zaterdag 13 mei 2017

Alexander Ver Huell -- 13 mei 1860

Alexander Ver Huell (1822-1897) was een nederlandse tekenaar en schrijver. Uit: Het dagboek van Alexander Ver Huell 1860-1865.

De droevigste dagen van mijn leven
Zondag 6 Mei kreeg ik 's morgens om half tien in Bonn op mijn kamer bij Forsbach, Sternstrasse No 107 een brief waarin Moeder mij schreef niet langer te durven verhelen dat de gezondheid mijns vader verminderde: hij was echter nog niet bedlegerig; liep nog door de kamers op en neer enz.: - Den volgenden dag moest ik juist de 3e behandeling bij Baunscheidt te Endenrich tot genezing van mijn oog ondergaan. - De trein van 9 uur was reeds vertrokken. - Die van 4 uur ging slechts tot Emmerik. - Ik liep zoo snel mogelijk naar Baunscheidt, nam een rijtuig naar Bonn terug, ging om 12 naar Keulen in de hoop van met de boot door te kunnen gaan, die echter slechts tot Dusseldorff voer. - Om 4 uur spoorde ik naar Emmerik en om 9 uur kwam ik daar aan; bestelde terstond postrijtuig naar Arnhem à ƒ11. Een halfuur voor Westervoort schrokken de paarden voor een vrouw die een boezelaar [schort] over het hoofd had geslagen, stortte het rijtuig om en brak de disselboom. - Terwijl de koetsier de paarden voor een afgelegen boerderij bragt stond ik alleen op den eenzamen weg bij het rijtuig. De maan scheen helder - eindelyk kwam de koetsier terug; kort daarna hoorde ik de bel van het postkarretje: het vroor. - maar hoe gelukkig was ik, in mijn dun jasje op de open postkar meê naar Arnhem te mogen rijden! - Mijn moeder dacht dat het beter was dat ik mijn vader, zoo midden in den nacht, niet sprak - kon ik het laten? - ik verlangde te zeer hem te zien - doch barstte in tranen uit, zozeer vond ik hem veranderd. - de tong gezwollen; de spraak schier onverstaanbaar; tweemaal zeide hij ‘Alexander’ en was hevig ontroerd. - Tegen den morgen ging ik een uurtje slapen. - Maandag 7 mei vond Docter Nienabbar de pols veel kalmer; de tong veel minder ontstoken. - Hoop. - 'S avonds dezelfde toestand. - steeds lijdende: steeds hevige brand in de keel en mond - 's nachts waakte ik tot 3 en ging toen slapen. - 8 Mei's morgens nog hoop en dezelfde toestand. - Onbeschrijfelyke droefheid. - papa zegt steeds te verlangen naar den dood - spreekt anders niet - tegen 6 ure komt een pakje van den Naturalist Snellen van Vollenhoven, een vriend mijns Vaders - ik zeg het aan papa - naauwlyks verstaanbaar fluistert hij - ‘zend het aan de Roo van Westmaas [het ging om een zending vlinders] en schrijf hem dat het iets hoogst belangrijks bevat, wel waardig om door hem vervolgd te worden. - Kort daarop kwam ik weêr aan zijn bed - hij sprak niet doch ik zag dat hij ongerust was, of ik wel goed alles geschreven had - ik zeide hem letterlyk wat ik aan de Roo had gemeld. - Dien geheelen nacht dezelfde toestand. - 9 Mei De doctor vindt de toestand verergerd. - Den heelen dag benaauwd - spreekt niet dan om te zeggen dat hij verlangt te sterven - welke uren, welke minuten! - 'S avonds komt een antwoord van de Roo - ik vraag of papa het verlangt te hooren - hij gaf een teeken van toestemming - ik lees het voor - met een onduidelyke stem corrigeert mijn vader nog de Latijnsche namen der vlinders die ik niet juist uitsprak. - ik zeide hem dat ik met zulk een genoegen de afbeelding gezien had van den schoonen vlinder die naar hem genoemd was. - Hij zeide ‘die hebt gij al vroeger gezien, gij zijt dat vergeten’ en het +was zoo - ik herinnerde het mij terstond. - Na dien tyd steeds zwaarder benaauwdheid. Van mij wil mijn vader nog om het uur een lepeltje innemen tot vermindering van de brand in tong en keel. - Mama geeft de medecijn in. - De pupillen der oogen meestal gedilateerd [opengesperd]. - Spreekt niet. - met groote moeite en bevende handen blijft mijn vader steeds met een zakdoek zijn mond afvegen. - in die groote zindelykheid, die den ouden militair door zijn geheele leven eigen was, is voor mij iets hartverscheurends om aan te zien. - 10 Mei de toestand hoogst bedenkelyk - ik smeek den doctor toch wat tot leniging te geven - kan het 's middags naauwlyks langer aanzien - wijk niet van zijn bed - laat den Doctor tegen 4 uur halen - hij schrijft den laatste medicijn (poeyers) voor: - ... een oogenblik dat ik de lieve, vermagerde hand van papa kus en mijn tranen er over biggelden zegt papa zacht: ‘Alexander, Alexander’. dit zijn de laatste woorden die ik van hem hoorde. - Wat later had hij nog aan Mama die hem het drankje wilde ingeven toegevoegd ‘laat mij toch maar sterven’. Om 7 uur komt de poeyer: - daarna ging papa achterover in het kussen liggen - na tweemaal getracht te hebben op zijn regter zijde te gaan rusten. - wij dachten dat de medicijn af moet drijven. Het benaauwd rogchelen hield op - de ademhaling werd zacht, ongeregeld - de pupillen gedilateerd - wij hoorden driemaal hikken - en het was doodstil in de kamer, om 9 uur.
Den volgenden avond heb ik zelf - niet willende dat een vreemde het lijk van mijn vader zoude aanraken - hetzelve met mijn oppasser Hendrik+ afgelegd;
Een brief van zijn Moeder, die door mijn vader zoo innig bemind werd, heb ik op zijn hart gelegd. - Hoewel mijn vader nimmer iets daaromtrent heeft willen bepalen en ik zelfs nimmer een zweem van verklaring daarvan uit hem konde lokken, heb ik echter mijne Moeder er toe overgehaald (die Arnhem prefereerde) om zijn stoffelyk overblijfsel te Doesborgh in het famillegraf bij dat van zijn vader en geliefden broeder Frederik+ te doen bijzetten. - Zaturdag 12 mei om 7 uur des avonds reed ik met mijn Oom Henri de Vaijnes van Brakell achter de lijkkoets naar Doesborgh; de Koster en Hendrik volgden in een tweede rijtuig. - Aan de tol wachtten ons de dragers en lantaarndragers. - ook nog een paar koetsen uit Doesborgh. - J. Tengbergen, H. Aberson en J. Ketjen waren bij de begrafenis tegenwoordig. - Afzonderlyke pakjes met een fooi voor elken drager moest ik zelf in mijn zak hebben en uitdeelen: - stuitende gewoonte. - Om half vier in den nacht was ik terug bij mijne Moeder. - (den 11u zware onweders).
In een leegen duivenkooi onder de veranda had een vogeltje zijn nestje gemaakt. - wat zoude mijn gevoelige vader daar een genoegen in gehad hebben! -
Onbeschrijfelyk gevoel van verlatenheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen