vrijdag 6 januari 2012

Martien Zilessen -- 6 januari 1948


’s Avonds kwam den Sergeant ons zoeken, want we moesten zo vlug als ’t kon ons aankleden en naar de boot, want in een kampong hier tien kilometer vandaan, zouden 150 “kloppers” zitten. Die zouden we dan weg moeten jagen of afmaken. Toen wij op den boot stonden te wachten op de Sergeant en den Majoor hoorden we een schot. ’t Was den sten (=Engelse stengun) van den Majoor die van zijn schouder gleed en op de grond viel en afging. Een zekere van Gemert, die erbij stond kreeg de kogel door zijn arm en door zijn zij, maar ’t is gelukkig goed afgelopen. Ze hebben hem met de boot naar Iepel gebracht, en vandaar naar het hospitaal. Ze zeggen dat de kogel geen been (=bot) heeft geraakt. We moesten toen van de boot af, en zijn niet naar de “kloppers” gegaan, maar overal in de kampong in stelling gaan liggen tot ’s morgens 4 uur. Toen hebben we koffie gedronken en daarna met de boot over de rivier gezet, en vandaar op weg gegaan. We moesten over verschillende kleine riviertjes, waar dan een boom over lag. Maar door het wassen van het water, lagen die bijna allemaal onder water en moesten we er maar over zien te komen, maar dat viel nogal mee. Na een paar uurtjes te hebben gelopen, kwamen we bij een kampong dicht bij die waar de “kloppers” zouden zitten. Daar zijn we in linie doorgetrokken, maar er was niets te zien. We zijn toen verder gegaan naar de andere kampong. Toen we daar aankwamen, hebben we ons heel stil opgesteld in linie, want we dachten zeker dat we vuur zouden krijgen. We zijn er toen weer in linie doorgetrokken maar er viel geen schot. En er waren ook geen “kloppers” te zien. We hebben toen nog een dik uur in die kampong gerust. In die tijd kwam er een boot aan uit Moeara Teladang om ons op te halen.


* Dagboek van Martien Zilessen
* Martien Zilessen (1926-1988)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen