zondag 23 juni 2013

Mao Zedong -- 23 juni 1950

Al wie aan de zijde van het revolutionaire volk staat, is een revolutionair, al wie aan de zijde van het imperialisme, feodalisme en bureaucratisch kapitalisme staat, is een contrarevolutionair. Al wie slechts met de mond aan de zijde van het revolutionaire volk staat maar zich in daden anders uit, is een revolutionair met een mond; wanneer iemand niet slechts met de mond maar ook in zijn daden aan de zijde van het revolutionaire volk staat, dan is hij een volledig revolutionair.

De democratische dictatuur van het volk staan twee middelen ter beschikking. Ten opzichte van vijanden gebruikt zij het middel van de dictatuur, dat wil zeggen dat zij hen, zolang dat nodig is, niet aan politieke activiteiten laat deelnemen, hen dwingt zich aan de wetten van de Volksregering te onderwerpen, en hen dwingt arbeid te verrichten en zichzelf door arbeid tot nieuwe mensen om te vormen. Ten opzichte van het volk daarentegen gebruikt zij niet het middel van dwang maar het middel van democratie, dat wil zeggen dat zij het volk aan politieke activiteiten moet laten deelnemen, het niet dwingt zus of zo te doen, maar met het middel van democratie werkzaamheden verricht tot opvoeding en overreding van het volk.


Het Rode boekje van Mao Zedong (1893-1976) is geen dagboek, maar een verzameling gedateerde (in de zin van 'van een datum voorzien') uitspraken. De citaten hierboven zijn afkomstig uit zijn slotrede voor de Tweede Vergadering van het Eerste Nationale Comité van het Chinese Politieke Raadgevende Congres.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen