maandag 23 mei 2016

W.B.E. Paravicini di Capelli -- 24 mei 1804

• Het reisverslag van W.B.E Paravicini di Capelli (1778-1848) is opgenomen in Reize in de binnen-landen van Zuid-Africa.

Donderdag den 24 Mei, deze dag bleven wy op deze plaats vertoeven, met voornemen de zeekoeyen op te zoeken. Des morgens was het weder te betrokken en wy waren genoodzaakt tot des middags te wachten.
De Heer Laubscher liet ons een oude slaaf zien, die zy reeds by Erffenis van hun grootvader hadden, en die over de honderd en twintig jaren ouderdom had bereikt. Deeze man kwam nog alleen van zyn hutje na het woonhuis, en verhaalde ons, dat hy te Java geboren was, en reeds by de honderd jaren hier in het land was geweest. Hy was reeds voor het jaar 1700 geboren, en had beleefd dat van de Kaapstad niets bestond als de kerk, de werff, het Compagnies-huis en het Kasteel, welk laatste hy nog heeft zien vergrooten en agteruitzetten. Hy had zelfs de baake van possessieneming der St. Helenabaay gesteld, en noemde nog verscheide officieren welke hy toen zeide gekend te hebben, zoo als zelfs de oude kapitein Warneck, vader van de nog levende, dog reeds gryze gepensioneerde kapitein van dien naam; op Batavia had hy reeds twee predecesseuren van de Gouverneurs Van Dongen en Patras gekend. Deze man heeft nog een staal geheugen en geene gebreken hoegenaamd, als een zwak gezicht, hy heeft nog twee zoons waaronder een van byna dertig jaren; zyn vrouw is eene Namacqua Hottentottin van circa 50 jaren. Gelukkig dat deze gryzaard by lieden woont, die hem wezentlyk met zorg oppassen. Sints de leeftyd van deze lieden heeft hy geen werk meer gedaan en eet van de tafel der Eigenaars; wy bewonderden hem met vermaak.
Des nademiddags wandelden wy naar den oever der Bergrivier, zynde een half uur van de woning, daar wy chaloup vonden, met welke wy de rivier oproeyden, met voornemen van zeekoeyen te zoeken, dat ons dog mislukte. Wy kwamen toen reeds de maan op was, aan de plaats van Fredrik Kersten, leggende aan de rechter oever, daar wy een ogenblik vertoefden, en het was reeds laat in den avond toen wy aan ons Logement terug kwamen, werwaards wandelende wy wel het spoor vonden, en ook het gebrul van Hypopothamussen hoorden, zonder iets te zien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen