zondag 4 mei 2014

Achilles Cools -- 3 mei 2004

• Achilles Cools (1949) is een Belgische kunstenaar die zijn inspiratie vindt in de biologie. Uitgebroed. Dagboek van een beeldenmaker.

3 mei
Nauwelijks was ik buiten of daar kwam de grote zwart-met-witte vogel aanglijden. De rode snavel vooruit, twee stakerige staketsels van poten naar achteren. De ooievaar landde op het wiel boven op de paal die ik in de weide naast de kleine poel had geplant. Voor het eerst in mijn leven stond ik zo dicht bij mijn tot leven gekomen geboortekaartje. Hij sloeg zijn hals naar achteren en begon te klepperen. Ik keek meteen rond of er geen tweede vogel kwam. Die zag ik niet. De ooievaar stond majestueus op het nest, alsof hij nooit anders had gedaan, alsof dat nest al jaren van hem was.
Vermoedelijk had hij bij het overvliegen het wiel herkend als een uitnodiging voor zijn soort. Maar de vogel was zo tam - was het een zwerver, een projectooievaar? In Laakdal, nog geen acht kilometer verder, werden er gekweekt. Misschien kwam hij daarvandaan? Ik had vorig jaar het takkennest nog bijgewerkt. Voordien was er ook al een koppel ooievaars op inspectie geweest, maar ze vlogen door. Ze hadden waarschijnlijk al een goed thuis, verder in het noorden of het oosten.
Ik stond de geluksbrenger minutenlang te bekijken. Toen vloog hij in het gras onder de nestpaal. Hij was totaal niet bang van mij. Ik kon zo langs hem heen lopen. Aan zijn linkerpoot, net boven de knie, droeg hij een zilveren ring. Hij speurde tussen het gras naar insecten, muizen of kikkers. De oogst bleek tegen te vallen, want hij ging ai op de wieken. Boven het wiel draaide hij omhoog en verdween in noordelijke richting. Ik stond als aan de grond genageld, vol weemoed en hoop. Toen hij helemaal verdwenen was, drong het tot me door: de ooievaar was geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen