woensdag 12 juli 2017

Isaak Babel -- 13 juli 1920

Isaak Babel (1896-1940) was een Russische schrijver. Zijn Dagboek 1920 is in het Nederlands vertaald door Peter Zeeman.

Beljov, 13.7.20
Mijn verjaardag. 26 jaar. Ik denk aan thuis, aan mijn werk, mijn leven vliegt voorbij. Geen manuscripten. Doffe melancholie, zal ik overheen komen. Ik houd mijn dagboek bij, dat wordt wel iets interessants.
De schrijvers zijn knappe jonge kerels, de staflui jonge Russen, ze zingen aria's uit operettes en zijn wat verpest door het stafwerk. De ordonnansen beschrijven, de divisiestafchef en de overigen — Tsjerkasjin, Tarasov — zwervers, tafelschuimers, strooplikkers, veelvraten, luiwammesen, de erfenis van het oude, ze weten wie het voor het zeggen heeft. 
Het stafwerk in Beljov. Een goed geoliede machine, een voortreffelijke stafcommandant, hij werkt als een machine, een levenslustig man. Ontdekking: het is een Pool, ze hebben hem weggestuurd, op bevel van de divisiecommandant weer teruggehaald, hij is bij iedereen geliefd, kan goed opschieten met de divisiecommandant, wat gaat er in hem om? Hij is géén communist, een Pool, en dient toch trouw als een kettinghond, word daar maar eens wijs uit.
[...]
Ik rijd naar Jasinevitsji om een equipage te ruilen voor een mitrailleurwagen en paarden. Het is ongelooflijk stoffig, hitte. We rijden via Peresonnitsa, de velden zijn een bron van vreugde, mijn 27ste levensjaar, ik verzink in gepeins, de rogge is rijp, de gerst, hier en daar staat de haver er heel goed bij, de papaver is uitgebloeid, geen kersen, onrijpe appels, veel vlas, boekweit, veel vertrapte velden, hop. Een rijk land, zij het met mate.
[...]
Naar Djakov met eisen, oef, ik ben afgepeigerd, ondergoed ronddelen, ze staan allemaal in de rij, vaderlijke verstandhouding, jij (tot een zieke) bent nu de opperveedrijver. Naar huis. Nacht. Stafwerk.
We zijn ingekwartierd bij de moeder van de dorpsoudste. Een vrolijke hospita, ratelt aan één stuk door, de rok opgeschort, werkt als een mier voor haar gezin, en voor nog eens 7 man. Tsjerkasjin (Lepins ordonnans) is onbeschoft en opdringerig, hij laat niemand met rust, steeds stellen we nieuwe eisen, er lopen kinderen rond, we halen hooi, in de hut, vol vliegen, kinderen en oude mensen, een meisje dat verloofd is, de soldaten verdringen elkaar en schreeuwen om het hardst. De oude vrouw is ziek. Er komen oude mensen op bezoek, ze zwijgen treurig, een lampje.
Nacht, de staf, een verhitte telefonist, K. Karlytsj schrijft berichten, ordonnansen, de dienstdoende schrijvers slapen, in het dorp is het pikdonker, een slaperige schrijver hamert een bevel, K. Karlytsj is zo precies als een uurwerk, ordonnansen komen zwijgend binnenzetten. De operatie Loetsk. Uitgevoerd door de 2de brigade, de stad is nog niet ingenomen. Waar zijn onze voorste eenheden?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen