donderdag 4 mei 2017

Onderwijzer, 38 jaar, Delft -- 5 mei 1945

• Onderwijzer, 38 jaar - Delft. Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945, geselecteerd door T.M. Sjenitzer-van Leening

5 Mei 1945
- Het is nu Zaterdagmorgen 3.15. Nog steeds kan ik de slaap niet te pakken krijgen. De gebeurtenissen van de laatste uren hebben me zeker dermate aangegrepen, dat ik over alle vermoeidheid heen toch niet kan rusten. Honderden gedachten daveren als wilde paarden door mijn brein. Hoe ik ook woel en me verdraai, niets baat me. Dan valt mijn besluit: opstaan en mijn gedachten neer zetten. Eerst moet ik het kwijt, dan pas zal ik rust hebben. Het is allemaal ondanks de voorafgegane week, waarin het toch ieder ogenblik zou kunnen gebeuren, nog zo onwezenlijk. Zo ongelooflijk dar nu op vijf dagen na het precies vijf jaar geleden is dat velen hetzij geestelijk hetzij lichamelijk of met beiden tegelijk onder de knoet gingen. Vijf lange jaren van ons korte leven, verloren, verwoest. Nu is de nachtmerrie voorbij. Nu is het dieptepunt bereikt en laat ik hopen dat het voor duizenden en nog eens duizenden niet te laat mag zijn.

Gisteren, Vrijdagavond, even negen uur, ik had juist mijn vriend R op bezoek, werd er hard gebeld en op de deur gebonsd. Opendoende ontwaar ik weer, even als Zondag j.l. een massa mensen op straat. Het is officieel bekend gemaakt DK heeft het zelf door de radio gehoord, de bezetting van Nederland Denemarken en NW Duitsland heeft gecapituleerd. Morgen, Zaterdag, 8 uur gaan de wapens neer. Ook ik had het bericht ook de vorige week reeds gehoord, en het spijt me, zo gauw was ik niet te overtuigen. Ik ren naar mijn vriend K, die zelf een detector heeft. Hij ziet me aan komen, rukt de deur open, en ik zie in zijn grauw vermagerd hongergezicht, het is waar. Ontroerd reiken we elkaar de hand en ik ren, nu ten volle overtuigd terug naar huis. Onderweg zie ik mijn straatgenoten. Ik zie ze van dichtbij, ik schrik. Velen zijn haast onherkenbaar vermagerd. Zo op een afstand is me dat nooit zo sterk opgevallen, maar nu, van dichtbij, het is vreselijk, asgrauwe, ingevallen gezichten, maar in ieder oog straalt de vreugde, de vreugde om de herwonnen vrijheid. Ik voel hoe diep deze laatste maanden de mensen heeft aangegrepen. Er zijn er enkelen, die niet naar buiten kunnen, ze zijn vastgekluisterd aan hun bed, hebben de macht om zich op te heffen niet meer. Eén is er, ik kan geen nadere aanduiding geven, die toch naar buiten is gestrompeld, hij leunt tegen de deur en de tranen rollen hem over de wangen, het was hem te machtig.

Al spoedig wordt het een ware verbroedering. Niemand denkt er meer aan, dat we om negen uur binnen moeten zijn Het gejoel en gejuich vanuit de stad waait naar onze straten over en ik besluit een kijkje in de stad te gaan nemen. Het is al donker, maar voor vele ramen zijn de lampen neergezet. Hoewel voorbarig: wappert hier en daar al het rwb [rood-wit-blauw]. Hoe meer ik het centrum nader, hoe drukker het wordt. Op de H[ippolytus]buurt kom ik een spontaan gevormde optocht tegen van enkele honderden mensen. Ze scharen zich achter een trommel. Er komen meer van die optochten, voorafgegaan door hoorn of harmonica. Naast het Oranje Boven en de Zilvervloot, brult men weer het zouteloze, Van je héla, hola en daarmee verbonden het: lied van de Toffe jongens. Op de markt staat Hugo de Groot, Hij heeft een fakkel in de hand en er voor worden de uit het kringhuis der NSB geroofde portretten van Mussert en Hitler verbrand. Een oorverdovend gejoel stijgt op als de vlammen van alle kanten hoog op laaien.
Thuis zitten buren te wachten We openen een paar flessen wijn, morgenavond vieren we het feest van de bevrijding. Er heerst nu al een uitbundige stemming Al spoedig gaan we uiteen. We willen morgen vroeg op zijn, om acht uur klaar om het feest, waarop we vijf lange jaren hebben gewacht mee te vieren.

Nog slechts enkele minuten scheiden me van acht uur Ik ben naar boven, naar mijn kamer gegaan, om de laatste ogenblikken nog even aan het papier toe te vertrouwen. Buiten op straat, staan slechts weinig mensen. Ze zijn betrekkelijk stil. Overal worden de vlaggen gereed gemaakt. Ook naast mij liggen de Nederlandse, Engelse en Amerikaanse vlag. Straks gaan ze naar buiten. Ook mijn radio, al heb ik dan geen stroom, heb ik voor den dag gehaald Bijna twee jaar heeft hij verborgen gestaan, verborgen voor de nu haast verslagen dwingeland, evenals het koper en het tin. Alles prijkt nu weer op tafel en ik ben blij het nog te bezitten Daar slaat het acht uur. Nu is de oorlog voorbij.

Ik ben de straat opgegaan. Nog nooit zag ik zoveel vlaggen bij elkaar. Met hun heldere kleuren, zeker allen gloednieuw of anders pas gewassen, leveren ze een prachtig schouwspel op. Eén ding ontbreekt en dat is de vlag aan de openbare gebouwen. Toch moet die er zijn, wil het feit van de capitulatie in onze stad officieel vast staan.
Juist wordt er op de hoek een pamflet aangeplakt.
Het is de mededeling van den plaatselijk leider der binnenlandse strijdkrachten, om zich te onthouden van ieder openlijk vreugde betoon, zolang de vlag nog niet aan de openbare gebouwen gehesen is. Er wordt zelfs in gewaarschuwd voor represailles van D[uitse] zijde. Het pamflet komt een beetje als mosterd na de maaltijd, want practisch geen huis of op een of andere wijze wordt aan de vreugde uiting gegeven Daar verspreidt zich het gerucht, dat de D[uitsers] de mensen het dragen van oranje willen beletten. Men voelt het, er is iets niet in orde! Op de Markt is het nog een hele drukte, maar een kennis die ik daar aantrof zegt me, dat tegen acht uur er haast geen plaats was om te staan.
Velen zijn al weer vertrokken. Ik blijf wachten. Ieder ogenblik moet ik nu toch kunnen verwachten dat de deuren van het stadhuis op[en] zullen gaan en de vlag gehesen zal worden. Ik heb mooi wachten, er gebeurt niets en de Markt verwatert zichtbaar. Dan ga ik ook maar weg, kijk naar verschillende aardige etalages, waarin men op één of andere wijze uiting heeft gegeven aan zijn vreugde. Er zijn ook etalageruiten en ruiten van particuliere woningen, die stuk gegooid zijn. Daar wonen NSBers.

Als ik door de Choorstraat loop, wordt daar juist het kringhuis v d NSB gesloopt. De ruiten zijn allang kapot en nu is men bezig de inhoud naar buiten te werken. Ik zie een paar mooie Delfts blauwe vazen de lucht invliegen. Boeken, kranten, alles komt naar buiten, opgeschoten kwajongens lopen met collecte bussen e.d. rond. Het portret van Hitler suist door de lucht en komt ergens met luid gerinkel neer, wordt daar vertrapt. En nog steeds waait de vlag niet van de openbare gebouwen.
Toen ben ik maar naar huis gegaan. De pret was er af.

's Middags, kwamen de geruchten Dat er iets niet in orde was voelde een ieder met de klep van zijn pet. Hier zijn er een paar. Ik geef ze niet om hun geloofwaardigheid, de meeste zijn trouwens zo krankzinnig belachelijk, dat ze alleen daarom al vermelding verdienen De ‘Nederlandse’ SS weigert aan de Grebbe de wapens neer te leggen.
Er wordt in Utrecht gevochten.
De Canadezen zijn tussen Woerden en Gouda gesignaleerd.
Er staan twee kanonnen op Gouda gericht.
De Ortscommandant wil wel capituleren maar de bevelhebber(!) niet. De Canadezen zijn opgehouden, door een technische storing. (Eén maakte er zelfs een radiostoring van).
... In de Wippolder moeten de vlaggen weer weggedaan worden op last van de Feldgendarmerie.
In de Wippolder rukten de D het oranje van de kleren.
In de Wippolder schieten de D op de vlaggen.
In de Wippolder gooien de D met handgranaten door de ramen waar nog vlaggen uithangen.
(Als je een Wippolderbewoner spreekt weet hij van niets)
Alle buitenlandse vlaggen, moeten verdwijnen. Ze worden beschouwd als een demonstratie tegen de D.
Als om vijf uur niet alle oranje verdwenen is, zullen er tien burgers ter dood gebracht worden. (Later werd dit aantal tot twintig verhoogd). Hier zijn een aantal van die geruchten en ik ben overtuigd maar een fractie van hun totaal aantal vermeld te hebben Doch één ding is zeker. Indien de D bezetting in West Nederland gecapituleerd heeft (men begint er zelfs aan te twijfelen) dan moet er in ieder geval een geallieerde autoriteit in de stad komen, die het bestuur of hoe dat dan ook genoemd wordt, van de D over te nemen. Tegenover wien zou de D hier anders kunnen capituleren.

Zo verstrijkt de middag Ook de avond brengt niets nieuws en als het daarbij nog koud wordt ook, kruip ik om negen uur maar onder de wol, overtuigd, dat wat nu geschied is, vast niet ‘volgens de plannen’ gebeurt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen