maandag 23 juni 2014

Nina d'Aubigny von Engelbrunner -- 24 juni 1790

Nina d’Aubigny (1770–1847) was een Duitse zangeres en schrijfster van een dagboek over haar verblijf in Nederland.

De 23ste [juni 1790] te Neunkirchen in de tuin van de postmeester van een stopplaats bij Paderborn Ik zet mijn verhaal voort. Toen we eenmaal goed wakker waren, gebruikten we - terwijl de paarden gewisseld werden - een heel onsmakelijk ontbijt te Ossendorf. Mijn vader stapte het rijtuig uit om te voet de weg over een vreselijke berg af te leggen. Dit maakte ons erg ongerust, omdat we hem al enkele mijlen achtereen uit het oog hadden verloren, en we ons niet konden voorstellen dat hij in zo'n afgelegen gebied wegen zou kennen die hem sneller zouden doen lopen dan vier postpaarden. We wisten niet of het beter zou zijn terug te keren, dan wel onze weg naar Paderborn te vervolgen. Tenslotte ontdekten we, met behulp van de scherpe ogen van de heer De S-, dat hij ver voor ons uit liep. Ik vergat melding te maken van een Benedictijns klooster genaamd Hardenhausen. Tot mijn grote ongenoegen moesten we het passeren zonder een bezoek te brengen aan dc hoogheilige heren. Ik verzeker u dat dit het mooiste klooster is dat ik ben tegengekomen. Ik begrijp goed de nare gevoelens die deze arme paters moeten hebben nu de Franse grondwet ze heeft teruggeworpen in de wereld. Vooral diegenen die de mooiste bezittingen hebben zijn de dupe.
Vlak bij Paderborn werden de paarden gewisseld met die van de Prins van Valois en Prins Louis. Paderborn is een heel oude, kleine stad. We gebruikten er het diner. Tegen vijf uur, na het diner en na u een brief te hebben geschreven, gingen we naar bed teneinde om middernacht te kunnen vertrekken. De slaap drukte zwaar op onze oogleden. Na een paar uur te hebben geslapen wekte Susette mij en kleedden we ons haastig weer aan, omdat we dachten dat de dag al ver genoeg gevorderd was om te vertrekken. Toen we bepakt en bezakt de kamer van mijn vader wilden opzoeken, vertelde een meisje ons toevallig dat het pas negen uur 's avonds was. Flink boos over deze onbezonnen streek zat er voor ons niets anders op dan maar weer naar bed te gaan. Een geborduurd kleed scheidde ons bed van een grote zaal waarheen diegenen zich begaven die met de post wilden vertrekken. Daar hadden wc geen last van, behalve een beetje van de vier Indiërs die naar Parijs en Amsterdam vertrokken. Na voor de tweede keer de hulp van Morpheus te hebben ingeroepen, werd ik voor dc tweede keer gewekt, nu door Mama. Voor de tweede keer toilet maken, voor de tweede keer op zoek naar mijn vaders kamer en .... tweede ramp, zelfs nog erger dan de eerste. We vonden mijn vader, die juist op het punt stond naar bed te gaan. De postmeester wil ons niet laten vertrekken met minder dan zes paarden en twee postiljons, maar Vader wil niet toegeven, omdat de reis dan een derde duurder zou worden.
Omdat we toch niets konden beslissen, kozen we voor de derde keer de weg naar bed. Men vertrouwde mij het sluiten van de deur toe, maar – waardoor weet ik niet – dat lukte niet goed. Het ongeluk achtervolgde ons deze nacht. Ongestoord kleedden we ons uit en op het moment dat we alle drie in ons hemd stonden, ging dc deur open en kwam er iemand binnen die ik niet kon herkennen. We slaakten allemaal een kreet, maar de persoon in kwestie werd daardoor helemaal niet bang en ging pas de kamer uit nadat we hard hadden gegild dat hij beslist niet in zijn eigen kamer was. Later hoorden we dat het een non was geweest, die vermoedelijk dacht dat ze te midden van haar zusters was terechtgekomen. We gingen weer slapen en om 6 uur werden we door mijn vader gewekt. Hij had zoveel misbaar gemaakt dat de postmeester toegaf en twee van de paarden wilde terugsturen.
Henri had zoals gewoonlijk de zotheid naar een café te gaan omdat hij geen ogenblik had geloofd dat we zonder hem zouden kunnen vertrekken, maar we lieten hem er in lopen en hij moest ons te voet volgen. Een kleine mijl van Paderborn ligt Neuhaus. de residentie van de bisschop van Paderborn. We aten te Kaug een heerlijke maaltijd die uit pompernikkel [grof Westfaals roggebrood], boter, Hollandse kaas en goed bier bestond. Toen we het dorp uitgingen werd ons rijtuig omringd door een troep kinderen – sommigen zongen, anderen speelden op de flageolet. 'Het is hier het land van de melomanen,' riep iedereen. Eerst gaven we ze geld, maar omdat we ze niet konden doen ophouden, moesten we ze afschrikken door hen stokslagen te beloven.
Ik heb nooit mooiere akkers gezien dan die in Westfalen; elk domein wordt omgeven door een echt stuk bos dat aan de eigenaar van de hofstede behoort. Ik denk dat, zodra we genoeg kapitaal hebben om een stuk land te kopen, ik alleen in dit land mijn keuze zal maken. Het roggebrood en de Westfaalse hammen hebben een geweldige uitwerking op de inwoners. Ze zien er allemaal zo mollig en weldoorvoed uit dat je zou menen Katholieke priesters te zien. We aten wat groenten in Neuenkirchen en vertrokken meteen daarna naar Herschied. Maar alvorens verder te gaan moet ik nog een woord van lof spreken over de postmeester te Neuenkirchen. Ja, dat is wel de grootste schelm aller schelmen, die postmeester die zich vrij voelt om de reiziger af te zetten en die streng de hand houdt aan alle tarieven voor zover dat in zijn voordeel is, maar die er zich – op mijn woord – zelf nooit aan houdt. Als dat zo doorgaat zal men zich met goud en juwelen moeten laten behangen om te kunnen voldoen aan de gelddorst van deze ellendelingen. Mijn vader had het plan om de gravin van Rehda, een groot musicienne, te gaan opzoeken, maar de post heeft in Rehda geen stopplaats en daarom stopten wij daar niet. Toen we langs de poort van Rehda reden gingen de graaf en zijn hele gevolg juist op jacht. Er brak een flink onweer los, dat de reizigers goed deed. Ik zou nog wel een stopplaats verder hebben willen rijden, maar mijn vader was moe en wilde rusten. Ons bed in Herzebrock werd slechts gevormd door een paar stoelen, maar – hoewel dit geen grote herberg was – werden we er beter bediend dan in andere. Het deed me goed te constateren hoe ijverig iedereen hier is, en ik werd vooral getroffen door de manier waarop ze hier de mestvaalt maken. Die lijkt hier precies op die van Kliggog. Het is opmerkelijk hoe anders de mensen hier zijn dan in Hessen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen