maandag 20 juni 2016

Marcellus Emants -- 21 juni 1875

• De Nederlandse schrijver Marcellus Emants (1848-1923) bezocht Zweden en Lapland in 1875. Zijn journaal van die reis publiceerde hij in Op reis door Zweden.

Een Sint Jansdag in Lappmarken
[...] De komst der uitgenoodigde Lapsche dames maakte een einde aan de pijnlijke stilte, die op de teleurgestelde nieuwsgierigheid der ondervragers volgde. Nadat de schoonen eenige oogenblikken aan de deur geworsteld hadden, werd met vereende krachten eene der kleinsten naar binnen geduwd, die onmiddellijk rechts en links op den grond spuwde en vervolgens in den hoek naast onze kamenier nederhurkte. Ziende dat er geen levensgevaar aan verbonden was, schoven toen ook de overigen spuwende en giegelende naar binnen, om à l'instar van een opera koor een' halven cirkel tegenover het toeschouwend publiek te vormen.
De dames waren nu in Zondagsch toilet. De grauwe rokken met groen en geel volgens de oude mode of met rood volgens de nieuwe opgelegd, waren door middel van zilver vergulde gordels om het middel toegebonden, breede manchetten met kralen versierd omsloten de polsen, eene menigte breede zilveren ringen blonken aan de bruine vingers en zilveren ballen hingen aan de ooren. Een paar der allerdeftigsten hadden zelfs wollen handschoenen aangetrokken.
Toen het giegelen, nu en dan met schel gelach vermengd, begon te bedaren, verzocht ik den länsman mij te vertellen wat voor een lied ten gehoore zou gebracht worden. Een diepe teleurstelling was moeilijk te verbergen bij het vernemen van de tijding, dat het een psalm wezen zou. Waarde länsman, wilde ik zeggen, in Holland kan men elken Zondag zulke prachtige psalmen hooren van menschen, die even sterk in de zangkunst zijn als uwe Lappen, dat ik voor een dergelijk genot zulk een verre reis niet behoefde te maken.
Ik heb dit echter niet gezegd uit vrees van wederom op een lastig terrein te zullen komen wanneer ik over Holland sprak. Gelukkig hielp mij de inspecteur. ‘Wat psalmen?! Hebben wij er van morgen niet genoeg in de kerk gehoord. Zingt vroolijke liederen, Lapsche liederen!’
Hernieuwd gegiegel onder de dames, die ijverig om zich heen spuwden en ten slotte zeiden, dat zij wel nationale liederen kende, maar niet voor koor of quartet. Wij moesten ons dus met een solo vergenoegen.
Een gehandschoende prima donna legde haar' bijbel op zij, en nam plaats op een' stoel, terwijl de overigen op den vloer neerzakten. Zij zong een bruiloftslied, maar zonder eenige melodie. Men zou hieruit kunnen afleiden dat de Lappen 't voldoende oordeelen, wanneer er harmonie in het huwelijk is, maar ook die ontbrak. Zelfs geen woorden waren er te ontdekken in de lang aangehouden schelle galmen iiiaaa...iiiaaa iiiaaa, die de dame met wijdgeopenden mond en een alleronaangenaamst vischwijven-orgaan uitstootte.
Iiiaaa... nog eens iiiaaa... niets dan iiiaaa...!! Dergelijke wanhoopskreten moeten een sombere kleur over de bruiloften werpen.
Dat men alles niet ‘lief’ en ‘mooi’ behoefde te vinden had dit landelijke muziekpartijtje boven zijn verfijnde naamgenooten voor, maar de hoorder moest toch zijn tevredenheid betuigen en dat wel door middel van een' handdruk. Ziende dat de rijk geringde vingers steeds de rol van zakdoek vervulden, was 't mij wel zoo gemakkelijk en zoo aangenaam geweest aan het mooi- en liefvinden te gaan. Evenwel de etiquette had gesproken, men moest gehoorzamen.
De Lapsche dames, nieuwsgierig als allen, meenden bovendien dat een handdruk te geringe belooning was voor hare liederen en verlangden dat de vreemdeling op zijne beurt Hollandsche zangen of ten minste een' Hollandschen monoloog zou voordragen.
Die poets had de schoolmeester mij eigenlijk gespeeld, die ze had opgestookt eens te onderzoeken hoe deze vreemde vogel wel gebekt was. Ik wreekte mij door eene rede te houden, die alles behalve vleiend was voor het gezelschap en besloot met den wensch nimmer een der aanwezigen - den inspecteur en den schatter uitgezonderd - weder te zullen ontmoeten.
Een algemeen gelach was mijn belooning, en toen de schoolmeester, die zijn geografische kennis eens toonen wilde, mij achtereenvolgens verzocht proefjes van alle mogelijke Europeesche talen te geven (ik bedankte natuurlijk voor het meerendeel) ontaardde het lachen in een zenuwachtig door elkander rollen over den vloer. Nochtans belette deze uitbundige vroolijkheid niet, dat allen met een' psalm de voorstelling besloten. -

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen