zondag 26 februari 2017

Studente M.O., 20 jaar - Gevangenis Doetinchem -- 27 februari 1945

• Studente M.O., 20 jaar - Gevangenis Doetinchem. Uit: Dagboekfragmenten 1940-1945, geselecteerd door T.M. Sjenitzer-van Leening

Dinsdag 27 Februari 1945
- Soms moet je zo hard worstelen tegen dat verlangen naar vrije natuur, naar open lucht, naar wijde, lichte ruimte om je heen.
Je zit onafgebroken tussen de vier muren achter matglas en binnen in je voel je razend bruisen, je eigen onstuimige jeugd, die ze je nooit af kunnen nemen. Je zou willen uitvliegen, rennen, draven, dwars door de natuur heen, om dan, eindelijk wat tot rust gekomen, stil te staan en diep te genieten en God intens te danken voor de gave der Vrijheid. O, wat moeten alle mensen, die nu nog in de buitenwereld zijn en vrij uit kunnen gaan, toch enorm dankbaar zijn. Maar ze weten niet wat ze bezitten, wat ze iedere dag opnieuw weer krijgen.
Vóór het begin van dit hoofdstuk van mijn leven wist ik het ook niet. Wat zal ik doen als ik eindelijk weer vrij zal zijn? Allerlei plannen heb ik bedacht, maar hoe zal de werkelijkheid zijn?? Er kan zoveel veranderd zijn in de tijd, dat ik hier zit! Wat hebben ze thuis weer meegemaakt met bombardementen? Ja, worstelen moet je tegen je verlangens, je gedachten, de drang naar een beetje Moederliefde, naar de warmte van de allerbeste vriendin, die, God weet waar, zit onder het zoete juk der Tommies, als ze er tenminste nog is! Naar het stralende voorbeeld van een Mère, waar je zo enorm veel van houdt. Wat is een mens in deze omstandigheden toch nog rijk in zijn mooie herinneringen, die hij diep in zich meedraagt en waar hij in de stilte van zijn ziel van kan genieten! En wat kunnen je de mensen waar je zoveel van houdt, toch nog veel geven, al zijn ze onbereikbaar ver weg. Eigenlijk, als je aan mensen in 't algemeen denkt, aan den mens als hoogst en waardigst object van de Schepping, na de Engelen natuurlijk, dan moet je allen voor je zien, die goede, zichzelf totaal wegcijferende, liefde-uitstralende mensen, zoals ik ze zelf ook ken, want zó heeft God den mens bedoeld; als iets heel hoogs, iets heel edels. En die rotte, verworden massa, die louter voor zichzelf en zijn zinnelijke genoegens leeft, o, laat ik er niet naar kijken! Ik voel me nog zo jong en ongeschonden en vol heilige idealen! En tussen die twee klassen staat een derde categorie, die misschien de grootste is, ik weet 't niet! 't Zijn degenen, die niet 99% liefde zijn, want die zijn er zo heel weinig, maar die toch goed willen. Ja, dat zal toch wel de grootste groep zijn. Egoïsme en opoffering dooreengestrengeld! Wat ben ik een eind afgedwaald! Maar 't heeft me goed gedaan! Het heeft de personen en het ideaal, die ik in stilte overal met me meedraag, nog dichterbij me gebracht. - Worstelen moet je steeds door, om niet onder te gaan in je schrijnende verlangens!
Ik genoot vanmiddag toch zó: 1½ uur voor het ruitje gestaan en gekeken naar al dat jonge frisse leven, daarbuiten. De katjes aan de bomen zijn al zo ver, overal botten de jonge blaadjes uit. Een paard draaft door de wei, een lijster hipt door de dorre blâren van het vorig jaar; een klein meisje, blozend, en een grote roze strik in het haar huppelt voorbij! 't Is alles zo zonnig en jong ... daar buiten!!

Woensdag 28 Februari
- Twee maanden zit ik vandaag! Hoeveel zullen er nog volgen? Op een bevrijding zonder Tommies reken ik niet meer. Ze zullen me tot 't eind toe vasthouden. Als ik met de Goede Week en Pasen maar thuis ben! Zal Maart de bevrijding brengen?


[lees verder]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen