zondag 31 maart 2013

Hildegard von Spitzemberg -- 31 maart 1885

Als eerste kwam er een knapenkoor, dat met vlaggen en fakkels de voorplaats opmarcheerde en de Bismarck-hymne zong. Daarop volgden de in vierspannen gezeten studenten, gevolgd door allerhande verenigingen, vakbonden en gilden, temidden van de enorme, door acht schimmels getrokken praalwagen, die met talrijke emblemen was versierd en werd bevolkt door een een groot aantal fantastisch uitgedoste lieden, die met hun zwaarden en doeken naar de kanselier zwaaiden en juichende vreugdekreten slaakten.
Achter de wagen reed King Bell op een kameel (die een kennis van me 's avonds vermoeid terug naar de dierentuin zag sjokken), omringd door dansende zwarten in saffraangele rokjassen, met lansen en vederbossen.
Zo ging het door tot negen uur: er hing een dichte walm, nu eens lichtte een wagen hel op in het schijnsel van fel brandende fakkels of verblindend magnesiumlicht, dan weer verzonk alles in het duister, en als dwaallichten verdwenen de fakkeldragers in de richting van de Leipzigerstrasse. Steeds opnieuw echter klonken uit jonge kelen de vreugdekreten op, wanneer zij langs de jarige trokken [de 70-jarige kanselier Bismarck], en wij droegen flink ons steentje bij, trots en gelukkig, ten diepste ontroerd en aangedaan.
Toen ten slotte de laatste fakkel was gepasseerd (de stoet telde tienduizend deelnemers), trad het knapenkoor nog één keer aan om onder het raam het 'Lang zal hij leven...' te zingen. Daarop sprak de prins zijn dank uit en riep leve de Keizer, en met een laatste trompetgeschal werden de feestelijkheden beëindigd.
We repten ons naar binnen en troffen de prins in een vertrek naast de vergaderzaal, opgetogen en verheugd over de huldeblijken, omringd door zijn familie en de officiers van de cavalerie. Ik omhelsde hem en gaf hem de schriftelijke felicitatie van de leerlingen van het Askanische gymnasium, die Lothar had opgesteld en door een ander prachtig was gekalligrafeerd. De prins lachte, las de tekst snel door en zei: 'Brengt u mijn dank over en zeg dat ze een stel vervloekte jongens zijn!'
In de eetzaal was de middelste tafel bedolven onder de huldeblijken en overal stonden geschenken. Van de kostbaarste noem ik een zilveren votieftafel van de stad München en de sabel van Ali Pasja van Janina, geschonken door de Duitsers in Constantinopel, verder nestkastjes voor spreeuwen, een spin¬newiel, een fraai model van een oceaanstomer en een paar kurassierslaarzen uit Backnang, de ene van Westafrikaans en de ander van Oostafrikaans runderleer.


Hildegard Freifrau Hugo von Spitzemberg (1843-1914) was een bekende Duitse salonière. Gedeelten uit haar dagboeken zijn te vinden bij Google Books.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen