dinsdag 21 maart 2017

Eugène Delacroix -- 22 maart 1850

Eugène Delacroix (1798-1863) was een Franse schilder. Dagboekfragmenten en brieven van zijn hand zijn verzameld in Ik heb het niet over middelmatige mensen (vertaling: Joop van Helmond).

Vrijdag 22 maart. [1850]
[...] Wat ik hier maar wil zeggen, is dat in tegenstelling tot de barokke ideeën van vooruitgang die door Saint-Simon en anderen in zwang zijn gebracht, de mensheid op goed geluk koerst, wat men er verder ook over heeft gezegd. Als op de ene plek perfectie overheerst, heerst op een andere de barbarij. Fourier doet de mensheid niet de eer aan hem volwassen te vinden. Wij zijn op z’n best niet meer dan grote kinderen; in de tijd van Pericles en Augustus zaten we nog in de luiers; onder Lodewijk xiv met Racine en Molière kwamen we amper verder dan wat gebrabbel. India, Egypte, Nineve en Babylon, Griekenland en Rome, dat alles heeft onder de zon bestaan, heeft de vrucht van de beschaving op een hoogte gebracht waarvan de verbeelding van de moderne mens zich amper een idee kan vormen en dat alles is ten onder gegaan, bijna zonder een spoor na te laten; het beetje dat ervan rest, is echter onze hele erfenis; wij danken aan die antieke beschavingen onze kunst, waarin we hen nooit zullen evenaren, de luttele juiste ideeën die we er over van alles en nog wat op na houden, het kleine beetje van sommige principes die ons nog als leidraad dienen in de wetenschappen, de geneeskunde, in de kunst van het regeren, het bouwen en per slot het denken. Ze zijn in alles onze meesters en alle toevallige ontdekkingen die ons op bepaalde punten in de wetenschappen een voorsprong hebben gegeven, hebben ons niet voorbij het niveau weten te brengen van de morele superioriteit, waardigheid, grootsheid die de klassieken uittillen boven het gewone menselijke bereik. [...]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen