dinsdag 4 december 2012

P.J.M. Aalberse -- 5 december 1895

5 december 1895
Weer zit ik op Sinterklaasavond alleen op mijn kamer ... och, dat had nu toch onderhand wel eens anders kunnen zijn! Ofschoon ... al kon ik nu bij Lize thuis komen, het zal daar nu ook wel héél stil zijn: er zijn een paar kleintjes van Meijknecht ingekwartierd en nu heeft een van hen het roodvonk gekregen. ’t Is gelukkig nogal niet erg.
Laat ik mij dus maar gelaten neerleggen bij mijn eenzaamheid. Ik heb nu tijd even wat op te teekenen en om verder te werken aan mijn stuk over Eduard Broms pas verschenen bundel: Opgang. Voor een paar dagen zond hij mij een exemplaar. Ik ben dâlijk aan ’t lezen gegaan. Wat hebben die verzen mij diep getroffen: hoe volkomen juist geven zij mij weer die stemming, waarin ik thans vier jaar geleden weken en weken lang heb geleefd. ... Ik schreef hem dit: hij antwoordde terstond, dat ik zijn verzen goed begrepen had. Zóó onder dien vollen indruk van die eerste lezing had ik mijn stuk over dat boek willen schrijven. Helaas! ... eensklaps was alle bekoring geweken: Betje bracht mij het Centrum boven, ik keek ’t even in en ... daar las ik een lang stuk over ... mijzelf! Den volgende dag schreef ik dezen brief aan de redactie van Het Centrum: [lees verder]


Piet Aalberse (1871-1948) was politicus. Hij hield een dagboek bij van 1891-1947.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen