donderdag 3 januari 2013

G.A. van Oorschot -- 4 januari 1976

Zondag
Vanmorgen in mijn werkkamer de post van al de voorbije dagen even vluchtig doorgenomen. Het aantal bestellingen is zeer bevredigend en ook de betalingen laten niets te wensen over. Het nieuwe jaar is nauwelijks begonnen of er liggen al vijf dichtbundels, twee verhalenbundels en een wat dikte betreft omvangrijke roman op tafel. De ellende heeft weer een aanvang genomen. Ik leg de manuscripten terzijde op een tafel en ik zal er een der komende dagen notitie van nemen. Eigenlijk zou ik mij het verdriet en de ergernis van het openen der pakketten kunnen besparen door ze ongeopend terug te zenden. Maar wie weet of er niet iets heel moois of belangrijks tussen zit. Maar er zit nooit iets moois of belangrijks tussen. Hoe komt het toch dat er vele duizenden zijn die verhalen en gedichten en romans schrijven en die natuurlijk uitgegeven en gedrukt willen zien. Die behoefte is blijkbaar onuitroeibaar. Vroeger motiveerde ik uitvoerig waarom ik een mij toegezonden manuscript niet wilde uitgeven. Ik vond dat de schrijver daar recht op had. Maar van die motivering heb ik reeds lang afgezien. Het vrat tijd en de gevolgen waren verschrikkelijk. Eindeloze, waardeloze correspondenties, aanvragen tot gesprekken of zelfs voordracht van het werk. Maar het is en blijft een beulenwerk als uitgever elk jaar opnieuw honderden manuscripten terug te moeten zenden en daarmee zoveel hoop en verwachtingen de kop in te drukken.


G.A. van Oorschot (1909-1987) was een Nederlandse uitgever. In 1976 hield hij op verzoek van NRC Handelsblad een week lang een 'Hollands dagboek' bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen