pand en zal over veertien dagen terugkomen met een nieuwe versie.
Vlak voor zessen koop ik grammofoonplaten, de strijkkwartetten van Bartók en een handschoffeltje. Thuis vind ik niemand, dus eet ik er niet. Wel wied ik woedend wat van dat verdomde zevenblad in mijn tuin.
Dan weer met gelijkmatig humeur naar Bellevue. Ik heb dienst. Ik moet de kaartjes scheuren.
Het herdenkingssignaal van 4 mei overvalt me als ik met een blad vol lege glazen het café inloop. Iedereen staat al doodstil. Het is even belachelijk en hachelijk om het blad op de grond te zetten, als om het vast te houden. Ik sta als een roerdomp, maar herdenken ho maar.
Als ik de zaaldeuren ga openen sta ik recht tegenover het opgehoopte publiek. Na honderd minuten klinkt het applaus — hard en mooi van lengte. De mensen komen geëmotioneerd naar buiten. Ik krijg bemoedigende knikjes.
Na een verjaardagsbezoek bij een engel in Duivendrecht, rijd ik in mijn oude Peugeot naar Heerewaarden. Stuitend dichte mist. Zal ik de Betuwe halen en zo ja, staat hij in bloei? Zo nee, de dood is vast ook iets heerlijks.


Carel Alphenaar (1940) is regisseur, schrijver, theatermaker en cellist. In 1984 hield hij op verzoek van de NRC een 'Hollands Dagboek' bij toen toneelgroep Centrum, waar hij aan verbonden was, met stopzetting van subsidie bedreigd werd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen