dinsdag 19 juli 2016

Doeschka Meijsing -- 19 juli 1979

Doeschka Meijsing (1947-2012) was een Nederlandse schrijfster. Deel 1 van haar dagboeken is onlangs verschenen in de Privé Domein-reeks, onder de titel En liefde in mindere mate.

Dordogne, donderdag 19 juli 1979
Hier bij Jan en Anneke in de Dordogne. Stilte, zwaluwen, krekels, wijde lavendelvelden. Deze vakantie is van mij. Ik wil bij mezelf zijn, bij de grond. Voor we weggingen, droomde ik veel mensen op een bijeenkomst die het karakter van een reünie had. Iedereen praatte en praatte. Iedereen hoorde bij iedereen. Ik had een hekel aan al dat gepraat. Ik 'vond het niveau beneden peil'. Zo erg dat ik weg wilde. Toen kwam de mooiste vrouw, dat was mevrouw Oomes, naar me toe om met me te praten. Op een gegeven moment zei ze iets wat ik niet verstond. Ik liet het haar herhalen. Ze zei dat ze een dochtertje had gehad dat doodgeboren was maar dat vlak voor haar dood iets gezegd had wat Oomes niet verstaan had. Ze zei dat iets in mijn stem (die even naar paniek klonk) haar aan dat dochtertje had doen denken, dat een zwaluw was geweest.
Raar dat ik altijd nog van Oomes droom. Blue eyes.

Sabres, les Landes, vrijdag 20 juli 1979
Vandaag de vierde dag onderweg. Gisterenavond geslapen in St.-Alvère (La Boule d'Or) nadat we van Jan & Anneke afscheid genomen in Les Lavandes. De lavendelvelden zo blauw en geurig, de avondwandeling met Jan & Anneke door de avond naar dat dorpje dat verlaten was en waar de zon nog in de de muren was. Het dorpje St.-Alvère, dat zo stil was. De korte autopech in de regen. Het was een perfecte dag. Ik wilde wel wat met Anneke vrijen. Dat wil ik altijd wel. Zo blauw is ze, als de lavendelvelden. Maar die dingen gaan niet makkelijk. Het verlangen is er, maar in werkelijkheid zijn we klein en bang. We leven moeizaam. Gerda en ik, en de anderen.
Vandaag zijn we door Les Landes gereden. We hebben onze tent opgezet op een kleine camping in Sabres: onder de pijnbomen, niets dan pijnbomen om ons heen, een droge geurige bosgrond. In bet droge pijnbomengras vond ik een kleine loep in oud leren foedraaltje, verloren waarschijnlijk door een kleine jongen. Dat is het: dit is de grond van het kamperen, dit is de grond van de jongen die ik ooit wilde zijn. De zon schijnt: hiernaast is een zwembad waar we straks gaan zwemmen, morgen fietsen we door Les Landes, overmorgen tennissen we op de banen hiernaast. De geur van pijnbomen. Langzaamaan kom ik tot rust.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen