donderdag 4 juni 2015

Isaak Babel -- 4 juni 1920

• Isaak Babel (1896-1940) was een Russische schrijver. Zijn Dagboek 1920 is in het Nederlands vertaald door Peter Zeeman.

Zjitomir, 4.6.20
's Ochtends pakketten naar het Joegrosta, een bericht over de pogrom in Zjitomir, naar huis, aan Oresjnikov en Narboet.
Ik lees [Knut] Hamsun. Sobelman vertelt me de intrige van zijn roman.
Het nieuwe geschrift van Jehowa, een oude man die eeuwenlang heeft geleefd, waarna volgelingen ermee aan de haal gingen, om de hemelvaart te simuleren, een oververzadigde buitenlander, de Russische revolutie.
Schulz, hier gaat het om, wellust, communisme, hoe we de bazen hun appels afpakken, Schulz vertelt, zijn kalende hoofd, appels onder zijn arm, het communisme, een Dostojevski-figuur, hier zit iets in, hier moet ik iets mee doen, die onverzadigbare begeerte, Schulz in de straten van Berditsjev.
Chelemskaja, die aan pleuritis en buikloop leed, was geel geworden, een smerige kaftan, appelmoes. Wat heb je hier te zoeken, Chelemskaja? jij moet trouwen, een echtgenoot - een technisch bureau, een ingenieur, abortus of eerste kind, zo zag jouw leven, jouw moeder, eruit, eenmaal per week nam je een bad, dat is jouw roman, Chelemskaja, en zo moet je leven, en je zal je aanpassen aan de revolutie.
Opening van de communistische club op de redactie. Daar heb je dan het proletariaat, die onwaarschijnlijk uitgemergelde joden en jodinnen uit het ondergrondse. Voorwaarts, beklagenswaardig en verschrikkelijk volk. Daarna het concert beschrijven, vrouwen zingen Kleinrussische liederen.
Baden in de Teterev. Kiperman, hoe wij op zoek zijn naar iets eetbaars. Wat is Kiperman voor iemand? Wat ben ik toch een idioot om mijn geld zo te verkwisten. Hij wiegt heen en weer als een riethalm, heeft een grote neus, is nerveus, misschien wel gek, maar hij is ook een afzetter, en wat is-ie goed in het uitstellen van betalingen, in het leiding geven aan de club. Zijn broek beschrijven, zijn neus en zijn bedachtzame manier van praten, de martelingen in de gevangenis, een verschrikkelijk figuur, die Kiperman.
Nacht op de boulevard. Jacht op vrouwen. Vier lanen, vier stadia: kennismaken, babbelen, lust opwekken, lust bevredigen. Beneden de Teterev, de oude hospik, die beweert dat het de commissarissen aan niets ontbreekt, zelfs niet aan drank, maar hij meent het goed.
Ik en de Oekraïense redactie.
Goezjin, over wie Chelemskaja zich vandaag heeft beklaagd, ze zoeken iets beters. Ik ben moe. En plotseling de eenzaamheid, het leven stroomt aan mij voorbij, maar wat betekent het?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen