zondag 2 augustus 2015

Salvador Dali -- 1 augustus 1952

Salvador Dali was een Spaanse schilder (1904-1989). In Mijn leven als genie (vertaald door Gerrit Komrij), zijn ook dagboeknotities van hem opgenomen.

AUGUSTUS 1952
de 1ste
Vanavond kijk ik, voor de eerste keer in op z'n minst een jaar, naar de met sterren bezaaide hemel. Ik vind hem klein. Word ik groter of krimpt het heelal? Of allebei tegelijk? Wat een verschil met het pijnlijke staren naar de sterren van mijn puberteit. Ze gaven me het gevoel van nietigheid omdat de romantiek van mijn ziel mij destijds liet geloven dat de kosmos onpeilbaar en immens oneindig was. Ik was bezeten van melancholie, omdat al mijn emoties ondefinieerbaar waren. Terwijl mijn emotie op het ogenblik juist zó definieerbaar is, dat ik er een afgietsel van zou kunnen maken. Op hetzelfde moment nog besluit ik om er een te bestellen in gips, een afgietsel dat met maximale nauwkeurigheid de emotie weergeeft, die de beschouwing van het hemelgewelf in mij oproept.
Ik ben de moderne wetenschap dankbaar dat ze, door middel van haar onderzoekingen, het zo aangename, sybaritische en anti-romantische begrip dat 'de ruimte eindig is' heeft bevestigd. Mijn emotie heeft de volmaakte vorm van 'een ononderbroken vier-billenreeks', de tederheid van het vlees van het heelal zelve. Wanneer ik in bed kruip, doodmoe van mijn lange dagtaak, probeer ik zelfs daar nog mijn emotie intact te houden, waarbij ik me steeds meer op mijn gemak voel en tegen mezelf zeg dat het heelal - zelfs wanneer het uitdijt met alle materie die zich erin bevindt, hoe massaal dat ook mag lijken - per slot van rekening alleen maar een doodgewone en eenvoudige kwestie is van 'knikkers tellen'. Ik ben zo tevreden dat ik eindelijk de kosmos gereduceerd zie tot deze redelijke proporties, dat ik bijna in mijn handen zou kunnen wrijven, ware het niet dat dit afgrijselijke gebaar zo typisch anti-Daliaans is. Vóór ik ga slapen zal ik, in plaats van dit wrijven, mijn handen zoenen met het meest onvervalste plezier, waarbij ik steeds weer zal herhalen dat het Heelal er, net als elk ander materieel voorwerp, schamel, armzalig en benepen uitziet, wanneer men het, bijvoorbeeld, vergelijkt met de breedte van een door Rafaël geschilderd voorhoofd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen