zondag 5 juli 2015

Virginie Loveling -- 6 juli 1916

Virginie Loveling (1836-1923), zus van schrijfster Rosalie Loveling en nicht van schrijver Cyriel Buysse, was een Vlaamse schrijfster en dichteres. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hield ze een Oorlogsdagboek bij.

Donderdag 6 juli '16.
Hoe langer hoe moeielijker wordt het verkrijgen van een pasport. De vrees voor spioneering heeft zijn climax bereikt.
Het is ongehoord, wat er niet al verteld wordt en geloofd: Lord Kitchener is niet dood en verblijft met heel zijn staf in Rusland. De vijand heeft moedwillig het bericht van zijn overlijden uitgestrooid. Soldaten hebben hier ondereen gevochten. Er zijn veertig dooden en dergelijke praatjes. De hertog van Würtemberg heeft in Gent vernacht met den keizerlijken prins Joachim. Er zou een groot feestmaal te hunner eer hebben plaats gehad. Streng is het toezicht op het smokkelen van levensmiddelen en even groot het bedrog. Elk, die naar buiten trekt om vleesch, eieren, boter en wat niet al, vindt middel om de waakzaamheid te ontgaan: er wordt verborgen in het koren, in holle wilgetronken, achter houtmijten en alles er uitgehaald bij duisternis.
Een jonge werkvrouw van hier wier echtgenoot aan 't front is, ging te voet naar Eecloo, vijf uur ver. Het gelukte haar ginder twee kilog. boter te kunnen koopen. Hoe die te verheimelijken? Ze verdeelde ze in twee pakken en stak ze op haar borst onder de bloese. Aldus toegetakeld trad ze moedig den terugweg aan.
Bij het voorbijgaan aan een standplaats waar ze hare eenzelvigheidskaart toonen moest, werd de guitenstreek haar te sterk, en een onbedwingbare, schalksche uitdrukking verscheen op haar mond en blonk in haar oog. De wangen gloeiden peperrood.
De wachtpost keek haar bevreemd-belangstellend aan. En ook zijn gelaat verhelderde heelemaal:
‘Dikke, ge lacht,’ maakte hij minzaam de opmerking en liet haar doorgaan zonder onderzoek.
Een andere vond geraden eenige kilog. boter op haar rug vast te binden. Toen ze na een tocht in den zonneschijn aan het oord harer bestemming kwam, was de bochel op meer dan de helft verminderd...
Wie in Interlaken verblijft en bij heel heet zomerweder 's namiddags de heerlijke, bochtige laan van den Abendberg opwandelt, onder de schaduw der Kathedraalkolommen-hooge beukestammen, staat de eerste maal hier en daar stil en luistert verrast: ‘Brrr... boem!’ gaat het met een doffen slag en een korte wijle nogmaals brrr... boem! en aldus altijd door:
‘Wat mag dat wezen?
Hij moet het vragen aan den eersten besten voorbijganger.
‘Het zijn sneeuwlawinen, die van de Jungfrau afstorten,’ zegt men hem.
Sneeuwlawinen! En zoo gaat het hier, indien er bergen waren op afstand, bergen met sneeuw bedekt, zoudt ge kunnen wanen, dat het ver gedommel, waarvan de ruiten reutelen, sneeuwafstortingen zijn...
Helaas!
't Is menschenwerk; het is op menschenvleesch, dat schroot en kogels worden afgevuurd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen