zondag 22 september 2013

William Soutar -- 21 september 1943

dinsdag 21 september
Vanmorgen om half acht had ik een uiterst alarmerende ervaring. Ik begon te hoesten en er kwam een massa slijm naar boven. Ik bleef hoesten maar kon niets lozen en zelfs nadat ik me volledig had uitgeput, leek het nog of mijn luchtpijp nagenoeg geblokkeerd was. Ik begon opnieuw te hoesten, maar het had geen nut. Het spulletje kwam maar tot bepaalde hoogte en zakte daarna terug. Plotseling voelde ik dat ik stikte en een tijd lang werd ik geteisterd door hoestkrampen en ademnood, terwijl het slijm in mijn luchtpijp op en neer schoof. Net toen ik dacht dat ik totaal geen adem meer kreeg, werd er een kleine doorgang geforceerd en kon ik even rusten, tegen die tijd bonkte mijn hart als een stoomhamer en het duurde nog een hele tijd voordat ik mijn keel helemaal kon schoonmaken.
Ik had er niet bij stilgestaan hoever ik verwijderd was van de vitaliteit van de jeugd tot ik gisterenmiddag Ian Black zag en hem de hand schudde. Ian is hét prototype van de frisse, atletische jongeling. Hij heeft een kop met witblond krullend haar en een open, fris gezicht. Hij is minstens een meter tachtig, heeft sterke botten en is stevig maar niet te grof gebouwd. Toen hij zich over het bed boog om mij de hand te schudden voelde ik de gloeiende kracht van de jeugd.


Bij de Schotse dichter William Soutar (1898-1943) werd op jonge leeftijd de ziekte van Bechterew geconstateerd. De laatste veertien jaar van zijn leven was hij aan zijn bed gekluisterd. In die periode hield hij een dagboek bij, waaruit gedeelten zijn gepubliceerd onder de titel Diaries of a dying man (Nederlandse vertaling: Dagboek van een stervende).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen