zondag 23 augustus 2015

Bart Vos -- 24 augustus 1982

Bart Vos (1951) is een Nederlandse bergbeklimmer. Zijn Himalaya-dagboek bevat dagboeken van drie beklimmingen in de Himalaya.

Dinsdag, 24 augustus 1982. 18.00 uur. Kamp 2
6000 meter. Ik zit op een stapel slaapzakken in een grote groene bungalowtent. De ‘Takstent’. Johan Taks vertelde dat hij toen hij als jongetje met zijn ouders op vakantie ging, in deze tent kampeerde.
Rob is weer eens aan het koken. Tot nu toe heb ik me daaraan kunnen onttrekken. Ik vind het niet leuk en wil het daarom pas in kamp 4 en hoger zelf gaan doen. Om er vandaag aan te ontsnappen ben ik Gert Reijmerink gaan helpen bij het filmen van de yaks toen die weer op weg gingen.
De rijst met worst en bieten is klaar.

20.55 uur. Zeker een halfuur lang ben ik buiten met de walkietalkie in de weer geweest. Ondanks mijn gepruts is het niet gelukt contact te krijgen met het basiskamp. Ik weet niet waaraan het ligt.
Lig nu diep weggedoken in de slaapzak. Het is koud, de wind jaagt de sneeuw die vanmiddag is gevallen tegen de tent. De yaks zijn net teruggekeerd. Alle lasten zijn weggebracht. Morgen zullen we wel zien waar ze zijn gedropt. Op de plaats van kamp 3 of ver daarvoor. De drie Tibetanen zitten zich aan mijn voeteneind bij de brander te warmen. Ze zijn ook vernikkeld van de kou. Rob had thee voor ze klaargemaakt, maar die hebben ze na een paar vriendelijke slokken laten staan. Pema is nu druk in de weer zijn eigen theebladeren uit te koken.

Het lopen naar dit kamp viel tegen. Met de meer dan 20 kilo zware rugzak met slaapzakken, klimschoenen en kleding kwam ik hier om één uur aan. Ronald was er nog. Hij zat op een slaapzak die in een plas water lag. ‘Oh condens.’ Het interesseerde hem blijkbaar niet dat een van ons de slaapzak 's nachts nodig had. Even later ging Ronald tijdens de lunch tekeer tegen Rob, Johan en mij. Rob zou hem benadelen met het verdelen van het eten. ‘Waar is al dat snoep?’ In kamp 1 had hij een leeg pindazakje gevonden. ‘Waarom krijg ik dat niet?’ Na Robs antwoord dat er voor iedereen in het basiskamp genoeg is, maar dat het door de klimmers zelf omhooggedragen moet worden, werd het vuur op mij gericht. Met ‘die baard’, Johan, had ik zijn verdere verblijf hier als manager verhinderd. ‘Jullie tweeën hebben bij Xander erover zitten zeiken. Ik ga wel naar beneden en weer pendelen.’ Rustig filmde Gert het gesprek. Het leek of Ronald er plezier in had. Gerard van S en Frank geneerden zich. Zij hebben vorig jaar tijdens de beklimming van de Nanga Parbat twee maanden met Ronald opgetrokken. Volgens Frank is het simpel: ‘Nu hij weer terug moet naar het basiskamp gedraagt hij zich als een kind dat zijn zin niet krijgt.’ En zijn uitvallen naar Rob? ‘Oh, dat is oud zeer!’ De boosheid op Johan? ‘Die twee liggen elkaar gewoon niet.’ Frank vindt dat we er voor die twee maanden maar mee moeten leren leven. ‘En hij mag toch proberen de expeditie naar zijn hand te zetten.’
Juist door Ronalds goede contact met Xander kan zijn invloed inderdaad aanzienlijk zijn. Het gevaar is groot dat dit X en dus ook ons zal opbreken. Misschien is Eelco nog in staat tegengas te geven. Van Mathieu verwacht ik dat niet. Die bezint zich nog als de macht allang vergeven is.
Voordat Ronald vertrok en zich, ondersteund door zijn skistokken, met grote stappen van het kamp verwijderde, waren we even met zijn tweeën in de tent. ‘Zo, Mephisto,’ zei hij.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten