woensdag 1 augustus 2012

Wouter Jacobsz -- 2 augustus 1575

[2 augustus] Op deze dag vertelde men ons hoe deerlijk een Amsterdamse poorter op weg naar Utrecht door de geuzen was toegetakeld. Omdat hij hun zin niet deed, scholden ze hem eerst de huid vol en sloegen hem, daarna brachten ze hem verwondingen toe in zijn gezicht met een rapier, vervolgens sloegen ze hem met een geweer op zijn lenden, trokken en duwden hem zo hard in alle richtingen dat hij voor dood bleef liggen. Toen de geuzen dat zagen, trokken ze zijn broek, kousen en schoenen uit. Ze liepen weg, namen zijn mantel, kousen en schoenen mee en lieten hem zo achter, Toen de man die zo behandeld was, zag dat de geuzen weg waren, probeerde hij een veilige plek te bereiken. Hij ging het water in om naar de overkant te zwemmen om op die manier verlost te zijn van verdere wreedheden van de geuzen. Daardoor was hij genoodzaakt door een rietveld te lopen, waar hij ernstige kwetsuren opliep, omdat hij nagenoeg naakt was. Hij zat zó onder het bloed dat het leek of hj met schorpioenen gegeseld was. En als God niet beschikt had dat een vrouw, wier huis hij het eerst bereikte, hem verzorgen zou, dan was hij aan zijn verwondingen overleden. Ten slotte is hij na nog meer treurigheden naar Utrecht gebracht, waar zijn vrienden hem ontvingen en weer aan kleren hielpen.


Wouter Jacobsz (1521-1595) was een kloosterbroeder die tussen 1572 en 1579 verslag deed van de 'troebelen', oftewel de opstand van de geuzen. Zijn verslag is gepubliceerd als Dagboek van broeder Wouter Jacobsz 1572-1579.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen