dinsdag 4 augustus 2015

Trui Thöne -- 5 Augustus 1914

• De Nederlandse Trui Thöne (1893-1980) was tijdens WO I een "jonge vrouw uit een gegoede familie" en hield gedurende de oorlog een dagboek bij.


Woensdag, 5 Augustus 1914
Er waren massa’s Amerikanen aan boord o.a. een allerleukste jongen van een jaar of 12. Ze waren onderweg al hun koffers kwijt geraakt. Die jongen had niets dan het pak dat hij aan had, dat natuurlijk al dadelijk vol winkelhaken zat. Er was ook een leuke troep Engelschen aan boord. (We hoorden dat Engeland ook den oorlog verklaard had.) Verder was de hele boot vol Hollanders, veel uitgewezenen.
’s Nachts was de boot midden in de rivier gelegd; er mocht niemand meer op of af. We waren blij toen wij gingen, hoewel we van ’t begin niets merkten, want we sliepen nog zalig om 6 uur. Het was een heerlijk gevoel een vast onderkomen te bezetten voor de komende nachten. In Koblenz hadden we enorme hoeveelheden jam in groote blikken trommels, natuurlijk voor ’t leger. Wij dineerden achterna toen alles zoo wat op was. Bij Koblenz in Ehren Kreitstein zaten 100 Fransche gevangen, uitgewezenen, die niet gauw genoeg weg hadden kunnen komen.
Overal zagen we hoe de paarden en gros vervoerd werden, bij massa’s tegelijk. Thade kreeg iets in zijn oog. Na vergeefse pogingen met een varkenshaas, gedaan te hebben, stopten we hem maar in bed, waar hij uren lang sliep en ……. beter uitkwam. De boot was een uitkomst met zijn zalige bedden.
Toen we bijna in Keulen waren kwam een bootje met militairen, die passen van de Engelschen wilden zien. Er werd gecommendeerd dat ze, zonder nader orders, niet van boord mochten. De menschen die in Keulen er af moesten, werden ontzettend streng door de soldaten gecontroleerd en de passen nagezien.
Toen kwam er een luitenant met eenige manschappen aan boord en vroegen de papieren der Engelschen. Het eind was dat ze mee moesten en na langen tijd kwamen ze terug, maar om hun bagage te halen. Ze werden in Keulen gehouden. Het speet me, ’t waren zulke leuke menschen. Twee waren op de huwelijksreis. Ze waren met de boot den Rijn opgevaren tot Mainz waar ze niet aan wal mochten. Ze moesten mee terug en werden in Keulen gehouden, echt zielig. De vrouw van den Rumeensche Gezant in Brussel was ook aan boord. Vader hielp haar aan een cabin. We gingen om 10 uur te kooi. Het schip bleef beneden den brug de nacht over.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen