dinsdag 6 mei 2014

Carel Alphenaar -- 6 mei 1984

• Carel Alphenaar (1940) is regisseur, schrijver, theatermaker en cellist. In 1984 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij toen toneelgroep Centrum, waar hij aan verbonden was, met stopzetting van subsidie bedreigd werd.

Zaterdag
Laat op. Betuwe bloeit uit de kunst. Een vorstelijk ontbijt wordt geserveerd, 's Middags ga ik naar mijn oud-collega Hans Rooduyn die kortgeleden door afasie is getroffen en die nu hier in de buurt is. Ik schenk hem het handschoffeltje en morrel daarmee wat aan een tegel. Prompt vraagt hij me of ik 'die man' wel eens zie. Ik begrijp gelukkig snel dat hij H.J.A. Hofland, auteur van Tegels lichten bedoelt.
Rooduyn geeft mij een stapeltje gedichten van Max de Jong (1917-1951) in hand- en typeschrift. Ik zal ze overdragen aan het Letterkundig Museum, u weet wel, waar al dat geld weggeraakt is.
Het was een verkwikkende middag. Ik heb Rooduyn Brecht- en andere liedjes voorgezongen in zijn eigen vertaling die hij al lang vergeten is. Aan het eind van de middag saxofoonduetten gespeeld met ene Paul Weller. Met hem ga ik 's avonds vanuit de Betuwe naar Utrecht, om in het Kikkertheater de voorstelling Top Girls, door de Arnhemse Toneelschool te bekijken. Ik neem tien verse eieren mee voor de sympathieke Camilla, die in het stuk speelt. De voorstelling is lang en er wordt heel nadrukkelijk in geacteerd. De leerlingen hebben meer aan- dan afgeleerd. Na afloop bezoeken we in Utrecht nog de cafés Zeezicht en 't Hoogt. De Black Horse Bar (beroemd om een miljoen thematisch geordende snuisterijen) blijkt te zijn opgeruimd. Terug naar de Betuwe. Daar lees ik in de gedichten van Max de Jong. Kijkt u naar het portretje dat ik kreeg en leest u even mee:

Vroege trein II
Morsige spijs van slaperige smoelen,
door de coupé met tegenzin ingeslikt
-daar gaan we weer, gewillig ingeblikt
naar schemerige serieuze doelen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen