vrijdag 12 mei 2017

Sigurd von Ilsemann / Elisabeth Bentinck -- 12 mei 1920

Gravin Elisabeth Bentinck (1892-1971) was de dochter van graaf Godard van Aldenburg Bentinck, die de Duitse keizer en keizerin na hun verbanning uit Duitsland enkele jaren onderdak biedt in zijn kasteel in Amerongen. Elisabeth trouwt in 1920 met de adjudant van de keizer, Sigurd von Ilsemann (1884-1952). Zijn dagboeken zijn onlangs in het Nederlands vertaald. In het boek zijn ook dagboekfragmenten van Elisabeth Bentinck opgenomen.

[over het schilderij]

12 mei 1920
Een persoonlijke gebeurtenis: ik heb mij verloofd met de dochter van de graaf, Elisabeth gravin van Aldenburg-Bentinck. Gisteren werd de verloving bekendgemaakt. Eergistermorgen toen ik met de keizer naar Doorn reed, zei hij mij in de auto: 'Mijn arme vrouw is weer helemaal uitgeput van de zenuwen, Zojuist huilde zij erg omdat wij nu naar Doorn moeten. Dat was een nieuw hoofdstuk in ons treurige lot en vooral voor mij moest het toch verschrikkelijk zijn dat wij nu alleen zijn in een vreemd land. Ons lot zou ons straks te midden van onze oude meubelen bijzonder helder voor ogen staan. Ik zei haar dat dit bij mij met het geval is; ik heb mij er na anderhalf jaar innerlijke strijd bij neergelegd en verwacht niet veel meer van het leven. Ik zal in Doorn een rustig leven leiden en mijn sterke geloof zal mij daarbij helpen,' De keizer sprak deze woorden vanuit het diepst van zijn hart, waardoor ik geloofde dat hij ervan overtuigd was. Dat daarnaast de hoop op terugkeer steeds weer opduikt, is gezien het karakter van de keizer begrijpelijk.

Uit het dagboek van Elisabeth Bentinck.
14 mei. De laatste dag van de keizer in Amerongen, De keizer bracht mij weer kraaienveren uit de tuin en gaf mij bij het ontbijt een stuk van zijn gebak. Toen reden ze naar Doorn, met Sigurd.
De keizerin kan niet begrijpen dat Sigurd en ik geen ringen dragen en wilde mij er toe brengen hem er een te geven. Wij hechten er echter beiden geen waarde aan. De keizer en Sigurd hebben in de toekomstige werkkamer van de keizer schilderijen opgehangen.
's Middags was ik met Sigurd voor het eerst alleen uit rijden. Toen wij op de terugweg langs de laan kwamen, zagen wij in de tuin de keizer en keizerin voor de laatste maal wandelen. De keizerin zat in haar rolstoel, de keizer liep naast haar. Het sneed mij door de ziel en ik dacht bij deze aanblik dat de arme keizerin in een van de kamers in Doorn zou sterven. God, maak dat dit uur voor de keizer niet te snel komt.
Zoals dagelijks in de afgelopen achttien maanden stonden papa en ik ook deze avond boven in de galerij om de majesteiten voor het diner naar beneden te begeleiden. Een eigenaardig gevoel: de laatste keer!
De heren waren in volledig uniform. Papa droeg het uniform van de Johanniter Orde en hield een toespraak. De keizerin vocht tegen haar tranen en dankte papa zeer voor de warme woorden. Zij liet door alle aanwezigen hun handtekening op het menu zetten. Weede dankte de keizer voor het ziekenhuis dat hij de dorpsbewoners ter herinnering aan zijn verblijf hier schenkt. Wij zaten de rest van de avond in papa's kamer en voordat de keizer naar bed ging, schreef hij zijn naam in het gastenboek. Als een droom liggen nu de afgelopen anderhalf jaar achter mij.

15 mei. Een heerlijke zonnige dag. Als gewoonlijk woonden de majesteiten de morgendienst bij. De keizer bracht voor de laatste keer kraaienveren uit de tuin mee van de ochtendwandeling. De keizerin nam van iedereen afscheid. Om 10 uur reed de grote, grijze Mercedes voor. De keizer dankte iedereen die beneden bij de trap stond voor de trouwe dienst die zij hem hadden bewezen. Diep ontroerd nam de keizerin afscheid van papa en mij. Met warme woorden dankte zij papa voor alles wat hij voor haar en de keizer in hun zware Amerongse tijd was geweest. Voor u heeft Doorn nu een heel bijzondere aantrekkingskracht, lieve Elisabeth', zei ze. Toen zij haar voet in de auto zette, overhandigde papa haar een boeket gele rozen en sprak de hoop uit nog vaak de eer te mogen hebben hare majesteit hier weer te kunnen begroeten. Zonder een woord te zeggen keek zij papa aan. Op haar droevige gelaatstrekken stond geschreven wat zij op dat ogenblik voelde: dat zij Amerongen vermoedelijk nooit zou terugzien. Uitspreken wilde zij het niet; de keizer mag immers niet weten hoe ziek zij is.
Ook de keizer dankte papa zeer hartelijk en stapte toen in de oude oorlogswagen die hem over zo vele slagvelden had gereden. Deze keer zou hij hem naar zijn thuis in den vreemde voeren. Uit de auto riep de keizer mij als laatste toe: 'U moet mij eeuwig dankbaar blijven, want ik heb uw Sigurd hierheen gebracht!' Langzaam zette de grote grijze auto zich in beweging en reed geruisloos over het slotplein. Toen hij de poort naderde, vloog het ijzeren hek open. Het politieteam, dat de ingangen zo lang trouw had bewaakt, salueerde en langzaam onttrok zich de wagen aan onze blik. Enige ogenblikken later werden alle poorten wijd opengezet, om nooit meer gesloten te worden. De toegang tot Kasteel Amerongen was weer vrij voor de hele wereld!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen