woensdag 16 juli 2014

Egbert Alting -- 16 juli 1573

Egbert Alting (1533-1594) was eerste secretaris van de stad Groningen in de tweede helft van de 16e eeuw en hield van 1553 tot 1594 een 'diarium' bij.

Donderdach 16 Julii 1573.
Hinrich Schroer, de kranemester, contra Heyne Meynts, der stadt solt- gewichte onder anderen upt Dampsterdeep hebbende; de heren tegenwoerdich vorclaren, dat besheer na older gebrueck ende gewoente geen ander dan Lunen- borger solt der gewichte onderworpich noch plichtich gewest ende oeck noch neet verplichtet sijn sali, soe lange geen ordonnantie daerup gemaeckt. Verclaren wijder, dattet groff solt, daer de mate over gaet, sali na des kraenmesters rulle schuldich sijn, oeverst dat ongemeten daer passeert, sali mits betalinge des axcijses daervan vrij ende onbelastet wesen.
B. ende R. laten weten, dat alle deghene, de willen geldt vordienen mit graven int Dampsterdeep, sullen up naesten Sondage smorgents tho soeven uhren komen bij der stadt rentemester.
Negst vergangen Maendage, wesende Margaretae den 13 Julii, hebben sich de van Haerlem na 7 maendt belegerung in de genade van Con. M, durch uterste noeth van honger ende kummer up- ende overgegeven, daer sich der hoptman de Serasse van B r u e s s e l m i t een tzintroer, selffs in den mundt holdende, den kop doerschoeten, nadat he mitter golden ketten ende budell mit geldt daerto nement erwegen koenen; gelijcksfals hefft sich der venrich in sijn egen vendell (na desselffs instendich begherent) doersteecken laten, woe men des und meer anderen dingen gesacht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen