maandag 2 mei 2016

Jan Wolkers -- 3 mei 1970

• Jan Wolkers (1925-2007) was een Nederlandse schrijver en kunstenaar. Gedeelten uit zijn dagboek van 1970 zijn te lezen bij Google Books.

ZONDAG 3 MEI 1970
Tweemaal pootpil.
Je luistert in bed naar 'U Vraagt, Wij Draaien.' Voske heeft om zes uur al eten gehad. Hij sluipt door het wilgenhout tegen het schuurtje. Bij elk verdacht geluid blijft hij staan.
Om' twaalf uur gaan we naar het strand. We hebben het draagbare radiootje bij ons voor het nieuws over Cambodja en de sport. Op het strand ligt een enorme boomstam van plusminus vijf meter lang en één tot anderhalve meter dik. Er staat op de kopse kant: B - een paar cijfers - en dan Grade.
Van het strand stijgt steeds damp op in luchtige wolkjes, alsof je door een lichte bewolking vanuit een vliegtuig over de woestijn uitkijkt. Tegen een duintje luisteren we naar het sportprogramma over Radio Veronica van Henk Bongaarts.

MAANDAG 4 MEI 1970
Tweemaal pootpil.
Om halfzeven op. Arie komt om acht uur. We brengen eerst mevrouw Boon en nog iemand naar Den Burg. Dan gaan we op de pont. In de koffiekamer eten we broodjes met kaas. Hij twee. Het is nog mistig. Langs het Noordhollands Kanaal moeten we voorzichtig rijden. Op Schiphol staan twee Russen van de ambassade op ons te wachten. Een gekrulde spreekt erg goed Hollands. Het zijn vormelijke mannetjes. Tjalle Jager is er ook met ene mevrouw Boereman. Die begint meteen aan persoonsverheerlijking te doen. 'Dat ik met de grote schrijver zelf nog eens oog in oog zou staan', enz. Ze vond Turks Fruit zo geweldig. Ze beginnen ook samen erg op Theun de Vries af te geven. Tjalle zegt dat hij denkt dat Theun het meeste verdient met zijn artikelen in de VARA-gids. Dat ze het al gedacht hadden toen hij de P.C. Hooft-prijs kreeg.
Als de Russen terugkeren krijgen we te horen dat de broer van Loladze niet is aangekomen, zodat we onverrichter zake weer naar Texel kunnen. Arie zegt onderweg als het tijd is voor de herdenking: 'Nu liggen ze een krans.'
Met Arie ga ik meteen door naar het Russenkerkhof. Er zijn nog maar een paar mensen. Het monumentje ligt vol kransen. Een met een wit lint dat met een ballpoint in het Georgisch beschreven is.
Om half vijf komen we in De Lindeboom aan waar de receptie van de Russen is. Ik word voorgesteld aan verschillende secretarissen van de Russische ambassade. De zaal zit vol met dikke Russische vrouwen die indertijd gedwongen in Duitsland hebben moeten werken en daar met Nederlandse mannen getrouwd zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen