zondag 17 juli 2016

Jan Wolkers -- 17 juli 1971

• Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver. In 1971 verbleef hij een week op het eiland Rottumerplaat. Van dat verblijf hield hij een dagboek bij.

Zaterdag 17 juli 1971
Het is zeven uur 's avonds en ik zit voor mijn tent in een felgebloemde Hemastoel, doodmoe van de tochten die ik over het eiland heb gemaakt. Omdat ik alleen mijn groene hemd aan heb, heb ik een blauwe handdoek over mijn bruine dijen gelegd, niet voor de kou, maar omdat het zo'n kloterig gezicht is die kwispelstaartende lul onder aan je papier. Net of ik weer van plan ben hem om te trekken voor die amerikaanse meisjes uit Turks Fruit: MY PENIS.
De tent is met de opening naar het oosten geplaatst. Achter mijn rug en achter de tent zakt de zon lager. Het licht is nog koel en onmenselijk. Leeuw van oud licht, om met de dichter te spreken. De voorwereld die eens nawereld zal zijn. Cecil B. De Mille zou door dit licht een stelletje landlopers uit Californië uitgedost als oudtestamentariërs in door Levi's geleverde levantijnse namaaklompen voor de camera's langs jagen. Metershoge rode druipletters: GOD'S OWN COUNTRY.
Als ik de tent in kijk is het een sprookjesspelonk. Het zonlicht door het oranje tentdoek. Ik moet denken aan de lampions vroeger op 31 augustus, op koninginnedag. Het gekkenhuis en de dikke dirigent van de fanfare. Links ligt de slaapzak op een stuk zilvergrijs schuimplastic waarin een hobbelstructuur zit als van het strand wanneer de zee de indruk van het klotsen van de golven in het zand heeft achtergelaten. Ik heb het hoofdeinde naar de tentopening gelegd omdat ik met mijn gezicht in de buitenlucht wil slapen. Aan het voeteneind staan mijn Polaroid, mijn Rolleiflex op statief en daarop het kleine houten beeldje uit australisch Nieuw-Guinea, een amulet van de monding van de Sepik-rivier. Ik neem het overal mee naar toe sinds het me twee jaar geleden in het ziekenhuis van de dood gered heeft. De gipsen Beethovenkop heb ik achter in de tent gezet op de verbandtrommel. Oranje licht om zijn wilde lokken. Ik vraag me af of Beethoven homoseksueel was. De gipsen kop in ieder geval wel. Het is verbandtrommel A waar hij op staat. Ingericht volgens het voorschrift van de Arbeidsinspectie. Als ik de inhoud ook maar enigszins ten nutte zou willen maken, zou ik op zijn minst in duikvlucht van de uitkijkpost af moeten springen op de betonnen fundering eronder. Er zitten namelijk, tussen bergen snelverbanden van steriel gaas, rollen vette watten, zestien meter hydrofiele zwachtels in verschillende breedten, ook opblaasbare plastic spalken in voor onderarm, onderbeen en voet. Ik zou er uren weldoende mee rond kunnen gaan tussen al de kermende of zwijgende soldaten door, in de lazaretscène uit Gone with the wind. Ik moet ineens aan het ongeluk van gisteren denken. En zo ben ik meteen bij het begin van mijn reis naar Warffum, naar het eiland, want ik wil alles nauwkeurig opschrijven. Vanaf mijn vertrek. [...]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen