woensdag 18 mei 2016

Victor Hugo -- 18 mei 1849

Victor Hugo (1802–1885) was een Frans schrijver, dichter, essayist en staatsman. Vertaalde dagboekfragmenten van hem zijn gepubliceerd als Zelf gezien.

2 mei 1849
Waarschijnlijk word ik niet herkozen. Er zijn op dit moment nog slechts twee partijen. Geen van beide heb ik het volledig naar de zin gemaakt. De liefde voor orde heb ik niet zo ver gedreven dat ik de vrijheid ervoor heb willen opofferen; en de liefde voor de vrijheid heb ik niet zo ver gedreven dat ik daarvoor anarchie heb willen accepteren.
Mijn tegenstanders in de conservatieve partij verwijten mij twee dingen: dat ik de persvrijheid heb verdedigd en de amnestie heb bepleit. Welnu, tegen hen zeg ik: die twee dingen zal de toekomst mij aanrekenen, maar anders dan gij. De twee grieven die gij tegen mij aanvoert, zijn de twee aanspraken waarop ik mij tegenover de toekomst juist zal beroepen.
Wat nu mijn zwakte vormt, en in de toekomst mijn kracht, is dat ik van geen enkele partij accepteer dat zij het laatste woord heeft.
Op 10 december heb ik om amnestie gevraagd. Op 4 mei heb ik tegen de amnestie gestemd. Om te Jgeginnen wilde ik niet alléén maar amnestie; ik wilde die als onderdeel van een aanzienlijk aantal maatregelen, die een grootse politiek van verzoening in het binnenland en van vrede tegenover het buitenland zouden inluiden. Op 10 december heerste er rust in Parijs; Frankrijk toonde zijn soevereiniteit door het algemeen kiesrecht; er was geen gewelddadig verzet tegen die soevereiniteit, geen protest tegen het gezag; amnestie was een maatregel die getuigde van kracht. De deur naar clementie zou zijn opengezet door een sterke hand. Op 4 mei heerste er onrust in Parijs; overal schoolden vijandige groepen samen; de sfeer op straat was weer dreigend; er werd een feest voorbereid, zei men; een feest als dekmantel, een opstand eronder; zo was de situatie; alle vrees en zelfs de paniek van het vorige jaar keerden terug; amnestie was geen clementie meer, maar angst. Vergeven uit bangheid is de treurigste vorm van lafheid die er bestaat. Ik heb de amnestie afgewezen.

Vrijdag 18 mei 1849
Ik ben in Parijs als tiende gekozen met 117 069 stemmen, precies honderd minder dan Hippolyte Passy, die negende is geworden met 117169. Er zijn tien socialisten. Het leger heeft rood gestemd. Toen ik de Kamer binnenging, kwam mijn buurman, de bisschop van Langres, naar mij toe, pakte mijn hand en wenste mij geluk; vervolgens zei hij: 'Ik wens u geluk, ja, want er valt gevaar te trotseren en moed te ontplooien, maar de situatie is ernstig. Het nieuwe parlement zal een slagveld worden. De vorige keer waren we gekomen om iets op te bouwen; nu komt men - van beide kanten - om iets af te breken.'
Ik voeg hier nog een oudewijvenopmerking aan toe: de Kamer is op de dertiende gekozen en de uitslag is op een vrijdag bekendgemaakt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen