woensdag 11 februari 2015

Bert Maalderink -- 12 februari 2006

Bert Maalderink (1963) was in 2006 in Turijn om verslag te doen van de Olympische Winterspelen. Hij hield in die tijd voor NRC Handelsblad een 'Hollands Dagboek' bij.

Zondag
Een collega stuurde me aan het begin van het seizoen een sms'je. Of ik 'm wilde waarschuwen als ik Ireen Wüst ging interviewen. Dan had hij tijd om de tv wat zachter te zetten voor de buren. Het is waar: Ireen Wüst schreeuwt alsof ze niet weet wat de functie van een microfoon is. Maar er is in ijsstadions meestal zo'n herrie dat je jezelf amper kunt verstaan. Ze wil dus alleen maar behulpzaam zijn. Als er geen rumoer is, praat ze trouwens gewoon. Maar vandaag is het een dag om haar volumeknop op tien te zetten. Die van mij ook.
De NOS heeft een positie op het middenterrein van de ijsbaan. Daar sta ik. Om zo snel mogelijk na de wedstrijd een reactie van een Nederlandse schaatser te kunnen hebben. Vijf uitverkoren landen en hun verslaggevers op een rijtje in volgorde van belangrijkheid. Italië, Amerika, Duitsland, Nederland en Canada. Het mooie van die plek is dat ik dichtbij de schaatsers sta. Vandaag was dat een aparte belevenis. Wie had kunnen denken dat Ireen Wüst zou winnen, in een veld waar Cindy Klassen en Anni Friesinger de topfavorieten zijn? Wüst rijdt voordat de concurrentie in de baan komt en moet twintig minuten wachten om te weten of haar tijd de beste blijft. Ze dribbelt, lacht en springt vlak voor m'n neus heen en weer.
Als het eindelijk zover is en blijkt dat Wüst goud heeft, dirigeert Ab Krook, de baas van de schaatsers, haar direct naar me toe. Het mag eigenlijk niet op dat moment, en bovendien moet ze eerst langs de verslaggevers op positie 1, 2, en 3. Maar Krook loopt met haar dwars door een organisatietype heen. Ik formuleer een vraag: 'Olympisch kampioen, wat zeg je dan?' Ik hoor dat mijn stem breekt. Dat past niet bij me, het credo is afstand houden. Maar ik heb blijkbaar zo meegeleefd dat er ineens een snikkende man tegenover de winnares staat. Ze doet vrolijk mee, schreeuwt nog harder dan anders en de tranen van geluk komen door. Zij snapt er niks van. Negentien jaar, amper twee seizoenen actief op het hoogste niveau en dan op het grootste sportevenement winnen. Het is geweldig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen