zondag 26 juli 2015

Femke Halsema -- 27 juli 2006

Femke Halsema (1966) bracht in 2006 - ze was toen fractievoorzitter van GroenLinks - op uitnodiging van Kinderstem/Cordaid een bezoek aan India, na een eerder bezoek dat jaar aan het welvarende deel van het land. Voor NRC Handelsblad hield ze tijdens dat bezoek een 'Hollands dagboek' bij.

Donderdag 27 juli
Om 04.15 uur wordt er op mijn deur geklopt. Ik kleed me aan en loop naar de keuken waar Rieneke en Karen al koffie drinken. Sinds woensdagochtend ben ik in Zuidoost-India, in de stad Vijayawada, op uitnodiging van Kinderstem/Cordaid. De uitnodiging is een vervolg op de reis van de fractievoorzitters in maart om de ‘booming’ economie van India te bestuderen. De euforie bij de economische en politieke elite over de acht procent economische groei riep geleidelijk wrevel op. Hun verzekering dat ook de armoede zou verminderen, werd door straatbeelden gelogenstraft. De uitnodiging van Cordaid de arme kant van het land te zien, heb ik met beide handen aangegrepen.
Ons kleine gezelschap is bont. Behalve Rieneke en Karen, medewerkers van Cordaid, reist publiciste Ebru Umar mee als verslaggever voor Metro en Viva. Ebru heeft de afgelopen jaren een reputatie opgebouwd in venijnige polemiek. Tegelijkertijd heeft zij een voorliefde voor dure kleding en juwelen, haar verschijning vanochtend in tropenuitrusting is een tikje hilarisch.
Op pad. Samen met lokale hulpverleners zoeken wij straatkinderen op. Van het vuilnis dat zij verzamelen, kopen zij tipp-ex om te snuiven. Vooral de verslaafde meisjes stemmen treurig. Nauwelijks twaalf, met geschiedenissen van verkrachting, zijn het ook nog kinderen die aangehaald willen worden. Jongens kunnen nog riksja-rijder worden, de meisjes zijn perspectiefloos.
Net als woensdag langs opvangadressen, schooltjes, kinderwerkplaatsen en sloppenwijken. We schamen ons over onze grote, witte aanwezigheid. Wij schamen ons ook over onze schaamte, helemaal als we ons na elke omhelzing met kinderen secuur insmeren met desinfecterende gel, tegen de schurft. In de namiddag een illegale sloppenwijk: tenten, gebouwd op vuilnis, aan een blubberig slootje. Het water gebruiken de bewoners om zichzelf en hun kleren te wassen en om eten te koken. De stank is overweldigend, ongedierte heeft vrij spel. Moeders bieden hun kinderen aan om mee te nemen naar Nederland. Wij schamen ons weer vruchteloos.
We slapen op een internaat voor straatkinderen. Ik sta lang en vrijwillig onder een koude douche.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen