woensdag 10 februari 2016

Bert Maalderink -- 11 februari 2006

Bert Maalderink (1963) was in 2006 in Turijn om verslag te doen van de Olympische Winterspelen. Hij hield in die tijd voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Zaterdag Voordat de Spelen begonnen, gingen de voorspellingspooltjes rond. Bij mijn naam vulde ik steeds in: '2x goud, door de SK's'. Dat zijn Sven Kramer en Simon Kuipers. Zij zijn de enigen die voldoen aan mijn 3 criteria om goud op de winterspelen te winnen. Nederlandse schaatsers winnen (1) doorgaans alleen olympisch op hun eerste Spelen, en (2) meestal alleen op de afstand waarop ze eerder in het seizoen al bewezen hebben goed te zijn, en (3) als ze geen concurrentie hebben van buiten categorie-specialisten. Verder ga ik er vanuit dat er meer zilver wordt gehaald dan goud en meer brons dan zilver. Bij elkaar: 2x eerste, 3x tweede en 4x derde, maakt in totaal 9 medailles.
Als je met die ogen naar de vijf kilometer van vandaag kijkt, was het een dag van verliezers. Sven Kramer wint geen zilver, maar verliest goud. Carl Verheijen schaatst net een medaille mis. En Bob de Jong? Ja, Bob de Jong - wat moet je daarvan zeggen?
Ik begin de dag met het maken van een voorbeschouwing. Carl Verheijen en Sven Kramer zijn ontspannen. Maar Bob de Jong wil liever niet voor de camera verschijnen. Even daarvoor heeft Verheijen gezegd, dat iemand die dat niet wil, geen vertrouwen heeft. Hij doelt daarmee niet op De Jong, maar het is wel op hem van toepassing. Dat blijkt.

De Jong moet zijn vijf kilometer rijden tegen Chad Hedrick, de latere winnaar. Hedrick schiet weg. De Jong heeft al snel een verrekijker nodig om hem in het zicht te houden. Hij wordt er moedeloos van en harkt zich naar de zesde plaats. Een positie beneden zijn stand, vind ik.
Bob de Jong zelf is tevreden. Hij vertelt na afloop dat er onderweg spookbeelden door zijn hoofd schoten van Salt Lake City, vier jaar geleden. Toen werd hij dertigste. Omdat hij de spanning niet aankon, is wel gezegd. De Jongs eigen verklaring is, dat hij te veel zelfvertrouwen had. Hij dacht voordat hij ging rijden, dat er al een medaille binnen was. Maar verder van het podium dan toen kon bijna niet. Daarbij vergeleken valt de uitslag van vandaag mee. Het is te prijzen dat Bob de Jong zo eerlijk is over wat hem onderweg gebeurd is. Maar ik krijg ook medelijden met hem. En dat is wat een sporter niet wil overkomen. Die wil winnen, niet zielig zijn.
Ik hoop dat hij zijn gedachten weer op een rijtje krijgt. En dat zijn tien kilometer-tocht beloond wordt met een medaille. Hij is tenslotte wereldkampioen op die afstand. Bovendien komt dan het door mij voorspelde aantal oranje-medailles in zicht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen