zondag 17 juli 2016

Godried Bomans -- 17 juli 1971

Godfried Bomans (1913-1971) was een Nederlandse schrijver. In 1971 verbleef hij een week op het eiland Rottumerplaat. Van dat verblijf hield hij een dagboek bij.

Zaterdag l7 juli  Half vier 's ochtends. Dit zijn mijn laatste uren op het eiland. Bij het licht van de zaklantaren mijn spullen ingepakt en de twee koffers gesjouwd naar de plaats, waar ik vermoed dat de roeiboot zal aankomen. Het is nu licht, maar het regent. Schuil in het hokje van de radio en schrijf daar de laatste regels. Ik vind, dat ik er niet veel van heb terecht gebracht en dit te weten is voor mij de waarde van dit avontuur. Niet door wat lukt leer je je begrenzingen kennen. Ik had op nooit vermoede extases gehoopt en kreeg voornamelijk verdriet. Ik voel mij echter niet terneergeslagen: 1) omdat dadelijk die boot komt, 2) omdat ik het in elk geval heb volgehouden, 3) omdat ik meen iets meer van mijzelf te weten dan daarvóór. Het is nu half zes en ik zie geen boot. De zee is woelig, er staat een harde wind. Kijker gehaald. Geen spoor. Kwart voor zes. Niets. Weer later. Ik moet mij voorbereiden op de mogelijkheid, dat de schipper het niet verantwoord vindt. Zo'n beslissing is natuurlijk juist, maar het kost me erg veel moeite die rustig te aanvaarden. Goed, het wordt dan morgenochtend. Ik voel me als die marathonloper, die in het stadion nog één ronde moest lopen en daar niet op gerekend had. De man zakte toen in elkaar. Daarvan is natuurlijk geen sprake, je blijft gewoon een dag wachten, maar je hebt je reserve toch op een bepaalde finish ingesteld. Ik zie een streepje wit, vlak onder de horizon. Het is de boot.

Hotel de Breedenburg, Warffum. Elf uur. De eerste, die uit de roeiboot naar me toewaadde, was Willem. Hij was erg ontroerd. Toen Gé Gouwswaard. Toen Pietsie en Eva. Ik zag, dat Eva van me schrok en heb ook niet op een kus aangedrongen. Dat komt allemaal later wel, als die baard is afgeschoren. Oda van Run was er ook weer. Televisie, radio en journalisten. Jan Wolkers had een fles champagne en twee glazen bij zich. Hij deed het allemaal erg leuk en dat is een hele ontspanning in een situatie, die duidelijk om een vluchtheuvel vraagt. Tijdens de overtocht in de stuurhut gebleven en niet één keer achterom gekeken. Willem blies onderweg al zijn stoom in absurditeiten af. Om acht uur vaste wal. Spandoek met 'Welkom, held van de eenzaamheid, in een wereld vol narigheid'. Zelden ben ik het met twee beweringen zo oneens geweest. Op de Breedenburg, radio en T.V.-interviews. Daarna ontbijt aan lange tafel met veel mensen. Het trof mij, dat alles op tafel klaar stond en dat er niets hoefde klaargemaakt te worden. Het plotseling kunnen praten met iedereen was niet vreemd, daarvoor is een week ook te kort. Wel had ik na een uur erge zin om in een hoekje wat kranten te lezen en dat heb ik ook gedaan. Vooral de schaakmatch van Fischer tegen Larsen: 4-0! Om twaalf uur geluisterd naar de eerste uitzending van Jan Wolkers. Dit was uitstekend: geen gezanik en wat ziet die man veel meer dan ik! Als Willem erin slaagt om die grofheden over condooms en dergelijke wat in te tomen, dan krijgen we een week lang een boeiende informatie over een nog niet geëxploreerd Wadden-eiland.
's Avonds in Hilversum. Van de tocht onderweg wel zeer genoten, vooral van de bomen. Om acht uur begon het programma 'Zo maar een zomeravond', dat ik nog nooit op de T.V. gezien had. Ik vroeg of ik mocht binnenkomen, als ik aan de beurt was, maar dat ging niet. De heer Stok vroeg een paar dingen, maar nü had ik moeite om mijn gedachten te ordenen met al die mensen opeens om me heen. Ik maakte er ook niet veel van. Alleen over twee dingen ben ik voldaan: 1) dat ik op de vraag van de heer Stok, of ik tot 'diepere inzichten' was gekomen en zo ja, welke die waren, geantwoord heb, dat ik dit de plaats niet vond om daarop in te gaan, waar hij gelukkig vrede mee had en 2) dat ik de fles wijn, die mij door Stok werd aangeboden, doorgaf aan de mensen op de wal, met name Willem Ruis en Gé Gouwswaard^ met vermelding van de steun, die ik van hen ondervonden had. Dit alles zonder baard, die meteen die ochtend in Warffum was afgeschoren.

Ik ben nu thuis, Zaterdagavond 17 juli. Het is moeilijk te geloven, dat ik een week geleden vertrokken ben. Ik kon nog net even in de tuin lopen en alles stond er nog, goedig en trouw. Binnen de boeken en buiten de wind. Ik voelde mij als een deserteur, die weer genadig ontvangen wordt. Honger heb ik nog steeds niet. Wel een groot verlangen om morgen, als het licht is, de bloemen en planten, maar vooral de bomen om me heen te zien. Einde en over.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen