maandag 28 januari 2013

Virginie Loveling -- 29 januari 1915

Vrijdag 29 januari:
De "Kölnische Zeitung" van 27sten dezer maakt van de gelegenheid gebruik om uitbundigen lof toe te zwaaien aan den vredelievenden keizer, het symbolum van 't duitsche vaderland. Onze plaatselijke bladen reppen geen woord van dien geboortedag.
Vriendinnebezoek. Ze vertelt van haren neef, zestien jaar oud, de jongste van vier kinderen, meisjes alle drie. De vader is magistraat. Als eenige zoon was hij de lieveling van 't gezin: braaf, leerzaam, zulk een kranig kereltje! De spreekster heeft tranen in de stem.
Het was in de eerste dagen na de oorlogsverklaring van Duitschland aan België. De opgewondenheid was immers groot onder de jeugd!... Op een voormiddag kwam hij thuis van 't college met den lederen riem over den schouder en de zwarte, blinkende boekentasch op zij, in korte broek en bloote kuiten. Met geestdrift in den blik ging hij voor zijnen vader staan — de wijze van verhalen herinnert aan onze oude vlaamsche liederen — ‘"Vader,"’ sprak hij, ‘"ik ga op als vrijwilliger."’
‘"En ge zegt dat zoo maar eenvoudig weg, ge vraagt zelfs geene toestemming."’
‘"Vader, laat mij gaan,"’ smeekend thans.
De vader aarzelde misschien: ‘"Ik zal er met uw moeder eens over spreken."’
Hij wachtte niet, de kleine. Hij ging bij zijne moeder, weder in dappere stemming en meldde 't haar:
‘"Anderen, kameraden van mij, wagen hun leven. Ten achteren blijf ik niet. Moeder, ik ook wil gaan."’
Maar zij hief groot misbaar aan: ‘"Ge zijt te jong, ge weet nog niet, wat ge wilt. Later zult ge een ambtskeuze kunnen en mogen doen. Ge zult mij dankbaar wezen, dat ik u die daad van onbezonnenheid, van dwaze roekeloosheid verboden heb."’
‘"Indien ge 't mij belet, zal ik het u nooit vergeven."’ Hij sprak stout tegen haar als tegen zijns gelijke in leeftijd en verstand.
De vader trad binnen en kwam er tusschen:
‘"Dat, kan niet, jongen, heel het leven en het geluk liggen open voor u, wees dan wijs, denk aan de toekomst."’
‘"Aan de toekomst heb ik gedacht. In elk geval zijt ge beiden mij kwijt. Lang zal ik hier niet blijven; mijn besluit staat vast van nu af aan:"’
‘"Ik word missionnaris,"’ en hij richtte zijn korte gestalte in de hoogte. Het viel op hen als een hamerslag. Maar na de eerste verrassing, ontwaakten zij als uit een roes: het was alsof een aureool van onschendbaarheid dat fiere, jonge kopje omglansde en, fier hij zelf, zei de vader:
‘"Ga, mijn jongen, en dat God u beware!"’
De moeder schreide hartbrekend. Hij poogde niet haar te troosten: ‘"Stem toe,"’ zei hij enkel, ‘"laat hem doen, wat hij voor zijn plicht acht."’ Maar de stem klonk beslist en als een ontegensprekelijk bevel en zij snikte: ‘"Ja."’
Het kind vertrok vol jeugdig vuur...
Wat of zijn lot nu wezen zal?.


Virginie Loveling (1836-1923), zus van schrijfster Rosalie Loveling en nicht van schrijver Cyriel Buysse, was een Vlaamse schrijfster en dichteres. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield ze een Oorlogsdagboek bij.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen