donderdag 29 september 2016

Valentin Boelgakov -- 30 september 1910 (deel 2)

Valentin Boelgakov (1886-1966) was Tolstojs secretaris in het laatste jaar van diens leven. Zijn dagboek over die periode is vertaald (door Charles B. Timmer) als Het laatste levensjaar van Tolstoj.

30 september [Deel 1]
Belinki had het verder nog over Abramov, de redacteur van de Simbirskse krant en de schrijver van een brief aan Tolstoj, naar aanleiding waarvan deze zijn opstel 'Over de valse wetenschap' had geschreven. Abramov kan de termijnen die hij in de gevangenis moet uitzitten als telkens weer nieuwe straf voor 'persdelicten' niet bijhouden. Hij is een heel origineel man: behalve de krant die hij uit de gevangenis redigeert, oefent hij nog tal van ambachten uit die hij stuk voor stuk beheerst. 'Jawel,' zei Tolstoj, 'het verbazingwekkende is dat de man om zijn tijd in de gevangenis te kunnen uitzitten een dubbele tijd nodig heeft. Aan de gewone tijd heeft hij niet genoeg: hij moet een "dubbelloops" hebben.'
Over zjn gezondheidstoestand merkte hij vandaag op: 'Ik ben zwak en stijf in de leden, heb alleen wat gelezen en de hele dag niets uitgevoerd.' Vanavond las hij het opstel van Sergejenko over zijn jeugd en verklaarde dat hij zich met plezier in die herinneringen had verdiept. De komst van Aleksandra Ljvovna maakte hem meteen veel levendiger, vooral haar verhaal over 'Marcus Aurelius'.
Het ging hierom. Aleksandra en haar vriendin Vaxvara zaten in hun woning in Teljatinki te kniezen: hoe zou Ljev Nikolajevitsj het thuis nu maken, hoe verdrietig dat zij niet wisten hoe het hem ging. Toen kwam Annoesjka, een boerenvrouw die hen bij het inrichten van de nieuwe woning had geholpen, opeens met de opmerking: 'U moest Marcus Aurelius gaan lezen, dan is het meteen met uw verdriet gedaan.'
De twee staan als door de bliksem getroffen: wat voor Marcus Aurelius? Waarom Marcus Aurelius?
'Nou, zo maar,' legt Annoesjka uit. 'Er is zo'n boekje, ik heb het van de graaf gekregen. En daarin staat dat wij allemaal sterfelijk zijn. En zodra je aan de dood denkt, wordt het je lichter te moede. En daarom zeg ik altijd tegen iedereen die verdriet heeft: "Kom jongens! Ga Marcus Aurelius lezen! Luister naar hem en je verdriet is meteen over!"
Tolstoj had het een leuk verhaal gevonden en lachend citeerde hij later nog dikwijls Annoesjka's woorden: 'Kom jongens! Ga Marcus Aurelius lezen!'
'Zo is het,' zei hij, 'je overziet nooit de gevolgen van wat je doet.'
[...]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen